RB

Producten  

RB 4012

“Laat je (b)likkuh”: geen strijd met Nederlandse Reclame Code

toezichthouder 16 apr 2026, RB 4012; 2026/00112 ((klacht tegen Stëlz)), https://reclameboek.nl/artikelen/laat-je-b-likkuh-geen-strijd-met-nederlandse-reclame-code

SRC 16 april 2026, IEF 23567; RB 4012; 2026/00112 (klacht tegen Stëlz). In deze zaak staat een klacht centraal over een billboardposter van Stëlz hard iced tea, waarop een vrouw in carnavalskleding lachend en knipogend een blikje vasthoudt, met daarbij de slogan “laat je (b)likkuh!” en een illustratie van een mond met uitgestoken tong. De poster was geplaatst in de openbare ruimte en voorzien van onder meer de aanduiding “vastelaovend” en het NIX18-logo. Klager stelt dat de slogan een seksueel suggestieve woordspeling vormt op het woord “likken”, die in combinatie met de beeldtaal een expliciete seksuele lading krijgt. Volgens klager leidt dit bovendien tot objectivering van vrouwen, nu de knipogende vrouw onderdeel wordt van deze dubbelzinnige boodschap. Daarbij wordt benadrukt dat de uiting zich in de openbare ruimte bevindt (bushokjes) en daarmee ook zichtbaar is voor minderjarigen. In het licht van de maatschappelijke discussie over seksisme en straatintimidatie acht klager de uiting in strijd met de normen van goede smaak en fatsoen als bedoeld in de Nederlandse Reclame Code. Adverteerder betwist dit en voert aan dat sprake is van een carnavaleske woordspeling waarin het woord “blik” centraal staat, passend binnen een traditie van dubbelzinnige en speelse humor tijdens carnaval. Van een expliciete seksuele boodschap is volgens adverteerder geen sprake. De vrouw wordt neergezet als een zelfverzekerde deelnemer aan een feestelijke setting, zonder dat sprake is van seksuele objectivering of een suggestieve lichaamshouding. Bovendien maakt de uiting deel uit van een bredere campagne waarin zowel mannen als vrouwen voorkomen in een vergelijkbare setting met vergelijkbare humoristische woordspelingen.

RB 4010

CBb: blokvorming in tabaksschap is reclame, sponsoring niet bewezen

Rechtspraak (NL/EU) 7 apr 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 ((Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris)), https://reclameboek.nl/artikelen/cbb-blokvorming-in-tabaksschap-is-reclame-sponsoring-niet-bewezen

CBb 7 april 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 (Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris). In deze zaak tussen een tabaksfabrikant (Philip Morris) en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of de verkoop en presentatie van tabaksproducten op festivals ’t Strand (2018) en Amsterdam Open Air (2019) in strijd is met het reclame- en sponsoringverbod uit de Tabaks- en rookwarenwet (met name het in artikel 5 Tabaks- en rookwarenwet neergelegde verbod op reclame en sponsoring), en of de opgelegde boetes in stand kunnen blijven. De tabaksfabrikant exploiteerde op beide festivals een tabakskiosk, waarbij zij overeenkomsten had gesloten met de organisatoren en met een derde partij voor de exploitatie van de verkoopunits en het personeel. Uit inspecties van de NVWA volgt dat de producten in de kiosken op een specifieke wijze werden gepresenteerd: er was sprake van meerdere identieke verpakkingen per merkvariant (zogeheten “facings”), waardoor visuele blokken ontstonden, en bepaalde schappen (zoals bij Heets-tabaksticks) dienden niet als voorraad maar enkel als zichtpresentatie. Daarnaast werd op ’t Strand alleen vanuit de bovenste rij verkocht, terwijl de overige schappen zichtbaar bleven voor het publiek. De staatssecretaris legde boetes op wegens overtreding van zowel het reclame- als het sponsoringverbod. Volgens hem ging de presentatie verder dan een toegestane neutrale uitstalling en betaalde de fabrikant bovendien vergoedingen aan festivalorganisatoren die niet in verhouding stonden tot de opbrengsten, zodat sprake was van sponsoring. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat sprake is van overtreding van het reclameverbod.

