RB
Gepubliceerd op woensdag 20 mei 2026
RB 4012
toezichthouder ||
16 apr 2026
toezichthouder 16 apr 2026, RB 4012; 2026/00112 ((klacht tegen Stëlz)), https://reclameboek.nl/artikelen/laat-je-b-likkuh-geen-strijd-met-nederlandse-reclame-code

“Laat je (b)likkuh”: geen strijd met Nederlandse Reclame Code

SRC 16 april 2026, IEF 23567; RB 4012; 2026/00112 (klacht tegen Stëlz). In deze zaak staat een klacht centraal over een billboardposter van Stëlz hard iced tea, waarop een vrouw in carnavalskleding lachend en knipogend een blikje vasthoudt, met daarbij de slogan “laat je (b)likkuh!” en een illustratie van een mond met uitgestoken tong. De poster was geplaatst in de openbare ruimte en voorzien van onder meer de aanduiding “vastelaovend” en het NIX18-logo. Klager stelt dat de slogan een seksueel suggestieve woordspeling vormt op het woord “likken”, die in combinatie met de beeldtaal een expliciete seksuele lading krijgt. Volgens klager leidt dit bovendien tot objectivering van vrouwen, nu de knipogende vrouw onderdeel wordt van deze dubbelzinnige boodschap. Daarbij wordt benadrukt dat de uiting zich in de openbare ruimte bevindt (bushokjes) en daarmee ook zichtbaar is voor minderjarigen. In het licht van de maatschappelijke discussie over seksisme en straatintimidatie acht klager de uiting in strijd met de normen van goede smaak en fatsoen als bedoeld in de Nederlandse Reclame Code. Adverteerder betwist dit en voert aan dat sprake is van een carnavaleske woordspeling waarin het woord “blik” centraal staat, passend binnen een traditie van dubbelzinnige en speelse humor tijdens carnaval. Van een expliciete seksuele boodschap is volgens adverteerder geen sprake. De vrouw wordt neergezet als een zelfverzekerde deelnemer aan een feestelijke setting, zonder dat sprake is van seksuele objectivering of een suggestieve lichaamshouding. Bovendien maakt de uiting deel uit van een bredere campagne waarin zowel mannen als vrouwen voorkomen in een vergelijkbare setting met vergelijkbare humoristische woordspelingen.

Tot slot wordt erop gewezen dat de uiting voldoet aan de regels voor alcoholreclame, onder meer door de zichtbare vermelding van NIX18. De Commissie stelt voorop dat zij bij de beoordeling of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen in de zin van artikel 5 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken terughoudend toetst, gelet op het subjectieve karakter van deze norm en de ruimte die bestaat voor vrijheid van meningsuiting. Zij beperkt de toetsing tot de vraag of de wijze waarop adverteerder zijn product aanprijst de grenzen van die vrijheid overschrijdt, mede gelet op de wijze waarop de reclame openbaar is gemaakt (billboard in de openbare ruimte) en het effect dat dit op het publiek kan hebben. Hoewel de combinatie van tekst en beeld als seksueel suggestief kan worden ervaren, acht de Commissie dit onvoldoende om te concluderen dat de grens van het toelaatbare wordt overschreden. Daarbij weegt mee dat de uiting duidelijk is ingebed in een carnavaleske context en bedoeld is als humoristische promotie van het product. In de wijze waarop dat gebeurt, ziet de Commissie onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat sprake is van een maatschappelijke noodzaak om de vrijheid van meningsuiting van adverteerder in dit geval in te perken. Dat de uiting zichtbaar is in de openbare ruimte, ook voor minderjarigen, leidt niet tot een ander oordeel. De Commissie wijst de klacht af en oordeelt dat geen sprake is van strijd met artikel 5 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken.

2. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter van dit criterium. De Commissie beperkt de toetsing tot de vraag of de wijze waarop adverteerder zijn product heeft aangeprezen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschrijdt, mede gelet op de wijze waarop de reclame openbaar is gemaakt en het effect dat deze daardoor op het publiek heeft. Op basis hiervan overweegt de Commissie als volgt.

3. Met de bestreden reclame-uiting, in de vorm van een billboardposter, beoogt adverteerder zijn product aan te prijzen. De billboardposter toont een carnaval vierende vrouw die een blikje alcoholhoudende iced tea vasthoudt en lachend knipoogt. Onderaan de poster staat de tekst “laat je (b)likkuh!” met daarnaast een illustratie van een rode tong. Het enkele gegeven dat de afbeelding van de vrouw in combinatie met de tekst als seksueel suggestief kan worden ervaren, betekent nog niet dat daardoor de grens is overschreden van wat volgens de huidige maatschappelijke opvattingen aanvaardbaar is. Uit het geheel van de reclame-uiting blijkt dat adverteerder op een humoristisch bedoelde wijze, onder verwijzing naar het carnavalsfeest, het product onder de aandacht van de consument wil brengen. In de wijze waarop dat gebeurt ziet de Commissie onvoldoende aanleiding om te oordelen dat sprake is van een maatschappelijke noodzaak om in dit geval de vrijheid van meningsuiting van adverteerder in te perken. De Commissie heeft er begrip voor dat de reclame-uiting niet door iedereen wordt gewaardeerd, maar dit maakt haar oordeel niet anders. Dat de uiting in de openbare ruimte zichtbaar is voor een breed publiek, waaronder minderjarigen, leidt evenmin tot een ander oordeel. De Commissie beslist als volgt. De Commissie wijst de klacht af.