RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op vrijdag 3 juli 2026
RB 4040
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) ||
2 jul 2026,
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 2 jul 2026,, RB 4040; 2025/00376 (Mister Kitchen’s truffle mayo), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-aanduiding-vegan-zonder-uitleg-over-gebruik-van-speurhonden-onvoldoende-duidelijk

RCC: aanduiding 'vegan' zonder uitleg over gebruik van speurhonden onvoldoende duidelijk

RCC 19 december 2025, RB 4040; 2025/00376 (Mister Kitchen’s truffle mayo). In deze zaak tussen klager, Mister Kitchen en Albert Heijn draait het om de vraag of de aanduidingen 'vegan', 'veganistisch' en 'vgn' misleidend zijn. De truffelmayonaise bevat echte truffel en bij het zoeken naar die truffels worden honden ingezet. De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt of de gemiddelde consument, en in het bijzonder de gemiddelde veganistische consument, door de gebruikte aanduidingen een onjuiste indruk krijgt van de manier waarop het product tot stand komt. De voorzitter benadrukt dat zijn oordeel alleen ziet op de vier uitingen waartegen de klacht is gericht: de Instagrampost, de verpakking, de productpagina en het schaplabel. Hij gaat daarom niet in op het verzoek van klager om ook andere producten met truffel en een veganclaim te beoordelen. Volgens klager wekken de aanduidingen 'vegan', 'veganistisch' en 'vgn' ten onrechte de indruk dat bij de productie van het product op geen enkele manier dieren zijn gebruikt. Omdat honden worden ingezet om de truffels op te sporen, is daarvan volgens klager geen sprake. Mister Kitchen erkent dat honden worden gebruikt bij het zoeken naar truffels. Volgens haar bestaat internationaal echter geen overeenstemming over de vraag of truffels daardoor niet meer als vegan kunnen worden aangemerkt. Zij wijst onder meer op het ICEA-keurmerk, dat het gebruikte truffelproduct als vegan certificeert. Albert Heijn sluit zich daarbij aan. Ook andere internationaal erkende keurmerken stellen volgens haar niet als eis dat tijdens het productieproces geen dieren mogen worden ingezet voor arbeid. Daarnaast verwijst Albert Heijn naar het Voedingscentrum, dat volgens haar een beperktere uitleg van het begrip 'vegan' hanteert. De voorzitter stelt vast dat niet ter discussie staat dat de mayonaise echte truffel bevat en dat honden worden ingezet om die truffels te vinden. De kern van het geschil is daarom niet hoe het productieproces verloopt, maar welke betekenis de gemiddelde consument aan de aanduidingen 'vegan', 'veganistisch' en 'vgn' geeft. Meer specifiek gaat het om de vraag of de gemiddelde veganistische consument daaruit mag afleiden dat bij de productie van de ingrediënten helemaal geen dieren zijn betrokken, ook niet voor arbeid.

Bij de beantwoording van die vraag stelt de voorzitter vast dat het begrip 'vegan' geen vaste betekenis heeft. Klager verwijst naar de definitie van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme. Volgens die definitie is veganisme een levenswijze waarbij, voor zover mogelijk en praktisch uitvoerbaar, wordt afgezien van elk gebruik van dieren. Daaronder vallen ook producten waarvoor tijdens het productieproces dieren zijn ingezet, zoals truffels die met behulp van honden zijn opgespoord. Mister Kitchen en Albert Heijn wijzen daarentegen op internationale keurmerken, waaronder ICEA en het V-label. Die keurmerken sluiten het gebruik van dieren voor arbeid niet uit bij de beoordeling of een product vegan is. Ook het Voedingscentrum hanteert volgens Albert Heijn een beperktere uitleg van het begrip. Volgens de voorzitter laten deze verschillende definities zien dat 'vegan' geen vastomlijnd begrip is. Juist daarom zijn de aanduidingen 'vegan', 'veganistisch' en 'vgn' zonder verdere toelichting niet duidelijk genoeg voor de Nederlandse consument. De bestreden uitingen leggen niet uit dat bij de productie van de gebruikte truffels honden zijn ingezet. Ook vermelden zij niet dat de veganclaim is gebaseerd op een specifieke certificeringsstandaard. Volgens de voorzitter hadden de uitingen die toelichting wel moeten geven. Dat had bijvoorbeeld gekund met een verwijzing naar het ICEA-keurmerk en de daarbij behorende criteria, zodat consumenten zelf kunnen nagaan welke norm is toegepast. Omdat die toelichting ontbreekt, voldoet de voedselinformatie volgens de voorzitter niet aan artikel 7, tweede lid, van de Voedselinformatieverordening (Verordening (EU) nr. 1169/2011). De voorzitter merkt alle bestreden uitingen, inclusief de Instagrampost en de productpagina, aan als voedselinformatie in de zin van die verordening. Omdat de voedselinformatie niet duidelijk genoeg is, zijn de uitingen in strijd met de Voedselinformatieverordening. Daarmee zijn zij ook in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code, dat reclame verbiedt die in strijd is met de wet. De voorzitter beveelt Mister Kitchen aan de Instagrampost en de verpakking niet langer op deze manier te gebruiken. Albert Heijn krijgt dezelfde aanbeveling voor de productpagina op haar website en het schaplabel in de winkel. De voorzitter wijst de klacht daarom toe.

