Uitspraak ingezonden door Victor den Hollander, De Vos & Partners.
Athena hoeft WhatsAppreclame niet te rectificeren: onvoldoende bewijs voor misleidende handelspraktijken
Rb. Amsterdam 15 oktober 2026, IEF 23958; RB 4176; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft de vorderingen van Lawbooks tegen AthenaStudies wegens vermeende misleidende handelspraktijken via WhatsAppgroepen afgewezen. Beide ondernemingen bieden commerciële studieondersteuning aan en maken voor hun marketing gebruik van WhatsAppgroepen voor studenten. Volgens Lawbooks maakt Athena gebruik van verhulde reclame, gefingeerde studentenprofielen en gescripte gesprekken waarin haar eigen diensten worden aangeprezen en die van Lawbooks in een negatief daglicht worden gesteld. De Reclame Code Commissie had AthenaStudies in 2024 al aangesproken op misleidende reclame via WhatsAppgroepen.
Kunnen AI-agents aansprakelijk zijn?
De afgelopen tijd was in het nieuws dat AI agents kunnen 'samenzweren' tegen hun makers. Vooral nu steeds vaker gebruik wordt gemaakt van AI agents is het van belang om de risico's hiervan te onderzoeken. Tijdens het Nationaal AI & Data congres gaan we in op hoe die AI agents overeenkomsten kunnen sluiten en wat er gebeurt als ze iets doen dat de gebruiker ervan niet wilde. Tycho de Graaf (Universiteit Leiden) bespreekt de laatste ontwikkelingen.
Tijdens het congres zijn ook Menno Weij, Astrid Sixma, Eliëtte Vaal, Ot van Daalen, Elgar Weijtmans, Marc Boom en Peter Backx aanwezig.
Webwinkel moet koopsommen terugbetalen wegens misleidende consumentenreviews en schending informatieplichten
Rb. Noord-Holland 1 oktober 2025, RB 4164; ECLI:NL:RBNHO:2025:11343 ([eiser 1] c.s. tegen [gedaagde]). Elf consumenten hebben een procedure aangespannen tegen de voormalige eigenaar van een webwinkel wegens misleidende consumentenbeoordelingen en schending van wettelijke informatieverplichtingen. Op de productpagina's van de webwinkel werd een Trustpilot-beoordeling van 4,5 sterren op basis van 733 reviews getoond, terwijl volgens de gegevens van Trustpilot 94% van de beoordelingen één ster gaf. Daarnaast werden positieve beoordelingen als recent en geverifieerd gepresenteerd, terwijl dezelfde beoordelingen al maanden eerder op de website stonden. Volgens de consumenten waren deze beoordelingen misleidend en had de webwinkelier onvoldoende informatie verstrekt over onder meer het herroepingsrecht, de retourkosten en zijn identiteit en contactgegevens. Zij stellen dat zij de producten zonder deze handelspraktijken niet zouden hebben gekocht en vorderen daarom vernietiging van de koopovereenkomsten en terugbetaling van de betaalde koopsommen. De webwinkelier betwist dat sprake was van misleiding en voert aan dat de beoordelingen afkomstig waren van daadwerkelijke klanten en dat de afwijkende scores door een technische storing werden veroorzaakt.
Aannemer handelt onrechtmatig door consumenten niet te informeren over extra kosten zwaardere elektriciteitsaansluiting
Rb. Rotterdam 24 juli 2026, RB 4163; ECLI:NL:RBROT:2026:10512 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten hebben een aannemer aansprakelijk gesteld omdat deze bij de bouw van hun nieuwbouwwoning in 2019 zonder hen daarover te informeren een zwaardere elektriciteitsaansluiting van 3x35 ampère heeft laten realiseren in plaats van de gebruikelijke aansluiting van 3x25 ampère. Volgens de aannemer was de zwaardere aansluiting noodzakelijk vanwege de door de consumenten gewenste warmtepomp en zonnepanelen. De consumenten stellen echter dat zij niet zijn geïnformeerd over de noodzaak van deze aansluiting en de daarmee gepaard gaande hogere aansluit- en netbeheerderskosten. Pas in augustus 2024 ontdekten zij dat de hogere kosten werden veroorzaakt door de zwaardere aansluiting. Zij stellen dat de aannemer zijn informatieverplichtingen heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De consumenten vorderen een verklaring voor recht en € 6.367,54 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten.
