RB

Algemene regels  

RB 3974

Omgevingsvergunning carwash en Texaco-reclame: vergunning grotendeels houdbaar, maar motiveringsgebrek bij welstand

Rechtspraak (NL/EU) 8 dec 2025, RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân en ), https://reclameboek.nl/artikelen/omgevingsvergunning-carwash-en-texaco-reclame-vergunning-grotendeels-houdbaar-maar-motiveringsgebrek-bij-welstand

Rb. Noord-Nederland 8 december 2025, IEF 23308; RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân). De Rechtbank Noord-Nederland doet een tussenuitspraak (bestuurlijke lus) over een omgevingsvergunning voor een perceel met tankstation/carwash (Dilledyk 1, Easterwierrum). Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo van toepassing. De vergunning ziet op (i) het veranderen/legaliseren van een carwash, (ii) het plaatsen van een prijzenbord/reclamezuil, (iii) het aanbrengen van TEXACO-reclame (letters/logo) op de overkapping van het pompeiland en een beperkte gebruikswijziging. De rechtbank verwerpt de procedurele klachten (o.a. onvolledige heroverweging, “verlopen” aanvraag, late publicatie, vooringenomenheid). Inhoudelijk acht zij de vergunning voor het prijzenbord en de carwash rechtmatig: het college mocht het peil voor de hoogtebepaling hanteren zoals gedaan en een beperkte planafwijking voor het prijzenbord vergunnen zonder strijd met een goede ruimtelijke ordening; de carwash voldoet aan de planregels (met name de goothoogte), en klachten over (geluids)overlast of het Bouwbesluit leveren hier geen weigeringsgrond op binnen het limitatief-imperatieve toetsingskader.

RB 3973

IQOS-omruilservice kwalificeert als tabaksreclame

Rechtspraak (NL/EU) 17 feb 2026, RB 3973; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris), https://reclameboek.nl/artikelen/iqos-omruilservice-kwalificeert-als-tabaksreclame

Rechtbank Rotterdam 17 februari 2026, IEF 23306; RB 3973; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris). De rechtbank Rotterdam beoordeelt een door de staatssecretaris van VWS opgelegde bestuurlijke boete van € 45.000 aan Philip Morris Investments B.V. wegens overtreding van het reclameverbod van art. 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Centraal staat of het online omruilprogramma voor het elektronische verhittingsapparaat IQOS (ILUMA) “reclame” is in de zin van art. 1 Trw. De rechtbank oordeelt dat dit zo is, op beide gronden van de definitie: (i) het is een handeling in de economische sfeer met (mede) het doel de verkoop van tabaksproducten/aanverwante producten te bevorderen, mede omdat Philip Morris belang heeft dat ook bezitters van een goed werkend oud apparaat overstappen vanwege de non-compatibiliteit met nieuwe tabaksticks (TEREA) en het verdwijnen van HEETS; en (ii) het is een commerciële mededeling die het aanprijzen/bekendheid geven tot doel dan wel (on)rechtstreeks gevolg heeft. Daarbij weegt mee dat de website-informatie verder ging dan strikt noodzakelijk en op punten wervend was (“profiteren”, “voordelen”, “nieuwste innovatie”, en een geruststellende/emotionele formulering over “geen zorgen … in de toekomst”), zodat het niet kan worden afgedaan als louter (verplichte) productinformatie; ook beperkte toegankelijkheid voor (vermeend) bestaande 18+ gebruikers maakt het niet anders.

RB 3972

Taxi met reclame op taxistandplaats geen handelsreclame: sanctie en proceskostenvergoeding in Wahv‑procedure

Nederland 30 jan 2026, RB 3972; ECLI:NL:GHARL:2026:514 https://reclameboek.nl/artikelen/taxi-met-reclame-op-taxistandplaats-geen-handelsreclame-sanctie-en-proceskostenvergoeding-in-wahv-procedure

