RB
Gepubliceerd op vrijdag 18 oktober 2019
RB 3347
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) ||
26 sep 2019
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 26 sep 2019, RB 3347; (Warsteiner Alcoholfrei), https://reclameboek.nl/artikelen/van-onjuist-beeld-duitsers-is-geen-sprake

Van onjuist beeld Duitsers is geen sprake

RCC 26 september 2019, RB 3347; 2019/00481 (Warsteiner Alcoholfrei) Buitenreclame. De bestreden reclame-uiting betreft een billboardposter. met de tekst: 'Net zoveel alcohol als Duitsers humor hebben'',  met daaronder de afbeelding van een flesje “Warsteiner Alcoholfrei'. Rechts naast het flesje staat: 'Alcohol-Frei'.Klager vindt deze reclame in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en voert hiertoe het volgende aan. 1. Het is onwaar dat Duitsers weinig humor hebben of minder dan bijvoorbeeld Nederlanders; klager verwijst naar https://www.hpdetijd.nl/2012-01-27/duitsers-lachen/. 2. De uiting houdt een belediging in van Duitsers (onder wie klagers vrouw en zoon, vele vrienden en oud-collega’s) en zet bevolkingsgroepen onnodig tegen elkaar op. Er wonen 75.000 Duitsers in Nederland, aldus klager. De slagzin 'Net zoveel alcohol als Duitsers humor hebben 'is wellicht satirisch bedoeld, maar is te zien op een billboard bij het station, “zonder verdere context”. Volgens klager is moeilijk te geloven dat de gemiddelde voorbijganger de uiting als satire zal herkennen. De klacht wordt afgewezen.

De voorzitter heeft begrip voor het feit dat sommigen bezwaar zullen hebben tegen het feit dat in de uiting wordt gezinspeeld op een verondersteld gebrek aan humor bij Duitsers. De uiting is echter duidelijk met een knipoog bedoeld, hetgeen blijkt uit het feit dat het de aanprijzing door een Duitse fabrikant van een eigen product betreft. De Duitse herkomst wordt onderstreept door het Duitstalige etiket dat groot in beeld is. De veronderstelling dat Duitsers geen humor hebben, wordt hierdoor in feite meteen ontkracht. Van het schetsen van een onjuist (negatief, discriminerend of kwetsend) beeld van Duitsers is aldus geen sprake. De voorzitter acht de uiting op grond van het voorgaande toelaatbaar en wijst de klacht af.