RB
RB 3997
8 april 2026
Uitspraak

Handhaving OHP: ACM mocht verzoek afwijzen op prioriteringsgronden

 
RB 3994
8 april 2026
Uitspraak

Prejudiciële vragen gesteld over de etikettering van levensmiddelen (voedingsclaim)

 
RB 3996
7 april 2026
Uitspraak

Overeenkomst terecht ontbonden door beroep op consumentenbescherming

 
RB 3997

Handhaving OHP: ACM mocht verzoek afwijzen op prioriteringsgronden

Rechtspraak (NL/EU) 27 mrt 2026, RB 3997; ECLI:NL:RBROT:2026:3317 (BTV tegen ACM), https://reclameboek.nl/artikelen/handhaving-ohp-acm-mocht-verzoek-afwijzen-op-prioriteringsgronden

Rb. Rotterdam 27 maart 2025, RB 3997; ECLI:NL:RBROT:2026:3317 (BTV tegen ACM). De Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV) had de ACM verzocht op te treden tegen reclame-uitingen rond een woningbouwproject, omdat volgens haar onvoldoende informatie werd verstrekt over omgevingsfactoren zoals geluidsoverlast. Nadat betrokken partijen hun website hadden aangepast, zag de ACM geen aanleiding voor verder onderzoek en wees zij het handhavingsverzoek af.

RB 3994

Prejudiciële vragen gesteld over de etikettering van levensmiddelen (voedingsclaim)

Rechtspraak (NL/EU) 25 nov 2025, RB 3994; C-758/25 (Molkerei Alois Müller GmbH & Co. KG tegen Wettbewerbszentrale e. V.), https://reclameboek.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-etikettering-van-levensmiddelen-voedingsclaim

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 25 november 2025; RB 3994; IEFbe 4179; C-758/25 (Molkerei Alois Müller GmbH & Co. KG tegen Wettbewerbszentrale e. V.) via MinBuza. Verwerende partij is een producent van het product rijstepap. Op de verpakking van de bekers rijstepap staat dat het product eiwitrijk is, en staat de hoeveelheid gram eiwitten per beker ook los genoemd. Het is de vraag of verweerster met de losse vermelding van de hoeveelheid eiwitten inbreuk heeft gemaakt op de bepalingen van verordening 1169/2011, en haar gedrag bijgevolg een oneerlijke handelspraktijk vormt. De verwijzende rechter vraagt zich af of deze vermelding niet kan worden beschouwd als een toegestane aanvulling op een voedingsclaim, in de zin van artikel 8, lid 1 van verordening 1924/2006 (jo. bijlage).

RB 3996

Overeenkomst terecht ontbonden door beroep op consumentenbescherming

Rechtspraak (NL/EU) 31 mrt 2026, RB 3996; ECLI:NL:RBAMS:2026:3266 ([eiser] tegen Hi Tronic), https://reclameboek.nl/artikelen/overeenkomst-terecht-ontbonden-door-beroep-op-consumentenbescherming

Rb. Amsterdam 31 maart 2026, RB 3996; ECLI:NL:RBAMS:2026:3266 ([eiser] tegen Hi Tronic). De rechter oordeelt dat [eiser] een overeenkomst voor de aanschaf van een thuisbatterij rechtsgeldig heeft herroepen, en dat Hi Tronic ten onrechte heeft gesteld dat dit niet mogelijk was. De zaak illustreert de toepassing van consumentenbescherming bij koop op afstand en de grenzen van het beroep op maatwerk. [eiser] werd telefonisch benaderd voor de aanschaf van een thuisbatterij en ondertekende direct een offerte. Tijdens een daaropvolgend huisbezoek gaf hij aan van de koop af te willen zien. Hi Tronic stelde dat herroeping niet mogelijk was en zette [eiser] ertoe aan een tweede, goedkopere overeenkomst te sluiten, waarvoor hij een aanbetaling deed.

RB 3993

Prejudiciële vragen gesteld over een digitaal klachtenboek

EU 12 nov 2025, RB 3993; C-720/25 (IO, Associação Ius Omnibus tegen Contextlogic B.V.), https://reclameboek.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-een-digitaal-klachtenboek

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 12 november 2025, RB 3998; IT 5182; C-720/25 (IO, Associação Ius Omnibus tegen Contextlogic B.V.) via MinBuza. Verweerster is ‘Contextlogic B.V.’, een vennootschap met statutaire zetel in Nederland, ingeschreven in het Portugese handelsregister. Verzoekende partij is een gekwalificeerde betalingsinstelling die stelt dat verweerster niet voldoet aan de verplichting om Portugese consumenten een digitaal klachtenboek ter beschikking te stellen. Het is de vraag of de diensten die verweerster verleent vallen onder ‘diensten van een informatiemaatschappij’. Daarnaast is het de vraag of de Portugese regels, indien zij gelden voor dienstverleners die geen statutaire zetel of vestiging in Portugal hebben, verenigbaar zijn met richtlijn 2000/31 (beginsel van controle aan de bron van diensten van de informatiemaatschappij).  

