RCC: duurzaamheidsclaims Blooming Good over kunstbloemen in strijd met CDR
RCC 28 mei 2026, RB 4138; 2026/00204 (klager tegen Blooming Good). De Reclame Code Commissie beoordeelt drie duurzaamheidsclaims waarmee Blooming Good haar kunstbloemen op haar website aanprijst. De mededeling dat men met Blooming Good “de duurzaamste keuze in Nederland op zowel vers- als kunstbloemen gebied” maakt, is een duurzaamheidsclaim in de zin van art. 1 CDR. Op grond van art. 4 CDR moeten duurzaamheidsclaims aantoonbaar juist zijn en rust de bewijslast daarvan op de adverteerder. Naarmate een claim absoluter is geformuleerd, worden zwaardere eisen aan het bewijs gesteld. Volgens de Commissie wekt de claim bij de gemiddelde consument de indruk dat de kunstbloemen van Blooming Good duurzamer zijn dan alle andere soorten bloemen. Blooming Good heeft dat niet aangetoond en geen toereikend bewijs geleverd voor de absoluut geformuleerde duurzaamheidsclaim. De uiting is daarom in strijd met art. 4 CDR. Dat Blooming Good heeft meegedeeld de tekst te zullen wijzigen in “een duurzame keuze”, is voor de Commissie onvoldoende reden om een aanbeveling achterwege te laten.
Boetes onveilige mosselen en te late melding bij NVWA terecht opgelegd
Rb. Rotterdam 4 maart 2026, RB 4140; LS&R 2466; ECLI:NL:RBROT:2026:2080 ([eiseres] tegen de staatssecretaris van VWS). In deze zaak tussen [eiseres] en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of partijen mosselen die waren besmet met salmonella respectievelijk een te hoog gehalte aan Azaspiracide (AZP), al als levensmiddelen in de handel waren gebracht en of [eiseres] daarvan onverwijld melding had moeten doen bij de NVWA. Aan [eiseres] waren in totaal drie bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Warenwet. [eiseres] stelde dat de mosselen nog geen levensmiddelen waren, omdat vóór verkoop nog stappen zoals zuivering, verwatering, reiniging, verpakking en etikettering moesten plaatsvinden. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Mosselen worden levend aan consumenten verkocht en moeten in beginsel direct na het opvissen aan de geldende eisen voldoen. Zuivering en verwatering zijn volgens de rechtbank bovendien geen noodzakelijke productiestappen en brengen geen ingrijpende wijziging van het product mee. De mosselen moeten daarom al in een vroeg stadium van het productieproces als levensmiddel worden aangemerkt.
Artikel geschreven door Joost Becker en Dieuwertje Bouchier, Dirkzwager.
De EmpCo-Richtlijn: wat verandert er per 27 september 2026 omtrent duurzaamheidsclaims?
Joost Becker en Dieuwertje Bouchier, 25 augustus 2026.
De ‘Empowering Consumers for the Green Transition Directive’ (de ‘EmpCo-Richtlijn’) introduceert strengere regels voor duurzaamheidsclaims. Wat betekent dit voor uw onderneming? Wij zetten de belangrijkste veranderingen en aandachtspunten op een rij.
Drogist.nl misleidt met aanduiding ‘100% pure Tea Tree olie’
RCC 1 september 2026, RB 4137; 2026/00470 (klager tegen Drogist.nl). Op de productpagina van Drogist.nl wordt “Tea Tree Pure Oil 10 ML” onder meer aangeduid als “100% pure Tea Tree olie”. Klager stelt dat deze informatie misleidend is, omdat uit het etiket van het geleverde product blijkt dat het niet uitsluitend uit tea tree olie bestaat. Drogist.nl erkent dat de productinformatie ten tijde van de klacht niet overeenkwam met de samenstelling van het daadwerkelijk geleverde product. Volgens de adverteerder was de samenstelling door de fabrikant gewijzigd, waarna Drogist.nl de productinformatie en afbeeldingen op de website heeft aangepast.
KLM-aanbod voor upgrade met Miles door technische fout niet boekbaar
RCC 10 augustus 2026, RB 4139; 2026/00219 (Klager tegen KLM). In deze zaak staat de vraag centraal of KLM in strijd met de Nederlandse Reclame Code handelt wanneer een op zichzelf juist aanbod door een technische fout niet kan worden geboekt. Op de website van KLM werd een upgrade naar businessclass aangeboden voor 110.000 Flying Blue Miles. Klager probeerde hiervan gebruik te maken, maar kon de upgrade vanwege een technisch probleem niet boeken. Uiteindelijk lukte dit op de luchthaven wel, maar tegen een hoger tarief van 157.400 Miles. KLM stelde dat geen sprake was van misleidende reclame, omdat de inhoud van het aanbod juist was en uitsluitend bij de technische verwerking een probleem was ontstaan. Volgens KLM maakte een grote groep passagiers wel succesvol gebruik van vergelijkbare aanbiedingen en ging het niet om een structureel onjuist aanbod.
