RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op woensdag 18 mei 2016
RB 2714
Nederland ||
29 apr 2016
Nederland 29 apr 2016, RB 2714; ECLI:NL:CBB:2016:115 (NV tegen AFM), https://reclameboek.nl/artikelen/misleidende-informatie-over-financieel-product-op-door-derden-beheerd-vergelijkingssite

Misleidende informatie over financieel product op door derden beheerd vergelijkingssite

CBb 29 april 2016, RB 2714; IT 2060; ECLI:NL:CBB:2016:115 (NV tegen AFM)
Hoger beroep gegrond. Herroeping van aanwijzingsbeschikking. Artikel 1:75 van de Wft. Misleidende informatie over een financieel product van appellante verstrekt via de vergelijkingswebsite van een derde. Niet aannemelijk dat appellante opdracht heeft gegeven voor de opname van haar financieel product in een vergelijking op de vergelijkingswebsite. Gelet op het beperkte toepassingsbereik van artikel 4:19, tweede lid, van de Wft kunnen gedragingen van derde niet aan appellante worden toegerekend

Uitspraak van de rechtbank
2.2. Uit de informatie die op de vergelijkingswebsite is vermeld over de werkwijze van [naam 7] volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake moet zijn (geweest) van een samenwerking tussen appellante en [naam 7] nu het [naam 6] op de vergelijkingswebsite is opgenomen en appellante aan [naam 7] in sommige gevallen een vergoeding betaalt. Daarmee ligt het in de macht van appellante de juiste informatie aan [naam 7] te verstrekken en is appellante verantwoordelijk voor de vermelde informatie. Een andere uitleg zou tot de ongewenste situatie kunnen leiden dat aanbieders van financiële producten de op hen rustende verplichting om altijd correcte, duidelijke en niet misleidende informatie te verstrekken eenvoudig kunnen ontlopen door aan derden de opdracht te geven de informatie feitelijk te verstrekken. De rechtbank is verder onder meer van oordeel dat de aan appellante toe te rekenen informatie misleidend is.

5.4. Het College stelt vervolgens vast dat het tweede lid van artikel 4:19 van de Wft spreekt over informatie die ‘door’ een financiële onderneming aan cliënten is verstrekt of beschikbaar gesteld, terwijl in het eerste lid de wetgever heeft gekozen voor de bewoordingen ‘door of namens’. Het College kan dit verschil niet anders duiden dan dat de wetgever heeft bedoeld het toepassingsbereik van artikel 4:19, tweede lid, van de Wft te beperken ten opzichte van het eerste lid van dat artikel, in die zin dat het gebruikte ‘door’ in plaats van ‘door of namens’ een beperking vormt van de mogelijkheid om gedragingen van een derde aan een financiële onderneming toe te rekenen. Aldus is de in het tweede lid neergelegde kwaliteitsnorm slechts van toepassing op informatie die een financiële onderneming zelf verstrekt of beschikbaar stelt, dan wel in opdracht laat verstrekken of beschikbaar stellen.