RB
Gepubliceerd op dinsdag 21 april 2026
RB 4003
Rechtspraak (NL/EU) ||
5 okt 2022
Rechtspraak (NL/EU) 5 okt 2022, RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan), https://reclameboek.nl/artikelen/uitlatingen-over-brandveiligheid-van-isolatiemateriaal-deels-ongeoorloofd-en-misleidend

Uitlatingen over brandveiligheid van isolatiemateriaal deels ongeoorloofd en misleidend

Rb. Gelderland 5 oktober 2022, IEF 23491; RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan). De rechtbank beoordeelt een wederzijds geschil tussen Rockwool en Kingspan over uitlatingen over de brandveiligheid van steenwol- en kunststofisolatie in de nasleep van de brand in de Grenfell Tower. De rechtbank zet eerst uiteen dat voor misleidende reclame (art. 6:194 BW) en ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW) onder meer vereist is dat sprake is van een openbaar gemaakte mededeling die de relevante doelgroep kan misleiden en haar economisch gedrag kan beïnvloeden; maatgevend is daarbij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone beroeps- of bedrijfsbeoefenaar, hier vooral aannemers en architecten. In conventie krijgt Rockwool slechts gedeeltelijk gelijk, en wel alleen tegenover Kingspan Insulation B.V.. De rechtbank oordeelt dat de website-uiting van Kingspan Insulation dat het classificeren van een materiaal als onbrandbaar niet betekent dat het materiaal niet brandt, kwalificeert als ongeoorloofde vergelijkende reclame, omdat daarin impliciet naar steenwolproducten van Rockwool wordt verwezen en de formulering, zonder voldoende nuancering, misleidend is. Hetzelfde geldt voor de uitlatingen tijdens de NEN Studiedagen, voor zover daarin werd gesteld dat een combinatie van A1-isolatiemateriaal en A2-gevelbekleding een brandtest had gefaald zonder dat daaraan onderling identieke en objectief vergelijkbare brandtests ten grondslag lagen. De overige verwijten van Rockwool slagen niet: de tweede website-uiting kon niet aan de gedagvaarde Kingspan-vennootschappen worden toegerekend omdat zij afkomstig was van Kingspan Unidek, de Position Paper werd niet misleidend geacht omdat daarin feitelijk en op basis van objectief vergelijkbare DCLG-tests werd gerapporteerd, de bedrijfsfilm werd niet aan de gedagvaarde Kingspan-entiteiten toegerekend, en voor het gevorderde algemene gebod om op verzoek feitelijke onderbouwing van toekomstige uitingen te verstrekken biedt art. 6:195 lid 1 BW jo. art. 3:296 BW volgens de rechtbank geen grondslag. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat Kingspan Insulation onrechtmatig heeft gehandeld, verbiedt die specifieke uitingen, wijst een dwangsom toe en kent schadevergoeding op te maken bij staat toe; de gevorderde rectificatie wordt afgewezen. Kingspan Insulation wordt in conventie veroordeeld in de proceskosten van € 1.906,10.

In reconventie krijgt Kingspan op haar beurt gedeeltelijk gelijk tegen Rockwool B.V., maar niet tegen Rockwool International A/S, omdat onvoldoende was gesteld of gebleken dat die laatste betrokken was bij de gewraakte uitingen. De rechtbank oordeelt dat de twee Twitterberichten van Rockwool Benelux kwalificeren als ongeoorloofde vergelijkende reclame, omdat zij impliciet brandbaar isolatiemateriaal van Kingspan vergelijken met onbrandbare isolatie van Rockwool, terwijl die vergelijking niet objectief verifieerbaar is en inspeelt op de angst voor grote branden. Wat de website-uiting van Rockwool over isolatie op platte daken met zonnepanelen betreft, maakt de rechtbank onderscheid. Voor zover Kingspan stelde dat Rockwool daarmee zou hebben gezegd dat alleen Euroklasse A1-dakisolatie veilig is, volgt de rechtbank dat niet. Wél acht zij de uiting misleidend in de zin van art. 6:194 lid 1, onder a, BW voor zover daarin de suggestie wordt gewekt dat alle Rockwool-dakisolatie onbrandbaar is of aan Euroklasse A1 voldoet, terwijl Rockwool in hetzelfde artikel ook specifieke producten noemt die die classificatie niet hebben. Het gevorderde bevel tot staken en gestaakt houden van deze uitlatingen wordt daarom toegewezen, maar ook hier wijst de rechtbank de gevorderde rectificatie af: voor de tweets wegens het tijdsverloop, en voor de website omdat verwijdering van de uiting en zo nodig het tonen van het vonnis voldoende opheldering bieden. Aan Rockwool B.V. wordt een dwangsom opgelegd en zij wordt in reconventie veroordeeld in de proceskosten van € 1.793,00. De juridisch juiste kern van het vonnis is dus niet dat alle aangevallen uitingen over en weer onrechtmatig waren, maar dat de rechtbank per concrete uiting toetst of sprake is van toerekenbare, openbaar gemaakte en voor de doelgroep relevante misleiding of een niet-objectief verifieerbare vergelijking met de concurrent.

