11 jun 2026,
Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.
'Geïnspireerd door' bekende parfummerken en gebruik van producttags levert merkinbreuk op
Rb. Den Haag 11 juni 2026, IEF 23622; RB 4025; C/09/703674 (Coty tegen Petite Mort). In deze zaak tussen Coty en Perfumedia, handelend onder de naam Petite Mort, staat de vraag centraal of Petite Mort met de verkoop van zogenoemde imitatieparfums inbreuk maakt op de merkrechten van Coty en of haar vergelijkende reclame geoorloofd is. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelt voorshands dat Petite Mort op meerdere gronden inbreuk maakt op de Coty‑merken (art. 9 lid 2 onder a, b en c UMVo, in samenhang met de corresponderende bepalingen in het BVIE) en bovendien ongeoorloofde vergelijkende reclame maakt in de zin van artikel 6:194a BW. Coty maakt deel uit van de Coty Group, die wereldwijd schoonheidsproducten en parfums verhandelt van onder meer de merken Burberry, Chloé, Gucci en Hugo Boss. Binnen de groep is Coty verantwoordelijk voor de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten. Zij beschikt over exclusieve licenties voor een groot aantal parfummerken, waaronder BURBERRY, BURBERRY BODY, BURBERRY BRIT, MY BURBERRY, BURBERRY GODDESS, CHLOE, GUCCI, GUCCI RUSH, GUCCI FLORA, GUCCI GUILTY, HUGO BOSS, BOSS BOTTLED en BOSS THE SCENT. Petite Mort verkoopt via haar website en sociale media parfums die volgens haar eigen zeggen zijn "geïnspireerd door" bekende designerparfums. Op de website worden onder meer uitingen gebruikt als "Het premium alternatief voor designerparfums, zonder het luxe prijskaartje", "Ruik naar je favoriet" en "Spray gerust. Zonder schuldgevoel". Bij individuele producten wordt verwezen naar de bekende merken, bijvoorbeeld met aanduidingen als "Sensual Rose – geïnspireerd door Chloe EDP". Daarnaast gebruikt Petite Mort merknamen als Hugo Boss, Chloé, Burberry en Gucci als producttags in de achtergrond van haar website, waardoor consumenten die naar deze merken zoeken uitkomen bij de producten van Petite Mort. Ook verspreidde Petite Mort een nieuwsbrief waarin werd gesteld dat de parfum in een designerfles gemiddeld slechts € 1,50 kost en dat consumenten vooral betalen voor marketingcampagnes, dure flesjes en grote Hollywoodsterren. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat Petite Mort de merken gebruikt in de zin van artikel 9 lid 3 UMVo. De merknamen worden immers zowel zichtbaar gebruikt in advertenties als onzichtbaar verwerkt in producttags die de vindbaarheid van de producten beïnvloeden. Volgens de voorzieningenrechter is niet van belang dat deze tags niet zichtbaar zijn voor de internetgebruiker, omdat zij wel degelijk het economisch gedrag van consumenten beïnvloeden. De gehele opzet van de onderneming van Petite Mort is er volgens de rechtbank op gericht om consumenten die op zoek zijn naar een merkparfum van Coty uit te laten komen bij de parfums van Petite Mort. Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 onder a UMVo. Petite Mort gebruikt tekens die gelijk zijn aan de merken voor dezelfde waren waarvoor de merken zijn ingeschreven, namelijk parfums. Zo wordt bijvoorbeeld het teken "Chloe EDP" gebruikt bij een parfum van Petite Mort, waarbij de toevoeging "EDP" volgens de voorzieningenrechter uitsluitend beschrijvend is en het teken daarom gelijk is aan het merk CHLOE.Daarnaast is naar voorlopig oordeel sprake van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 onder b UMVo wegens verwarringsgevaar. De rechtbank acht daarbij van belang dat Petite Mort haar parfums presenteert als geuren die zijn geïnspireerd op bekende merken, terwijl tegelijkertijd wordt benadrukt dat zij hetzelfde ruiken, maar goedkoper zijn omdat de consument niet betaalt voor "dure logo's".