Gelet op bovengenoemde verschillende gezichtspunten over wat kan worden verstaan onder ‘vegan’ stelt voorzitter vast dat ‘vegan’ geen vastomlijnd begrip is. Ook constateert de voorzitter dat de “Definitie van Veganisme” zoals die op 25 maart 2025 is vastgesteld door de NVV, de enige vereniging van veganisten in Nederland, onder meer inhoudt dat veganisme een levenswijze is waarbij wordt afgezien van alle gebruik van dieren, onder meer in die zin dat een veganist, voor zover haalbaar, zal afzien van het gebruik van producten waarbij dieren zijn ingezet in het productieproces, zoals bijvoorbeeld truffels die door honden worden gezocht.

Hier tegenover staat dat het -naar de voorzitter begrijpt- Italiaanse keurmerk ICEA, waarover het  onderhavige product volgens verweerders beschikt, en het internationaal erkende keurmerk V-label, in het kader van het gebruik van het begrip ‘vegan’ voor een product, geen van beide vereisen dat dat er bij het productieproces geen dieren betrokken zijn in de vorm van arbeid.  

Gelet op het bovenstaande, en nu de bestreden uitingen zijn gericht op de Nederlandse consument, acht de voorzitter het gebruik van de begrippen ‘vegan’, ‘veganistisch’ en ‘vgn’, zonder toelichting onvoldoende duidelijk. Meer in het bijzonder is onvoldoende duidelijk dat honden zijn gebruikt voor het zoeken naar truffels, ten behoeve van de onderhavige mayonaise. De voorzitter heeft bij een dergelijke toelichting het oog op een toelichting in de uiting zelf, of een verwijzing naar (een vindplaats van) een dergelijke toelichting. Door middel van een dergelijke toelichting kan bijvoorbeeld worden gewezen op voornoemd keurmerk ICEA, waarna de consument zich nader kan informeren over de kenmerken hiervan.

Gegeven het voorgaande oordeelt de voorzitter als volgt over de verschillende bestreden uitingen.

Ad uiting 1.

Nu in deze uiting (een verwijzing naar) een toelichting op de begrippen “vegan” en “veganistisch” ontbreekt, gaat de uiting gepaard met voedselinformatie die niet duidelijk is als bedoeld in artikel 7 lid 2 van de Verordening (EU) nr. 1169/2011.

In dit verband overweegt de voorzitter dat “voedselinformatie” in artikel 1 lid 2 sub a van voornoemde verordening als volgt is gedefinieerd:

“informatie over een levensmiddel, die ter beschikking van de eindverbruiker wordt gesteld door middel van een etiket, ander begeleidend materiaal, of andere middelen, waaronder moderne technologie-instrumenten of mondelinge communicatie”.

Gelet op het bovenstaande is uiting 1 in strijd met de wet als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Ad uitingen 2, 3 en 4.

Ditzelfde oordeel als over uiting 1 geldt voor de uitingen 2, 3 en 4, waarin de begrippen ‘vegan’,    “vegan” en “veganistisch” respectievelijk “vgn” (oftewel “vegan”) zonder (enige verwijzing naar) een toelichting daarop zijn gebruikt.

4. Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De voorzitter acht de uitingen 1 en 2 in strijd met artikel 2 NRC. Hij beveelt verweerder sub 1 aan om niet meer op en dergelijke wijze reclame te maken.

De voorzitter acht de uitingen 3 en 4 in strijd met artikel 2 NRC. Hij beveelt verweerder sub 2 aan om niet meer op en dergelijke wijze reclame te maken.