RB
Gepubliceerd op donderdag 3 september 2026
RB 4124
Rechtspraak (NL/EU) ||
5 jun 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 5 jun 2026,, RB 4124; ECLI:NL:RBAMS:2026:8617 (NPB Media tegen gedaagden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/npb-media-schiet-tijdelijk-tekort-door-slecht-zichtbaar-reclamebord-huurovereenkomst-blijft-in-stand

NPB Media schiet tijdelijk tekort door slecht zichtbaar reclamebord; huurovereenkomst blijft in stand

Rb. Amsterdam 5 juni 2026, RB 4124; ECLI:NL:RBAMS:2026:8617 (NPB Media tegen gedaagden). NPB Media vordert betaling van openstaande bedragen uit een overeenkomst voor de huur van een reclamebord voor de duur van vijf jaar. Gedaagden betwisten dat een bindende overeenkomst tot stand is gekomen en stellen dat na ondertekening nog toestemming van de andere vennoten nodig was. De kantonrechter volgt dit verweer niet. De zoon van twee van de vennoten was ten tijde van de ondertekening zelf vennoot van de V.O.F. en kon de V.O.F. aan de overeenkomst binden. Uit het ondertekende document blijkt niet dat de gebondenheid afhankelijk was van nadere toestemming van de overige vennoten. Ook mocht NPB Media het reclamebord plaatsen nadat gedaagden niet op het toegestuurde ontwerp hadden gereageerd. Volgens de toepasselijke algemene voorwaarden mocht NPB Media bij het uitblijven van een reactie een reclamebord met standaardgegevens plaatsen. Het verweer dat gedaagden de algemene voorwaarden feitelijk niet hadden gelezen of met NPB Media hadden doorgenomen, slaagt niet. In de door partijen ondertekende overeenkomst staat dat van de algemene voorwaarden kennis is genomen en dat deze onvoorwaardelijk zijn aanvaard. Omdat dit document een onderhandse akte is, levert het tussen partijen dwingend bewijs op van de terhandstelling van de algemene voorwaarden.

NPB Media schiet volgens de kantonrechter wel gedurende één maand tekort in de nakoming van de overeenkomst. Gedaagden klagen op 2 juli 2023 onder meer over het gebruikte logo, de richting van de pijlen en de slechte zichtbaarheid van het reclamebord door begroeiing. NPB Media biedt twee dagen later kosteloos herstel van het ontwerp aan, maar gedaagden gaan daar niet op in. Dat het ontwerp niet overeenkomt met hun wensen, kan daarom niet aan NPB Media worden toegerekend. Anders ligt dit bij de zichtbaarheid van het reclamebord. NPB Media biedt pas op 3 augustus 2023 een kosteloze verplaatsing aan. Omdat de kern van de overeenkomst bestaat uit het maken van reclame en daarvoor essentieel is dat het reclamebord zichtbaar is, levert de slechte zichtbaarheid een gebrek in de nakoming op. NPB Media schiet gedurende de maand waarin een aanbod tot herstel uitblijft tekort en had daarom € 199,58 aan huurkosten in mindering moeten brengen. Daarnaast wordt € 121,94 afgetrokken wegens een eerder door gedaagden betaald bedrag waarmee NPB Media ten onrechte niet volledig rekening had gehouden. De kantonrechter wijst uiteindelijk € 5.449,46 aan hoofdsom toe, naast wettelijke handelsrente en € 647,47 aan buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagden worden grotendeels in het ongelijk gesteld en worden tevens in de proceskosten veroordeeld.

Overeenkomst is tot stand gekomen

4.1.