Hierdoor kan bij consumenten de indruk ontstaan dat het gaat om dezelfde parfums of om producten die economisch verbonden zijn met de merkhouder. Het verweer van Petite Mort dat zij de merken slechts gebruikt om een geur te omschrijven, overtuigt niet. Volgens de voorzieningenrechter kan een geur ook worden beschreven met andere termen, zoals "bloemig", "fris" of "zoet", zonder dat daarvoor een merknaam nodig is. Ook de grondslag van artikel 9 lid 2 onder c UMVo slaagt. Vast staat dat de betrokken merken bekend zijn bij een aanzienlijk deel van het relevante publiek. De rechtbank verwijst naar de rechtspraak van het Hof van Justitie, waaruit volgt dat een parfum mag worden voorgesteld als vergelijkbaar met een merkparfum, mits aan de voorwaarden voor vergelijkende reclame wordt voldaan, maar niet als imitatie daarvan. In dit geval is daarvan volgens de voorzieningenrechter wel sprake. Daarbij sluit de voorzieningenrechter aan bij de lijn dat artikel 6:194a BW (implementatie van Richtlijn 2006/114/EG) wel toestaat dat producten als “vergelijkbaar” worden gepresenteerd, maar niet als “imitatie” of “replica” in de zin van artikel 6:194a lid 2 onder h BW. Petite Mort presenteert haar parfums als een "premium alternatief", laat consumenten "ruiken naar hun favoriet" en suggereert dat haar producten beter én goedkoper zijn dan die van de bekende merken. Daarmee wordt volgens de rechtbank de suggestie gewekt dat de parfums van Petite Mort dezelfde geur hebben als de merkparfums en dus een imitatie daarvan vormen. De voorzieningenrechter oordeelt bovendien dat Petite Mort de merken gebruikt in vergelijkende reclame op een wijze die niet voldoet aan artikel 6:194a BW. Petite Mort vergelijkt haar producten op haar website, sociale media en in promotiemateriaal met zogenoemde designermerken en designergeuren. Hoewel de merken daarbij niet altijd expliciet worden genoemd, zijn zij volgens de rechtbank voor de consument wel degelijk identificeerbaar. De vergelijkingen zijn niet objectief, omdat Petite Mort haar stellingen over geur, parfumolieconcentratie en prijs niet feitelijk onderbouwt. Coty heeft daarentegen aangetoond dat verschillende uitingen onjuist zijn, waaronder de genoemde adviesprijzen en de gestelde concentratie parfumolie. Ook de uiting dat "designermerken niet cruelty free zijn" houdt geen stand. Coty heeft volgens de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat haar parfums niet op dieren worden getest, hetgeen bovendien op grond van de cosmeticaregelgeving niet is toegestaan. De vergelijking is daarom onjuist, misleidend en schadelijk voor de goede naam van de merken. De rechtbank verbiedt Petite Mort daarom om binnen twee dagen in de Europese Unie nog langer inbreuk te maken op de betrokken merken, onder meer door het aanbieden, verkopen, invoeren of in voorraad hebben van imitatieparfums onder gebruikmaking van die merken. Daarnaast wordt Petite Mort verboden om nog langer onrechtmatige vergelijkende reclame te maken. Ook moet zij binnen dertig dagen een door een registeraccountant gecontroleerde opgave verstrekken van onder meer haar leveranciers, leveringen, verkochte aantallen en voorraden. De gevorderde rectificatie wordt afgewezen, omdat deze onvoldoende concreet maakt welke merken en producten het betreft en daarom niet geschikt is om de ontstane misleiding weg te nemen. Aan de verboden wordt een dwangsom verbonden van € 10.000 per overtreding en € 2.500 per dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 500.000. Petite Mort wordt daarnaast veroordeeld in de proceskosten van € 12.822,02.
