3 mrt 2026
Onrealistisch lage prijs D‑Reizen misleidend bevonden
RCC 3 maart 2026, RB 3978; 2025/00518 (klager tegen D-Reizen). D-Reizen bood op haar website een pakketreis naar Portugal aan voor “p.p. vanaf € 268,-” voor een vakantie van 11 dagen met halfpension voor vier personen in een vijfsterrenhotel met een 9,0-score. De zoekresultaten waren gesorteerd op “Prijs (laag)” en deze reis verscheen als goedkoopste optie bovenaan. Bij doorklikken bleek de reis echter € 1.545,- per persoon te kosten. D-Reizen voerde aan dat de lage ‘vanaf-prijs’ het gevolg was van een technische fout en dat de gemiddelde consument had moeten begrijpen dat het om een kennelijke vergissing ging, onder meer omdat vergelijkbare, minder luxe accommodaties direct daaronder voor circa € 383–384 per persoon werden aangeboden, de vertrekdatum in de herfstvakantie viel en elders geen vergelijkbare lage prijzen voor deze accommodatie te vinden waren. De Reclame Code Commissie kwalificeerde de vermelding op de zoekpagina als reclame én als uitnodiging tot aankoop in de zin van artikel 1 en 8.4 NRC, oordeelde dat de reisaanbieder onder III lid 1 en IV lid 1 RR correcte en duidelijke (vanaf)prijzen moet hanteren, en achtte die norm geschonden omdat de reis niet voor de geadverteerde prijs van € 268,- p.p. te boeken was, ongeacht of de consument de fout had kunnen herkennen.
In beroep betoogde D-Reizen dat de Commissie een onjuiste maatstaf had toegepast en dat, in lijn met artikel 6:193c jo. 6:194 BW, artikel 8 NRC en eerdere RCC-uitspraken, niet de enkele fout maar de kenbaarheid van de vergissing voor de gemiddelde consument en de vraag of dit tot een (potentieel) afwijkend transactie‑besluit leidt beslissend zijn. Het College van Beroep onderschrijft dat onder III lid 1 RR een code-specifieke uitwerking is van artikel 8.2 onder d NRC en daarom moet worden uitgelegd conform het wettelijke misleidingscriterium: bij een foutieve prijs moet óók worden beoordeeld of de gemiddelde consument daardoor kan worden gebracht tot een besluit over een transactie dat hij anders niet had genomen. Toegepast op deze zaak oordeelt het College dat de prijs van € 268,- p.p. voor deze reis, in de context van de presentatie als “goedkoopste” optie en de omliggende hogere prijzen, niet zó onwaarschijnlijk is dat de gemiddelde consument de uiting als evident fout zou herkennen. Tot aan het moment dat bij het aanklikken van een lage prijs een veel hogere prijs verschijnt, mag de consument er redelijkerwijs van uitgaan dat sprake is van een reëel aanbod. Omdat deze situatie de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is sprake van misleiding, en bevestigt het College, met aanvulling en wijziging van de motivering, het oordeel dat de uiting in strijd is met hetgeen bepaald onder III lid 1 RR in verbinding met het bepaalde onder IV lid 1 RR en beveelt het D-Reizen, voor zover nodig, aan om niet meer op deze wijze reclame te maken; de inspanningen van D-Reizen om fouten te voorkomen nemen de misleiding niet weg.
6.5. “In dit geval gaat het om een aanbieding voor een pakketreis naar Portugal met halfpension op basis van vier personen met vliegreis voor € 268,- per persoon. Van een overduidelijke foute prijs is naar het oordeel van het College geen sprake. In de uiting is gekozen voor een weergave waarbij de goedkoopste accommodatie als eerste wordt getoond. In dat kader kan de gemiddelde consument heel goed veronderstellen dat het daadwerkelijk om de goedkoopste accommodatie gaat die aan de zoekopdracht beantwoordt. Ook indien op de verdere context van de uiting wordt gelet, is naar het oordeel van het College geen sprake van een evidente fout. Direct onder de aanbieding met de laagste prijs staat (voor zover zichtbaar op de overgelegde uiting) een andere, ogenschijnlijk simpelere accommodatie, met minder sterren en met alleen logies en een lagere beoordeling voor € 383,-. Dit is vergeleken met de accommodatie waar het in deze zaak om gaat een hogere prijs zonder dat daar ogenschijnlijk een logische verklaring voor is. Daarbij is echter van belang dat de gemiddelde consument zal kunnen denken dat om bepaalde redenen, die van invloed zijn op de prijs, de accommodatie waarop de klacht ziet voor een zeer voordelige prijs wordt aangeboden en dat daarom deze accommodatie als goedkoopste wordt getoond. De prijs die is aangeboden voor de accommodatie waar het hier om gaat, kan ook tegen deze achtergrond niet zo afwijkend worden geacht dat de gemiddelde consument deze als niet-realistisch zal beschouwen. Indien de consument naar aanleiding van de getoonde prijs doorklikt om de prijs te controleren, waartoe de uiting uitnodigt, ziet hij een prijstabel waarin naast veel hogere prijzen ook vergelijkbare lage prijzen staan. Pas door op een lage prijs te klikken, zal de consument ontdekken dat hij niet voor die prijs kan boeken omdat dan een hogere prijs verschijnt. Tot op dat moment zal de gemiddelde consument in de veronderstelling kunnen verkeren dat sprake is van een reëel aanbod, dat hij zo kan accepteren. Dit kan de gemiddelde consument ertoe brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Het feit dat deze situatie in dit geval niet heeft geleid tot een nadelig consumentenbesluit is daarbij niet van belang.”