RB 3992

Eerste volle bingokaart: klacht over gegarandeerde prijs VriendenLoterij afgewezen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mrt 2026, RB 3992; 2025/00657 (Klager tegen VriendenLoterij), https://reclameboek.nl/artikelen/eerste-volle-bingokaart-klacht-over-gegarandeerde-prijs-vriendenloterij-afgewezen

RCC 13 maart 2026, RB 3992; 2025/00657 (Klager tegen VriendenLoterij). De zaak betreft de online reclame-uiting van de VriendenLoterij, waarin op de website bij de bingo-actie stond: “Volle kaart? Dan heeft u BINGO! De eerste volle Bingokaart wint iedere week gegarandeerd €25.000!”. Klager had drie loten gekocht en daarbij gratis bingokaarten ontvangen, en kreeg bij een trekking een volle kaart. Op basis van de tekst op de website ging klager ervan uit dat hij daarmee aanspraak had op de gegarandeerde prijs van €25.000, en voelde zich misleid toen bleek dat hij deze prijs niet kreeg omdat zijn bingo niet de eerste volle kaart van het spel was. De VriendenLoterij voerde aan dat klager de uiting verkeerd had gelezen: de tekst zegt niet dat elke deelnemer met een volle bingokaart €25.000 wint, maar koppelt de prijs expliciet aan “de eerste volle bingokaart” in het spel, wat ook zo wordt uitgelegd op de uitslagenpagina waar per getrokken bal is te zien bij welke bal de eerste bingo valt en welke prijzen gelden voor latere bingo’s. Volgens de adverteerder is de prijs van €25.000 daarmee wel degelijk gegarandeerd voor iedereen die (eventueel tegelijkertijd) als eerste bingo heeft, maar niet voor spelers die later in het spel een volle kaart behalen. Van misleiding zou daarom geen sprake zijn.

RB 3967

Seminar: de Cyberbeveiligingswet op 16 april 2026 met vroegboekkorting

Veel van ons leven en werk speelt zich inmiddels af in de digitale wereld. Tegelijkertijd nemen cyberdreigingen toe, denk aan grote datalekken. Daarmee groeit het belang van goede digitale beveiliging voor bedrijven en publieke instellingen. Om het niveau van cyberbeveiliging binnen de Europese Unie te versterken is de NIS2-richtlijn opgesteld, de opvolger van de eerdere NIS1-richtlijn.

In Nederland wordt deze richtlijn geïmplementeerd via de Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking treedt. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en introduceert strengere verplichtingen voor organisaties in sectoren met een belangrijk maatschappelijk of economisch gewicht. De wet bevat onder meer regels over risicobeheer, meldplichten bij incidenten, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toezicht. Daarnaast speelt de samenwerking met zogeheten Computer Security Incident Response Teams (CSIRT’s) een belangrijke rol bij het detecteren en afhandelen van cyberincidenten.

Tegelijkertijd wordt ook de Critical Entities Resilience Directive (CER-richtlijn) in Nederland geïmplementeerd, via de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten zullen naar verwachting gelijktijdig in werking treden en markeren een belangrijke stap in het versterken van de digitale weerbaarheid van vitale sectoren.

RB 3991

Drinkwaternieuwsbrief Dunea geen reclame: klacht niet‑ontvankelijk verklaard

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3991; 2026/00032 (Klager tegen Dunea), https://reclameboek.nl/artikelen/drinkwaternieuwsbrief-dunea-geen-reclame-klacht-niet-ontvankelijk-verklaard

RCC 24 februari 2026, RB 3991; 2026/00032 (Klager tegen Dunea). In dit geschil gaat de klacht over een e-mail die drinkwaterbedrijf Dunea aan bestaande klanten heeft gestuurd onder de titel “Dunea klantnieuwsbrief”. In deze nieuwsbrief staat service-informatie over de tariefsverhoging per 1 januari 2026 en het controleren van contactgegevens, maar ook teksten over korter douchen, het opnemen van kraanwater in een noodpakket, en een promotionele beschrijving van de duingebieden en vacatures. De klager vindt dat deze commerciële elementen zó omvangrijk zijn dat de e-mail in overwegende mate een reclamekarakter heeft, en dus onder de Code Reclame via E-mail valt. Omdat klager voor dergelijke reclame geen toestemming heeft gegeven en ook geen recht van verzet is geboden, zou de verzending in strijd zijn met artikel 2 lid 1 onder b Code E-mail. Het feit dat Dunea geen winstdoel nastreeft, neemt volgens klager het aanprijzende karakter niet weg.

RB 3988

Prejudiciële vragen gesteld over inzagerecht van een mededingingsautoriteit

EU 7 nov 2025, RB 3988; C-711/25 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)), https://reclameboek.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-inzagerecht-van-een-mededingingsautoriteit

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 7 november 2025, RB 3988; IT 5161; IEFbe 4162; C/2026/295 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)) via MinBuza. De Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM doet onderzoek naar Ryanair vanwege vermoeden van gedrag dat misbruik van een machtspositie kan opleveren (onder artikel 102 VWEU). De Ierse autoriteit heeft bijstand verleend aan het mededingingsonderzoek, en zij hebben een ‘search warrant’ verkregen voor onderzoek op de kantoren van Ryanair. Ryanair is tegen die beslissing in beroep gegaan, en heeft in februari 2024 bij de AGCM verzocht om inzage in het dossier. Ter discussie staat of artikel 27, lid 2 van verordening 1/2003, dat stelt dat partijen ‘recht hebben tot inzage van het dossier van de Commissie’ ook geldt voor verzoeken die door nationale mededingingsautoriteiten worden ingediend bij andere nationale autoriteiten, krachtens art. 22, lid 1.

