Uitspraak ingezonden door Bas Peper & Thera Adam-van Straaten, Eversheds Sutherland.
Voormalig Roadlok-distributeur moet Benelux-merk overdragen en merkgebruik in Nederland staken; rechtbank onbevoegd voor EU-brede maatregelen
Rb. Midden-Nederland 14 juli 2026, IEF 23694; RB 4106; ECLI:NL:RBMNE:2026:4754 (New Hampton Technologies c.s. (ROADLOK) tegen Quality Works c.s.). New Hampton houdt zich sinds 2005 bezig met de ontwikkeling, productie en verkoop van het Roadlok-motorslot, een ART4-gecertificeerd remklauwslot. Quality Works treedt vanaf 2019 op als distributeur binnen de EU. Gedurende de samenwerking registreert Quality Works het woordmerk ROADLOK als Benelux-merk, verricht zij internationale merkregistraties voor de EU, het VK en de VS en registreert zij daarnaast 33 domeinnamen met ‘Roadlok’ of ‘Roadlock’ op eigen naam. Volgens New Hampton vinden deze registraties zonder haar voorafgaande toestemming plaats en raakt zij daarvan pas na de inschrijvingen op de hoogte. Quality Works betwist dit en stelt dat de merkregistraties in overleg met New Hampton zijn verricht. Na beëindiging van de samenwerking in 2025 brengt Quality Works een eigen concurrerend motorslot op de markt onder de naam Lock Works Guardian. Via de Roadlok-domeinnamen en mailings aan retailers wekt zij de indruk dat het Roadlok-slot niet meer beschikbaar is in Europa en dat het Lock Works-slot daarvoor in de plaats komt.
Rechtbank Noord-Holland: blauwe gevelbeplating is geen belastbare reclame-uiting
Rb. Noord-Holland 3 februari 2026, RB 4098; ECLI:NL:RBNHO:2026:2543 (eiseres tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Cocensus). Aan een onderneming wordt voor 2024 een aanslag reclamebelasting van € 15.000 opgelegd. De heffingsambtenaar rekent daarbij de blauwe gevelbeplating van het bedrijfspand mee als onderdeel van een openbare aankondiging. De onderneming betwist dit en voert aan dat de architect bij de bouw van het pand in 2014 om architectonische redenen voor blauwe gevelplaten heeft gekozen, dat deze niet waren bedoeld om reclame mee te maken en dat de kleur bovendien afwijkt van het blauw dat in de bedrijfslogo’s als bedrijfskleur wordt gebruikt. Op grond van de gemeentelijke verordening wordt reclamebelasting geheven voor een openbare aankondiging die vanaf de openbare weg zichtbaar is; onder een aankondiging kunnen onder meer letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen en kleuren vallen. In geschil is specifiek of de blauwe gevelplaten onderdeel zijn van zo’n openbare reclameaankondiging.
Duurzaamheid & Recht 2026: duurzaamheid in de praktijk bij Greenpeace International
Duurzaamheid krijgt steeds meer juridische betekenis. Maar hoe ziet dat eruit binnen een organisatie die duurzaamheid en milieubescherming juist als kern van haar werkzaamheden heeft? Tijdens Duurzaamheid & Recht op vrijdag 18 september 2026 opent Roos van der Poel (Greenpeace International) de middag met een inspiratiesessie over haar ervaringen in de praktijk. Ze gaat onder meer in op wat haar opvalt sinds ze bij Greenpeace International werkt, tegen welke vraagstukken ze in haar duurzaamheidswerk aanloopt en hoe Greenpeace International daarmee omgaat.
Van der Poel is Senior Legal Counsel Organisation bij Greenpeace International. Ze adviseert daar onder meer over organisatorische en contractuele vraagstukken.
Duurzaamheid in het IE- en reclamerecht
Meer horen over de juridische praktijk achter duurzaamheid? Tijdens het congres Duurzaamheid & Recht gaan we in op de richtlijn Empowering Consumers for the Green Transition, alternatieven voor de vordering tot vernietiging en de proportionaliteit van andere IE-vorderingen, true price en bespreken we de actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in het IE- en reclamerecht.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.