De eerste vraag die de kantonrechter moet beantwoorden, is of er bindende overeenkomst tussen partijen is gesloten. Gedaagden voeren namelijk aan dat zij erop mochten vertrouwen dat het plaatsen van de handtekening op het document nog geen definitieve overeenkomst betekende. Zij stellen dat [naam] , na de ondertekening, eerst nog toestemming zou vragen aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en dat ook zo met NPB Media had afgesproken. Pas als die toestemming er was zou de overeenkomst tot stand komen. De handtekening is gezet zodat de overeenkomst na de toestemming direct kon worden uitgevoerd. NPB Media weerspreekt dat partijen zouden hebben afgesproken dat eerst nog toestemming van de andere vennoten zou worden verkregen.

4.2.

De kantonrechter overweegt dat de zoon van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] op het moment dat hij vennoot was van [bedrijf] V.O.F., de V.O.F. kon binden aan een overeenkomst met NPB Media en dat ook heeft gedaan. Het is niet in geschil dat er verschillende contactmomenten zijn geweest tussen [naam] en NPB Media voorafgaand aan de ondertekening van het document. Tijdens één van deze momenten is de locatie voor het reclamebord bekeken en hebben [naam] en NPB Media vervolgens het document ondertekend op de bedrijfslocatie van [bedrijf] V.O.F. Hiermee is het aanbod van NPB Media voor de huur van het reclamebord door [naam] aanvaard en is een overeenkomst tot stand gekomen. Gelet op de ondertekening van het document dat geen nadere voorwaarden voor de gebondenheid van de V.O.F. omschrijft, is de enkele stelling van gedaagden dat het de bedoeling was dat er nog toestemming moest komen van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] (destijds de andere vennoten) en NPB Media daarvan op de hoogte was, zonder nadere onderbouwing en bij betwisting door NPB Media onvoldoende om vast te stellen dat gedaagden erop mochten vertrouwen dat de gebondenheid van de V.O.F. aan die toestemming voorwaardelijk was.

NPB Media mocht de overeenkomst uitvoeren

4.3.

Gedaagden voeren daarnaast aan dat zij ervan uitgingen dat de overeenkomst niet zou worden uitgevoerd, als zij niet reageerden op het toegestuurde ontwerp voor het reclamebord. NPB Media heeft in dit kader op haar algemene voorwaarden gewezen.

4.4.

Hoewel gedaagden niet hebben gereageerd op e-mails van NPB Media waarin het ontwerp voor het reclamebord werd gedeeld, heeft NPB Media het reclamebord naar het oordeel van de kantonrechter mogen ophangen en de huurprijs daarvan mogen factureren. Zoals onder 2.2. is vermeld, bepalen de geldende algemene voorwaarden bij de overeenkomst namelijk - in andere bewoordingen - dat een reclamebord met een standaardontwerp wordt opgehangen als een huurder niet reageert op een door NPB Media toegestuurd ontwerp. Dat gedaagden de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden – zoals zij tijdens de mondelinge behandeling hebben aangevoerd - feitelijk niet hebben gelezen en ook niet samen met NPB Media hebben doorgenomen, maakt deze in dit geval niet vernietigbaar. Vereist is slechts dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld door NPB Media en, zoals onder 2.1. is opgenomen, bepaalt de overeenkomst dat [naam] van de algemene voorwaarden kennis heeft genomen en deze heeft geaccepteerd. Omdat het gaat om een schriftelijke document dat door partijen is ondertekend (onderhandse akte), levert dat document tussen partijen dwingend bewijs op van de terhandstelling.1

4.5.

NPB Media heeft door het reclamebord op te hangen gehandeld in overeenstemming met de geldende algemene voorwaarden. Gedaagden hebben pas op 2 juli 2023 voor het eerst gereageerd op het e-mailbericht van NPB Media van 5 mei 2023 waarin werd gevraagd om een reactie op het ontwerp.2 Omdat een reactie eerder was uitgebleven was het reclamebord, in overeenstemming met de geldende algemene voorwaarden, toen al opgehangen. Daarbij hebben gedaagden in hun reactie alleen geklaagd over de wijze van uitvoering van de overeenkomst en niet over het feit dat het reclamebord al was opgehangen.