RB
Gepubliceerd op donderdag 22 oktober 2026
RB 4163
Rechtspraak (NL/EU) ||
24 jul 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 24 jul 2026,, RB 4163; ECLI:NL:RBROT:2026:10512 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://reclameboek.nl/artikelen/aannemer-handelt-onrechtmatig-door-consumenten-niet-te-informeren-over-extra-kosten-zwaardere-elektriciteitsaansluiting

Aannemer handelt onrechtmatig door consumenten niet te informeren over extra kosten zwaardere elektriciteitsaansluiting

Rb. Rotterdam 24 juli 2026, RB 4163; ECLI:NL:RBROT:2026:10512 ([eisers] tegen [gedaagde]). Twee consumenten hebben een aannemer aansprakelijk gesteld omdat deze bij de bouw van hun nieuwbouwwoning in 2019 zonder hen daarover te informeren een zwaardere elektriciteitsaansluiting van 3x35 ampère heeft laten realiseren in plaats van de gebruikelijke aansluiting van 3x25 ampère. Volgens de aannemer was de zwaardere aansluiting noodzakelijk vanwege de door de consumenten gewenste warmtepomp en zonnepanelen. De consumenten stellen echter dat zij niet zijn geïnformeerd over de noodzaak van deze aansluiting en de daarmee gepaard gaande hogere aansluit- en netbeheerderskosten. Pas in augustus 2024 ontdekten zij dat de hogere kosten werden veroorzaakt door de zwaardere aansluiting. Zij stellen dat de aannemer zijn informatieverplichtingen heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. De consumenten vorderen een verklaring voor recht en € 6.367,54 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten.

De kantonrechter oordeelt dat de aannemer de consumenten tijdig en duidelijk had moeten informeren over de noodzaak van de zwaardere elektriciteitsaansluiting en de daarmee samenhangende extra kosten. Uit de offertes en overige verstrekte documenten bleek niet dat een aansluiting van 3x35 ampère noodzakelijk was of dat deze structureel hogere kosten met zich zou brengen. Volgens de kantonrechter gaat het om essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over de overeenkomst te nemen. Door deze informatie niet te verstrekken, heeft de aannemer zich schuldig gemaakt aan een misleidende omissie als bedoeld in artikel 6:193d lid 2 BW en daarmee aan een oneerlijke handelspraktijk. Dit handelen is op grond van artikel 6:193b BW onrechtmatig. De aannemer is daarom aansprakelijk voor de schade die hierdoor is ontstaan. De kosten van € 244,30 voor het terugbrengen van de aansluiting naar 3x25 ampère komen voor vergoeding in aanmerking. Voor de overige gevorderde schadeposten, waaronder de extra aansluitkosten en hogere netbeheerderskosten, moeten de consumenten hun schade nader specificeren en onderbouwen. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

2.14.

De zwaarte van de benodigde elektriciteitsaansluiting en de daaraan gekoppelde extra kosten zijn aan te merken als essentiële informatie, die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te kunnen nemen over het al dan niet sluiten van een overeenkomst op dit punt. Het door [gedaagde] niet geven of weglaten van deze voor [eisers] . essentiële informatie kan daarom worden beschouwd als een misleidende handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193d lid 2 BW. [eisers] . zijn hierdoor immers op het verkeerde been gezet, in die zin dat zij, als zij wél over de informatie hadden beschikt, tot een ander besluit hadden kunnen komen. Het is goed voorstelbaar dat [eisers] . in dat geval hadden besloten niet voor de zwaardere aansluiting, maar toch voor de gebruikelijke 3x25 ampère-aansluiting te kiezen. Zij hebben namelijk onweersproken gesteld dat zij inmiddels de aansluiting hebben laten aanpassen naar de genoemde 3x25 ampère-aansluiting en dat deze aansluiting, ondanks dat zij zowel een warmtepomp als zonnepanelen gebruiken, al geruime tijd zonder problemen functioneert.

2.15.

De kantonrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat er in dit geval sprake is van een oneerlijke handelspraktijk van [gedaagde] . Hoewel de wet in beginsel als sanctie vernietigbaarheid van de overeenkomst voorschrijft (art. 6:193j lid 3 BW), hebben [eisers] . geen vordering tot vernietiging ingesteld. Hiervoor is echter al overwogen dat er in geval van een oneerlijke handelspraktijk sprake is van onrechtmatig handelen. Dat betekent dat de kantonrechter voor recht zal verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisers] ., zoals ook primair door [eisers] . is gevorderd.