4.20. Over de vraag wanneer bij vergelijkende reclame, zoals in deze zaak aan de orde, ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van een merk, is in vaste rechtspraak overwogen dat een product (parfum) op grond van artikel 6: 194a BW, mits voldaan is aan de eerder genoemde voorwaarden, mag worden voorgesteld als vergelijkbaar met een merkproduct (parfum), maar niet als een imitatie van dat merk (art. 6:194a lid 2 sub h BW). Imitatie in de zin van de bepalingen omtrent vergelijkende reclame omvatten iedere vorm van imitatie of replica (waaronder ook een imitatie van geur) en is niet beperkt tot ‘namaak’ in enge zin (waarbij niet alleen de geur maar ook de verpakking en het flesje zou zijn nagemaakt). 10 De rechtbank heeft in de eerdere vergelijkbare zaak overwogen dat met teksten als “u merkt geen verschil” bij de consument de suggestie wordt gewekt dat een geur niet slechts vergelijkbaar, maar hetzelfde is als de geur van bekende merken en dus wordt voorgesteld als imitatie of namaak. Als de merken in het verkoopmodel een grotere rol dan noodzakelijk spelen om imitaties te verkopen, is geen sprake van een rechtmatige vergelijking.
4.21. In het voorliggende geval zijn de uitingen van Petite Mort ook niet beperkt tot vergelijkingen met merkparfums, maar wordt de suggestie gewekt dat de geur hetzelfde is en dat dus sprake is van imitatie. De hele opzet van de onderneming van Petite Mort is erop gericht om consumenten die op zoek zijn naar parfums van de Coty-merken haar eigen parfums te laten kopen. Petite Mort presenteert haar parfums als een “premium alternatief’ waarbij je “ruikt naar je favoriet” dat bovendien beter én goedkoper is dan parfums van de merken. De parfums van Petite Mort worden aldus voorgesteld als een imitatie van de merkparfums, waarbij tegelijkertijd de suggestie wordt gewekt dat de merkparfums van minder goede kwaliteit zijn, een slechte prijs-kwaliteitverhouding hebben en bovendien op dieren worden getest. Dat Petite Mort op haar website vermeldt dat zij “geen goedkope imitatie” leveren, doet hier - gezien de hele context waarin de parfums worden gepresenteerd - niet aan af.
4.22. Daarbij geldt bovendien zoals hiervoor is overwogen dat imitatie in dit geval iedere vorm van imitatie omvat en is niet beperkt tot ‘namaak’ in enge zin. 12 Ook het verweer van Petite Mort dat zij - anders dan in voornoemde zaak Chanel/Bargello - niet prominent gebruik maakt van de merknamen, maar termen gebruikt als “desginerparfums” en de merknamen slechts onopvallend of gedeeltelijk bij haar advertenties vermeldt als omschrijving van de geur, maakt niet sprake is van een rechtmatige vergelijking. De specifieke vermelding bij een advertentie dat een parfum is “geïnspireerd door Chloe EDP” of “geïnspireerd door Goddess” draagt - naast de algemene vermeldingen dat Petite Mort een hoogwaardig alternatief biedt voor parfums van de merken - immers bij aan de suggestie van imitatie.
4.23. Daarbij stelt zij de merken bovendien in een kwaad daglicht door aan haar parfums kenmerken toe te schrijven die deze niet bezitten. In samenhang met de grote bekendheid, het sterke onderscheidende vermogen en de goede reputatie van de merken, evenals de overige genoemde omstandigheden, leidt dat tot de conclusie dat Petite Mort ongerechtvaardigd voordeel trekt uit en afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen en de reputatie van de merken en daarmee inbreuk maakt in de zin van artikel 9 lid 2 sub c UMVo. Om dezelfde redenen handelt zij in strijd met artikel 6: 194a lid 2 sub