RB 4008

Raad van State: hyperlinks naar fysieke vestigingen op gokwebsite kwalificeren als reclame

Rechtspraak (NL/EU) 22 apr 2026, RB 4008; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa), https://reclameboek.nl/artikelen/raad-van-state-hyperlinks-naar-fysieke-vestigingen-op-gokwebsite-kwalificeren-als-reclame

Raad van State 22 april 2026, RB 4008; IT 5266; ECLI:NL:RVS:2026:2287 (Holland Casino tegen de Ksa). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de Kansspelautoriteit (Ksa) Holland Casino terecht een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens verboden reclame-uitingen op haar online kansspelinterface. Centraal stond de vraag of hyperlinks naar fysieke vestigingen en restaurants van Holland Casino op de website voor online kansspelen kwalificeren als “wervings- en reclameactiviteiten” in de zin van het Besluit kansspelen op afstand (Bkoa). Holland Casino beschikte sinds 1 oktober 2021 naast vergunningen voor fysieke casino’s ook over een vergunning voor online kansspelen. Op de online kansspelwebsite stonden navigatieknoppen met onder meer de teksten “vestigingen” en “restaurants”. Via deze hyperlinks konden bezoekers doorklikken naar pagina’s over de fysieke casino’s en horeca-activiteiten van Holland Casino. Volgens de Ksa was dit in strijd met artikel 4.2 lid 5 Bkoa, dat bepaalt dat op de kansspelinterface geen reclame mag worden gemaakt voor andere goederen of diensten dan de vergunde online kansspelen. Daarom legde de Ksa een last onder dwangsom van maximaal €25.000 op.

RB 3987

HvJEU: ‘alcoholvrije gin’ verboden als benaming voor alcoholvrije drank

EU 13 nov 2025, RB 3987; ECLI:EU:C:2025:887 (Verband Sozialer Wettbewerb eV tegen PB Vi Goods GmbH), https://reclameboek.nl/artikelen/hvjeu-alcoholvrije-gin-verboden-als-benaming-voor-alcoholvrije-drank

Hof van Justitie 13 november 2025, IEF 23401; RB 3947; ECLI:EU:C:2025:887 (Verband Sozialer Wettbewerb eV tegen PB Vi Goods GmbH). Het Hof van Justitie oordeelt dat het op grond van artikel 10 lid 7 van Verordening (EU) 2019/787 verboden is om een alcoholvrije drank aan te duiden als “alcoholvrije gin”. De benaming “gin” is een wettelijke benaming die alleen mag worden gebruikt voor dranken die voldoen aan specifieke productievereisten, waaronder een minimumalcoholpercentage van 37,5% en bereiding met ethylalcohol en jeneverbessen. Het toevoegen van termen als “alcoholvrij” doet aan dit verbod niet af.

RB 3971

CBB: exclusiviteitsafspraken en werkinstructies bij festivalverkoop geen reclame in de zin van de Tabaks- en rookwarenwet

Nederland 24 feb 2026, RB 3971; ECLI:NL:CBB:2026:68 (([naam 1] tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)), https://reclameboek.nl/artikelen/cbb-exclusiviteitsafspraken-en-werkinstructies-bij-festivalverkoop-geen-reclame-in-de-zin-van-de-tabaks-en-rookwarenwet

CBB 24 februari 2026, RB 3971; ECLI:NL:CBB:2026:68 ([naam 1] tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)). Een tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen 2018 tabaksproducten bij drie Nederlandse festivals via daarvoor ingerichte verkooppunten. Daartoe sloot de fabrikant samenwerkingsovereenkomsten met de festivalorganisatoren waarin een distributievergoeding werd afgesproken: een vaste vergoeding (€ 110.000,- tot € 120.000,- per seizoen) die met 50% zou halveren indien een andere tabaksfabrikant ook op het festival aanwezig zou zijn, plus een variabele vergoeding gebaseerd op het aantal verkochte pakjes en het aantal bezoekers. Bij aanwezigheid van een andere top‑5‑fabrikant behield de tabaksfabrikant bovendien het recht om de samenwerking te beëindigen zonder aansprakelijkheid. Voor de feitelijke verkoop huurde de fabrikant een derde partij in, wier werknemers een werkinstructie moesten hanteren die onder meer voorschreef dat klanten die vroegen naar concurrerende merken moesten worden geadviseerd over welk product van de tabaksfabrikant het meest vergelijkbaar was. Na inspecties door de NVWA legde de staatssecretaris van VWS in oktober 2019 aan de fabrikant drie boetes van elk € 45.000,- op wegens overtreding van het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Tabaks‑ en rookwarenwet. Volgens de staatssecretaris vormden zowel de exclusiviteitsafspraken als de werkinstructies ‘reclame’ in de zin van de wet, omdat zij als doel hadden de verkoop van tabaksproducten te bevorderen. In bezwaar handhaafde de staatssecretaris de boetes. De rechtbank Rotterdam oordeelde in augustus 2023 dat de fabrikant inderdaad het reclameverbod had overtreden met de distributievergoedingen en werkinstructies, maar matigde de boetes tot € 33.750,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.

