3 feb 2026,
Kopieer citeerwijze ||
eiseres tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Cocensus
Rechtbank Noord-Holland: blauwe gevelbeplating is geen belastbare reclame-uiting
Rb. Noord-Holland 3 februari 2026, RB 4098; ECLI:NL:RBNHO:2026:2543 (eiseres tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Cocensus). Aan een onderneming wordt voor 2024 een aanslag reclamebelasting van € 15.000 opgelegd. De heffingsambtenaar rekent daarbij de blauwe gevelbeplating van het bedrijfspand mee als onderdeel van een openbare aankondiging. De onderneming betwist dit en voert aan dat de architect bij de bouw van het pand in 2014 om architectonische redenen voor blauwe gevelplaten heeft gekozen, dat deze niet waren bedoeld om reclame mee te maken en dat de kleur bovendien afwijkt van het blauw dat in de bedrijfslogo’s als bedrijfskleur wordt gebruikt. Op grond van de gemeentelijke verordening wordt reclamebelasting geheven voor een openbare aankondiging die vanaf de openbare weg zichtbaar is; onder een aankondiging kunnen onder meer letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen en kleuren vallen. In geschil is specifiek of de blauwe gevelplaten onderdeel zijn van zo’n openbare reclameaankondiging.
De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is. Eiseres maakt voldoende aannemelijk dat de blauwe gevelplaten om een architectonische reden zijn aangebracht en niet waren bedoeld als reclame-uiting. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat de kleur van de gevelplaten afwijkt van de blauwe kleur die in de bedrijfslogo’s als bedrijfskleur wordt gebruikt. Daarom behoren de blauwe gevelplaten niet tot een openbare aankondiging waarvoor op grond van de verordening reclamebelasting verschuldigd is. Zonder de gevelplaten bedraagt de oppervlakte van de overige openbare aankondigingen minder dan 25 m²; volgens het in de verordening opgenomen tarief is dan € 0 verschuldigd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt zowel de uitspraak op bezwaar als de aanslag en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
5. In geschil is of de aanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd, waarbij meer specifiek in geschil is of de blauwe gevelbeplating onderdeel is van een reclame-uiting.
6. Eiseres stelt dat de aanslag ten onrechte is opgelegd en heeft daarvoor aangevoerd dat in 2014 de architect van het bedrijfspand heeft gekozen voor blauwe gevelbeplating in de kleur RAL 5002, terwijl de reclamebelasting pas in 2024 is ingevoerd. De blauwe gevelbeplating was en is niet bedoeld om daarmee reclame te maken. De gevelbeplating heeft een andere kleur blauw dan het blauw in de bedrijfslogo’s dat wordt gebruikt als de bedrijfskleur. Vanaf de openbare weg is het logo van de onderneming niet goed zichtbaar en bovendien is dit logo aangebracht op het deel van de gevel dat in een rode kleur is uitgevoerd. Verder stelt eiseres dat het bedrijfspand niet zichtbaar is vanaf de openbare weg in de zin van de Verordening omdat het staat aan het einde van een doodlopende weg.
7. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de aanslag.
8. Verweerder stelt dat de aanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd en heeft daarvoor aangevoerd dat de kleur blauw van de gevelbeplating nagenoeg gelijk is aan die van de bedrijfslogo’s en bij de gevelbeplating dus sprake is van een bedrijfskleur die volgens de jurisprudentie meegenomen kan worden in de reclamebelasting. De door verweerder overgelegde foto’s zijn genomen vanaf de openbare weg en daaruit blijkt dat de gevelbeplating vanaf de openbare weg zichtbaar is. Verder stelt verweerder dat uit een nameting is gebleken dat de oppervlakte van de blauwe gevelbeplating 310,60 m² is, en dus groter dan de 204,80 m² waarmee is gerekend, maar daarmee nog steeds valt binnen de tariefklasse voor 200 m² tot 400 m².
9. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.