29 okt 2025
Reclame Mother's Earth-wasstrips misleidend
RCC 29 oktober 2025, RB 3961; LS&R 2338; 2025/00437 (klager tegen adverteerder). De klacht betreft reclame-uitingen van Mother’s Earth over haar wasstrips, waarin wordt geclaimd dat deze “vrij van plastic” en “vrij van microplastics” zijn. Klager stelt dat deze uitingen misleidend zijn omdat de wasstrips polyvinylalcohol (PVA) bevatten, een synthetisch en wateroplosbaar polymeer dat volgens hem het milieu belast en als microplastic kan worden beschouwd. De bestreden claims zijn duurzaamheidsclaims in de zin van de Code voor Duurzaamheidsreclame (CDR). Op grond van artikel 3.1 CDR moeten zulke claims duidelijk, specifiek, juist en ondubbelzinnig zijn om misleiding te voorkomen.
Volgens EU-verordening 2023/2055 vallen alleen vaste, wateronoplosbare polymeren onder de definitie van microplastics. Aangezien PVA een wateroplosbaar polymeer is, wordt het niet geclassificeerd als microplastic. De Commissie acht de claim “vrij van microplastics” niet misleidend. De Commissie oordeelt anders over de claim “vrij van plastic”. De gemiddelde consument zal deze claim opvatten als: het product bevat géén synthetische polymeren. Aangezien PVA wél een synthetisch polymeer is, is de claim “vrij van plastic” onjuist en misleidend. De Commissie acht deze uiting in strijd met artikel 3.1 CDR. Hoewel de adverteerder ter zitting heeft verklaard de claim te hebben aangepast naar “vrij van plastic afval”, ziet de Commissie hierin geen aanleiding om van een aanbeveling af te zien. De Commissie wijst de klacht gedeeltelijk toe en acht reclame-uiting 1 in strijd met artikel 3.1 CDR. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.
(...) 4. Ten aanzien van de claim “vrij van microplastics” overweegt de Commissie als volgt. Volgens Verordening (EU) 2023/2055 tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 met betrekking tot synthetische polymeermicrodeeltjes, worden ‘polymeermicrodeeltjes’ omschreven als vaste polymeren. Polymeren met een oplosbaarheid van meer dan 2 g/l vallen niet onder deze definitie. Adverteerder heeft onweersproken gesteld dat PVA een wateroplosbaar polymeer is dat aan deze uitzondering voldoet en daarom niet als microplastic wordt geclassificeerd. Hierop gelet ziet de Commissie onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de claim “vrij van microplastics” in deze context misleidend is.
5. Dit ligt anders bij de claim “vrij van plastic” waarmee op de website van adverteerder wordt geadverteerd. De gemiddelde consument zal op basis van deze mededeling verwachten dat het product geen enkele vorm van plastic bevat en er derhalve geen synthetische bestanddelen aanwezig zijn. Vaststaat echter dat het product PVA bevat, een synthetisch polymeer dat, hoewel oplosbaar, onder de ruimere betekenis van de term “plastic” valt. Door te adverteren met “vrij van plastic”, terwijl het product PVA bevat, wordt bij de consument een onjuiste indruk gewekt over de duurzaamheidsaspecten van het product. Dit kan ertoe leiden dat de consument een besluit over een transactie neemt dat hij of zij anders niet zou hebben genomen. De Commissie oordeelt daarom dat deze claim in strijd is met artikel 3.1 CDR. (...)