RB
RB 4019
8 juni 2026
Uitspraak

RCC: Dier & Recht mag kritisch campagne voeren over melkvee-industrie

 
RB 4018
8 juni 2026
Uitspraak

RCC wijst klacht af over Jumbo-commercial met ‘Jaderland’-grensbord

 
RB 4017
8 juni 2026
Uitspraak

KPN krijgt aanbeveling na gebruik van aftelklok bij internetaanbieding

 
RB 4019

RCC: Dier & Recht mag kritisch campagne voeren over melkvee-industrie

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 21 mei 2026, RB 4019; 2026/00188 ((Klacht tegen Dier & Recht)), https://reclameboek.nl/artikelen/rcc-dier-recht-mag-kritisch-campagne-voeren-over-melkvee-industrie

RCC 21 mei 2026, RB 4019; 2026/00188 (Klacht tegen Dier & Recht). De Reclame Code Commissie heeft een klacht afgewezen tegen diverse uitingen van Dier & Recht over de melkvee- en kalverhouderij. Volgens de Commissie vallen de uitingen binnen de ruime vrijheid van meningsuiting die geldt voor ideële organisaties die deelnemen aan het maatschappelijke debat. Het gaat om uitingen op de website van Dier & Recht en een afbeelding van een melkpak met de tekst “Zuivel veroorzaakt ernstig dierenleed”. Volgens klager werd daarin een onjuist en eenzijdig beeld geschetst van de zuivelsector. Zo zou onvoldoende context zijn gegeven over het verstrekken van biest aan kalveren, de wettelijke regels voor huisvesting en transport van kalveren en de wettelijke normen voor voeding en dierenwelzijn. Ook werd aangevoerd dat individuele situaties ten onrechte werden gepresenteerd als standaardpraktijken binnen de gehele sector. Dier & Recht voerde aan dat de campagne bedoeld is om aandacht te vragen voor volgens haar bestaande problemen binnen de melkvee-industrie. Daarbij benadrukte zij dat de uitingen zijn gebaseerd op feitelijke informatie en dat zij op grond van de vrijheid van meningsuiting een kritische bijdrage mag leveren aan het publieke debat over dierenwelzijn. De Commissie stelt voorop dat het hier niet gaat om commerciële reclame van een handelaar, maar om de aanprijzing van denkbeelden door een ideële organisatie. De door klager ingeroepen bepalingen over oneerlijke en misleidende reclame (artikelen 7, 8.2 en 8.3 NRC) acht de Commissie daarom niet van toepassing; in plaats daarvan geldt artikel 5 NRC. Volgens de Commissie staat het Dier & Recht vrij om haar opvattingen over de melkvee-industrie kenbaar te maken, ook wanneer daarover verschillend kan worden gedacht. Een eenzijdige, confronterende of indringende presentatie is daarbij toegestaan. De toetsing beperkt zich daarom tot de vraag of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

RB 4018

RCC wijst klacht af over Jumbo-commercial met ‘Jaderland’-grensbord

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mei 2026, RB 4018; 2026/00225 ((klacht tegen Jumbo)), https://reclameboek.nl/artikelen/rcc-wijst-klacht-af-over-jumbo-commercial-met-jaderland-grensbord

RCC 13 mei 2026, RB nummer; 2026/00225 (Klacht tegen Jumbo). In deze zaak over een televisiecommercial van Jumbo heeft de RCC een klacht afgewezen over een scène waarin een bekende Nederlander een sticker met het woord "Ja" op een grensbord van Nederland plakt, waardoor daarop "Jaderland" komt te staan. De Commissie oordeelt dat de commercial niet in strijd is met de Nederlandse Reclame Code In de commercial zegt een bekende Nederlander: "In Nederland zijn we heel goed in wat er allemaal niet kan. Misschien heten we daarom ook wel Nederland. Tijd voor wat meer ja." Tijdens deze tekst loopt hij naar een grensbord van Nederland en plakt hij een sticker met "Ja" over het eerste deel van het woord Nederland. Vervolgens is op het bord de tekst "Jaderland" te zien. Klager stelde dat in de reclame een grensbord wordt beplakt en dat dit volgens de wet strafbaar is. Het tonen van dergelijk gedrag in een reclame-uiting zou volgens klager ongepast zijn, omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat dit normaal of acceptabel is. Jumbo voerde aan dat in de commercial geen officieel grensbord is gebruikt, maar een speciaal voor de opnames vervaardigd rekwisiet. Daarnaast waren volgens Jumbo verschillende voorzorgsmaatregelen getroffen om gevaarlijke of hinderlijke situaties voor weggebruikers en crewleden te voorkomen.