Binnenkort verkrijgbaar: Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht – Marjolein Bronneman
Binnenkort verschijnt bij uitgeverij deLex het boek Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht – Een onderzoek naar de rechten van de merkhouder van Marjolein Bronneman. In dit proefschrift onderzoekt Bronneman hoe het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) de rechten van de merkhouder heeft gevormd en verder ontwikkeld, en hoe de door het Hof ontwikkelde normen zich verhouden tot het wettelijke systeem van het Europese merkenrecht.
Het boek biedt inzicht in de rechtsvormende rol van het HvJ en behandelt onder meer de functieleer, de door het Hof ontwikkelde rechten van de merkhouder en de beperkingen daarop. Daarnaast komen actuele vraagstukken aan bod, zoals de mogelijkheden voor merkhouders om op te treden tegen de verhandeling van refurbished en upcycled merkproducten. Bronneman laat zien waar de rechtspraak en het wettelijke systeem met elkaar wringen en doet concrete voorstellen voor een begrijpelijker, evenwichtiger en toekomstbestendiger Europees merkenrecht. Daarmee biedt het boek zowel een analyse van de rechtspraak als praktische aanknopingspunten voor iedereen die zich met het merkenrecht bezighoudt.
Binnenkort verkrijgbaar bij uitgeverij deLex.
Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans.
Gluggle Jug visvaas niet beschermd door slaafse nabootsing en merkenrecht, merk ‘Gluggle Jug’ wel geldig
Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23825; RB 4162; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA). De rechtbank oordeelt dat het Uniewoordmerk GLUGGLE JUG geldig is, maar slechts een beperkt onderscheidend vermogen heeft. Jug is beschrijvend voor kannen en vazen en gluggle heeft geen zelfstandige betekenis in het Engels, maar is wel afgeleid van het klanknabootsende woord glug, dat verwijst naar het gorgelende geluid dat bij het schenken van vloeistof ontstaat. Het merk is daarom niet uitsluitend beschrijvend en kan de commerciële herkomst van de waren aanduiden. Ook is onvoldoende aangetoond dat gluggle jug door toedoen of nalaten van de merkhouder in de Europese Unie tot soortnaam voor visvazen is verworden, zodat zowel de vordering tot nietigverklaring als die tot vervallenverklaring van het Uniemerk wordt afgewezen. Het gebruik van The Bubble Jug/Bubble Jug voor visvazen levert geen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Hoewel de tekens visueel en auditief in geringe mate overeenstemmen en voor identieke waren worden gebruikt, bestaat volgens de rechtbank geen verwarringsgevaar, mede gelet op het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek en het geringe onderscheidend vermogen van GLUGGLE JUG. Het beroep van ITA op de neutralisatieleer wordt verworpen, omdat geen sprake is van een duidelijke en vaste begripsmatige betekenis die de visuele en auditieve overeenstemming neutraliseert. Wel levert het gebruik van #glugglejug voor visvazen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo op. Ook het gebruik van gluggle en van gluggling, glug en/of glugging in combinatie met jug levert wegens de grote mate van overeenstemming en het daardoor ontstane verwarringsgevaar merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Gebruik van gluggling, glug en glugging zonder jug levert daarentegen geen merkinbreuk op.
RCC: weergave van samengevoegde productreviews op Bol.com is misleidend
RCC 7 september 2026, RB 4159; 2026/00379 (Klager tegen Bol.com). De Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over de wijze waarop Bol.com beoordelingen van verschillende soorten oordopjes op haar website weergeeft. Op een overzichtspagina worden bij afzonderlijke producten, waaronder verschillende modellen van DunRock, dezelfde gemiddelde beoordeling van 4,5 sterren en hetzelfde aantal van 1.057 reviews getoond. Volgens de klager is dit misleidend, omdat de beoordelingen niet uitsluitend betrekking hebben op het specifieke product, maar ook op andere producten binnen dezelfde productfamilie. Bol.com voert aan dat consumentenreviews geen zelfstandige reclame-uitingen zijn en dat het samenvoegen van reviews van nagenoeg identieke producten consumenten juist helpt een vollediger beeld te krijgen. De Commissie oordeelt echter dat de overzichtspagina als geheel een uitnodiging tot aankoop vormt en daarmee reclame is in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De gemiddelde consument zal volgens de Commissie aannemen dat de weergegeven sterrenbeoordeling en het aantal reviews uitsluitend betrekking hebben op het product waarbij deze worden vermeld, terwijl daarin ook beoordelingen van andere producten zijn meegenomen.
