RB
RB 3958
23 april 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
RB 4002
22 april 2026
Uitspraak

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

 
RB 4003
21 april 2026
Uitspraak

Uitlatingen over brandveiligheid van isolatiemateriaal deels ongeoorloofd en misleidend

 
RB 3958

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

RB 4002

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

Rechtspraak (NL/EU) 8 mei 2025, RB 4002; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://reclameboek.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.

RB 4003

Uitlatingen over brandveiligheid van isolatiemateriaal deels ongeoorloofd en misleidend

Rechtspraak (NL/EU) 5 okt 2022, RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan), https://reclameboek.nl/artikelen/uitlatingen-over-brandveiligheid-van-isolatiemateriaal-deels-ongeoorloofd-en-misleidend

Rb. Gelderland 5 oktober 2022, IEF 23491; RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan). De rechtbank beoordeelt een wederzijds geschil tussen Rockwool en Kingspan over uitlatingen over de brandveiligheid van steenwol- en kunststofisolatie in de nasleep van de brand in de Grenfell Tower. De rechtbank zet eerst uiteen dat voor misleidende reclame (art. 6:194 BW) en ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW) onder meer vereist is dat sprake is van een openbaar gemaakte mededeling die de relevante doelgroep kan misleiden en haar economisch gedrag kan beïnvloeden; maatgevend is daarbij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone beroeps- of bedrijfsbeoefenaar, hier vooral aannemers en architecten. In conventie krijgt Rockwool slechts gedeeltelijk gelijk, en wel alleen tegenover Kingspan Insulation B.V.. De rechtbank oordeelt dat de website-uiting van Kingspan Insulation dat het classificeren van een materiaal als onbrandbaar niet betekent dat het materiaal niet brandt, kwalificeert als ongeoorloofde vergelijkende reclame, omdat daarin impliciet naar steenwolproducten van Rockwool wordt verwezen en de formulering, zonder voldoende nuancering, misleidend is. Hetzelfde geldt voor de uitlatingen tijdens de NEN Studiedagen, voor zover daarin werd gesteld dat een combinatie van A1-isolatiemateriaal en A2-gevelbekleding een brandtest had gefaald zonder dat daaraan onderling identieke en objectief vergelijkbare brandtests ten grondslag lagen. De overige verwijten van Rockwool slagen niet: de tweede website-uiting kon niet aan de gedagvaarde Kingspan-vennootschappen worden toegerekend omdat zij afkomstig was van Kingspan Unidek, de Position Paper werd niet misleidend geacht omdat daarin feitelijk en op basis van objectief vergelijkbare DCLG-tests werd gerapporteerd, de bedrijfsfilm werd niet aan de gedagvaarde Kingspan-entiteiten toegerekend, en voor het gevorderde algemene gebod om op verzoek feitelijke onderbouwing van toekomstige uitingen te verstrekken biedt art. 6:195 lid 1 BW jo. art. 3:296 BW volgens de rechtbank geen grondslag. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat Kingspan Insulation onrechtmatig heeft gehandeld, verbiedt die specifieke uitingen, wijst een dwangsom toe en kent schadevergoeding op te maken bij staat toe; de gevorderde rectificatie wordt afgewezen. Kingspan Insulation wordt in conventie veroordeeld in de proceskosten van € 1.906,10.

RB 4000

CBb schrapt deel van boete tabaksfabrikant

reclameboek 7 apr 2026, RB 4000; ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://reclameboek.nl/artikelen/cbb-schrapt-deel-van-boete-tabaksfabrikant

CBb 7 april 2026, RB4000, ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). De tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen van 2019 op de festivals Pinkpop en het Defqon.1 tabaksproducten in speciaal daarvoor bestemde tabaksverkooppunten. De tabaksfabrikant had samenwerkingsovereenkomsten met de organisatoren van Pinkpop en Defqon.1 gesloten en betaalde daarvoor vergoedingen voor het verkooprecht. Na inspecties van de NVWA werden er twee boetes opgelegd. Met boetebesluit I heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van € 45.000 wegens overtreding van het sponsoringsverbod van artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Volgens de staatssecretaris blijkt dit uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Met boetebesluit II heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van in totaal € 90.000 wegens overtreding van het reclame- en sponsoringsverbod (art. 5 lid 1 Trw). Volgens de staatssecretaris was er sprake van reclame omdat de presentatie van de producten verder ging dan nodig was. Dit bleek uit de opvallende plek die de producten van de tabaksfabrikant in het schap kregen en uit het feit dat dezelfde producten van deze fabrikant op meerdere plekken in het schap stonden. Daardoor ontstond een aaneengesloten blok van producten van de tabaksfabrikant, waarvoor geen andere reden bestond dan het extra onder de aandacht brengen en verkopen van deze producten. Dat sprake was van sponsoring bleek volgens de staatssecretaris uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Deze vergoeding stond niet in verhouding tot de totale omzet die hij daar kon behalen.