RB 4017

KPN krijgt aanbeveling na gebruik van aftelklok bij internetaanbieding

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mei 2026, RB 4017; 2026/00166 ((klacht tegen KPN)), https://reclameboek.nl/artikelen/kpn-krijgt-aanbeveling-na-gebruik-van-aftelklok-bij-internetaanbieding

RCC 13 mei 2026, RB 4017; 2026/00166 (KPN). In deze zaak over een online aanbieding van KPN heeft de voorzitter van de Reclame Code Commissie geoordeeld dat een aftelklok op de website van KPN een misleidende indruk van urgentie wekte. De uiting is daarom in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De klacht richtte zich tegen een aanbieding voor een internetpakket op de website van KPN in het kader van de actie “Snelpakker!”. Bij de aanbieding stond de tekst “Je hebt nog:” in combinatie met een aftelklok. Volgens klager werd hiermee de indruk gewekt dat de actie zou aflopen zodra de timer op nul kwam. Nadat de klok was afgelopen, bleek de actie echter te zijn verlengd en begon de timer opnieuw af te tellen. Hierdoor zou ten onrechte tijdsdruk worden gecreëerd, waardoor consumenten sneller een aankoopbeslissing nemen dan zij anders zouden doen. KPN voerde aan dat de uiting voldeed aan de toepasselijke wet- en regelgeving en aan de Nederlandse Reclame Code. Daarnaast stelde KPN dat zij, zonder daartoe verplicht te zijn, had besloten de uiting aan te passen. Volgens KPN mocht die aanpassing niet worden opgevat als een erkenning dat de oorspronkelijke uiting in strijd was met de regels. De voorzitter stelt vast dat niet ter discussie staat dat de aftelklok na afloop opnieuw is gaan lopen.

RB 4013

Producent aansprakelijk voor claims van Brand Partner op Instagram

toezichthouder 22 apr 2026, RB 4013; 2025/00594/I ((Amare tegen Brand Partner)), https://reclameboek.nl/artikelen/producent-aansprakelijk-voor-claims-van-brand-partner-op-instagram

CVB 22 april 2026, RB4013; LS&R 2385; 2025/00594/I (Amare tegen Brand Partner). In deze zaak tussen Amare en een verkoper (Brand Partner) staat de vraag centraal of Amare als producent medeverantwoordelijk is voor een Instagram-uiting waarin voedingssupplementen worden aangeprezen met ontoelaatbare gezondheidsclaims. De zaak draait om een Instagram Story waarin verschillende Amare-producten worden gepromoot met claims over onder meer het verbeteren van het immuunsysteem en het stimuleren van de hersenfunctie. Niet in geschil is dat deze claims in strijd zijn met de Claimsverordening en daarmee met artikel 2 NRC en artikel 5.1 CAG. In beroep ligt uitsluitend de vraag voor of deze overtreding ook aan Amare kan worden toegerekend. Amare betoogt dat de verkoper een zelfstandige wederverkoper is die volledig autonoom haar marketing bepaalt. Volgens Amare ontbreekt een relevante relatie in de zin van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing (RSM), omdat geen sprake is van een opdracht tot het maken van reclame of een vergoeding voor het plaatsen van socialmedia-uitingen.Het College volgt dit betoog niet. Doorslaggevend is dat tussen Amare en de verkoper een doorlopende contractuele relatie bestaat, waarbij de verkoper commissies ontvangt op basis van verkoopprestaties. Deze financiële prikkel stimuleert de verkoop en maakt het inherent aannemelijk dat de verkoper reclame maakt voor de producten van Amare. Het maken van reclame wordt door het College gezien als een direct uitvloeisel van de samenwerking: om meer commissie te verdienen, zal de Brand Partner de producten actief aanprijzen. Daarbij weegt mee dat Amare zelf een eigen commercieel belang heeft bij de door Brand Partners gemaakte reclame-uitingen. Dat de verkoper zelf de inhoud van haar uitingen bepaalt, niet per afzonderlijke uiting wordt betaald en als zelfstandige ondernemer opereert, doet hier volgens het College niet aan af. Er is daarom sprake van een relevante relatie in de zin van de RSM, waardoor Amare als adverteerder wordt aangemerkt.

