RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op woensdag 26 augustus 2026
RB 4112
Nederland ||
8 jul 2026,
Nederland 8 jul 2026,, RB 4112; ECLI:NL:RBNHO:2026:8476 (Volkswagen Pon Financial Services tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ontbindingsbeding-in-private-leaseovereenkomst-vermoedelijk-oneerlijk-rentebeding-vernietigd

Ontbindingsbeding in private leaseovereenkomst vermoedelijk oneerlijk; rentebeding vernietigd

Rb. Noord-Holland 8 juli 2026, RB 4112; ECLI:NL:RBNHO:2026:8476 (Volkswagen Pon Financial Services tegen [gedaagde]). In deze zaak vordert Volkswagen Pon Financial Services (Volkswagen Pon) van [gedaagde] betaling van € 7.905,78, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. [gedaagde] verschijnt niet, waardoor de kantonrechter verstek verleent. Omdat de vordering voortkomt uit een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, toetst de kantonrechter ambtshalve of Volkswagen Pon heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten uit art. 6:230l BW en of de toepasselijke voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten. Volkswagen Pon heeft voldoende onderbouwd dat zij aan de informatieplichten heeft voldaan. Op de private leaseovereenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease en aanvullende voorwaarden van toepassing. 

De kantonrechter vindt het ontbindingsbeding uit art. 22 van de keurmerkvoorwaarden voorlopig oneerlijk. Het beding geeft Volkswagen Pon de mogelijkheid de leaseovereenkomst bij niet-betaling te ontbinden en een ontbindingsvergoeding te vragen, zonder de wettelijke toets of de tekortkoming ernstig genoeg is om ontbinding met haar gevolgen te rechtvaardigen. Daarmee wijkt het beding ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling. De kantonrechter is daarom voornemens het beding te vernietigen. Een vernietiging betekent ook dat de daaraan gekoppelde opzeggingsvergoeding niet kan worden toegewezen. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen om zich uit te laten over dit voornemen en de gevolgen daarvan voor (de hoogte van) de vordering. Het beding over schade en verontreiniging bij inname van het voertuig is volgens de kantonrechter niet oneerlijk. Het Innameprotocol concretiseert welke schade voor rekening van de consument komt en de voorwaarden bieden bovendien de mogelijkheid een onafhankelijke deskundige in te schakelen. Het rentebeding in de aanvullende voorwaarden is wel oneerlijk en wordt vernietigd, waardoor Volkswagen Pon geen aanspraak heeft op de gevorderde wettelijke rente. De overige getoetste bedingen blijven in stand. Volkswagen Pon krijgt de gelegenheid te reageren op het voorlopige oordeel over het ontbindingsbeding en de gevolgen daarvan voor haar vordering. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

2.10. Anders dan in eerdere zaken is de kantonrechter van oordeel dat het dit beding niet oneerlijk is. In het beding staat, samengevat, dat verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in het Innameprotocol voor rekening van de consument komen als deze bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Weliswaar zijn de daarin opgenomen criteria voor de beoordeling van schades die niet in het Innameprotocol zijn opgenomen, zoals ‘naar redelijkheid’ en ‘normaal’, niet nader omschreven, maar dat maakt niet zonder meer dat het beding het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument.

2.11. Op grond van de wettelijke regeling is de huurder immers aansprakelijk voor schade aan het gehuurde door het tekortschieten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en wordt in beginsel alle schade vermoed daardoor te zijn ontstaan. In het beding wordt gekozen om deze verplichting te concretiseren en in te vullen door een Innameprotocol in het leven te roepen waarin wordt verduidelijkt welke schades en verontreinigingen als (on)acceptabel worden beschouwd na inlevering van de auto. Van de eisende partij kan niet worden verwacht dat zij in dit Innameprotocol alle gevallen van schade en verontreiniging (uitputtend) beschrijft. Dat in het beding een restbepaling is opgenomen om dit te ondervangen, maakt dan ook niet dat de consument door het beding in een juridisch minder gunstige positie wordt geplaatst dan het wettelijk uitgangspunt. Bovendien voorzien de keurmerkvoorwaarden in een geschillenregeling waarbij een onafhankelijke deskundige kan worden ingeschakeld om de schade of verontreiniging te beoordelen, hetgeen ook een waarborg vormt tegen een eventuele te strenge beoordeling daarvan door de eisende partij. Het beding zal daarom in stand worden gelaten.