RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op woensdag 22 april 2026
RB 4002
Rechtspraak (NL/EU) ||
8 mei 2025
Rechtspraak (NL/EU) 8 mei 2025, RB 4002; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://reclameboek.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.

Het Hof van Justitie oordeelde dat een persoon die een gemengde overeenkomst sluit nog steeds als consument kan worden aangemerkt, mits het handelsoogmerk zo beperkt is dat het binnen de globale context van de overeenkomst niet overheerst. Dit moet door de nationale rechter per geval worden beoordeeld aan de hand van objectieve omstandigheden, waarbij een loutere contractuele clausule dat de afnemer geen consument is, niet doorslaggevend is. Wat betreft de opzegboete stelde het Hof dat Richtlijn 2009/72 zich in beginsel niet verzet tegen boetes bij het verbreken van contracten met een vaste looptijd en prijs, mits deze boetes eerlijk, transparant en vooraf bekend zijn. De nationale regeling die dergelijke boetes toestaat voor zover deze voortvloeien uit de 'inhoud van het contract', is echter alleen toelaatbaar als de boete beperkt blijft tot de werkelijke economische schade van de leverancier en de consument niet feitelijk belemmert om van leverancier te veranderen.

84 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Vierde kamer) verklaart voor recht:

1) Artikel 2, onder b), van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, gelezen in het licht van overweging 17 van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad,

moet aldus worden uitgelegd dat

een landbouwer die een overeenkomst sluit voor de afname van elektriciteit die zowel voor zijn landbouwbedrijf als voor huishoudelijk gebruik bestemd is, onder het begrip „consument” in de zin van die bepaling valt wanneer het handelsoogmerk van die overeenkomst zo beperkt is dat het binnen de globale context van die overeenkomst niet overheerst.

2) Artikel 3, lid 7, van en bijlage I, punt 1, onder a), bij richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG, gelezen in het licht van overweging 51 van richtlijn 2009/72,

moeten aldus worden uitgelegd dat

zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling op grond waarvan een huishoudelijke afnemer bij voortijdige opzegging door hem van een voor bepaalde tijd en tegen een vaste prijs gesloten elektriciteitsleveringscontract, de in het contract bedongen contractuele boete moet betalen, mits deze regeling ten eerste garandeert dat een dergelijke contractuele boete eerlijk, duidelijk en vooraf bekend is en dat er vrijwillig mee wordt ingestemd, en ten tweede voorziet in de mogelijkheid om administratief beroep of beroep in rechte in te stellen, in het kader waarvan de aangezochte autoriteit de evenredigheid van deze boete in het licht van alle concrete omstandigheden van het geval kan beoordelen en in voorkomend geval kan gelasten dat de boete wordt gematigd of kwijtgescholden. Deze uitlegging doet geen afbreuk aan de rechten die een dergelijke afnemer in voorkomend geval kan ontlenen aan de Unieregelgeving inzake consumentenbescherming, met name aan richtlijn 93/13, indien deze afnemer bovendien onder het begrip „consument” in de zin van artikel 2, onder b), van die richtlijn valt.