RB
Gepubliceerd op maandag 17 augustus 2026
RB 4095
Rechtspraak (NL/EU) ||
30 jul 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 30 jul 2026,, RB 4095; ECLI:NL:RBOBR:2026:5771 ([eiser] tegen Dexia), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-oost-brabant-dexia-volledig-aansprakelijk-na-persoonlijk-advies-door-niet-vergunde-tussenpersoon

Rechtbank Oost-Brabant: Dexia volledig aansprakelijk na persoonlijk advies door niet-vergunde tussenpersoon

Rb. Oost-Brabant 30 juli 2026, RB 4095; ECLI:NL:RBOBR:2026:5771 ([eiser] tegen Dexia). Een consument sluit via Spaar Select een effectenleaseovereenkomst met de rechtsvoorganger van Dexia. De kantonrechter sluit aan bij de vaste effectenleasejurisprudentie en stelt onder meer vast dat geen sprake is van dwaling, misleidende reclame of misbruik van omstandigheden, maar wel dat Dexia haar bijzondere zorgplichten heeft geschonden en onrechtmatig heeft gehandeld. De consument voert voldoende concreet aan dat een adviseur van Spaar Select zijn financiële situatie en pensioenwens bespreekt en hem persoonlijk adviseert het product Maximaal Rendement Effect af te sluiten. Daarbij adviseert Spaar Select hem om de overwaarde van zijn woning via een hypothecaire lening te benutten voor een vooruitbetaling van ongeveer NLG 96.000. Volgens de consument wordt alleen een positief rendementsscenario voorgehouden en wordt hij niet gewezen op de risico’s van beleggen met geleend geld. Dexia weerspreekt deze concrete gang van zaken onvoldoende gemotiveerd, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat sprake is van een gepersonaliseerde aanbeveling en daarmee van vergunningplichtige advisering. Omdat Spaar Select niet over de vereiste vergunning beschikt en Dexia door haar nauwe samenwerking met Spaar Select behoorde te weten dat deze tussenpersoon op grote schaal dergelijke adviezen gaf, handelt Dexia onrechtmatig door de consument toch als cliënt te accepteren.

De schade komt volledig voor rekening van Dexia. Hoewel ook aan de consument omstandigheden kunnen worden toegerekend die aan het ontstaan van de schade hebben bijgedragen, brengt de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW volgens de kantonrechter mee dat de vergoedingsplicht van Dexia volledig in stand blijft vanwege de ernst van haar handelen. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de betaalde inleg en het niet-vergoede deel van de restschuld, onder verrekening van voordelen zoals ontvangen dividend en fiscaal voordeel. De kantonrechter gaat uit van € 56.869,42, omdat Dexia de door de consument gemaakte schadeberekening niet betwist. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Ook Dexia’s incidentele verzoek om inzage in het intakeformulier en andere stukken uit de communicatie met de rechtsbijstandverlener wordt afgewezen, omdat het vertrouwelijke karakter van die informatie-uitwisseling bescherming verdient. Dexia moet € 56.869,42 met wettelijke rente betalen en wordt veroordeeld in de proceskosten; haar vorderingen in reconventie worden afgewezen.

 

5.3.

Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:

er is sprake van huurkoop;

er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;

Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;

[eiser] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld

er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.