13 mei 2026
RCC wijst klacht af over Jumbo-commercial met ‘Jaderland’-grensbord
RCC 13 mei 2026, RB nummer; 2026/00225 (Klacht tegen Jumbo). In deze zaak over een televisiecommercial van Jumbo heeft de RCC een klacht afgewezen over een scène waarin een bekende Nederlander een sticker met het woord "Ja" op een grensbord van Nederland plakt, waardoor daarop "Jaderland" komt te staan. De Commissie oordeelt dat de commercial niet in strijd is met de Nederlandse Reclame Code In de commercial zegt een bekende Nederlander: "In Nederland zijn we heel goed in wat er allemaal niet kan. Misschien heten we daarom ook wel Nederland. Tijd voor wat meer ja." Tijdens deze tekst loopt hij naar een grensbord van Nederland en plakt hij een sticker met "Ja" over het eerste deel van het woord Nederland. Vervolgens is op het bord de tekst "Jaderland" te zien. Klager stelde dat in de reclame een grensbord wordt beplakt en dat dit volgens de wet strafbaar is. Het tonen van dergelijk gedrag in een reclame-uiting zou volgens klager ongepast zijn, omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat dit normaal of acceptabel is. Jumbo voerde aan dat in de commercial geen officieel grensbord is gebruikt, maar een speciaal voor de opnames vervaardigd rekwisiet. Daarnaast waren volgens Jumbo verschillende voorzorgsmaatregelen getroffen om gevaarlijke of hinderlijke situaties voor weggebruikers en crewleden te voorkomen.
Het doel van de commercial was volgens adverteerder uitsluitend om een humoristische boodschap over te brengen. De Commissie vat de klacht op als een beroep op strijd met de goede smaak en het fatsoen dan wel de goede zeden als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Nederlandse Reclame Code. Daarbij merkt de Commissie op dat zij dergelijke klachten terughoudend beoordeelt vanwege het subjectieve karakter daarvan. De vraag is of de uiting, gelet op de huidige maatschappelijke opvattingen, de grenzen van het toelaatbare overschrijdt. Volgens de Commissie brengt de enkele omstandigheid dat in een reclame-uiting mogelijk een strafbaar feit wordt getoond niet zonder meer mee dat de uiting in strijd is met de Nederlandse Reclame Code. Daarbij neemt de Commissie in aanmerking dat Jumbo heeft gesteld dat geen echt grensbord is gebruikt maar een rekwisiet. Bovendien is het enkele tonen van gedrag dat mogelijk in strijd is met een strafrechtelijke norm onvoldoende om een reclame-uiting ontoelaatbaar te achten, zolang geen sprake is van een aanprijzing van dat gedrag of een oproep om dit na te volgen. De Commissie acht duidelijk dat de scène bedoeld is als grap en niet als een serieuze aansporing om verkeersborden te beplakken. Tegen die achtergrond gaat de commercial naar de huidige maatschappelijke normen niet de grenzen van het toelaatbare te buiten. De klacht wordt daarom afgewezen.
1. De Commissie vat de klacht aldus op dat klager de televisiecommercial in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen dan wel goede zeden als bedoeld in artikel 2 respectievelijk 3 van de Nederlandse Reclame Code (hierna: NRC). Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met (één van) deze artikelen stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter daarvan. Beoordeeld wordt of de commercial naar de huidige algemene maatschappelijke opvattingen de grenzen van het toelaatbare te buiten gaat.
2. De klacht is gericht tegen de scene waarin te zien is dat een sticker (gedeeltelijk) over de aanduiding “Nederland” op een grensbord wordt geplakt. De enkele omstandigheid dat in een commercial het plegen van een strafbaar feit wordt getoond – zo daar al sprake van zou zijn geweest, nu adverteerder heeft gesteld dat het niet om een echt bord ging maar een rekwisiet – brengt niet zonder meer mee dat de televisiecommercial om die reden in strijd is met de NRC. Het enkele tonen van een strafrechtelijke norm zonder aanprijzing van dit gedrag of oproep tot navolging, is namelijk onvoldoende om de televisiecommercial in strijd met de NRC te achten. Duidelijk is dat sprake is van een grap en geen serieuze oproep om dit ook te doen. Deze uiting gaat daarom, kijkend naar de huidige maatschappelijke normen, niet de grenzen van het toelaatbare te buiten. Er wordt daarom beslist als volgt.