26 feb 2026
Kopieer citeerwijze ||
Verband Wirtschaft im Wettbewerb, Verein für Lauterkeit in Handel und Industrie e.V. tegen PAYBACK GmbH
Wanneer is een onderneming een handelaar? Energie-etikettering bij promotie van producten in loyaliteitsprogramma’s
Conclusie A-G 26 februari 2026, RB 3977; ECLI:EU:C:2026:113 (Verband Wirtschaft im Wettbewerb, Verein für Lauterkeit in Handel und Industrie e.V. tegen PAYBACK GmbH). Deze zaak betreft een prejudiciële verwijzing van het Bundesgerichtshof (Duitse federale hoogste rechter) aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van regels inzake energie-etikettering van producten. Het geschil ontstond tussen de Duitse consumenten- en mededingingsorganisatie Verband Wirtschaft im Wettbewerb en PAYBACK GmbH, exploitant van een bonuspuntenprogramma. PAYBACK had in een online nieuwsbrief reclame gemaakt voor een kansspel waarbij deelnemers een televisie konden winnen. In die advertentie werd de televisie getoond zonder vermelding van de energie-efficiëntieklasse en de schaal van energieklassen. Volgens de organisatie was dit in strijd met de verplichtingen uit Verordening (EU) 2017/1369 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2013, die voorschrijven dat in visuele reclame voor energiegerelateerde producten de energieklasse moet worden vermeld. De kern van het geschil is of PAYBACK in deze situatie kan worden beschouwd als een “handelaar” die onder deze informatieplicht valt. De verwijzende rechter vroeg daarom aan het Hof of een exploitant van een loyaliteits- of bonusprogramma die in een nieuwsbrief reclame maakt voor een kans om een product te winnen, onder het begrip handelaar valt en dus verplicht is de energie-etiketteringsinformatie te vermelden.
De advocaat-generaal analyseert in haar conclusie het doel van de Europese energie-etiketteringsregels, namelijk consumenten in staat stellen geïnformeerde keuzes te maken door duidelijke en vergelijkbare informatie te ontvangen. Zij stelt dat de verplichting om de energie-efficiëntieklasse te vermelden niet beperkt is tot verkopers van het product, maar ook kan gelden voor partijen die reclame maken voor een specifiek product en zo de vraag daarnaar beïnvloeden. Volgens haar kan een exploitant van een bonusprogramma die een concreet product promoot, zelfs in het kader van een kansspel, als “handelaar” worden beschouwd wanneer hij reclame maakt voor dat product richting consumenten. In dat geval moet ook in de advertentie de energie-efficiëntieklasse en de schaal van energieklassen worden vermeld. De advocaat-generaal concludeert daarom dat dergelijke reclame-uitingen onder de informatieplicht van de energie-etiketteringsregels vallen. Daarmee adviseert zij het Hof in essentie te oordelen dat ook een bonusprogramma-exploitant die in een nieuwsbrief reclame maakt voor een energiegerelateerd product bij een prijsvraag als handelaar kan gelden en dus de energie-etikettering moet opnemen in de advertentie.
122. “Ondanks de vermeende onduidelijkheid over de omvang van de verplichtingen betreffende energie-efficiëntie-etikettering die rusten op handelaren die kosteloos energiegerelateerde producten aanbieden, zoals in het kader van een kansspel, volgt uit vaste rechtspraak van het Hof dat, wanneer een Unierechtelijke bepaling voor verschillende uitleggingen vatbaar is, de voorkeur moet worden gegeven aan de uitlegging die de nuttige werking van de bepaling kan verzekeren.(47)”
123. “Op basis van mijn hermeneutische analyse van de bewoordingen van artikel 2, punt 13, van verordening 2017/1369 en van de ruimere context van die bepaling en de beoogde doelstellingen, zou de beperking van het toepassingsgebied van de in die verordening neergelegde energie-etiketteringsvoorschriften tot alleen handelaren die producten tegen directe vergoeding aanbieden, afbreuk doen aan het nut van die voorschriften, waarvan is gebleken dat zij toegevoegde waarde bieden omdat zij klanten de weg wijzen naar energie-efficiëntere producten.(48)”
124. “Gelet op mijn voorgaande analyse ben ik van mening dat een organisator van een kansspel, zoals verweerster in het hoofdgeding, die in het kader van een commerciële activiteit een product uitstalt, ongeacht of er sprake is van vergoeding, moet worden beschouwd als een „handelaar” in de zin van artikel 2, punt 13, van verordening 2017/1369 en derhalve moet voldoen aan de energie-etiketteringsvoorschriften van die verordening, gelezen in samenhang met gedelegeerde verordening 2019/2013.”