RB 3965

"0% toegevoegde suiker" in radiocommercial niet in strijd met de EU Claimsverordening

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 22 dec 2025, RB 3965; 2025/00462 (Klager tegen voorzitter), https://reclameboek.nl/artikelen/0-toegevoegde-suiker-in-radiocommercial-niet-in-strijd-met-de-eu-claimsverordening

RCC 22 december 2026, RB 3965; 2025/00462 (Klager tegen voorzitter). De klacht betreft de radiocommercial voor Chocomel “0% toegevoegde suiker”, waarin volgens klager ten onrechte niet wordt vermeld dat het product wél van nature aanwezige suikers bevat. Dit zou misleidend zijn, in strijd met de EU Claimsverordening (EG 1924/2006) en andere regelgeving. De claim “0% toegevoegde suiker” is een toegestane voedingsclaim, mits er geen suikers of vanwege hun zoetkracht gebruikte stoffen zijn toegevoegd. Indien het product wél van nature suikers bevat (in dit geval lactose en cacao), bepaalt de verordening dat de toevoeging “dit product bevat van nature aanwezige suikers” verplicht is, maar alleen op het etiket. 

RB 3953

Uitspraak ingezonden door Maurits van Beusekom en Gregor Vos, Brinkhof.

Vordering tot rectificatie en verbod misleidende reclame MammaPrint afgewezen

Rechtspraak (NL/EU) 17 dec 2025, RB 3953; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia), https://reclameboek.nl/artikelen/vordering-tot-rectificatie-en-verbod-misleidende-reclame-mammaprint-afgewezen

Rb. Amsterdam 17 december 2025, IEF 23191; RB 3953; IT5054; C/13/778526 / KG ZA 25-918 NB/MV (Exact Sciences, Genomic Health Inc. tegen Agendia). Exact Sciences biedt een in-vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt ook een IVD aan onder de naam MammaPrint. Volgens Exact Sciences heeft Agendia zich schuldig gemaakt aan misleidende reclame in de zin van artikel 7 onder a en b IVDR. Agendia zou het ten onrechte doen voorkomen dat MammaPrint even goed, of zelfs beter, presteert dan Oncotype DX. Exact Sciences heeft Agendia gesommeerd binnen één dag de misleidende uitingen te staken en een rectificatie te plaatsen. Agendia heeft niet aan die sommatie voldaan. Exact Sciences vordert in kort geding Agendia te verbieden misleidende uitingen te doen over MammaPrint. 

RB 3898

Verbod op prijsvergelijking die niet gebaseerd is op de laagste prijs, Hof geeft uitleg over artikel 6 bis Richtlijn 98/6

EU 26 sep 2024, RB 3898; ECLI:EU:C:2024:804 (Vereniging voor consumentenbescherming tegen Aldi), https://reclameboek.nl/artikelen/verbod-op-prijsvergelijking-die-niet-gebaseerd-is-op-de-laagste-prijs-hof-geeft-uitleg-over-artikel-6-bis-richtlijn-98-6