RCC: commerciële inhoud in servicemail van Praxis in strijd met Code reclame via e-mail
RCC 9 september 2026, RB 4161; 2026/00414 (Klager tegen Praxis). De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over een e-mail van Praxis die was verzonden nadat klanten door een technische update onbedoeld waren uitgelogd uit hun account. Volgens de klager bevatte de e-mail reclame, terwijl hij zich had afgemeld voor het ontvangen van commerciële berichten. Praxis voert aan dat het om een servicebericht ging dat uitsluitend bedoeld was om klanten te informeren over de technische storing en hen te helpen opnieuw in te loggen. Uit onderzoek van Praxis bleek dat bepaalde voorkeuren voor persoonlijke aanbiedingen en verjaardagscommunicatie in het account van de klager als actief stonden geregistreerd, maar dat tegelijkertijd een algemene afmelding voor marketingcommunicatie (master opt-out) van kracht was. Volgens Praxis was deze afmelding gerespecteerd, omdat de verzonden e-mail geen reclame zou bevatten. De voorzitter stelt vast dat de klager zich daadwerkelijk had afgemeld voor reclame via e-mail en beoordeelt vervolgens of het bericht onder de Code reclame via e-mail 2025 (Code e-mail) valt.
Geld-terug-garantie bij BKR-verwijdering leidt tot oneerlijke handelspraktijk bij weigering terugbetaling
Rb. Amsterdam 22 september 2026, IT 4158; ECLI:NL:RBAMS:2026:9609 ([eiser] tegen gedaagden). De rechtbank oordeelt dat een onderneming die adverteert met een 100%-geld-terug-garantie voor het verwijderen van negatieve BKR-registraties, maar weigert terug te betalen wanneer het beoogde resultaat uitblijft, een oneerlijke handelspraktijk verricht. Een consument had in totaal € 6.406 betaald voor dienstverlening gericht op het verwijderen van zijn BKR-registratie. Ondanks de verrichte werkzaamheden en de betrokkenheid van een advocaat werd de registratie niet verwijderd. De onderneming weigerde vervolgens het betaalde bedrag terug te betalen en beriep zich op een bepaling in de overeenkomst waarin stond dat slechts sprake was van een inspanningsverplichting en geen garantie op resultaat kon worden gegeven. Volgens de kantonrechter kan een onderneming die klanten aantrekt met een expliciete en ongeclausuleerde geld-terug-garantie, zich niet achteraf beroepen op een andersluidende bepaling in de overeenkomst.
RCC: reclame van bunq met spaarrente van 3,01% niet misleidend
RCC 7 september 2026, RB 4160; 2026/00444 (Klager tegen bunq). De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over een televisiecommercial van bunq waarin een spaarrente van maximaal 3,01% per jaar wordt aangeprezen, die wekelijks wordt uitbetaald. Volgens de klager is de commercial misleidend, omdat consumenten die zich na 1 juli 2026 aanmelden in werkelijkheid slechts de basisrente van 1,51% zouden ontvangen. De bonusrente van 3,01% zou volgens hem pas beschikbaar zijn na het volgende meetmoment op 1 januari 2027. Bunq betwist dit en stelt dat nieuwe spaarders direct vanaf het openen van hun spaarrekening de bonusrente van 3,01% over hun volledige spaarsaldo ontvangen. De bonusrente geldt totdat de eerste zogenoemde thresholdberekening plaatsvindt. Daarbij wordt tweemaal per jaar, op 1 januari en 1 juli, een drempel vastgesteld op basis van het hoogste spaarsaldo in de voorafgaande zes maanden. Over het spaarsaldo tot deze drempel geldt de basisrente en over het bedrag daarboven de bonusrente.