Hof Arnhem-Leeuwaren 30 januari 2026, RB 3972; ECLI:NL:GHARL:2026:514. Op 14 januari 2023 om 01:04 uur werd aan de betrokkene bij inleidende beschikking een bestuurlijke boete van €210,- opgelegd wegens overtreding van artikel 5:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Gouda. Hem werd verweten dat hij zonder ontheffing op de Burgemeester Jamessingel in Gouda een voertuig, een taxi, met handelsreclame had geparkeerd met als kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Uit de verklaring van de verbalisanten bleek dat de taxi voor het NS-station geparkeerd stond met een verlicht transparant op het dak, waarop wisselende afbeeldingen en reclameboodschappen van het taxibedrijf verschenen. De betrokkene erkende het parkeren op de betreffende tijd, datum en plaats. De kantonrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene op 16 april 2025 ongegrond. Zijn gemachtigde, mr. L.P. Kabel, stelde in hoger beroep dat het voertuig op een taxistandplaats bij het station stond, dat het doel van het parkeren niet het maken van handelsreclame was maar het ophalen van klanten, en dat de verplichte transparanten op grond van artikel 41a RVV 1990 informatie over bestemming of gebruik van het voertuig mochten bevatten.

RB 3969

Afwijzing IE-vorderingen inzake vouwbare oprijplaten

Rechtspraak (NL/EU) 29 jan 2026, RB 3969; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]), https://reclameboek.nl/artikelen/afwijzing-ie-vorderingen-inzake-vouwbare-oprijplaten

Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2025, IEF 23281; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]). In het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorderde producent A onder meer een verklaring voor recht dat producent B inbreuk maakte op haar auteursrechten op vouwbare oprijplaten met scharnierconstructie, zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing en misleidende of vergelijkende reclame, alsmede diverse verboden, rectificatie, terughaal- en vernietigingsmaatregelen en schadevergoeding. De rechtbank toetst het beroep op auteursrecht aan art. 1 en 10 Aw, uitgelegd conform de rechtspraak van het HvJ EU (o.a. Cofemel en Brompton): vereist is dat het voortbrengsel een oorspronkelijk werk is dat het resultaat vormt van vrije en creatieve keuzes. De door producent A aangewezen elementen, het profielpatroon, de handgrepen, het scharnier en het (optionele) kantelbare klepprofiel, acht de rechtbank overwegend technisch of functioneel bepaald. Producent A heeft onvoldoende concreet onderbouwd welke creatieve keuzes daarin tot uitdrukking komen. Ook de combinatie van deze elementen levert geen eigen intellectuele schepping op. De oprijplaat mist daarom het vereiste oorspronkelijk karakter en komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking.

RB 3938

P-G: Geen intern regres voor kartelboete tussen moeder- en dochtervennootschap

Rechtspraak (NL/EU) 12 sep 2025, RB 3938; ECLI:NL:PHR:2025:999 (Bencis tegen Dossche), https://reclameboek.nl/artikelen/p-g-geen-intern-regres-voor-kartelboete-tussen-moeder-en-dochtervennootschap

Parket bij de HR 12 september 2025, RB 3938; ECLI:NL:PHR:2025:999 (Bencis tegen Dossche). In deze zaak zijn zowel een dochtermaatschappij als de voormalige moedermaatschappij van die dochter door de ACM beboet voor een inbreuk op het kartelverbod. Bijzonder in deze zaak is dat de boetes volgtijdelijk zijn opgelegd, eerst aan de dochter en pas later aan de voormalig moeder. Meestal wordt de moeder beboet gelijk met de dochter en is er sprake van hoofdelijkheid. Dat is hier niet het geval. Toen de moeder werd beboet, had zij de dochter al verkocht. Bencis, voormalig moedervennootschap van Meneba, vordert vergoeding van een door haar betaalde kartelboete. De ACM had Bencis op grond van parental liability medeaansprakelijk gehouden voor een kartelovertreding door haar toenmalige dochter Meneba. Inmiddels was Meneba eigendom van Dossche. Bencis baseert zich op de onrechtmatige daad, regres en ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af. In cassatie bestrijdt Bencis onder meer dat het hof haar geen interne verhaalsmogelijkheid heeft toegekend. 

