RB
RB 4060
24 juli 2026
Uitspraak

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

 
RB 4059
24 juli 2026
Uitspraak

Pop-up onvoldoende voor B2B-uitzondering op reclameverbod voor e-sigaretten en e-liquids

 
RB 4058
23 juli 2026
Uitspraak

Intrum moet verstrekking ESIC-formulier nader onderbouwen

 
RB 4060

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

Rechtspraak (NL/EU) 16 jul 2026,, RB 4060; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

RB 4059

Pop-up onvoldoende voor B2B-uitzondering op reclameverbod voor e-sigaretten en e-liquids

Rechtspraak (NL/EU) 21 jul 2026,, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister en UEG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/pop-up-onvoldoende-voor-b2b-uitzondering-op-reclameverbod-voor-e-sigaretten-en-e-liquids

CBb 26 mei 2026, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister tegen UEG). UEG Holland, een groothandel in elektronische rookproducten, toont op de homepage van haar website afbeeldingen met merknamen van e-liquids en elektronische sigaretten. Bezoekers krijgen eerst een pop-up te zien waarin zij moeten bevestigen dat zij werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten en ten minste achttien jaar oud zijn. Na het aanklikken van deze verklaring kan iedereen de homepage en de afbeeldingen bekijken; pas wanneer een bezoeker een account wil aanmaken om producten te bestellen, wordt gecontroleerd of deze daadwerkelijk handelaar is. De minister merkt de afbeeldingen aan als reclame en legt UEG wegens overtreding van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet een boete van € 13.500 op. De rechtbank oordeelt dat de uitingen wel reclame zijn, maar onder de B2B-uitzondering van artikel 5 lid 6, onder a, onder 1°, Trw vallen. In hoger beroep erkent UEG dat de afbeeldingen commerciële mededelingen zijn die onder het reclameverbod vallen, waardoor de grondslag aan haar incidentele hoger beroep ontvalt.

RB 4058

Intrum moet verstrekking ESIC-formulier nader onderbouwen

Rechtspraak (NL/EU) 26 mei 2026,, RB 4058; ECLI:NL:GHAMS:2026:1461 (Intrum tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/intrum-moet-verstrekking-esic-formulier-nader-onderbouwen

Hof Amsterdam 26 mei 2026, RB 4058; ECLI:NL:GHAMS:2026:1461 (Intrum tegen [geïntimeerde]). Een kredietgever sluit online met een consument een kredietovereenkomst voor € 50.000, met een looptijd van 120 maanden en een debetrente van 8,7% per jaar. Nadat de consument zijn betalingsverplichtingen niet nakomt, wordt de vordering aan Intrum gecedeerd. Intrum vordert vervolgens € 43.820,95, vermeerderd met rente en kosten. De kantonrechter wijst die vordering af omdat niet is aangetoond dat aan de precontractuele verplichtingen is voldaan en dat de kredietwaardigheid van de consument vóór het sluiten van de overeenkomst is beoordeeld. In hoger beroep legt Intrum onder meer bankafschriften, salarisgegevens, Kadasterinformatie, een inkomensberekening en een gepersonaliseerde kredietwaardigheidstoets over. Het hof acht daarmee voldoende aangetoond dat de oorspronkelijke kredietgever voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een kredietwaardigheidstoets als bedoeld in artikel 4:34 lid 1 Wft heeft uitgevoerd. Uit de algemene voorwaarden blijkt volgens het hof bovendien voldoende dat de consument is geïnformeerd over zijn recht om de op afstand gesloten kredietovereenkomst binnen veertien dagen te ontbinden.

RB 4057

Betalingsverplichtingen Greenwheels verminderd wegens schending informatieplichten

Rechtspraak (NL/EU) 21 jul 2026,, RB 4057; ECLI:NL:RBNHO:2026:7057 (greenwheels tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/betalingsverplichtingen-greenwheels-verminderd-wegens-schending-informatieplichten

Rb. Noord-Holland 3 juni 2026, RB 4057; ECLI:NL:RBNHO:2026:7057 (greenwheels tegen [gedaagde]). In dit verstekgeding vordert Greenwheels betaling van bedragen die voortvloeien uit een abonnementsovereenkomst en een of meer reserveringsovereenkomsten. De kantonrechter toetst ambtshalve of Greenwheels heeft voldaan aan de informatieplichten voor overeenkomsten op afstand. De reservering komt tot stand door op de knop “Reserveer deze auto” te klikken. Omdat de consument bij niet- of niet-tijdige annulering aan de reservering is gebonden en daarvoor moet betalen, is deze knop een bestelknop als bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW. De tekst op de knop maakt echter niet ondubbelzinnig duidelijk dat het aanklikken daarvan een betalingsverplichting meebrengt. Bij die beoordeling is alleen de tekst op de knop of vergelijkbare functie relevant; de overige inrichting van het bestelproces kan dit gebrek niet herstellen. Voor de reserveringsovereenkomst is wel aan de overige precontractuele informatieplichten voldaan. Greenwheels toont echter niet aan dat zij de consument na het sluiten van de overeenkomst een concrete bestelbevestiging op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt, zodat ook artikel 6:230v lid 7, onder a, BW is geschonden.

RB 4061

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

Rechtspraak (NL/EU) 9 jul 2026,, RB 4061; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.

