RB
Gepubliceerd op dinsdag 21 juli 2026
RB 4054
Rechtspraak (NL/EU) ||
2 jun 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 2 jun 2026,, RB 4054; ECLI:NL:CBB:2026:227 (Volkswagen tegen ACM), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/acm-boete-volkswagen-herroepen-wegens-schending-ne-bis-in-idembeginsel

ACM-boete Volkswagen herroepen wegens schending ne-bis-in-idembeginsel

CBb 2 juni 2026, RB 4045; ECLI:NL:CBB:2026:227 (Volkswagen tegen ACM). De ACM legt Volkswagen op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming een bestuurlijke boete van € 450.000 op wegens drie gestelde oneerlijke handelspraktijken rond dieselauto’s met de verboden EA 189-manipulatiesoftware. Volgens de ACM handelt Volkswagen in strijd met de vereisten van professionele toewijding door de verboden software te installeren, te gebruiken en te verzwijgen. Daarnaast zou zij consumenten hebben misleid met milieuclaims, zoals “schoner rijden” en “meest milieuvriendelijke en ecologisch verantwoorde dieselversie”, en ten onrechte de indruk hebben gewekt dat de auto’s aan de voorwaarden voor de Europese typegoedkeuring voldeden. De rechtbank Rotterdam laat de boete in stand. Volkswagen stelt in hoger beroep dat zij voor hetzelfde feitencomplex al onherroepelijk is bestraft door het Duitse openbaar ministerie, dat haar een boete van € 1 miljard oplegde: € 5 miljoen als sanctie en € 995 miljoen ter ontneming van het verkregen economische voordeel.

Het College stelt vast dat zowel de Duitse als de Nederlandse boete strafrechtelijk van aard is in de zin van artikel 50 Handvest en dat beide sancties aan dezelfde rechtspersoon zijn opgelegd. Voor de vraag of sprake is van “dezelfde feiten” is niet de juridische kwalificatie bepalend, maar of de materiële feiten identiek zijn en een geheel van onlosmakelijk met elkaar verbonden concrete omstandigheden vormen. Het College merkt het definitieve Duitse boetebesluit aan als een afgeronde strafrechtelijke veroordeling, ook al is dit besluit zonder tussenkomst van een rechter tot stand gekomen. Uit het Duitse besluit en de overige informatie over die procedure volgt dat de Duitse sanctionering mede berust op de ontwikkeling en toepassing van de verboden software, het verkrijgen van typegoedkeuringen, de afgifte van certificaten van overeenstemming, de reclame voor de betrokken voertuigen en de verkoop daarvan, waaronder in Nederland. Dit zijn dezelfde materiële feiten waarop de ACM haar boete baseert. De dubbele bestraffing kan niet op grond van artikel 52 Handvest worden gerechtvaardigd, omdat de Duitse en Nederlandse procedures onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Het College vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en laat de overige hogerberoepsgronden onbesproken.

6.22 Het College ziet in punt 75 van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Volkswagen Group Italia en Volkswagen Aktiengesellschaft een verdere bevestiging dat niet alleen de ontwikkeling en de plaatsing van de verboden software, alsmede het verzwijgen ervan in het kader van de typegoedkeuringsprocedures, ten grondslag liggen aan de bestraffing door het Duitse openbaar ministerie, maar ook de feitelijke elementen van het in de handel brengen van de voertuigen en de reclame die voor deze voertuigen is gemaakt. Het Duitse openbaar ministerie heeft er in het Duitse besluit uitdrukkelijk op gewezen dat de plaatsing van de verboden software, de verkrijging van de typegoedkeuring voor de betrokken voertuigen en de verkoop ervan als voertuigen met een ecologische dieseltechnologie een geheel van onlosmakelijk met elkaar verbonden concrete omstandigheden vormen.

6.23 Het College stelt samenvattend vast dat het boetebesluit en het Duitse besluit zijn gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden: de ontwikkeling, het gebruik van de verboden software door Volkswagen in voertuigen met de dieselmotor EA 189 en het verzwijgen van die software bij het verkrijgen van de typegoedgoedkeuringen voor deze motor; het afgeven door Volkswagen van certificaten van overeenstemming waarmee voertuigen met deze motor in Nederland tot de weg konden worden toegelaten; het ter beschikking stellen door Volkswagen van de reclame en productinformatie voor de promotie van de voertuigen in Nederland. Dat in Nederland materiële gedragingen hebben plaatsgevonden die aan Volkswagen kunnen worden toegeschreven en die niet in het Duitse besluit zijn benoemd, is het College niet gebleken.

6.24 De omstandigheid dat de ACM ook heeft vastgesteld dat uit verschillende consumentenonderzoeken blijkt dat duurzaamheid een belangrijke overweging is voor (Nederlandse) consumenten bij de aanschaf van producten, wat niet is opgenomen in de motivering van het Duitse besluit, en dat de ACM haar oordeel dat Volkswagen in Nederland oneerlijke handelspraktijken heeft verricht mede heeft gebaseerd op de overweging dat een groeiend milieubewustzijn het economisch gedrag van consumenten kan beïnvloeden, maakt het voorgaande niet anders. Dat duurzaamheid een belangrijke overweging kan zijn voor consumenten bij de aanschaf van producten is geen feitelijke handeling die aan Volkswagen kan worden toegeschreven, maar kan relevant zijn voor de beoordeling of de handelspraktijk het gedrag van consumenten heeft beïnvloed.