RB 3937

HR verwerpt cassatieberoep in zaak over printercartridges

Rechtspraak (NL/EU) 7 nov 2025, RB 3937; ECLI:NL:HR:2025:1663 (Digital Revolution tegen Google), https://reclameboek.nl/artikelen/hr-verwerpt-cassatieberoep-in-zaak-over-printercartridges

HR 7 november 2025, RB 3937; ECLI:NL:HR:2025:1663 (Digital Revolution tegen Google). Deze zaak gaat over reclame-uitingen over printercartridges via Google Shopping. Na een zoekopdracht naar bepaalde types printercartridges vertoonde Google Shopping onder meer een mededeling van de website www.prindo.nl (geëxploiteerd door Media Concept), met daarbij een vermelde prijs en de knop “Site bezoeken”. Een klik op deze knop bracht de bezoeker op een bij prindo.nl ingerichte ‘landingspagina’, waar de genoemde cartridge tegen de op Google Shopping getoonde prijs te koop was. Er gold daarbij een restrictie tot één exemplaar per bestelling per klant. Bij een direct bezoek aan prindo.nl kon hetzelfde type printercartridge worden besteld, maar tegen een andere (hogere) prijs en zonder de restrictie tot één exemplaar per bestelling per klant. Digital Revolution, de partij achter 123inkt.nl en concurrent van Media Concept, betoogt in de parallelle procedure dat Media Concept zich met deze handelwijze schuldig maakt aan een oneerlijke handelspraktijk (art. 6:193a e.v. BW), aan misleidende reclame (art. 6:194 BW) en aan ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW). In deze procedure heeft zij Google, aanbieder van Google Shopping, vanwege dezelfde feiten in rechte betrokken. Het hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van misleiding en dus evenmin van een oneerlijke handelspraktijk of van misleidende reclame. Ook het betoog dat sprake zou zijn van ongeoorloofde vergelijkende reclame heeft het hof verworpen. De P-G acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of in strijd met het recht. De conclusie van de P-G strekt tot verwerping van het cassatieberoep [RB 3933].

RB 3933

P-G Hartlief: Google Shopping-vermelding niet misleidend

Rechtspraak (NL/EU) 12 sep 2025, RB 3933; ECLI:NL:PHR:2025:986 (Digital Revolution tegen Google), https://reclameboek.nl/artikelen/p-g-hartlief-google-shopping-vermelding-niet-misleidend

Parket bij de Hoge Raad 12 september 2025, IT 4985; RB 3933; ECLI:NL:PHR:2025:986 (Digital Revolution tegen Google). De Procureur-Generaal Hartlief concludeert tot verwerping van het cassatieberoep van Digital Revolution (123inkt) tegen Google. De zaak gaat over Google Shopping-vermeldingen voor printercartridges van Prindo/Media Concept: in Google Shopping verschijnt een prijs met de knop “Site bezoeken”; wie doorklikt, komt op een Prindo-landingspagina waar die prijs geldt, maar met de beperking “maximaal 1 per bestelling per klant”; bij een rechtstreeks bezoek aan prindo.nl is de prijs hoger en ontbreekt die restrictie. Het hof oordeelt, en de P-G volgt dat oordeel , dat de in Google Shopping getoonde prijs op zichzelf niet misleidt, omdat de consument via de doorklik die prijs daadwerkelijk kan betalen en de essentiële beperking direct vóór het bestelbesluit zichtbaar is. Dat Google Shopping als medium geen plaats biedt voor alle details weegt mee; essentiële informatie mag op de landingspagina worden gegeven, mits tijdig vóór het besluit tot kopen. Klachten over misleidende handelspraktijken (art. 6:193a e.v. BW), misleidende reclame (art. 6:194 BW) en ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW) falen daarom. Volgens de P-G ondersteunt het dossier bovendien dat hier feitelijk sprake is van toegestane prijsdifferentiatie en dat de consument, desgewenst, meerdere stuks kan afnemen door de handeling te herhalen, zodat geen “prijslokker” ontstaat die het economische gedrag onrechtmatig beïnvloedt.

