RB
Gepubliceerd op donderdag 6 augustus 2026
RB 4076
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) ||
9 jun 2026,
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 jun 2026,, RB 4076; 2026/00220 ([klager] tegen [naam influencer] en Corendon), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tag-van-adverteerder-maakt-gefaciliteerde-reis-niet-herkenbaar-als-influencerreclame

Tag van adverteerder maakt gefaciliteerde reis niet herkenbaar als influencerreclame

RCC 9 juni 2026, RB 4076; 2026/00220 ([klager] tegen [naam influencer] en Corendon). In deze zaak staat een reeks Instagram Stories van [naam influencer] over een gezinsvakantie centraal. In de Stories doet de influencer verslag van de vliegreis, het vervoer naar de accommodatie en het verblijf. Daarbij worden de naam en het logo van de adverteerder getoond en wordt het Instagramaccount van de adverteerder getagd. Vaststaat dat de reis door de adverteerder is gefaciliteerd in het kader van een samenwerking. Daarmee bestaat een relevante relatie in de zin van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing. Deze relatie moet uitdrukkelijk en op eenvoudig toegankelijke wijze in de reclame-uiting worden vermeld.

In de Stories werd niet vermeld dat sprake was van een commerciële samenwerking. Ook uit de presentatie en de context bleek volgens de voorzitter onvoldoende duidelijk wat de aard van de relatie tussen de influencer en de adverteerder was. Het tonen van het logo en het taggen van de adverteerder met een “@” is daarvoor niet voldoende. Daaruit blijkt immers niet zonder meer dat de influencer een betaling of ander voordeel heeft ontvangen. De voorzitter oordeelt dat de Instagram Stories in strijd zijn met artikel 3 onder b RSM. Zowel de influencer als de adverteerder zijn verantwoordelijk voor een duidelijke vermelding van de commerciële relatie. De adverteerder heeft daarnaast onvoldoende aangetoond dat zij aan haar zorgplicht uit artikel 6 lid 1 RSM heeft voldaan. De influencer en de adverteerder hebben erkend dat de samenwerking onvoldoende duidelijk kenbaar was en hun werkwijze aangepast. De adverteerder heeft onder meer toegezegd influencers voortaan actiever te instrueren en te controleren. De voorzitter ziet hierin aanleiding om geen aanbeveling te doen.

3. Ingevolge de systematiek van de RSM is de inhoud en de aard van de Relevante Relatie in ieder geval duidelijk herkenbaar indien deze conform de suggesties bij artikel 3 van deze code is weergegeven. Nu in de uiting geen aansluiting bij die suggesties is gezocht, dient te worden beoordeeld of de inhoud en aard van de Relevante Relatie op andere wijze duidelijk en op eenvoudig toegankelijke wijze geopenbaard wordt, bijvoorbeeld door opmaak en/of presentatie, mede gelet op de context en het platform dat wordt gebruikt. Naar het oordeel van de voorzitter is dit niet het geval. In de Stories wordt niet vermeld dat sprake is van een Relevante Relatie tussen influencer en adverteerder. De inhoud en aard van de Relevante Relatie wordt ook anderszins onvoldoende duidelijk en niet op eenvoudig toegankelijke wijze geopenbaard. De voorzitter wijst er in dit verband op dat het enkele gebruik van een “@” met daarachter de naam van adverteerder, zoals in de tekst in de video staat, onvoldoende is om in de vereiste mate duidelijk te maken dat er sprake is van een Relevante Relatie. Derhalve is, binnen de context van de gehele uiting bezien, onvoldoende kenbaar gemaakt dat er sprake is van een Relevante Relatie tussen influencer en adverteerder.

4. De voorzitter is op grond van het voorgaande van oordeel dat de uiting in strijd is met artikel 3 onder b RSM. Uit artikel 6 lid 4 RSM volgt dat zowel adverteerder als verspreider (influencer) verantwoordelijk zijn voor de naleving van artikel 3 RSM. Niet is gebleken dat adverteerder voldoende heeft voldaan aan de zorgplicht als bedoeld in artikel 6 lid 1 RSM. De voorzitter is daarom van oordeel dat adverteerder bovendien in strijd met dit artikel heeft gehandeld.

5. De voorzitter heeft kennis genomen van de mededelingen van influencer en adverteerder dat zij erkennen dat de samenwerking niet voldoende kenbaar is gemaakt en zij beide hun werkwijze hebben aangepast. Daarbij is van belang dat adverteerder te kennen geeft haar samenwerkingspartners actiever te zullen instrueren en controleren. De voorzitter ziet in deze mededelingen aanleiding om een aanbeveling achterwege te laten. Er wordt beslist als volgt.