RB
RB 4012
20 mei 2026
Uitspraak

“Laat je (b)likkuh”: geen strijd met Nederlandse Reclame Code

 
RB 4011
20 mei 2026
Uitspraak

CvB: “één op de vier kreupele melkkoeien” onvoldoende onderbouwd

 
RB 4010
19 mei 2026
Uitspraak

CBb: blokvorming in tabaksschap is reclame, sponsoring niet bewezen

 
RB 4012

“Laat je (b)likkuh”: geen strijd met Nederlandse Reclame Code

toezichthouder 16 apr 2026, RB 4012; 2026/00112 ((klacht tegen Stëlz)), https://reclameboek.nl/artikelen/laat-je-b-likkuh-geen-strijd-met-nederlandse-reclame-code

SRC 16 april 2026, IEF 23567; RB 4012; 2026/00112 (klacht tegen Stëlz). In deze zaak staat een klacht centraal over een billboardposter van Stëlz hard iced tea, waarop een vrouw in carnavalskleding lachend en knipogend een blikje vasthoudt, met daarbij de slogan “laat je (b)likkuh!” en een illustratie van een mond met uitgestoken tong. De poster was geplaatst in de openbare ruimte en voorzien van onder meer de aanduiding “vastelaovend” en het NIX18-logo. Klager stelt dat de slogan een seksueel suggestieve woordspeling vormt op het woord “likken”, die in combinatie met de beeldtaal een expliciete seksuele lading krijgt. Volgens klager leidt dit bovendien tot objectivering van vrouwen, nu de knipogende vrouw onderdeel wordt van deze dubbelzinnige boodschap. Daarbij wordt benadrukt dat de uiting zich in de openbare ruimte bevindt (bushokjes) en daarmee ook zichtbaar is voor minderjarigen. In het licht van de maatschappelijke discussie over seksisme en straatintimidatie acht klager de uiting in strijd met de normen van goede smaak en fatsoen als bedoeld in de Nederlandse Reclame Code. Adverteerder betwist dit en voert aan dat sprake is van een carnavaleske woordspeling waarin het woord “blik” centraal staat, passend binnen een traditie van dubbelzinnige en speelse humor tijdens carnaval. Van een expliciete seksuele boodschap is volgens adverteerder geen sprake. De vrouw wordt neergezet als een zelfverzekerde deelnemer aan een feestelijke setting, zonder dat sprake is van seksuele objectivering of een suggestieve lichaamshouding. Bovendien maakt de uiting deel uit van een bredere campagne waarin zowel mannen als vrouwen voorkomen in een vergelijkbare setting met vergelijkbare humoristische woordspelingen.

RB 4011

CvB: “één op de vier kreupele melkkoeien” onvoldoende onderbouwd

Rechtspraak (NL/EU) 22 apr 2026, RB 4011; 2025/00515 (([klager] tegen Wakker dier)), https://reclameboek.nl/artikelen/cvb-een-op-de-vier-kreupele-melkkoeien-onvoldoende-onderbouwd

CvB 22 april 2026, RB 4011; 2025/00515 ([klager] tegen Wakker dier). In deze zaak tussen een klager en Wakker Dier staat de vraag centraal of een radiocommercial, waarin wordt gesteld dat “één op de vier melkkoeien in Nederland kreupel is en strompelt naar de melkmachine”, misleidend is. De uiting maakt onderdeel uit van de zogenoemde sloopmelkcampagne en beoogt aandacht te vragen voor dierenwelzijn in de melkveehouderij. De klacht richt zich met name op de feitelijke juistheid van het genoemde percentage. Volgens klager is de stelling niet verifieerbaar en strookt deze niet met de praktijk. Wakker Dier voert aan dat de uiting is gebaseerd op een meta-analyse van 53 onderzoeken naar kreupelheid bij melkkoeien in Noordwest-Europa, waaruit een gemiddelde prevalentie van circa 28% volgt. In de commercial is dit percentage naar beneden afgerond naar “één op de vier” (25%) om voorzichtigheid te betrachten. De Reclame Code Commissie plaatst de uiting uitdrukkelijk in de context van een ideële, opiniërende campagne en erkent dat Wakker Dier ruime vrijheid van meningsuiting heeft in het maatschappelijk debat. Die vrijheid neemt echter niet weg dat concrete feitelijke claims de toets aan de Nederlandse Reclame Code moeten doorstaan. De Commissie oordeelt dat uit de meta-analyse niet voldoende duidelijk volgt dat het door Wakker Dier genoemde percentage specifiek voor Nederland geldt. Het onderzoek ziet op 11 landen in Noordwest-Europa en de prevalentie is – met name bij de “conservatieve” definitie van kreupelheid – sterk variabel. De specifieke Nederlandse situatie valt op basis van de publicatie niet goed te beoordelen. Dat Wakker Dier een “veiligheidsmarge” hanteert door van 28% naar 25% (één op vier) te gaan, verandert hier niets aan. De Commissie acht de uiting daarom in strijd met artikel 5 NRC, omdat zij het vertrouwen in reclame schaadt. In beroep bevestigt het College van Beroep dit oordeel. Het College stelt voorop dat Wakker Dier als maatschappelijke organisatie een ruime vrijheid heeft om een mening te verkondigen in het kader van een publiek debat. Die vrijheid wordt echter begrensd wanneer in reclame concrete, cijfermatige feiten worden gepresenteerd: dan moet de juistheid van die feiten tegenover een gemotiveerde betwisting aannemelijk worden gemaakt.