RB 4016

Bavaria-leeuwenhose: supporters mogen naar binnen, maar grootschalige ambush marketing mag worden verboden

Rechtspraak (NL/EU) 23 nov 2006, RB 4016; ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3550 (Bavaria en [appellant sub 2] tegen KNVB), https://reclameboek.nl/artikelen/bavaria-leeuwenhose-supporters-mogen-naar-binnen-maar-grootschalige-ambush-marketing-mag-worden-verboden

Hof Amsterdam 23 november 2006, IEF 23594; RB 4016; ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3550 (Bavaria en [appellant sub 2] tegen KNVB). Het Hof Amsterdam bekrachtigt het kortgedingvonnis over de door Bavaria verspreide “leeuwenhose”, een oranje korte broek met Bavaria-logo. De KNVB had bezoekers bij de oefenwedstrijd Nederland-Kameroen verplicht hun leeuwenhose uit te trekken of af te staan voordat zij het stadion mochten betreden. Het hof gaat ervan uit dat de algemene voorwaarden van de KNVB van toepassing waren: bij massale kaartverkoop was terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk en de KNVB had op de toegangsbewijzen voldoende gewezen op de mogelijkheid om de voorwaarden te raadplegen. Het beroep van de bezoeker op vernietiging van die voorwaarden slaagt daarom niet. Tegelijkertijd volgt uit het arrest dat art. 5.3 van die voorwaarden, dat commercieel gebruik van toegangskaarten verbiedt, geen grond bood om bezoekers met een leeuwenhose uit het stadion te weren. De KNVB mag op grond van haar huisrecht wel huisregels stellen, maar kon zich in dit geval niet beroepen op niet vooraf bekendgemaakte huisregels. Omdat de KNVB bovendien had verklaard bezoekers in beginsel niet meer te zullen weigeren enkel omdat zij een leeuwenhose dragen, wijst het hof de bredere toekomstige vordering van de bezoeker en Bavaria tegen de KNVB af.

RB 3958

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

RB 4014

WK & Recht op dinsdag 23 juni 2026

Op dinsdag 23 juni 2026 organiseren we ons nieuwe seminar WK & Recht

Het wereldkampioenschap voetbal staat weer voor de deur. Midden juni speelt Nederland zijn eerste wedstrijd in de strijd om de wereldtitel. Heel Nederland kijkt mee naar de prestaties van het Nederlands elftal.

Maar het WK speelt niet alleen op het veld. Het roept ook juridische vragen op. Daarom organiseren we op dinsdag 23 juni het seminar WK & Recht in Buro de Pijp, Amsterdam. Samen met Sabin Tigu (Ploum) gaan we in op de juridsiche aspecten van het WK. Zo bespreken we bijvoorbeeld hoe het zit met privacy-aspecten, zoals gezichtsherkenning en wedstrijddata. Ook gaan we in op licenties. We sluiten de middag af met een paneldiscussie, waarin we de marketing rondom het WK bespreken. Mag je bijvoorbeeld het WK als reclame voor je bedrijf gebruiken? En zijn WK-logo's beschermd? 

RB 4015

In één lunch helemaal bij: Actualiteiten Reclamerecht op woensdag 3 juni 2026

Wilt u in korte tijd weer helemaal up-to-date zijn in het reclamerecht? Kom naar de Actualiteitenlunch Reclamerecht. Tijdens deze interactieve bijeenkomst nemen Ebba Hoogenraad en Lisa Peek (beide Hoogenraad & Haak) u in twee uur mee langs de belangrijkste Nederlandse en Europese rechtspraak, wetgeving en ontwikkelingen. U krijgt daarmee in korte tijd een actueel, volledig en praktijkgericht overzicht van wat er speelt in het reclamerecht.

Zo staan we stil bij de aangescherpte regels rond reclame gericht op jongeren en de nieuwe Reclamecode Voedingsmiddelen. Ook de laatste ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheidsclaims komen uitgebreid aan bod. Daarnaast bespreken we de rol van influencers: wat is toegestaan, waar liggen de grenzen en welke verantwoordelijkheid rust daarbij op de adverteerder? Denk hierbij aan juice-channels of andere overeenkomsten.

Tot slot zoomen we in op het Europese kader. We behandelen nieuwe en aankomende regelgeving zoals de Empowering Consumers Directive en de Digital Fairness Act, de ontwikkelingen rond groene claims op Europees niveau en de transparantievereisten uit de AI Act voor het gebruik van generatieve AI in reclame. Uiteraard wordt dit aangevuld met de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie.

Kortom, een praktische en actuele update van het reclamerecht. We verwelkomen u graag. 