RB 3928

Reclame-uiting Deezer niet misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 26 aug 2025, RB 3928; (Klager tegen Deezer), https://reclameboek.nl/artikelen/reclame-uiting-deezer-niet-misleidend

RCC 28 augustus 2025, RB 3928; 2025/00342 (Klager tegen Deezer). De voorzitter van de Reclame Code Commissie wijst een klacht tegen Deezer af over een e-mail met de tekst “Krijg 2 maanden gratis op Deezer Premium!” en een knop “Probeer gratis uit”. Klager vond dat misleidend, omdat na afloop automatisch een betaald abonnement start tenzij minimaal 48 uur van tevoren wordt opgezegd, terwijl de woorden “gratis proberen” vrijblijvendheid zouden suggereren. De voorzitter oordeelt echter dat onderaan de e-mail in voldoende leesbaar lettertype staat vermeld dat het abonnement na twee maanden automatisch wordt omgezet naar een betaald abonnement, tenzij tijdig wordt opgezegd. Daarmee is het aanbod voldoende duidelijk en niet misleidend.

RB 3833

Boete wegens reclame over 'geneesmiddel' zonder handelsvergunning

Rechtspraak (NL/EU) 11 mrt 2024, RB 3833; ECLI:NL:RBDHA:2024:5663 (Eiser tegen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), https://reclameboek.nl/artikelen/boete-wegens-reclame-over-geneesmiddel-zonder-handelsvergunning

Rb. Den Haag 11 maart 2024, RB 3833, LSR 2238; ECLI:NL:RBDHA:2024:5663 (Eiser tegen minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Op 24 maart 2022 heeft een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een inspectie uitgevoerd op de website van eiser op het voorkomen van zogenaamde medische claims. De toezichthouder heeft bevonden dat eiser het product talbina heeft gepresenteerd als geneesmiddel, en dit heeft aangeboden zonder handelsvergunning. Dit is in strijd met de Geneesmiddelenwet (hierna: Gnw), waardoor de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (verweerder) hem een bestuurlijke boete van € 3.000,- heeft opgelegd. Daarnaast heeft eiser volgens de toezichthouder tevens reclame gemaakt voor het product zonder te beschikken over de vereiste handelsvergunning, en daarmee ook het reclameverbod overtreden. Op grond daarvan is door verweerder aan eiser een boete van € 3.750,- opgelegd. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van zes maanden is er een korting van 5% gegeven, zodat de bestuurlijke boete in totaal een hoogte heeft van € 6.412,50. Eiser betwist deze stellingen en stelt dat het optreden tegen zijn berichtgeving in strijd is met zijn recht op godsdienstvrijheid. Het bedrag zou voorts niet in verhouding staan tot de ernst van de beboete gedraging en zijn financiële draagkracht zou onvoldoende meegewogen zijn.

RB 3832

Reclame over "duurzame" cruisereis is misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 19 mrt 2024, RB 3832; 2024/00059 (Klager tegen adverteerder), https://reclameboek.nl/artikelen/reclame-over-duurzame-cruisereis-is-misleidend

RCC 19 maart 2024, RB 3832; 2024/00059 (Klager tegen adverteerder). In een advertentie in de Volkskrant (uiting 1) en op een website (uiting 2) worden cruisereizen aangeboden die een “duurzame keuze” zouden zijn. De claim wordt echter niet onderbouwd of toegelicht. Klager stelt dat ten opzichte van andere vormen van vakantie cruisevakanties juist schadelijk zijn voor het klimaat en het milieu en verwijst naar diverse bronnen over de uitstoot. De gemiddelde consument zou misleid worden door deze uiting en denken dat het inderdaad een duurzame keuze is en niet milieu- en klimaatschadelijk is. Dit zou misleidend en daarmee in strijd met de artikelen 3.1, 4 en 7 van de Code voor Duurzaamheidsreclame (hierna: CDR) zijn. Adverteerder voert verweer en stelt dat een vakantie in Noorwegen wel duurzaam is. De Commissie oordeelt dat de algemene vermelding dat de reis een “duurzame” keuze is, niet voldoende is. Het begrip ‘duurzaam’ moet ingevuld worden en er moet duidelijk zijn op grond waarvan het begrip gerechtvaardigd wordt. Beide uitingen zijn hierdoor in strijd met artikel 3.1 CDR. De Commissie beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze te adverteren.