HvJ EU 26 september 2024, RB 3898; ECLI:EU:C:2024:804 (Vereniging voor consumentenbescherming tegen Aldi). Deze zaak betreft twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over hoe prijsverminderingen in reclame voor levensmiddelen moeten worden weergegeven op basis van Richtlijn 98/6, die betrekking heeft op consumentenbescherming bij prijsvermeldingen. Aldi publiceert wekelijks reclamefolders, online en in winkels, met daarin hun aanbiedingen. In een weekfolder van oktober 2022 kondigt Aldi een superaanbieding aan voor Fairtrade bio-bananen en Rainforect Alliance ananas. Bij deze producten vermeldt de folder zowel een doorgestreepte oude prijs als de nieuwe aanbiedingsprijs. De aanbiedingsprijs van de ananas wordt zelfs aangekondigd als "knalprijs". Daarnaast staat onder elk product: “Laatste verkoopprijs. Laagste prijs in de afgelopen 30 dagen”, met daarbij een derde prijsindicatie die deze laagste prijs weergeeft. De Duitse vereniging voor consumentenbescherming stelt dat Aldi hiermee de consument misleidt, omdat de weergegeven prijsvermindering niet gebaseerd is op de laagste prijs in de voorafgaande 30 dagen. Zij vordert een verbod voor Aldi om prijsverminderingen in percentages aan te kondigen zonder verwijzing naar de laagste prijs in de 30 dagen voorafgaand aan de aanbieding, en om reclame te maken met termen als “knalprijs” indien daarbij een hogere referentieprijs wordt gebruikt dan de daadwerkelijk toegepaste prijs in diezelfde periode. De verwijzende rechter twijfelt over de uitleg van artikel 6 bis van Richtlijn 98/6 en legt daarom twee vragen voor aan het hof: ten eerste de vraag of de procentuele prijsverminderingen moeten worden berekend op basis van de “vorige prijs”, gedefinieerd in lid 2 als de laagste prijs die in de 30 dagen voorafgaand aan de aanbieding is toegepast. Ook vraagt hij of reclametermen die een lage prijs benadrukken (zoals “knalprijs”) aan deze norm moeten voldoen.

RB 3891

Elmex tandpastareclame met witte jas overtreedt reclamecode voor medische hulpmiddelen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 feb 2025, RB 3891; 2024/00605 (Klager tegen Elmex), https://reclameboek.nl/artikelen/elmex-tandpastareclame-met-witte-jas-overtreedt-reclamecode-voor-medische-hulpmiddelen

RCC 13 februari 2025, RB 3891; 2024/00605 (Klager tegen Elmex). In een televisiereclame voor Elmex Sensitive Professional tandpasta wordt de suggestie gewekt dat een gezondheidsprofessional het product aanbeveelt. In de commercial is een vrouw in een witte jas te zien, terwijl de voice-over onder meer zegt: “Raadpleeg uw tandarts of mondhygiënist”. Volgens de klacht wordt hiermee indirect een tandarts als aanbevelende professional opgevoerd, wat in strijd is met artikel 17 van de Code medische hulpmiddelen (CMH). De Keuringsraad bevestigt dat deze reclame niet zou zijn goedgekeurd. De combinatie van de witte jas en de verwijzing naar een tandarts kan bij de consument de indruk wekken dat een tandarts het product aanprijst. Het feit dat het Elmex-logo op de jas van de vrouw mogelijk zichtbaar is, doet daar volgens de Commissie niets aan af: het logo is onvoldoende leesbaar om verwarring weg te nemen.

RB 3890

Zonnatura Teff: verpakking wekt verkeerde indruk over samenstelling

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 28 feb 2025, RB 3890; 2025/00056 (Klager tegen Zonnatura), https://reclameboek.nl/artikelen/zonnatura-teff-verpakking-wekt-verkeerde-indruk-over-samenstelling

RCC 28 februari 2025, RB 3890; 2025/00056 (Klager tegen Zonnatura). Deze klacht gaat over de verpakking van het ontbijtproduct “Zonnatura Teff Flocons de Teff”, dat suggereert dat het uitsluitend uit teff bestaat, terwijl uit de ingrediëntenlijst op de zijkant blijkt dat het product voor slechts 40% uit teff bestaat en verder onder meer mais, boekweit en rijst bevat. Volgens de klacht wordt dit onvoldoende duidelijk op de voor- en achterkant van de verpakking, waar alleen teff wordt genoemd en afgebeeld. Zonnatura voerde aan dat andere ingrediënten zijn toegevoegd om de smaak en structuur te verbeteren, en dat de korrels op de voorzijde een visuele verwijzing zijn naar alle gebruikte granen. Bovendien wordt gewerkt aan een nieuw design waarin het woord “meergranenontbijt” duidelijk vermeld zal worden. De voorzitter van de Reclame Ce Commissie oordeelt dat de gemiddelde consument door de huidige verpakking ten onrechte mag aannemen dat het product volledig uit teff bestaat. De afbeelding van korrels en de correcte ingrediëntenlijst volstaan volgens de voorzitter niet om deze misleiding weg te nemen. De uiting is daarom in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code in samenhang met artikel 7 lid 1 onder a van de Voedselinformatieverordening. Zonnatura wordt aanbevolen om  niet langer op deze wijze reclame te maken.