Pop-up onvoldoende voor B2B-uitzondering op reclameverbod voor e-sigaretten en e-liquids
CBb 26 mei 2026, RB 4059; ECLI:NL:CBB:2026:220 (de minister tegen UEG). UEG Holland, een groothandel in elektronische rookproducten, toont op de homepage van haar website afbeeldingen met merknamen van e-liquids en elektronische sigaretten. Bezoekers krijgen eerst een pop-up te zien waarin zij moeten bevestigen dat zij werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten en ten minste achttien jaar oud zijn. Na het aanklikken van deze verklaring kan iedereen de homepage en de afbeeldingen bekijken; pas wanneer een bezoeker een account wil aanmaken om producten te bestellen, wordt gecontroleerd of deze daadwerkelijk handelaar is. De minister merkt de afbeeldingen aan als reclame en legt UEG wegens overtreding van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet een boete van € 13.500 op. De rechtbank oordeelt dat de uitingen wel reclame zijn, maar onder de B2B-uitzondering van artikel 5 lid 6, onder a, onder 1°, Trw vallen. In hoger beroep erkent UEG dat de afbeeldingen commerciële mededelingen zijn die onder het reclameverbod vallen, waardoor de grondslag aan haar incidentele hoger beroep ontvalt.