HvJ EU zet streep door Hongaarse prijs- en voorraadverplichtingen voor grote supermarkten
HvJ EU 18 juni 2026, RB 4036; ECLI:EU:C:2026:495 (Penny Market Kft. tegen Komárom-Esztergom Vármegyei Kormányhivatal). In deze zaak tussen Penny Market Kft. [verzoekster] en de Komárom-Esztergom Vármegyei Kormányhivatal [verweerder] staat de vraag centraal of een Hongaarse noodmaatregel die grote supermarkten verplicht om bepaalde levensmiddelen met korting aan te bieden en daarvan minimale voorraden aan te houden, verenigbaar is met het Unierecht. Het Hof van Justitie oordeelt dat zowel de Gemeenschappelijke Marktordening voor landbouwproducten als de Dienstenrichtlijn zich tegen een dergelijke regeling verzetten. Aanleiding voor het geschil vormt een Hongaarse regeling die in 2023 werd ingevoerd naar aanleiding van de hoge voedselinflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Op grond van deze regeling moesten levensmiddelen-detailhandelaren met een jaaromzet van meer dan ongeveer € 2,5 miljoen gedurende een bepaalde periode voor iedere aangewezen productcategorie ten minste één product aanbieden tegen een prijs die minimaal 15% lager lag dan de laagste prijs van de voorafgaande dertig dagen. Daarnaast moesten zij gedurende de actieperiode steeds beschikken over een minimale hoeveelheid van deze producten, gebaseerd op de gemiddelde dagelijkse verkoop in 2022. Bij overtreding konden bestuurlijke boetes worden opgelegd. Tijdens een controle stelde de Hongaarse autoriteit vast dat in een winkel van Penny Market geen appels en geen mineraalwater of frisdranken in de winkelruimte beschikbaar waren. Hoewel deze producten wel op voorraad waren, waren zij op het moment van de controle niet te koop aangeboden. De autoriteit legde daarop een boete van vier miljoen Hongaarse forint op wegens overtreding van de voorraadverplichting. Penny Market vocht deze sanctie aan en stelde onder meer dat de verkoop over de gehele dag had moeten worden beoordeeld en dat voor frisdranken voldoende vervangende producten beschikbaar waren. De verwijzende rechter vroeg het Hof van Justitie vervolgens of de Hongaarse regeling verenigbaar is met het Unierecht. Het Hof bespreekt eerst de verhouding tot de Gemeenschappelijke Marktordening voor landbouwproducten. Daarbij sluit het expliciet aan bij de eerdere rechtspraak in de zaak SPAR Magyarország over vergelijkbare Hongaarse prijsmaatregelen.