RB 4010

CBb: blokvorming in tabaksschap is reclame, sponsoring niet bewezen

Rechtspraak (NL/EU) 7 apr 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 ((Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris)), https://reclameboek.nl/artikelen/cbb-blokvorming-in-tabaksschap-is-reclame-sponsoring-niet-bewezen

CBb 7 april 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 (Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris). In deze zaak tussen een tabaksfabrikant (Philip Morris) en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of de verkoop en presentatie van tabaksproducten op festivals ’t Strand (2018) en Amsterdam Open Air (2019) in strijd is met het reclame- en sponsoringverbod uit de Tabaks- en rookwarenwet (met name het in artikel 5 Tabaks- en rookwarenwet neergelegde verbod op reclame en sponsoring), en of de opgelegde boetes in stand kunnen blijven. De tabaksfabrikant exploiteerde op beide festivals een tabakskiosk, waarbij zij overeenkomsten had gesloten met de organisatoren en met een derde partij voor de exploitatie van de verkoopunits en het personeel. Uit inspecties van de NVWA volgt dat de producten in de kiosken op een specifieke wijze werden gepresenteerd: er was sprake van meerdere identieke verpakkingen per merkvariant (zogeheten “facings”), waardoor visuele blokken ontstonden, en bepaalde schappen (zoals bij Heets-tabaksticks) dienden niet als voorraad maar enkel als zichtpresentatie. Daarnaast werd op ’t Strand alleen vanuit de bovenste rij verkocht, terwijl de overige schappen zichtbaar bleven voor het publiek. De staatssecretaris legde boetes op wegens overtreding van zowel het reclame- als het sponsoringverbod. Volgens hem ging de presentatie verder dan een toegestane neutrale uitstalling en betaalde de fabrikant bovendien vergoedingen aan festivalorganisatoren die niet in verhouding stonden tot de opbrengsten, zodat sprake was van sponsoring. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat sprake is van overtreding van het reclameverbod.

RB 3958

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

RB 4009

Rb Den Haag: de term “glasvezel-kabel(netwerk)’ in de zaak tussen KPN en Ziggo is niet misleidend

Rechtspraak (NL/EU) 15 apr 2026, RB 4009; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 ((KPN tegen Ziggo)), https://reclameboek.nl/artikelen/rb-den-haag-de-term-glasvezel-kabel-netwerk-in-de-zaak-tussen-kpn-en-ziggo-is-niet-misleidend

Rb. Den Haag 15 april 2026, RB 4009; IT5270; ECLI:NL:RBDHA:2026:8997 (KPN tegen Ziggo). In deze procedure bij de Rechtbank Den Haag staat de vraag centraal of de wijze waarop Ziggo haar netwerk aanduidt als “glasvezel‑kabel(netwerk)” en haar diensten promoot, misleidend is in de zin van de regels inzake oneerlijke handelspraktijken en vergelijkende reclame. KPN stelt dat Ziggo ten onrechte de indruk wekt dat sprake is van een volledig glasvezelnetwerk en dat consumenten daardoor worden misleid bij de keuze voor een internetabonnement. Daarnaast verwijt KPN Ziggo dat zij haar netwerk en diensten op onjuiste wijze vergelijkt met die van KPN. De rechtbank wijst de vorderingen van KPN af. Zij stelt voorop dat de beoordeling van misleiding plaatsvindt vanuit het perspectief van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument. Tegen die achtergrond oordeelt de rechtbank dat de aanduiding “glasvezel‑kabel(netwerk)” op zichzelf niet misleidend is. Van belang is dat Ziggo in haar communicatie duidelijk maakt dat het gaat om een hybride netwerk, waarbij glasvezel wordt gecombineerd met een kabelverbinding tot aan de woning. De enkele omstandigheid dat KPN een volledig glasvezelnetwerk aanbiedt, betekent niet dat Ziggo deze terminologie niet mag gebruiken. Ook de door KPN bestreden 97%-claim van Ziggo, inhoudende dat 97% van het internetsignaal via glasvezel en 3% via coax loopt, houdt stand.