RB 4001

Bedrijfskleuren geen openbare aankondiging

Rechtspraak (NL/EU) 26 feb 2026, RB 4001; ECLI:NL:RBNHO:2026:2098 (([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus)), https://reclameboek.nl/artikelen/bedrijfskleuren-geen-openbare-aankondiging

Rb. Noord-Holland 26 februari 2026, RB4001, ECLI:RBNHO:2026:2098 ([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus). In deze zaak oordeelt de Rechtbank Noord-Holland over een aanslag reclamebelasting wegens de uitstraling van een bedrijfspand. De [belanghebbende] exploiteert een bedrijf in één pand, waarvan de gevels blauw zijn en de raam- en deurkozijnen, garagedeuren en dakranden geel. Daarnaast is de handelsnaam van het bedrijf in rechtopstaande letters boven op het dak aangebracht en hangen op de gevel twee borden met de handelsnaam en op één daarvan een afbeelding. De gemeente heft reclamebelasting op grond van de Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024 ter zake van “openbare aankondigingen” (waaronder ook kleuren) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In deze zaak staat centraal of de kleuren van het bedrijfspand (blauw en geel) kwalificeren als een openbare aankondiging in de zin van de verordening en artikel 227 Gemeentewet. Daarnaast waren ook de verbindendheid van de verordening, de oppervlaktebepaling en de vraag of is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in geschil. De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van deze punten, omdat de zaak reeds wordt beslist op het punt of sprake is van een openbare aankondiging (r.o. 15). De rechtbank sluit aan bij de omschrijving van ‘openbare aankondiging’ in de Verordening en bij jurisprudentie dat hieronder moet worden verstaan: tot het publiek gerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken (vgl. Gerechtshof Amsterdam 9 januari 2014 en HR 30 maart 2007).

RB 3999

Gebrekkige bestelknop leidt tot vernietiging energiecontract, maar wel recht op gedeeltelijke vergoeding door schuld aan identiteitsfraude

Rechtspraak (NL/EU) 13 mrt 2026, RB 3999; ECLI:NL:RBROT:2026:2641 (Innova tegen [gedaagde]), https://reclameboek.nl/artikelen/gebrekkige-bestelknop-leidt-tot-vernietiging-energiecontract-maar-wel-recht-op-gedeeltelijke-vergoeding-door-schuld-aan-identiteitsfraude

Rb. Rotterdam 13 maart 2026, RB 3999; IT 5208; ECLI:NL:RBROT:2026:2641 (Innova tegen [gedaagde]). De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat een via internet gesloten energieovereenkomst vernietigbaar is wegens een ondeugdelijke bestelknop, maar dat de energieleverancier wel recht heeft op een gedeeltelijke vergoeding voor de geleverde energie. De zaak draaide om een overeenkomst tussen Innova Energie en [gedaagde], een consument, die betwistte dat hij de overeenkomst had gesloten en stelde dat sprake was van identiteitsfraude. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Voor zover sprake is van identiteitsfraude, komt deze onder de gegeven omstandigheden voor rekening van de consument, nu hij onvoldoende zorgvuldig met zijn persoonsgegevens en bankgegevens is omgegaan.