Plein.nl maakt laagsteprijsgarantie ‘Nergens goedkoper’ onvoldoende waar
RCC 1 september 2026, RB 4136; 2026/00213 (klager tegen Plein.nl). Plein.nl biedt Oral-B Pro Cross Action-opzetborstels aan voor € 27,99 en adverteert daarbij met de claim “Nergens goedkoper! Zelfde product ergens anders vandaag goedkoper? Wij betalen het verschil terug!”. Klager stelt dat dezelfde opzetborstels bij ten minste twee andere aanbieders goedkoper verkrijgbaar zijn. Plein.nl beroept zich op de voorwaarden van haar laagsteprijsgarantie, waaronder de eisen dat het exact hetzelfde product betreft, het direct leverbaar is en de vergelijking rekening houdt met btw en eventuele verzendkosten. De voorzitter stelt vast dat klager twee goedkopere aanbiedingen heeft aangetoond, van € 26,32 inclusief verzendkosten respectievelijk € 27,55 zonder verzendkosten. Plein.nl heeft dit niet betwist en evenmin is gesteld of gebleken dat deze aanbiedingen onder een uitzondering van de actievoorwaarden vallen. De vraag of de uitzonderingen in de voorwaarden redelijk zijn, laat de voorzitter buiten beschouwing, omdat daarover pas bij repliek is geklaagd en geen toestemming is gegeven voor uitbreiding van de klacht overeenkomstig artikel 6 lid 9 van het Reglement RCC en CvB.
Escortreclame langs openbare weg niet in strijd met goede smaak en fatsoen
RCC 4 september 2026, RB 4134; 2026/00425 (klager tegen Explicit4U.nl). In deze zaak staat een reclame-uiting van escortbureau Explicit4U.nl op een billboard langs de openbare weg centraal. Op de uiting staan onder meer de woorden “Escort” en “Leuke dames welkom!” en is een vrouw in een negligé te zien die op een bed ligt. Volgens klager is sprake van een seksueel getinte uiting die zonder filtering of waarschuwing zichtbaar is voor alle passanten, waaronder minderjarigen, terwijl voorbijgangers zich in de openbare ruimte niet aan de confrontatie ermee kunnen onttrekken. Klager acht de uiting daarom in strijd met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 NRC. De Commissie stelt voorop dat zij bij de beoordeling van deze subjectieve norm terughoudendheid betracht. Daarbij beoordeelt zij of de uiting naar de huidige maatschappelijke opvattingen de grens van het toelaatbare overschrijdt en houdt zij rekening met de wijze waarop de uiting is geopenbaard en het effect daarvan op het publiek. Bij reclame waaraan het publiek zich niet kan onttrekken, kan die grens eerder worden bereikt.
Vanafprijs Santos Boats misleidend door hogere prijs bij minimale huurduur en ontbrekende borg
RCC 2 september 2026, RB 4135; 2026/00506 (klager tegen Santos Boats). Santos Boats vermeldt op een flyer voor de verhuur van elektrische boten: “minimale huur twee uur, prijzen vanaf € 37,50 per uur”. Volgens klager is deze prijsvermelding misleidend, omdat tijdens het reserveringsproces blijkt dat een boot voor twee uur € 120 kost en daarnaast een borgsom van € 150 moet worden betaald. Santos Boats voert aan dat het tarief van € 37,50 per uur daadwerkelijk geldt wanneer een boot voor acht uur wordt gehuurd en dat de uurprijs afneemt naarmate de huurduur langer is. De borg van € 150 staat volgens Santos Boats los van de huurprijs en wordt na afloop terugbetaald wanneer de boot volgens de voorwaarden wordt ingeleverd.
Burger King-reclame voor Eurovlammer niet misleidend over formaat hamburger
Rabo Free-commercial met € 75-beloning niet maatschappelijk onverantwoord
RCC 17 september 2026, RB 4132; 2026/00501 (klager tegen Rabobank). In een televisiecommercial prijst Rabobank Rabo Free aan, een gratis betaalrekening voor 18- tot 28-jarigen waarbij men bij het openen van de rekening eenmalig € 75 ontvangt. In de commercial is onder meer een jonge vrouw te zien die de kleding van een etalagepop draagt. Volgens klager maakt de campagne gebruik van een aantrekkelijke leefwereld met onder meer kleding, uitgaan en andere activiteiten en wordt het financiële product daar samen met de financiële beloning aan gekoppeld. Klager acht deze combinatie maatschappelijk zorgelijk en onvoldoende terughoudend. De voorzitter vat de klacht op als een beroep op artikel 3 NRC, op grond waarvan reclame niet strijdig mag zijn met het algemeen belang, de openbare orde of de goede zeden. Bij de beoordeling van deze criteria stelt de voorzitter zich vanwege het subjectieve karakter daarvan terughoudend op en houdt hij tevens rekening met de vrijheid van meningsuiting van de adverteerder.














