RB
Gepubliceerd op donderdag 23 juli 2026
RB 4057
Rechtspraak (NL/EU) ||
21 jul 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 21 jul 2026,, RB 4057; ECLI:NL:RBNHO:2026:7057 (greenwheels tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/betalingsverplichtingen-greenwheels-verminderd-wegens-schending-informatieplichten

Betalingsverplichtingen Greenwheels verminderd wegens schending informatieplichten

Rb. Noord-Holland 3 juni 2026, RB 4057; ECLI:NL:RBNHO:2026:7057 (greenwheels tegen [gedaagde]). In dit verstekgeding vordert Greenwheels betaling van bedragen die voortvloeien uit een abonnementsovereenkomst en een of meer reserveringsovereenkomsten. De kantonrechter toetst ambtshalve of Greenwheels heeft voldaan aan de informatieplichten voor overeenkomsten op afstand. De reservering komt tot stand door op de knop “Reserveer deze auto” te klikken. Omdat de consument bij niet- of niet-tijdige annulering aan de reservering is gebonden en daarvoor moet betalen, is deze knop een bestelknop als bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW. De tekst op de knop maakt echter niet ondubbelzinnig duidelijk dat het aanklikken daarvan een betalingsverplichting meebrengt. Bij die beoordeling is alleen de tekst op de knop of vergelijkbare functie relevant; de overige inrichting van het bestelproces kan dit gebrek niet herstellen. Voor de reserveringsovereenkomst is wel aan de overige precontractuele informatieplichten voldaan. Greenwheels toont echter niet aan dat zij de consument na het sluiten van de overeenkomst een concrete bestelbevestiging op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt, zodat ook artikel 6:230v lid 7, onder a, BW is geschonden.

De kantonrechter moet aan de informatieschendingen doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige gevolgen verbinden. Met toepassing van het sanctiemodel worden de reserveringsovereenkomst(en) gedeeltelijk vernietigd, in die zin dat de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen met 40% worden verminderd. Voor de abonnementsovereenkomst waren in het eerdere tussenvonnis eveneens informatieschendingen vastgesteld, waaronder een gebrek in de informatie over het herroepingsrecht. De betalingsverplichtingen uit die overeenkomst worden met 60% verminderd. De doorbelaste verkeersboetes en eventuele verhogingen blijven volledig voor rekening van de consument, omdat de consumentenbescherming volgens de kantonrechter niet zo ver strekt dat Greenwheels daarvan een deel moet dragen. Van de gevorderde hoofdsom van € 6.507,05 wordt € 4.518,83 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 februari 2024. De buitengerechtelijke kosten en de gevorderde verschenen rente worden afgewezen; de consument wordt wel in de proceskosten veroordeeld.

de abonnementsovereenkomst

2.11.

De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.

2.12.

De kantonrechter zal op grond van de in het tussenvonnis vastgestelde schendingen de abonnementsovereenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de gedaagde partij die daaruit voortvloeit wordt verminderd met 60%.

Wat is toewijsbaar?

2.13.

Uit productie 3 bij de dagvaarding blijkt dat de hoofdsom van € 6.507,05 voor een bedrag van € 1.561,50 bestaat uit doorbelaste (verhoogde) verkeersboetes. Dat bedrag wordt volledig toegewezen. Verder bestaat de hoofdsom uit een bedrag van € 4.895,55 aan ritkosten, administratiekosten voor bekeuringen en voor aanmaningen en een boete voor het te laat inleveren van de auto en uit een bedrag van € 50,00 aan abonnementskosten. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 4.518,83 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 1.561,50 + € 4.895,55 x 0.6 + € 50,00 x 0.4).

2.14.

De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen (zie r.o. 2.7 van het tussenvonnis van 28 augustus 2024).

2.15.

Ook de vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

Conclusie en proceskosten

2.16.

De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

2.17.

De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis.

De kosten van de aktes blijven voor rekening van de eisende partij, omdat de eisende partij de toelichting op het nakomen van de informatieplichten al bij dagvaarding had moeten geven.