7 jul 2026,
Nissan misleidt over laadsnelheid Townstar door piekvermogen van 80 kW niet toe te lichten
SRC 7 juli 2026, RB 4109; 2026/00297 (klacht tegen Nissan). In deze zaak staat de reclame voor de elektrische Nissan Townstar centraal. Op de website van Nissan wordt vermeld dat de auto beschikt over een “CCS snellaadaansluiting tot 80 kW”, een “80kW snellaadconnector CCS” en een “snellader kW 80”. Volgens klager geeft dit een onjuist beeld van de daadwerkelijke laadsnelheid. Hij onderbouwt met gegevens van laadbeurten dat de auto bij buitentemperaturen van 20 graden of meer slechts kort een piek van ongeveer 70 kW bereikt en daarna onder de 40 kW zakt. Rond het vriespunt bedraagt het laadvermogen volgens hem 11 tot 16 kW. Nissan voert aan dat 80 kW een piekwaarde onder ideale omstandigheden is en dat de daadwerkelijke laadsnelheid onder meer afhangt van de buitentemperatuur, batterijtemperatuur, laadstatus en gebruikte laadpaal. Volgens Nissan is geen sprake van een individueel technisch gebrek.
De voorzitter stelt vast dat de genoemde 80 kW een piekwaarde is en niets hoeft te zeggen over het gemiddelde laadvermogen gedurende een laadsessie. Niet in geschil is dat bij de auto van klager een grote discrepantie bestaat tussen het opgegeven vermogen en het laadvermogen in de praktijk. Omdat Nissan stelt dat geen sprake is van een individueel gebrek, gaat de voorzitter ervan uit dat dit kenmerkend is voor auto's van hetzelfde model en type. De reclame vermeldt niet dat 80 kW slechts zeer kort wordt bereikt en dat het gemiddelde laadvermogen in de praktijk aanzienlijk lager ligt. Die informatie is essentieel, omdat de laadsnelheid direct invloed heeft op de gebruiksmogelijkheden van de auto, vooral bij langere ritten. Dat consumenten weten dat omstandigheden zoals temperatuur en laadpaal invloed hebben op de laadsnelheid, betekent volgens de voorzitter niet dat zij hoeven te verwachten dat de Townstar ook onder gunstige omstandigheden gemiddeld nog niet de helft van het genoemde piekvermogen bereikt. Het weglaten van deze informatie is daarom een misleidende omissie in de zin van art. 8.3 onder c NRC. Omdat dit de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de reclame misleidend en daarmee oneerlijk in de zin van art. 7 NRC. De voorzitter beveelt Nissan aan niet meer op deze manier reclame te maken.
3) Uit de uiting blijkt niet dat het opgegeven oplaadvermogen een piekvermogen is, en dat in de praktijk met veel minder vermogen zal worden opgeladen. Uit hetgeen klager stelt, volgt dat het lagere oplaadvermogen van directe invloed is op de gebruiksmogelijkheden van de auto. Door de veel lagere oplaadsnelheid zal men (veel) langer dienen te wachten voordat men zijn weg kan vervolgen. Dit is met name bij langere afstanden een probleem. De gemiddelde consument dient over dit aspect te worden geïnformeerd. Zonder de informatie dat het vermelde oplaadvermogen een piekwaarde is die slechts zeer kort wordt bereikt en die in feite niets zegt over de gemiddelde snelheid waarmee de auto wordt opgeladen, zal de gemiddelde consument niet een geïnformeerd besluit over een transactie (de aankoop van de auto) kunnen nemen. Op grond van de reclame-uiting, waarin ook wordt gesproken over snelladen, zal deze consument immers verwachten dat de auto in staat is snel op te laden. Weliswaar kan de gemiddelde consument inmiddels bekend worden verondersteld met het gegeven dat diverse omstandigheden op de oplaadsnelheid van invloed zijn, zoals de capaciteit van de oplader en de weersomstandigheden, maar dat men in de praktijk bij de bewuste auto ook bij gunstige omstandigheden gemiddeld nog niet eens de helft van de piekwaarde bereikt, kan deze consument niet weten.
4) Blijkens het voorgaande is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC, zodat wordt beslist als volgt.