Hof Amsterdam: wervende brochure over CO₂-emissierechten heeft geen bewijsbestemming
Hof Amsterdam 23 juli 2026, RB 4096; ECLI:NL:GHAMS:2026:2187 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). Na terugwijzing door de Hoge Raad moet het hof opnieuw beoordelen of een brochure waarmee vrijwillige CO₂-emissierechten aan potentiële beleggers worden aangeboden, een geschrift is dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen in de zin van artikel 225 lid 1 Sr. Het hof acht twee in de tenlastelegging genoemde mededelingen in de brochure vals. Zo wordt ten onrechte vermeld dat de onderneming in 2002 klein is begonnen en vervolgens is uitgegroeid tot een wereldspeler, terwijl zij pas in juli 2012 is opgericht en voornamelijk op de Nederlandse markt actief is. Ook is onjuist dat de aangekochte carbon credits zouden worden bewaard in een door de Verenigde Naties goedgekeurd internationaal register: volgens het hof keurt de VN dergelijke registers voor vrijwillige CO₂-emissierechten niet goed. Van de overige ten laste gelegde mededelingen acht het hof niet bewezen dat zij vals of in strijd met de waarheid zijn.
Onjuiste reclame-uitingen verhuurbemiddelaar onvoldoende ernstig voor ontbinding
Rb. Overijssel 8 juli 2026, RB 4097; ECLI:NL:RBOVE:2026:4663 (ResortNet tegen La Sapinière). ResortNet en La Sapinière sluiten in 2016 een exclusieve verhuurbemiddelingsovereenkomst voor een vakantiepark in Luxemburg. Nadat La Sapinière de samenwerking in maart 2025 beëindigt, stelt zij onder meer dat ResortNet tekortschiet door misleidende en onjuiste uitingen op Google, Facebook en andere online kanalen. De rechtbank oordeelt dat het aanduiden van de door ResortNet beheerde website als “officiële website” geen tekortkoming oplevert, mede omdat ResortNet exclusief verhuurbemiddelaar is en zowel haar website als die van La Sapinière op hetzelfde reserveringssysteem zijn aangesloten. Ook de aanprijzing “altijd de beste prijs” levert volgens de rechtbank geen tekortkoming op: het betreft een gangbare en generieke aanprijzing, die bovendien na verzoek van La Sapinière niet langer is gebruikt. Anders ligt dat bij concrete onjuiste informatie over het vakantiepark. Het vermelden van bijvoorbeeld een niet-aanwezige elektrische haard, een verkeerd natuurgebied en verouderde beelden, evenals onjuiste informatie over onder meer internet, openingstijden en het huisdierenbeleid, levert in beginsel wel een tekortkoming op omdat ResortNet als verhuurbemiddelaar correcte informatie aan potentiële klanten moet verstrekken. Deze tekortkomingen zijn volgens de rechtbank echter beperkt van gewicht, niet veelvuldig en niet opzettelijk misleidend; bovendien is onvoldoende gesteld over concrete gevolgen zoals annuleringen of schadeclaims. Ook het onvoldoende uitvoeren van influencer-marketing en het generiek reageren op online reviews leveren geen tekortkoming op.
Rechtbank Oost-Brabant: Dexia volledig aansprakelijk na persoonlijk advies door niet-vergunde tussenpersoon
Rb. Oost-Brabant 30 juli 2026, RB 4095; ECLI:NL:RBOBR:2026:5771 ([eiser] tegen Dexia). Een consument sluit via Spaar Select een effectenleaseovereenkomst met de rechtsvoorganger van Dexia. De kantonrechter sluit aan bij de vaste effectenleasejurisprudentie en stelt onder meer vast dat geen sprake is van dwaling, misleidende reclame of misbruik van omstandigheden, maar wel dat Dexia haar bijzondere zorgplichten heeft geschonden en onrechtmatig heeft gehandeld. De consument voert voldoende concreet aan dat een adviseur van Spaar Select zijn financiële situatie en pensioenwens bespreekt en hem persoonlijk adviseert het product Maximaal Rendement Effect af te sluiten. Daarbij adviseert Spaar Select hem om de overwaarde van zijn woning via een hypothecaire lening te benutten voor een vooruitbetaling van ongeveer NLG 96.000. Volgens de consument wordt alleen een positief rendementsscenario voorgehouden en wordt hij niet gewezen op de risico’s van beleggen met geleend geld. Dexia weerspreekt deze concrete gang van zaken onvoldoende gemotiveerd, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat sprake is van een gepersonaliseerde aanbeveling en daarmee van vergunningplichtige advisering. Omdat Spaar Select niet over de vereiste vergunning beschikt en Dexia door haar nauwe samenwerking met Spaar Select behoorde te weten dat deze tussenpersoon op grote schaal dergelijke adviezen gaf, handelt Dexia onrechtmatig door de consument toch als cliënt te accepteren.