RB 4012

“Laat je (b)likkuh”: geen strijd met Nederlandse Reclame Code

toezichthouder 16 apr 2026, RB 4012; 2026/00112 ((klacht tegen Stëlz)), https://reclameboek.nl/artikelen/laat-je-b-likkuh-geen-strijd-met-nederlandse-reclame-code

SRC 16 april 2026, IEF 23567; RB 4012; 2026/00112 (klacht tegen Stëlz). In deze zaak staat een klacht centraal over een billboardposter van Stëlz hard iced tea, waarop een vrouw in carnavalskleding lachend en knipogend een blikje vasthoudt, met daarbij de slogan “laat je (b)likkuh!” en een illustratie van een mond met uitgestoken tong. De poster was geplaatst in de openbare ruimte en voorzien van onder meer de aanduiding “vastelaovend” en het NIX18-logo. Klager stelt dat de slogan een seksueel suggestieve woordspeling vormt op het woord “likken”, die in combinatie met de beeldtaal een expliciete seksuele lading krijgt. Volgens klager leidt dit bovendien tot objectivering van vrouwen, nu de knipogende vrouw onderdeel wordt van deze dubbelzinnige boodschap. Daarbij wordt benadrukt dat de uiting zich in de openbare ruimte bevindt (bushokjes) en daarmee ook zichtbaar is voor minderjarigen. In het licht van de maatschappelijke discussie over seksisme en straatintimidatie acht klager de uiting in strijd met de normen van goede smaak en fatsoen als bedoeld in de Nederlandse Reclame Code. Adverteerder betwist dit en voert aan dat sprake is van een carnavaleske woordspeling waarin het woord “blik” centraal staat, passend binnen een traditie van dubbelzinnige en speelse humor tijdens carnaval. Van een expliciete seksuele boodschap is volgens adverteerder geen sprake. De vrouw wordt neergezet als een zelfverzekerde deelnemer aan een feestelijke setting, zonder dat sprake is van seksuele objectivering of een suggestieve lichaamshouding. Bovendien maakt de uiting deel uit van een bredere campagne waarin zowel mannen als vrouwen voorkomen in een vergelijkbare setting met vergelijkbare humoristische woordspelingen.

RB 4011

CvB: “één op de vier kreupele melkkoeien” onvoldoende onderbouwd

Rechtspraak (NL/EU) 22 apr 2026, RB 4011; 2025/00515 (([klager] tegen Wakker dier)), https://reclameboek.nl/artikelen/cvb-een-op-de-vier-kreupele-melkkoeien-onvoldoende-onderbouwd

CvB 22 april 2026, RB 4011; 2025/00515 ([klager] tegen Wakker dier). In deze zaak tussen een klager en Wakker Dier staat de vraag centraal of een radiocommercial, waarin wordt gesteld dat “één op de vier melkkoeien in Nederland kreupel is en strompelt naar de melkmachine”, misleidend is. De uiting maakt onderdeel uit van de zogenoemde sloopmelkcampagne en beoogt aandacht te vragen voor dierenwelzijn in de melkveehouderij. De klacht richt zich met name op de feitelijke juistheid van het genoemde percentage. Volgens klager is de stelling niet verifieerbaar en strookt deze niet met de praktijk. Wakker Dier voert aan dat de uiting is gebaseerd op een meta-analyse van 53 onderzoeken naar kreupelheid bij melkkoeien in Noordwest-Europa, waaruit een gemiddelde prevalentie van circa 28% volgt. In de commercial is dit percentage naar beneden afgerond naar “één op de vier” (25%) om voorzichtigheid te betrachten. De Reclame Code Commissie plaatst de uiting uitdrukkelijk in de context van een ideële, opiniërende campagne en erkent dat Wakker Dier ruime vrijheid van meningsuiting heeft in het maatschappelijk debat. Die vrijheid neemt echter niet weg dat concrete feitelijke claims de toets aan de Nederlandse Reclame Code moeten doorstaan. De Commissie oordeelt dat uit de meta-analyse niet voldoende duidelijk volgt dat het door Wakker Dier genoemde percentage specifiek voor Nederland geldt. Het onderzoek ziet op 11 landen in Noordwest-Europa en de prevalentie is – met name bij de “conservatieve” definitie van kreupelheid – sterk variabel. De specifieke Nederlandse situatie valt op basis van de publicatie niet goed te beoordelen. Dat Wakker Dier een “veiligheidsmarge” hanteert door van 28% naar 25% (één op vier) te gaan, verandert hier niets aan. De Commissie acht de uiting daarom in strijd met artikel 5 NRC, omdat zij het vertrouwen in reclame schaadt. In beroep bevestigt het College van Beroep dit oordeel. Het College stelt voorop dat Wakker Dier als maatschappelijke organisatie een ruime vrijheid heeft om een mening te verkondigen in het kader van een publiek debat. Die vrijheid wordt echter begrensd wanneer in reclame concrete, cijfermatige feiten worden gepresenteerd: dan moet de juistheid van die feiten tegenover een gemotiveerde betwisting aannemelijk worden gemaakt.