RB 4056

Kredietovereenkomst ambtshalve vernietigd wegens niet-aangetoonde kredietwaardigheidstoets

Rechtspraak (NL/EU) 26 jun 2026,, RB 4056; ECLI:NL:RBROT:2026:7650 (Rabo Direct tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kredietovereenkomst-ambtshalve-vernietigd-wegens-niet-aangetoonde-kredietwaardigheidstoets

Rb. Rotterdam 26 juni 2026, IEF 4056; ECLI:NL:RBROT:2026:7650 (Rabo Direct tegen [gedaagde]). Rabo Direct Financiering sluit met een consument een kredietovereenkomst voor € 50.000. Nadat meerdere termijnbedragen onbetaald blijven, beëindigt Rabo Direct de overeenkomst en vordert zij in deze procedure € 25.000 van het openstaande kredietbedrag. De kantonrechter toetst ambtshalve of Rabo Direct haar precontractuele informatieverplichtingen uit artikel 7:60 BW is nagekomen en vóór het sluiten van de overeenkomst de kredietwaardigheid van de consument heeft beoordeeld overeenkomstig artikel 4:34 Wft. De consument is voldoende geïnformeerd, maar Rabo Direct maakt niet aannemelijk dat zij een kredietwaardigheidstoets heeft uitgevoerd. Zij stelt wel dat een BKR-toets en een leencapaciteitsberekening zijn verricht, maar kan daarvan geen stukken overleggen. De verstrekte bankafschriften en salarisgegevens zijn daarvoor onvoldoende.

RB 4055

IQOS-proefmaand kwalificeert niet als reclame onder de Tabaks- en rookwarenwet

Rechtspraak (NL/EU) 9 jun 2026,, RB 4055; ECLI:NL:CBB:2026:254 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/iqos-proefmaand-kwalificeert-niet-als-reclame-onder-de-tabaks-en-rookwarenwet

CBb 9 juni 2026, RB 4055; ECLI:NL:CBB:2026:254 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Op de website van de tabaksfabrikant wordt een IQOS-apparaat gedurende dertig dagen voor € 9 op proef aangeboden. Na deze proefmaand kan de consument het apparaat retourneren of voor € 49 aanschaffen. De voor het gebruik benodigde tabaksticks zijn niet inbegrepen en moeten afzonderlijk worden gekocht. De minister stelt dat de proefmaand indirect de verkoop van de tabaksticks bevordert, omdat het apparaat uitsluitend daarmee kan worden gebruikt, en legt in twee afzonderlijke zaken een boete van € 450.000 op wegens overtreding van het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet. De rechtbank acht het reclameverbod eveneens overtreden, maar grijpt wel in de hoogte van de boetes in.

RB 4054

ACM-boete Volkswagen herroepen wegens schending ne-bis-in-idembeginsel

Rechtspraak (NL/EU) 2 jun 2026,, RB 4054; ECLI:NL:CBB:2026:227 (Volkswagen tegen ACM), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/acm-boete-volkswagen-herroepen-wegens-schending-ne-bis-in-idembeginsel

CBb 2 juni 2026, RB 4045; ECLI:NL:CBB:2026:227 (Volkswagen tegen ACM). De ACM legt Volkswagen op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming een bestuurlijke boete van € 450.000 op wegens drie gestelde oneerlijke handelspraktijken rond dieselauto’s met de verboden EA 189-manipulatiesoftware. Volgens de ACM handelt Volkswagen in strijd met de vereisten van professionele toewijding door de verboden software te installeren, te gebruiken en te verzwijgen. Daarnaast zou zij consumenten hebben misleid met milieuclaims, zoals “schoner rijden” en “meest milieuvriendelijke en ecologisch verantwoorde dieselversie”, en ten onrechte de indruk hebben gewekt dat de auto’s aan de voorwaarden voor de Europese typegoedkeuring voldeden. De rechtbank Rotterdam laat de boete in stand. Volkswagen stelt in hoger beroep dat zij voor hetzelfde feitencomplex al onherroepelijk is bestraft door het Duitse openbaar ministerie, dat haar een boete van € 1 miljard oplegde: € 5 miljoen als sanctie en € 995 miljoen ter ontneming van het verkregen economische voordeel.

RB 4053

Animatie voor verhitte tabak valt niet onder uitzondering op reclameverbod

Rechtspraak (NL/EU) 9 jun 2026,, RB 4053; ECLI:NL:CBB:2026:253 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/animatie-voor-verhitte-tabak-valt-niet-onder-uitzondering-op-reclameverbod

CBb 9 juni 2026, RB 4053; ECLI:NL:CBB:2026:253 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In een tabaksspeciaalzaak wordt op een lcd-scherm een animatie getoond voor een apparaat waarmee tabak wordt verhit en de daarbij behorende tabaksticks. De animatie bevat onder meer de mededeling “95% minder schadelijke stoffen vergeleken met sigaretten”, toont een vergelijking tussen het verhitte tabaksproduct en een brandende sigaret en vermeldt schadelijke stoffen alleen bij de sigaret. De verplichte gezondheidswaarschuwing “Tabaksproducten zijn dodelijk” ontbreekt in de animatie. Niet in geschil is dat de animatie reclame vormt in de zin van artikel 1 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet en daarom in beginsel onder het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Trw valt. De destijds geldende uitzondering voor reclame in een tabaksspeciaalzaak geldt alleen wanneer aan de voorschriften van de Tabaks- en rookwarenregeling is voldaan, waaronder het verbod om op enige wijze een positief verband met de gezondheid te leggen en de verplichting om reclame voor rookloze tabaksproducten van de voorgeschreven gezondheidswaarschuwing te voorzien.

RB 4052

Aanmelden voor de Mr. S.K. Martens Academie

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl