19 nov 2024,
Hof Amsterdam: superioriteitsclaim HP en prijsclaim over Instant Ink zijn misleidend
Hof Amsterdam 19 november 2024, RB 4099; ECLI:NL:GHAMS:2024:3200 (Digital Revolution tegen HP). Digital Revolution, handelend onder 123inkt, en HP procederen over HP’s gebruik van Dynamic Security in printers en over de commerciële tegenmaatregelen van 123inkt. Met Dynamic Security kunnen firmware-updates ertoe leiden dat niet-HP-cartridges niet langer functioneren. Digital Revolution stelt onder meer dat HP daarmee misbruik maakt van een machtspositie en dat verschillende uitingen van HP oneerlijke handelspraktijken of misleidende reclame opleveren. Het hof verwerpt het mededingingsrechtelijke betoog omdat Digital Revolution de relevante markt en de gestelde machtspositie onvoldoende feitelijk onderbouwt. Het hof acht aannemelijk dat sprake is van een systeemmarkt voor printers en cartridges en acht Dynamic Security bovendien een gerechtvaardigde methode die onder meer kan bijdragen aan het weren van counterfeit-cartridges. Dat daardoor ook rechtmatig op de markt gebrachte huismerkcartridges van 123inkt kunnen worden geweerd, maakt het gebruik ervan niet onrechtmatig. Ook het merendeel van HP’s uitingen over Dynamic Security, security chips en mogelijke kwaliteits- en veiligheidsrisico’s acht het hof toelaatbaar. Anders ligt dat bij de claim “HP cartridges deliver the best quality, security and reliability”. Volgens het hof betreft dit een stellige superioriteitsclaim over concrete en in beginsel objectief meetbare eigenschappen, die de gemiddelde consument niet slechts als gebruikelijke reclame-overdrijving zal opvatten. HP onderbouwt niet dat haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. De mededeling is daarom op grond van art. 6:194a jo. 6:193c BW onrechtmatig jegens Digital Revolution. HP moet op haar Nederlandse website rectificeren en is aansprakelijk voor de door deze mededeling veroorzaakte schade, nader op te maken bij staat.
In het incidenteel hoger beroep beoordeelt het hof de uitingen en verkoopmethoden van Digital Revolution. Het bijvoegen van een commerciële brief in de doos van een door 123inkt verkochte HP-printer kwalificeert als een handelspraktijk in de zin van art. 6:193a BW. De waarschuwingen dat firmware-updates ertoe kunnen leiden dat huismerkcartridges niet meer werken en het daarbij gegeven advies om updates uit te schakelen zijn volgens het hof toelaatbaar, omdat de mogelijke problemen juist zijn beschreven en niet is gebleken dat de instructie voor het uitschakelen ondeugdelijk is. De mededeling dat de gemiddelde consument duurder uit is met HP Instant Ink is daarentegen niet aangetoond. Het hof kwalificeert deze uiting als een misleidende handelspraktijk in de zin van art. 6:193c lid 1 onder d BW en tevens als ongeoorloofde vergelijkende reclame op grond van art. 6:194 lid 1 onder d jo. 6:194a BW. Digital Revolution moet de passage uit haar brief verwijderen, mag deze mededeling niet langer openbaar maken en moet op haar Nederlandse websites rectificeren. Ook wordt haar verboden klanten die bij haar een HP-printer hebben gekocht telefonisch te benaderen met het doel hen ertoe te bewegen hun bestelling van HP-cartridges om te zetten in een bestelling van 123inkt-huismerkcartridges. Het hof acht het gebruik van klantgegevens die Digital Revolution als printerverkoper heeft verkregen voor dit andere commerciële doel, op die wijze, agressief en in strijd met hetgeen zij jegens HP betaamt. Over en weer wordt dus slechts een deel van de vorderingen toegewezen.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Dat de rechtbank en ook dit hof rechtsmacht toekomt op de in het vonnis genoemde gronden staat, terecht, niet ter discussie.
4.2.
Digital Revolution vorderde in eerste aanleg, zeer kort samengevat, een verbod op dynamische identificatie en/of security in de firmware van HP-printers (A), een verbod tot misleidende mededelingen daarover (B), een gebod tot het verstrekken van bepaalde informatie met het oog op het kunnen blijven toepassen van haar huismerkcartridges in HP-printers (C), een rectificatie (D) en een verklaring voor recht dat HP onrechtmatig gehandeld heeft, met vergoeding van (nader bij staat op te maken) schade (E), een en ander ten dele te versterken met dwangsommen.
HP vorderde in eerste aanleg, zeer kort samengevat, een gebod aan Digital Revolution om niet langer brieven in de dozen van de HP-printers te stoppen (A), een gebod om bepaalde teksten op de websites weg te halen/te wijzigen (B), een verbod op het doen van onjuiste mededelingen (C) en een rectificatie (D), te versterken met dwangsommen.
Beide partijen hebben hun vorderingen in appel gewijzigd, waarover hierna meer. Deze wijzigingen veranderen de aard van de vorderingen, die nog steeds een delictuele grondslag hebben en met name zien op schending van het mededingingsrecht respectievelijk onrechtmatig handelen, niet wezenlijk, zodat op alle vorderingen over en weer Nederlands recht, inclusief Unierechtelijk mededingingsrecht, van toepassing is (zie ook 4.6.1 hierna).