Misleidende bemiddelingswebsites voor OV-chipkaarten moeten exploitatie staken
Rb. Midden-Nederland 20 januari 2026, RB 4094; ECLI:NL:RBMNE:2026:112 (Translink en Rover tegen [gedaagde partijen]). Kings Online exploiteert de websites reisproductaanvragen.nl en persoonlijkreisproduct.nl, waarop zij consumenten tegen betaling van € 37,50 bemiddelt bij het aanvragen van een persoonlijke OV-chipkaart. Rechtstreeks bij de officiële uitgever Translink kost een OV-chipkaart € 7,50, zodat de bemiddelingsdienst van Kings Online de consument € 30 extra kost. Translink en reizigersvereniging Rover stellen dat de websites en marketing van Kings Online consumenten misleiden en vorderen in kort geding staking van de exploitatie. De voorzieningenrechter oordeelt dat beide eisers kunnen optreden. Rover behartigt op grond van art. 3:305a BW de gelijksoortige belangen van OV-gebruikers en is, mede vanwege haar rol als belangenvertegenwoordiger en haar wettelijke adviesrecht, voldoende representatief. De regels over oneerlijke handelspraktijken zijn primair bedoeld ter bescherming van consumenten, zodat Translink daarop niet rechtstreeks als consument een beroep kan doen. Een oneerlijke handelspraktijk kan echter tevens een onrechtmatige daad jegens een derde opleveren. Misleiding rond de OV-chipkaart kan het vertrouwen van consumenten in de kaart en in Translink aantasten en daarmee ook de belangen van Translink schaden.
Geen reclamebelasting na beëindiging onderneming: geen openbare aankondiging in fiscale zin
Rb. Limburg 21 mei 2026, RB 4092; ECLI:NL:RBLIM:2026:5000 (belanghebbende tegen de heffingsambtenaar). Belanghebbende huurde een bedrijfsruimte in Valkenburg aan de Geul voor zijn onderneming, die op 31 december 2024 werd beëindigd. De huurovereenkomst liep nog door tot 28 februari 2025; in de tussenliggende periode werd het pand uitsluitend ontruimd om het leeg op te leveren. Voor belastingjaar 2025 legde de heffingsambtenaar onder meer aanslagen onroerendezaakbelasting voor gebruikers en reclamebelasting op. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende op 1 januari 2025 nog als gebruiker van de onroerende zaak kon worden aangemerkt. Onder ‘gebruik’ wordt verstaan het metterdaad bezigen van een onroerende zaak ter bevrediging van de eigen behoeften, en ook het ontruimen van het pand valt daar in dit geval onder. Omdat de OZB-gebruikersbelasting een tijdstipbelasting is, is degene die de zaak op 1 januari gebruikt voor het gehele kalenderjaar belastingplichtig. De aanslag OZB-gebruiker is daarom terecht opgelegd.
Wissen boordcomputer om schadeverleden te verhullen is oneerlijke handelspraktijk
Rb. Amsterdam 7 april 2026, RB 4091; ECLI:NL:RBAMS:2026:3629 ([eiser] tegen RoHa Cars). Een consument kocht bij RoHa Cars een tweedehands Volkswagen T-Roc voor € 37.700. Kort na de aankoop bleek bij meerdere inspecties dat de auto aanzienlijke schade had gehad en ondeugdelijk was hersteld. Zo stond het subframe scheef, waren onder meer de bumperbalk, ABS-kabels en koplamp beschadigd of gebrekkig hersteld en achtte een Volkswagen-monteur de technische staat van de auto een mogelijk ernstig veiligheidsrisico. Bij het uitlezen van de boordcomputer bleek bovendien dat daarin slechts 3.546 kilometer was geregistreerd, terwijl de kilometerstand 54.495 bedroeg. Daaruit volgde dat de boordcomputer rond 50.949 kilometer moest zijn gewist, drie kilometer vóór de APK-keuring die RoHa Cars had laten uitvoeren. Mede gelet op het vóór de verkoop vervangen stuurwiel en de overige schade acht de kantonrechter voldoende aannemelijk dat de auto bij een ongeval betrokken was geweest, dat RoHa Cars daarvan wist en dat zij de boordcomputer zelf had gewist om de schade te verhullen.










