RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op woensdag 20 februari 2019
RB 3278
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) ||
14 feb 2019
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 14 feb 2019, RB 3278; 2018/00701 (Foodwatch tegen FrieslandCampina), https://reclameboek.nl/artikelen/friesland-campina-misleidt-met-vanillevla-zonder-vanille

Uitspraak ingezonden door Sjoerd van de Wouw van foodwatch Nederland.

Friesland Campina misleidt met vanillevla zonder vanille

RCC 14 februari 2019, IEF 18246, Rb 3278, dossiernr. 2018/00701 (Foodwatch tegen FrieslandCampina). Optimel vanillevla van Friesland Campina is misleidend en daarmee in strijd met de wet. De vanillevla bevat in het geheel geen vanille terwijl vanwege de naam en andere uitingen op de verpakking de consument dit wel zou mogen verwachten. Dit oordeelt de Reclame Code Commissie in een klachtenprocedure die door foodwatch was gestart na een reportage van AVROTROS Radar. foodwatch is blij met de uitspraak omdat het een belangrijke uitspraak is die voor veel meer producten consequenties kan hebben: “Je ziet dat in toenemende mate echte natuurlijke ingrediënten worden vervangen door goedkopere kunstmatige aroma’s. Denk aan gembersiroop zonder gember of frambozensnoepjes zonder framboos. De uitspraak bevestigt nu dat dit onwettig is als dit niet duidelijk is voor de consument”. Dat is een vooruitgang met vroegere interpretatie van de wet, de zogenaamde ‘labeling doctrine’: een producent mocht op de verpakking van alles suggereren wat niet klopte, zo lang de ingrediëntenlijst maar correct was. In de nieuwe uitspraak wordt meer de lijn gevolgd dat liegen op de voorkant van de verpakking gewoon liegen is, ongeacht of de kleine lettertjes van de ingrediëntenlijst op de achterkant van de verpakking juist zijn. Deze lijn komt voort uit een Duitse rechtszaak (Teekanne). De Reclame Code Commissie volgt nu deze uitspraak.

2. De Commissie stelt voorop dat bij de beoordeling of een etikettering voor een consument misleidend kan zijn, uit de rechtspraak volgt dat moet worden uitgegaan van de vermoedelijke verwachting van de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument (HvJ EG 16 juli 1998, 347). En voorts dat deze gemiddelde consument, wiens beslissing tot aankoop wordt bepaald door de samenstelling van een product, eerst de lijst van ingrediënten leest (HvJ EG 26 oktober 1995, C-51/94). Dat de lijst van ingrediënten op de verpakking staat, kan anderzijds niet uitsluiten dat kan worden geoordeeld dat de consument wordt misleid bijvoorbeeld indien op de verpakking de indruk wordt gewekt dat het product een ingrediënt bevat dat het in werkelijkheid niet bevat, wat uitsluitend blijkt uit de lijst van ingrediënten (HvJ EG 4 juni 2015, C-195/14).

4. Nu het product ‘Optimel vla Vanille’ heet, zal de consument door het in het oog springende woord “vanille’’ verwachter dat er vanille in zit. Dat het product geen vanille van vanille-plant bevat, blijkt niet uit het etiket. Er worden immers geen mededelingen gedaan over de herkomst van de vanillesmaak, behalve dan dat het volgens de ingrediëntenlijst een “aroma’’ betreft. Zoals vermeld is niet in geschil dat aroma zowel een natuurlijke als kunstmatige oorsprong kan hebben, zodat het woord “aroma’’ niet duidelijk maakt of het product al dan niet vanille van de vanilleplant bevat. Ter zitting heeft adverteerder desgevraagd verklaard dat het een kunstmatig aroma is. Door de gebruikte bewoordingen (“Vanille’’ op de voorzijde, en “vanillevla’’ op de achterzijde van de verpakking), En de in het oog springende wijze waarop “Vanille’’ op het etiket is vermeld, wordt onmiskenbaar de indruk gewekt dat het product vanille bevat. Hierdoor kan de verpakking de koper misleiden ten aanzien van de kenmerken van dat levensmiddel en voldoet de bestreden uiting niet aan de eis dat voedselinformatie niet misleidend mag zijn over onder meer de samenstelling als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a van verordening (EU) nr. 1169/2011

8. Gelet op het voorgaande is de verpakking misleidend over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a van verordening (EU) nr. 1169/2011. Om die reden is de uiting in strijd met artikel 2 van de NRC.