RB
Gepubliceerd op maandag 24 augustus 2026
RB 4105
Rechtspraak (NL/EU) ||
14 jul 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 14 jul 2026,, RB 4105; ECLI:NL:RBOVE:2026:4566 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-wijst-terugbetaling-toe-na-vernietiging-wegens-gestelde-oneerlijke-handelspraktijk

Rechtbank wijst terugbetaling toe na vernietiging wegens gestelde oneerlijke handelspraktijk

Rb. Overijssel 14 juli 2026, RB 4105; ECLI:NL:RBOVE:2026:4566 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een consument vordert terugbetaling van € 2.193,61 uit hoofde van een overeenkomst die hij buitengerechtelijk heeft vernietigd op grond van artikel 6:193j lid 3 BW, omdat volgens hem sprake was van een misleidende en agressieve handelspraktijk. Daarnaast vordert hij incasso- en proceskosten. De gedaagde verschijnt niet, zodat verstek wordt verleend. De kantonrechter toetst vervolgens of de vorderingen hem onrechtmatig of ongegrond voorkomen en oordeelt dat dit niet het geval is. De terugbetalingsvordering wordt daarom toegewezen. De kantonrechter geeft daarbij geen uitvoerige inhoudelijke beoordeling van de gestelde misleidende en agressieve handelspraktijk; de toewijzing vindt plaats binnen het beperkte kader van de verstektoets.

De kantonrechter merkt daarnaast op dat de overeenkomst ook vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW, omdat de gedaagde de essentiële informatie over de totaalprijs ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet aan de consument heeft meegedeeld. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.193,61, € 329,04 aan incassokosten en € 897,50 aan proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Voor Reclameboek is vooral relevant dat de zaak ziet op een gestelde oneerlijke handelspraktijk en op het niet verstrekken van essentiële prijsinformatie aan een consument, maar door het verstek is de inhoudelijke beoordeling van de handelspraktijk beperkt.

2.1

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 2.193,61 en tot betaling van de incassokosten en proceskosten. [eiser] legt aan het gevorderde ten grondslag dat [eiser] en [gedaagde] een overeenkomst hebben gesloten en dat [eiser] deze overeenkomst op grond van artikel 6:193j lid 3 BW heeft vernietigd omdat sprake is van een misleidende en agressieve handelspraktijk. Vanwege de vernietiging van de overeenkomst moet [gedaagde] het bedrag van € 2.193,61 terugbetalen.

2.2

[gedaagde] is niet verschenen in deze procedure en daarom is tegen hem verstek verleend. De kantonrechter wijst de tegen [gedaagde] ingestelde vorderingen toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.3

Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als hierna te melden worden toegewezen.

2.4

De kantonrechter merkt daarnaast op dat de overeenkomst ook vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW, omdat [gedaagde] de essentiële informatie over de totaalprijs ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet aan [eiser] heeft medegedeeld.