RB
Gepubliceerd op dinsdag 6 oktober 2026
RB 4150
Rechtspraak (NL/EU) ||
5 okt 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 5 okt 2026,, RB 4150; ECLI:NL:RBOBR:2026:1440 ([eiser] tegen het college van B&W Eindhoven), https://reclameboek.nl/artikelen/reclamebord-aan-balkon-mocht-worden-geweigerd-vanwege-aantasting-woonuitstraling

Reclamebord aan balkon mocht worden geweigerd vanwege aantasting woonuitstraling

Rb. Oost-Brabant 10 maart 2026, RB 4150; ECLI:NL:RBOBR:2026:1440 ([eiser] tegen het college van B&W Eindhoven). In deze zaak tussen [eiser] en het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven staat de weigering van een omgevingsvergunning voor een reclamebord centraal. [eiser] had aan het Franse balkon van het pand waarin zijn dienstverlenende bedrijf is gevestigd een reclamebord van 2,90 bij 0,96 meter bevestigd. Het pand is aangewezen als gemeentelijk monument. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven adviseerde negatief over de aanvraag, waarna het college de vergunning weigerde. De rechtbank oordeelt dat het college op het welstandsadvies mocht afgaan. Een bestuursorgaan mag een dergelijk advies volgen wanneer het zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de conclusies daarop aansluiten. [eiser] heeft geen deskundig tegenadvies overgelegd en ook geen concrete aanknopingspunten aangedragen die twijfel oproepen over de zorgvuldigheid of inhoud van het advies.

Volgens de rechtbank mocht het college zich op het standpunt stellen dat het reclamebord te groot en te prominent aanwezig is. Het bord beslaat de volledige breedte en hoogte van het Franse balkon en is beduidend groter dan andere reclameobjecten in het bouwblok. Op grond van het reclamebeleid moet reclame op monumenten ondergeschikt zijn aan de architectuur en de omgeving. De motivering dat het grote, dichte reclamebord de woonuitstraling van het pand te zeer aantast, acht de rechtbank begrijpelijk. Ook is de weigering niet onevenredig. Het belang bij behoud van een rustige woonhuisuitstraling mocht zwaarder wegen dan het bedrijfsmatige belang van [eiser]. Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat het reclamebord op het naastgelegen pand kleiner is en op een andere plaats is aangebracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

7.1 De rechtbank is van oordeel dat het college zich, met verwijzing naar het advies van de commissie, op het standpunt heeft mogen stellen dat het behoud van een rustige woonhuis-uitstraling van groter belang is dan eisers individuele bedrijfsmatige belang. Voorts heeft het college zich in het verweerschrift, in reactie op de beroepsgrond, naar het oordeel van de rechtbank in redelijk op het standpunt kunnen stellen dat het reclamebord relatief eenvoudig is te verwijderen, zodat het niet verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige gevolgen met zich brengt. Daarnaast heeft het college er terecht op gewezen dat het feit dat eiser ervoor heeft gekozen om het reclamebord destijds zonder omgevingsvergunning (illegaal) te plaatsen, voor rekening en risico van eiser zelf komt. De beroepsgrond slaagt niet.