Juridisch kader

4.1.

Voor de beoordeling van een vordering gebaseerd op misleidende reclame (artikel 6:194 BW) dan wel ongeoorloofde vergelijkende reclame (artikel 6:194a BW) is allereerst van belang dat voldaan moet zijn aan de voorwaarde dat sprake is van een mededeling die openbaar is gemaakt. Het bedrijfsmatig handelend publiek (artikel 6:194) dan wel de consument (artikel 6:194a BW) moet kennis kunnen nemen van de mededeling. Daarnaast is noodzakelijk dat de mededeling deze ontvanger misleidt of kan misleiden en door haar misleidende karakter diens economische gedrag kan beïnvloeden.1 Een mededeling kan daarom pas als misleidend worden gekwalificeerd, indien redelijkerwijs aannemelijk is dat de onjuistheid of onvolledigheid van materieel belang is voor de keuze van de maatman (de doelgroep) tussen (in dit geval) kunststof dan wel steenwol isolatiemateriaal.2 Nodig is dat de doelgroep in goed vertrouwen afgaat op de juistheid van de gedane mededeling omtrent brandveiligheid en als gevolg daarvan tot aankoop overgaat. Onder maatman moet worden verstaan de gemiddeld geïnformeerde omzichtige en oplettende gewone beroeps- of bedrijfsbeoefenaar, in dit geval voornamelijk aannemers en architecten.

4.2.

Voor de toets is eveneens vereist dat het reclame betreft. Als reclame moet worden gezien iedere mededeling bij de uitoefening van een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of van een vrij beroep ter bevordering van de afzet van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en plichten.3

4.3.

Voorts is van belang dat artikel 6:194a BW bepaalt dat onder vergelijkende reclame elke vorm van reclame wordt verstaan waarbij een concurrent, dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten, uitdrukkelijk of impliciet wordt genoemd. Beslissend is of het publiek de reclame zal betrekken op de concurrent, ook al wordt die of zijn product niet expliciet genoemd of wordt alleen verwezen naar een productcategorie.4

Conclusie reconventie

4.77.

De rechtbank komt in reconventie tot het oordeel dat sprake is van een ongeoorloofde vergelijkende reclame ten aanzien van de twee Twitterberichten en een misleidende mededeling op de website. Dit onrechtmatig handelen kan aan Rockwool B.V. worden toegerekend.

4.78.

Het gevorderde bevel tot staken en gestaakt houden van de betreffende uitlatingen zal worden toegewezen.

4.79.

De rechtbank ziet onvoldoende belang bij de gevorderde rectificatie. Daarvoor acht de rechtbank van belang het tijdsverloop sinds de Twitterberichten (2019 en 2020), zodat het nog maar de vraag is of de inhoud van de Twitterberichten nog bij het publiek (de afnemers) bekend is en of een rectificatie niet juist weer de aandacht vestigt op de inhoud van die Twitterberichten. Wat betreft de mededeling op de website acht de rechtbank het belang van Kingspan tot opheldering in voldoende mate verzekerd nu de mededeling vanwege het gegeven bevel tot staking zal worden verwijderd en Kingspan zo nodig (toekomstige) afnemers opheldering kan geven door het tonen van dit vonnis.

4.80.

De rechtbank ziet, ondanks het verweer van Rockwool dat zij vrijwillig aan een veroordeling zal voldoen, wel aanleiding om, gelet op de aanzienlijke belangen die verbonden zijn aan de procedure, de dwangsom, zoals gevorderd, op te leggen en te maximeren zoals hierna te melden.