RB 3990

Voorlopige voorziening over openbaarmaking Ksa‑boete wegens schending zorgplicht online kansspelaanbieder

Rechtspraak (NL/EU) 18 dec 2025, RB 3990; ECLI:NL:RBDHA:2025:27689 (LeoVegas Gaming PLC, uit Sliema (Malta), verzoekster tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, de Ksa), https://reclameboek.nl/artikelen/voorlopige-voorziening-over-openbaarmaking-ksa-boete-wegens-schending-zorgplicht-online-kansspelaanbieder

Rb Den Haag 18 december 2025, RB 3990; ECLI:NL:RBDHA:2025:27689 (LeoVegas Gaming PLC, uit Sliema (Malta), verzoekster tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, de Ksa). De zaak betreft een online kansspelaanbieder met vergunning op de Nederlandse markt, die via haar website en app gokspellen aanbiedt en door de Kansspelautoriteit (Ksa) is beboet met €500.000 wegens schending van de zorgplicht ten aanzien van tien spelers in de periode van 7 oktober 2023 tot en met 14 mei 2024. Volgens de Ksa heeft de aanbieder verschillende bepalingen uit de Wet op de kansspelen en lagere regelgeving overtreden, waarna op 1 oktober 2025 een boetebesluit is genomen en op 2 oktober 2025 een besluit om dit boetebesluit op grond van artikel 3.1 Woo openbaar te maken. De aanbieder heeft bezwaar gemaakt tegen zowel het boetebesluit als het openbaarmakingsbesluit en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen tot ten minste zes weken na de beslissing op bezwaar, onder meer met een beroep op bedrijfsgevoelige informatie, toezicht- en controlebelangen en (te verwachten) reputatie- en financiële schade, onderbouwd met een deskundigenrapport. Primair stelde zij dat artikel 3.1 Woo geen voldoende grondslag biedt voor openbaarmaking van bestraffende sancties en dat daarvoor een specifiek regime in de bijzondere wet vereist is. Subsidiair stelde zij dat verschillende weigeringsgronden uit de Woo openbaarmaking in de weg staan, en meer subsidiair dat het besluit in ieder geval niet evident rechtmatig is en daarom voorlopig geschorst moet worden.

RB 3989

Misleidende parkeerinformatie bij Booking.com‑accommodatie ‘Cottage’ in Bristol

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3989; 2026/00015 (Klager tegen Booking.com), https://reclameboek.nl/artikelen/misleidende-parkeerinformatie-bij-booking-com-accommodatie-cottage-in-bristol

RCC 24 februari 2026, RB 3989; 2026/00015 (Klager tegen Booking.com). De zaak betreft een reclame-uiting op de website van Booking.com voor de accommodatie “Cottage” in Bristol (VK), waarin staat: “Free parking is available on-site, ensuring convenience for all visitors”. Volgens klager is de informatie over parkeren tegenstrijdig. Op de website van Booking.com wordt “gratis parkeren op het terrein” beloofd, in de boekingsbevestiging staat “gratis openbare parkeergelegenheid nabij” en op de website van de accommodatie zelf wordt vermeld dat langs de weg op 100 meter afstand kan worden geparkeerd. Klager heeft meerdere keren om duidelijkheid gevraagd over de afstand tot de parkeerplek, maar kreeg geen helder antwoord en heeft daarom de niet-restitueerbare boeking binnen twee dagen geannuleerd. Klager stelt dat hem aanvankelijk een terugbetaling in het vooruitzicht was gesteld en begrijpt daarnaast niet hoe een “Room Cancellation Insurance” kan worden aangeboden terwijl tegelijk wordt vermeld dat geen recht op terugbetaling bestaat bij annulering. De verzekeringstussenpersoon (verweerder sub 1) voert aan dat de annuleringsverzekering een regulier verzekeringsproduct is dat bedoeld is om specifieke onvoorziene gebeurtenissen (zoals ziekte of werkloosheid) te dekken en dat vóór aankoop alle relevante productinformatie, polisvoorwaarden en verzekeringskaart beschikbaar zijn, zodat de klant een geïnformeerde keuze kan maken. Booking.com (verweerder sub 2) stelt dat in de boekingsbevestiging duidelijk staat dat het gaat om “gratis openbare parkeergelegenheid nabij” en dat een loopafstand van circa 100 meter daarmee in overeenstemming is; bovendien is de algemene beschrijving inmiddels aangepast naar “Roadside parking”, en benadrukt Booking.com dat zij afhankelijk is van de informatie van de accommodatiehouders en bij signalen over onjuistheden actie onderneemt.