RB 3998

Geen verbod op gebruik naam en beeltenis influencer, omdat rechtsgeldige ontbinding licentieovereenkomst in kort geding niet aannemelijk is

Rechtspraak (NL/EU) 7 apr 2026, RB 3998; ECLI:NL:RBAMS:2026:3348 ([eiser 1] en [eiser 2] tegen [gedaagde]), https://reclameboek.nl/artikelen/geen-verbod-op-gebruik-naam-en-beeltenis-influencer-omdat-rechtsgeldige-ontbinding-licentieovereenkomst-in-kort-geding-niet-aannemelijk-is

Rb. Amsterdam 7 april 2026, IEF 23462; IT 5198; ECLI:NL:RBAMS:2026:3348 ([eiser 1] en [eiser 2] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam wijst alle gevraagde voorzieningen af in een kort geding tussen influencer/powerlifter [eiser 1], handelend onder [handelsnaam 1], en [gedaagde] B.V. Partijen hadden een overeenkomst gesloten die liep van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026, op grond waarvan [gedaagde] exclusief gerechtigd was de naam en “image rights” van [handelsnaam 1] te gebruiken voor de promotie en verkoop van voedingssupplementen, tegen betaling van onder meer een maandelijkse licentievergoeding van USD 35.000, een winstaandeel en verkoopprovisie. [eiser 1] stelde dat hij deze overeenkomst op 29 oktober 2025 rechtsgeldig had ontbonden wegens een material breach als bedoeld in art. 5.2 van de overeenkomst, onder verwijzing naar te late en uitblijvende betalingen, het uitblijven van winstaandelen en provisie, het niet verstrekken van financiële informatie en het zonder voorafgaande goedkeuring op de markt brengen van producten, onder meer in Mexico. Op basis daarvan vorderde hij onder meer verboden wegens merk-, auteurs- en portretrechtinbreuk, alsook verboden op misleidende handelspraktijken en misleidende reclame, met nevenvorderingen zoals opgave en terugroeping. De voorzieningenrechter stelt voorop dat Nederlands recht van toepassing is en dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is. Daarnaast oordeelt hij dat [eiser 2] geen contractspartij is en ook niet als merkhouder, auteursrechthebbende of portretgerechtigde is gesteld, zodat haar vorderingen al daarom stranden. Beslissend is vervolgens dat de gevraagde verboden alleen toewijsbaar zijn als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden; dat acht de voorzieningenrechter niet het geval.

RB 3967

Laatste plekken voor het seminar over de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026

Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.

In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.

Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.

RB 3995

Prejudiciële vragen gesteld over een vaste prijs op een webshop

Rechtspraak (NL/EU) 4 dec 2025, RB 3995; C-780/25 (Desch-Drexler Buch- und Papierhandels & Verlags GmbH tegen UO), https://reclameboek.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-een-vaste-prijs-op-een-webshop

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 4 december 2025, RB 3995; IEFbe 4180; C-780/25 (Desch-Drexler Buch- und Papierhandels & Verlags GmbH tegen UO) via MinBuza. Verzoekster exploiteert een boekhandel in Oostenrijk met een onlineshop voor klanten met een postadres in Oostenrijk. Verweerder exploiteert een onlineshop op het platform Amazon Marketplace Deutschland, waar hij ook aan Oostenrijkse klanten onder meer Duitstalige boeken aanbiedt en verkoopt. In Oostenrijk hebben bepaalde boeken een minimumprijs. Verzoekster vordert in deze zaak verweerder te verbieden om boeken onder die minimumprijs te verkopen aan Oostenrijkse eindverbruikers op het platform. De Oostenrijkse rechter stelt het Hof diverse vragen over de verenigbaarheid met het Unierecht van de regel.

RB 3997

Handhaving OHP: ACM mocht verzoek afwijzen op prioriteringsgronden

Rechtspraak (NL/EU) 27 mrt 2026, RB 3997; ECLI:NL:RBROT:2026:3317 (BTV tegen ACM), https://reclameboek.nl/artikelen/handhaving-ohp-acm-mocht-verzoek-afwijzen-op-prioriteringsgronden

Rb. Rotterdam 27 maart 2025, RB 3997; ECLI:NL:RBROT:2026:3317 (BTV tegen ACM). De Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV) had de ACM verzocht op te treden tegen reclame-uitingen rond een woningbouwproject, omdat volgens haar onvoldoende informatie werd verstrekt over omgevingsfactoren zoals geluidsoverlast. Nadat betrokken partijen hun website hadden aangepast, zag de ACM geen aanleiding voor verder onderzoek en wees zij het handhavingsverzoek af.