RB 4008

Raad van State: hyperlinks naar fysieke vestigingen op gokwebsite kwalificeren als reclame

Rechtspraak (NL/EU) 22 apr 2026, RB 4008; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa), https://reclameboek.nl/artikelen/raad-van-state-hyperlinks-naar-fysieke-vestigingen-op-gokwebsite-kwalificeren-als-reclame

Raad van State 22 april 2026, RB 4008; IT 5266; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de Kansspelautoriteit (Ksa) Holland Casino terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens verboden reclame-uitingen op haar online kansspelinterface. Centraal stond de vraag of hyperlinks naar fysieke vestigingen en restaurants van Holland Casino op de website voor online kansspelen kwalificeren als “wervings- en reclameactiviteiten” in de zin van het Besluit kansspelen op afstand (Bkoa). Holland Casino beschikte sinds 1 oktober 2021 naast vergunningen voor fysieke casino’s ook over een vergunning voor online kansspelen. Op de online kansspelwebsite stonden navigatieknoppen met onder meer de teksten “vestigingen” en “restaurants”. Via deze hyperlinks konden bezoekers doorklikken naar pagina’s over de fysieke casino’s en horeca-activiteiten van Holland Casino. Volgens de Ksa was dit in strijd met artikel 4.2 lid 5 Bkoa, dat bepaalt dat op de kansspelinterface geen reclame mag worden gemaakt voor andere goederen of diensten dan de vergunde online kansspelen. Daarom legde de Ksa een last onder dwangsom van maximaal €25.000 op.

RB 4007

Uitspraak ingezonden door Sophie Wiegant en Thera Adam‑van Straaten, Eversheds Sutherland.

Vordering tot verbod en rectificatie van uitingen over IVD MammaPrint afgewezen

Rechtspraak (NL/EU) 24 apr 2026, RB 4007; C/13/785453 ((Agendia tegen Exact Sciences c.s.)), https://reclameboek.nl/artikelen/vordering-tot-verbod-en-rectificatie-van-uitingen-over-ivd-mammaprint-afgewezen

Rb. Amsterdam 24 april 2026, IEF 23530; RB 4007; C/13/785453 (Agendia tegen Exact Sciences c.s.). Exact Sciences, een dochtervennootschap van Genomic Health (tezamen: Exact Sciences c.s.), biedt een in vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt een IVD aan onder de naam MammaPrint. Beide testen ondersteunen de besluitvorming over het al dan niet ondergaan van chemotherapie bij borstkanker. Exact Sciences c.s. vorderde bij dagvaarding van 20 november 2025 in kort geding een verbod op en rectificatie van uitingen van Agendia over MammaPrint wegens vermeend misleidende (vergelijkende) reclame in de zin van Verordening (EU) 2017/746 en de artikelen 6:194 en 6:194a BW. Bij vonnis van 17 december 2025 werden deze vorderingen afgewezen. Onder meer omdat het kort geding zich niet leent voor het beslechten van een wetenschappelijke discussie en spoedeisend belang ontbrak. In een opvolgend kort geding stelde Agendia dat Exact Sciences c.s. in die eerdere procedure zelf onrechtmatige uitlatingen over MammaPrint had gedaan, onder meer door te suggereren dat MammaPrint een risico voor de volksgezondheid zou vormen en dat Oncotype DX aantoonbaar beter presteert dan MammaPrint zonder afdoende wetenschappelijk bewijs.

RB 4006

Dropshipping via Bol.com: betaling terecht opgeschort na verkoop van mogelijke namaakproducten

Rechtspraak (NL/EU) 15 apr 2026, RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://reclameboek.nl/artikelen/dropshipping-via-bol-com-betaling-terecht-opgeschort-na-verkoop-van-mogelijke-namaakproducten

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23529; RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen partijen die samen via een Bol.com-account producten verkochten op basis van een dropshipping-constructie. Partijen waren overeengekomen dat 20% van de winst aan de accounthouder ([gedaagde]) toekwam en 80% aan [eiseres]. [eiseres] vordert uitbetaling van haar winstdeel van ruim €6.000. De kantonrechter wijst de vordering af. Hoewel [gedaagde] erkent dat hij in beginsel een deel van de opbrengst moet afdragen, mocht hij de betaling opschorten.

RB 4005

Talpa moet [verweerster] blijven betalen, maar exclusiviteit blijft gelden

Rechtspraak (NL/EU) 9 apr 2026, RB 4005; ECLI:NL:RBAMS:2026:3561 ([verweerster] tegen Talpa TV), https://reclameboek.nl/artikelen/talpa-moet-verweerster-blijven-betalen-maar-exclusiviteit-blijft-gelden

Rb. Amsterdam 5 maart 2026, RB 4005; ECLI:NL:RBAMS:2026:3561 ([verweerster] tegen Talpa TV). In dit kort geding staat een geschil centraal tussen een influencer, [verweerster] en Talpa TV over een overeenkomst voor de ontwikkeling en presentatie van een zogenoemd “juice”-programma. Talpa had de samenwerking feitelijk stopgezet en de maandelijkse vergoeding niet langer betaald. De influencer vorderde doorbetaling van het overeengekomen bedrag.