RB
Gepubliceerd op maandag 27 juli 2026
RB 4063
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) ||
30 jun 2026,
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jun 2026,, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/influencer-en-lifeplus-schenden-regels-voor-herkenbare-influencerreclame

Influencer en Lifeplus schenden regels voor herkenbare influencerreclame

RCC 30 juni 2026, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus). Een influencer plaatst op Instagram een video waarin haar kinderen haar benen insmeren met een lotion van Lifeplus. In de begeleidende tekst prijst zij het product aan, noemt zij een actie van “6+1 gratis” met gratis verzending en vraagt zij volgers om haar voor informatie een privébericht te sturen. In de video en de tekst wordt niet vermeld dat sprake is van reclame of dat de influencer een commerciële relatie met Lifeplus heeft. De influencer voert aan dat de video vooral een persoonlijk en huiselijk moment toont en dat zij voor de plaatsing geen betaling, sponsoring of opdracht van Lifeplus heeft ontvangen. Ter zitting verklaart zij echter dat zij als zelfstandig wederverkoper reclame maakt voor Lifeplus en per verkocht product een commissie ontvangt. Volgens de Commissie heeft de uiting daardoor een aanprijzend karakter en bestaat tussen de influencer en Lifeplus een relevante relatie als bedoeld in artikel 2 RSM, die de geloofwaardigheid van de uiting kan beïnvloeden.

Omdat deze relevante relatie noch in de video noch in de begeleidende tekst duidelijk en eenvoudig toegankelijk wordt vermeld, is voor de consument onvoldoende herkenbaar dat het om reclame gaat. De uiting is daarom in strijd met artikel 3, onder a en b, van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing. Ook Lifeplus is verantwoordelijk voor de overtreding. Het enkel informeren van wederverkopers over de toepasselijke regels is niet voldoende: op grond van artikel 6 RSM moet een adverteerder zich actief inspannen om verspreiders aan die regels te houden en tegen overtredingen optreden. Lifeplus heeft niet aangetoond vóór de klacht aan deze zorgplicht te hebben voldaan. Omdat de influencer de Instagrampost inmiddels heeft aangepast en onder meer #reclame heeft toegevoegd, beveelt de Commissie de influencer en Lifeplus voor zover nog nodig aan niet meer op deze wijze reclame te maken.

Het oordeel van de Commissie

1. Kern van de klacht is dat in de Instagrampost onvoldoende duidelijk wordt gemaakt dat influencer reclame maakt voor de getoonde lotion Lifeplus. Daarmee komt de klacht erop neer dat de bestreden uiting in strijd is met artikel 3 onder a en b van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing (hierna: RSM). In artikel 3 RSM is bepaald dat a) reclame via Social Media duidelijk als zodanig herkenbaar dient te zijn en dat b) een Relevante Relatie tussen de verspreider en de adverteerder uitdrukkelijk in de uiting dient te worden vermeld. Met Relevante Relatie wordt de relatie bedoeld tussen de adverteerder en de verspreider (in dit geval influencer) die gericht is op het (doen) verspreiden van reclame via Social Media, tegen betaling of enig ander voordeel, die de geloofwaardigheid hiervan kan beïnvloeden, zoals gedefinieerd in artikel 2 onder d RSM.

2. In de bestreden video is te zien hoe influencer de lotion van Lifeplus laat aanbrengen op haar benen door haar kinderen. De lotion wordt daarbij in beeld gebracht, waarna influencer zich hier positief over uitlaat en afsluit met het delen van een kortingsactie voor de aanschaf van deze lotion en de mogelijkheid om contact op te nemen hierover. Het op deze wijze laten zien van (het gebruik van) de lotion en de verwijzing naar de kortingsactie met de oproep om contact op te nemen zal bij de consument de aandacht op dit product (en de verkoop daarvan) vestigen. Influencer doet dit op een wijze waardoor de uiting een aanprijzend karakter heeft voor de lotion van Lifeplus. Gebleken is dat influencer een zelfstandige wederverkoper is van de producten van Lifeplus. Ter zitting heeft influencer desgevraagd verklaard dat zij in die hoedanigheid reclame maakt voor Lifeplus en een commissie ontvangt van Lifeplus per verkocht product. Gelet hierop is sprake van een Relevante Relatie tussen influencer en Lifeplus in de zin van artikel 2 RSM. Deze relatie kan de geloofwaardigheid van de door influencer in de Instagrampost gemaakte reclame beïnvloeden. Immers, als de consument weet dat influencer een (financieel dan wel enig ander) voordeel ontvangt van adverteerder, kan de consument de reclame-uiting beter op waarde schatten.

3. Volgens de systematiek van de RSM is de inhoud en de aard van de Relevante Relatie in ieder geval duidelijk herkenbaar indien deze conform de suggesties bij artikel 3 van deze code is weergegeven. Nu in de uiting geen aansluiting bij die suggesties is gezocht, dient te worden beoordeeld of de inhoud en aard van de Relevante Relatie op andere wijze duidelijk en op eenvoudig toegankelijke wijze geopenbaard wordt, bijvoorbeeld door opmaak en/of presentatie, mede gelet op de context en het platform dat wordt gebruikt. Naar het oordeel van de Commissie is dit niet het geval. Zowel in de video als in de daarbij behorende beschrijving wordt niet kenbaar gemaakt dat er sprake is van een Relevante Relatie tussen influencer en Lifeplus, waardoor het voor de consument onvoldoende duidelijk is dat de uiting reclame betreft. Daarmee is de uiting in strijd met artikel 3 onder a en b RSM. Uit artikel 6 lid 4 van de RSM volgt dat zowel de adverteerder als verspreider verantwoordelijk is voor het naleven van artikel 3 van de RSM. Niet is gebleken dat adverteerder heeft voldaan aan de zorgplicht als bedoeld in artikel 6 lid 1 RSM. Dat adverteerder influencer bekend heeft gemaakt en verplicht heeft zich te houden aan de relevante wet- en regelgeving is niet voldoende. Op grond van artikel 6 onder d RSM dient een adverteerder zich immers ook “actief in te spannen” om de verspreider te houden aan de in artikel 6 lid 1 onder b en c RSM bedoelde verplichtingen en actief op te treden tegen overtredingen. Dit is door adverteerder niet aangetoond. De Commissie is daarom van oordeel dat adverteerder tevens in strijd met dit artikel heeft gehandeld.

4. De Commissie heeft kennisgenomen van de mededeling dat de bestreden Instagrampost inmiddels is aangepast en ziet daarin aanleiding om een aanbeveling te doen voor zover nog nodig. Er wordt beslist als volgt.