30 jul 2026,
Commissie voor verkoop Lifeplus-producten moet kenbaar zijn in Instagrampost
RCC 30 juni 2026, RB 4083; 2026/00271 ([klager] tegen [naam influencer] en Lifeplus). In deze zaak staat een Instagrampost centraal waarin [naam influencer] een lotion van Lifeplus toont en positief bespreekt. In de beschrijving noemt zij een actie waarbij zes producten worden gekocht en één product gratis wordt verstrekt. Ook roept zij volgers op om haar een privébericht te sturen voor meer informatie. Hoewel de influencer de video naar eigen zeggen vanuit een persoonlijke en huiselijke context plaatste, heeft de uiting volgens de Commissie een aanprijzend karakter. De lotion wordt nadrukkelijk getoond en positief besproken, waarna een kortingsactie en een mogelijkheid tot contact over de aanschaf worden genoemd.
De influencer is zelfstandig wederverkoper van Lifeplus-producten en ontvangt per verkocht product een commissie. Daarmee bestaat een relevante relatie in de zin van artikel 2 RSM. Deze relatie kan de geloofwaardigheid van de reclame beïnvloeden en moet daarom uitdrukkelijk in de uiting worden vermeld. In de oorspronkelijke video en beschrijving werd niet duidelijk gemaakt dat de influencer een commercieel belang had bij de verkoop van de lotion. Daardoor was de post onvoldoende herkenbaar als reclame en was ook de relevante relatie met Lifeplus niet kenbaar. De uiting is daarom in strijd met artikel 3 onder a en b RSM. Lifeplus heeft daarnaast niet aangetoond dat zij zich actief heeft ingespannen om de influencer de reclameregels te laten naleven en tegen overtredingen op te treden. Het enkel informeren over de toepasselijke regelgeving is daarvoor onvoldoende. Lifeplus heeft daarmee ook in strijd met haar zorgplicht uit artikel 6 RSM gehandeld. Omdat de Instagrampost inmiddels is aangepast en van een reclamevermelding is voorzien, doet de Commissie de aanbeveling voor zover nog nodig.
3. Volgens de systematiek van de RSM is de inhoud en de aard van de Relevante Relatie in ieder geval duidelijk herkenbaar indien deze conform de suggesties bij artikel 3 van deze code is weergegeven. Nu in de uiting geen aansluiting bij die suggesties is gezocht, dient te worden beoordeeld of de inhoud en aard van de Relevante Relatie op andere wijze duidelijk en op eenvoudig toegankelijke wijze geopenbaard wordt, bijvoorbeeld door opmaak en/of presentatie, mede gelet op de context en het platform dat wordt gebruikt. Naar het oordeel van de Commissie is dit niet het geval. Zowel in de video als in de daarbij behorende beschrijving wordt niet kenbaar gemaakt dat er sprake is van een Relevante Relatie tussen influencer en Lifeplus, waardoor het voor de consument onvoldoende duidelijk is dat de uiting reclame betreft. Daarmee is de uiting in strijd met artikel 3 onder a en b RSM. Uit artikel 6 lid 4 van de RSM volgt dat zowel de adverteerder als verspreider verantwoordelijk is voor het naleven van artikel 3 van de RSM. Niet is gebleken dat adverteerder heeft voldaan aan de zorgplicht als bedoeld in artikel 6 lid 1 RSM. Dat adverteerder influencer bekend heeft gemaakt en verplicht heeft zich te houden aan de relevante wet- en regelgeving is niet voldoende. Op grond van artikel 6 onder d RSM dient een adverteerder zich immers ook “actief in te spannen” om de verspreider te houden aan de in artikel 6 lid 1 onder b en c RSM bedoelde verplichtingen en actief op te treden tegen overtredingen. Dit is door adverteerder niet aangetoond. De Commissie is daarom van oordeel dat adverteerder tevens in strijd met dit artikel heeft gehandeld.
4. De Commissie heeft kennisgenomen van de mededeling dat de bestreden Instagrampost inmiddels is aangepast en ziet daarin aanleiding om een aanbeveling te doen voor zover nog nodig. Er wordt beslist als volgt.