6 jul 2026,
Laagste prijsgarantie vereist aanpassing eigen prijs na geslaagd beroep
SRC 6 juli 2026, RB 4110; 2026/00077 (klacht tegen 123led). In deze zaak gaat het om een klacht tegen de website www.123led.nl, waarop een Zigbee-dimmer voor € 49,50 wordt aangeboden met de vermelding “Laagste prijs garantie”. Op een afzonderlijke pagina licht 123led deze garantie toe met onder meer de mededeling dat zij “de scherpste prijzen van Nederland” heeft. Klager vindt hetzelfde product elders goedkoper en doet met succes een beroep op de laagste prijsgarantie. Aanvankelijk zijn partijen het eens over een vergoeding van € 6,50, maar daarna daalt de prijs bij de concurrent verder en ontstaat discussie over de hoogte van het te vergoeden prijsverschil. 123led betaalt uiteindelijk € 11,55. Volgens klager is de reclame misleidend omdat 123led niet daadwerkelijk de laagste prijs garandeert en haar eigen verkoopprijs na zijn geslaagde beroep op de garantie niet heeft aangepast. 123led stelt dat zij de klacht heeft afgehandeld door klager overeenkomstig de laagste prijsgarantie te vergoeden.
De voorzitter oordeelt dat de vermelding van de laagste prijsgarantie op zichzelf niet misleidend is. Niet in geschil is dat klager terecht een beroep op de garantie deed en uit de stukken blijkt dat 123led bereid was daaraan uitvoering te geven. De latere discussie over de hoogte van de vergoeding maakt niet dat feitelijk geen laagste prijsgarantie bestaat of dat 123led die garantie in het algemeen niet uitvoert. Dit deel van de klacht wijst de voorzitter daarom af. Wel had 123led na het geslaagde beroep van klager haar eigen prijs moeten aanpassen aan de concurrerende aanbieding. Volgens de voorzitter mag een adverteerder met een laagste prijsgarantie adverteren als hij de kans dat een consument het product elders goedkoper vindt zoveel mogelijk beperkt en daarvoor een actief prijsbeleid voert. De gemiddelde consument verwacht bovendien dat zo’n garantie duidelijk maakt dat de aanbieder daadwerkelijk op prijs concurreert. Door de eigen prijs na het geslaagde beroep ongewijzigd te laten, handelt 123led in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Dat kan het economische gedrag van de gemiddelde consument wezenlijk verstoren. De reclame-uiting is daarom in zoverre oneerlijk en in strijd met art. 7 NRC. De voorzitter beveelt 123led aan om bij een geslaagd beroep op de laagste prijsgarantie de eigen prijs aan te passen aan die van de concurrerende aanbieding.
1) Naar aanleiding van de stelling van adverteerder bij verweer dat klager een bedrag heeft ontvangen wegens de in de bestreden reclame-uiting genoemde laagste prijsgarantie, heeft klager in antwoord op een vraag van de voorzitter meegedeeld dat adverteerder hem €11,55 heeft betaald. Vervolgens heeft klager een nadere toelichting op zijn klacht gegeven. Aan deze toelichting wordt voorbijgegaan nu de vraag van de voorzitter was beperkt tot het ontvangen bedrag en geen gelegenheid is gegeven voor een verdere reactie. Verder zal worden voorbijgegaan aan de diverse uitingen die klager overlegt van vergelijkingen van de prijzen van adverteerder met die van concurrenten. Ten aanzien van die uitingen kan niet worden getoetst of aan alle voorwaarden van de laagste prijsgarantie wordt voldaan.
2) De klacht ziet specifiek op de laagste prijsgarantie waarmee adverteerder adverteert in combinatie met het door klager bij adverteerder gekochte product. Op zichzelf genomen staat niet ter discussie dat klager terecht een beroep op deze garantie heeft gedaan omdat elders hetzelfde product goedkoper werd aangeboden en ook aan de overige voorwaarden van de laagste prijsgarantie werd voldaan. De voorzitter leidt uit de overgelegde stukken af dat adverteerder ook bereid was om uitvoering te geven aan de garantie en dat partijen het aanvankelijk erover eens waren dat klager op grond daarvan recht had op vergoeding van een bedrag van € 6,50. Later is tussen partijen discussie ontstaan over het te vergoeden bedrag omdat het prijsverschil tussen de aanbieding van adverteerder en de concurrerende aanbieding inmiddels was opgelopen. De voorzitter ziet in deze discussie geen aanleiding om te oordelen dat in feite geen sprake is van een laagste prijsgarantie of dat adverteerder in het algemeen niet bereid is om uitvoering te geven aan deze garantie. Inmiddels heeft adverteerder aan klager minimaal het bedrag betaald waarop hij recht meent te hebben met inachtneming van het grotere prijsverschil. Gelet op het voorgaande kan niet worden gezegd dat de uiting misleidend is voor wat betreft de vermelding van de laagste prijsgarantie als zodanig. Dit klachtonderdeel wordt daarom afgewezen.
3) Het tweede deel van de klacht betreft de vraag of adverteerder naar aanleiding van het succesvolle beroep door klager op de laagste prijsgarantie het bedrag van de eigen aanbieding had moeten aanpassen. Klager heeft onweersproken gesteld dat adverteerder na dit beroep de prijs niet heeft aangepast, zodat de te beoordelen uiting ongewijzigd is gebleven. De voorzitter acht deze handelwijze van adverteerder onjuist. Met een ‘laagste prijsgarantie’ mag worden geadverteerd indien adverteerder de kans dat een consument een product elders goedkoper vindt zoveel mogelijk beperkt. De adverteerder dient daartoe een actief prijsbeleid te voeren. De gemiddelde consument zal ook verwachten dat een laagste prijsgarantie ertoe dient om duidelijk te maken dat op prijs wordt geconcurreerd. De garantie zelf bevestigt dit overigens ook (“123led.nl heeft de scherpste prijzen van Nederland.”). Dit impliceert dat bij een geslaagd beroep op de laagste prijsgarantie de prijs moet worden aangepast aan de concurrerende aanbieding. Doordat adverteerder dit heeft nagelaten, is gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Dit kan het economische gedrag van de gemiddelde consument die de reclame-uiting ziet wezenlijk verstoren. Om die reden is de reclame-uiting oneerlijk en daarom in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De voorzitter beslist als volgt.