RB
Gepubliceerd op donderdag 8 november 2018
RB 3242
Rechtspraak (NL/EU) ||
8 nov 2018
Rechtspraak (NL/EU) 8 nov 2018, RB 3242; ECLI:EU:T:2018:761 (Dyson), https://reclameboek.nl/artikelen/actie-dyson-tot-vernietiging-verordening-energielabels-van-stofzuigers-alsnog-gegrond

Actie Dyson tot vernietiging verordening energielabels van stofzuigers alsnog gegrond

Gerecht EU 8 november 2018, RB 3242; ECLI:EU:T:2018:761 (Dyson) Reclamerecht. Energielabels. Dyson heeft het Gerecht verzocht de verordening inzake energie-etikettering nietig te verklaren, zie [RB 2585]. Het Gerecht heeft dit beroep bij arrest van 11 november 2015 afgewezen. Hiertegen heeft Dyson hogere voorziening ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de zaak terugverwezen naar het Gerecht. Aangezien de energieprestatie van stofzuigers volgens de door de Commissie gekozen methode met een lege stofcontainer wordt berekend, oordeelt het Gerecht dat deze methode niet in overeenstemming is met de essentiële elementen van de richtlijn. Het Gerecht is derhalve van oordeel dat de Commissie een essentieel element van de richtlijn heeft geschonden en verklaart de verordening nietig, omdat de methode om de energieprestatie te berekenen geen element is dat kan worden gescheiden van de rest van de verordening.

68. Uit het voorgaande volgt volgens het Hof dan ook dat de Commissie, om geen essentieel onderdeel van richtlijn 2010/30 te schenden, verplicht was om in de bestreden verordening te kiezen voor een berekeningsmethode waarmee de energieprestatie van stofzuigers kon worden gemeten in omstandigheden die de reële gebruiksomstandigheden zo dicht mogelijk benaderen, en te eisen dat de stofcontainer van de stofzuiger tot een bepaald niveau was gevuld, daarbij evenwel rekening houdend met de vereisten inzake wetenschappelijke deugdelijkheid van de verkregen resultaten en juistheid van de aan de consument verstrekte informatie, zoals met name bedoeld in overweging 5 en artikel 5, onder b), van deze richtlijn (arrest in hogere voorziening, punt 68).

69. In dit verband blijkt uit punt 68 van het arrest in hogere voorziening dat aan twee cumulatieve voorwaarden moet zijn voldaan opdat de door de Commissie gekozen methode in overeenstemming is met de essentiële onderdelen van richtlijn 2010/30.

70. Ten eerste moet de stofcontainer van de stofzuiger, om de energieprestatie ervan te meten in omstandigheden die de reële gebruiksomstandigheden zo dicht mogelijk benaderen, tot een bepaald niveau gevuld zijn.

71. Ten tweede moet de gekozen methode voldoen aan bepaalde vereisten inzake de wetenschappelijke deugdelijkheid van de verkregen resultaten en de juistheid van de aan de consument verstrekte informatie.

72. In casu volgt echter zowel uit artikel 7 van de bestreden verordening als uit het volledige dossier van de onderhavige zaak dat de Commissie als methode om de energieprestatie van stofzuigers te meten, heeft gekozen voor een methode met een lege stofcontainer.

73. Derhalve moet worden geconstateerd dat niet is voldaan aan de eerste voorwaarde van de delegatiehandeling, zoals deze in het arrest in hogere voorziening is uitgelegd.

74. Deze vaststelling volstaat om te besluiten dat de Commissie een essentieel onderdeel van de delegatiehandeling heeft geschonden.