7 sep 2026,
RCC: reclame van bunq met spaarrente van 3,01% niet misleidend
RCC 7 september 2026, RB 4160; 2026/00444 (Klager tegen bunq). De voorzitter van de Reclame Code Commissie beoordeelt een klacht over een televisiecommercial van bunq waarin een spaarrente van maximaal 3,01% per jaar wordt aangeprezen, die wekelijks wordt uitbetaald. Volgens de klager is de commercial misleidend, omdat consumenten die zich na 1 juli 2026 aanmelden in werkelijkheid slechts de basisrente van 1,51% zouden ontvangen. De bonusrente van 3,01% zou volgens hem pas beschikbaar zijn na het volgende meetmoment op 1 januari 2027. Bunq betwist dit en stelt dat nieuwe spaarders direct vanaf het openen van hun spaarrekening de bonusrente van 3,01% over hun volledige spaarsaldo ontvangen. De bonusrente geldt totdat de eerste zogenoemde thresholdberekening plaatsvindt. Daarbij wordt tweemaal per jaar, op 1 januari en 1 juli, een drempel vastgesteld op basis van het hoogste spaarsaldo in de voorafgaande zes maanden. Over het spaarsaldo tot deze drempel geldt de basisrente en over het bedrag daarboven de bonusrente.
De voorzitter volgt het verweer van bunq. Voor een nieuwe spaarder die zich na 1 juli 2026 aanmeldt, bedraagt de relevante drempel volgens de voorzitter € 0, omdat deze spaarder in de voorafgaande periode nog geen spaarsaldo bij bunq had. Daardoor komt het volledige spaarsaldo vanaf het moment van aanmelden tot de eerstvolgende drempelberekening op 1 januari 2027 in aanmerking voor de bonusrente van 3,01%. De commercial geeft volgens de voorzitter dan ook geen onjuist of misleidend beeld van de rente die nieuwe spaarders kunnen ontvangen. Dat het rentetarief na de volgende berekening kan wijzigen, maakt dit niet anders. In de commercial wordt gedurende vrijwel de volledige looptijd voldoende leesbaar vermeld dat de spaarrente kan worden gewijzigd. De voorzitter wijst de klacht daarom af.
1. De voorzitter vat de klacht zo op dat de commercial misleidend is, omdat in werkelijkheid vrijwel niemand het aangeprezen rentetarief van "tot 3,01%" zou kunnen ontvangen. Klager voert daartoe aan dat wie zich na 1 juli 2026 aanmeldt, slechts de basisrente van 1,51% (de gegarandeerde rente) ontvangt omdat het meetmoment voor de bonusrente al op 1 juli was verstreken en het volgende meetmoment pas op 1 januari 2027 plaatsvindt. Ter onderbouwing hiervan heeft klager de hierboven weergegeven Engelstalige voorwaarden van adverteerder overgelegd, waarin de werking van de rente en de zogenoemde thresholdberekening (het ‘meetmoment’) is toegelicht.
2. Uit de door klager overgelegde voorwaarden en uit het verweer begrijpt de voorzitter het bonusrentesysteem zo dat een spaarder die zich na 1 juli aanmeldt, vanaf het eerste moment de bonusrente van 3,01% ontvangt over zijn of haar volledige spaarsaldo, en wel tot de eerstvolgende thresholdberekening op 1 januari 2027. In de voorafgaande periode van 1 januari tot en met 30 juni had deze spaarder immers een saldo van € 0, zodat het bedrag dat hij of zij in de periode van 1 juli tot 1 januari spaart, boven deze drempel van € 0 valt en daarmee in aanmerking komt voor de bonusrente van 3,01%. Een consument die zich naar aanleiding van de commercial als nieuwe spaarder aanmeldt, ontvangt dan ook tot in ieder geval 1 januari 2027 het in de commercial genoemde tarief van 3,01%. Zodoende kan niet worden geoordeeld dat de commercial een onjuist of misleidend beeld geeft van de aangeprezen bonusrente die men op een spaarrekening bij adverteerder ontvangt. Dat deze rente daarna mogelijk kan wijzigen maakt dit niet anders, nu gedurende vrijwel de volledige looptijd van de commercial voldoende leesbaar in beeld is dat "de spaarrente kan worden gewijzigd". Er wordt beslist als volgt.