RB
Gepubliceerd op woensdag 28 oktober 2026
RB 4167
Rechtspraak (NL/EU) ||
9 sep 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 9 sep 2026,, RB 4167; ECLI:NL:RBNHO:2026:12058 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://reclameboek.nl/artikelen/kredietvergoeding-van-60-in-strijd-met-dwingend-recht-kantonrechter-onderzoekt-mogelijke-oneerlijke-handelspraktijken

Kredietvergoeding van 60% in strijd met dwingend recht; kantonrechter onderzoekt mogelijke oneerlijke handelspraktijken

Rb. Noord-Holland 9 september 2026, RB 4167; ECLI:NL:RBNHO:2026:12058 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een kredietverstrekker heeft een consument gedagvaard wegens het niet nakomen van een kredietovereenkomst. De consument had € 5.000 geleend om een huisuitzetting te voorkomen. Partijen waren overeengekomen dat de consument gedurende tien maanden € 800 per maand aan rente en aflossing zou betalen, wat volgens de kantonrechter neerkomt op een kredietvergoeding van 60%. Daarnaast bevat de overeenkomst een boetebeding van € 500 per betalingsachterstand en € 50 voor iedere dag dat deze voortduurt, evenals een verplichting om alle daadwerkelijk gemaakte incassokosten te vergoeden. De kredietverstrekker vordert na wijziging van eis € 11.900 aan hoofdsom, vermeerderd met onder meer incassokosten, contractuele boetes, rente en proceskosten. Omdat de consument niet in de procedure is verschenen, onderzoekt de kantonrechter ambtshalve of de kredietovereenkomst voldoet aan de dwingendrechtelijke regels ter bescherming van consumenten.

De kantonrechter stelt vast dat de kredietverstrekker niet heeft toegelicht of de wettelijk verplichte precontractuele informatie, waaronder de Europese standaardinformatie inzake consumentenkrediet, aan de consument is verstrekt. Ook is niet onderbouwd of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd, zoals artikel 4:34 Wft voorschrijft. Volgens de kantonrechter kan het niet naleven van deze verplichtingen een oneerlijke handelspraktijk opleveren, waardoor de overeenkomst op grond van artikel 6:193j lid 3 BW vernietigbaar is. Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat de overeengekomen kredietvergoeding van 60% het wettelijke maximum van artikel 11 van het Besluit kredietvergoeding overschrijdt. De overeenkomst is daardoor volgens de kantonrechter op grond van artikel 3:40 BW nietig dan wel vernietigbaar. Ook acht de kantonrechter het boete- en incassokostenbeding voorlopig oneerlijk, omdat het onbeperkte kosten mogelijk maakt en incassokosten verschuldigd worden zonder voorafgaande veertiendagenbrief. De kredietverstrekker krijgt gelegenheid om de naleving van zijn verplichtingen nader toe te lichten en op de voorlopige oordelen te reageren. Indien de overeenkomst wordt vernietigd, kan volgens de kantonrechter alleen het daadwerkelijk verstrekte kredietbedrag van € 5.000 worden teruggevorderd en komen de contractuele rente en kosten niet voor vergoeding in aanmerking. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

2.15.

In het boete- en incassokostenbeding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten (en de boete) verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument te laat betaalt, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd.

2.16.

De kantonrechter is dan ook voornemens om dit beding te vernietigen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over dit voornemen.