RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Reclame  

RB 4022

Reclameovereenkomst kansspelpromotie: voorinvesteringen zonder terugbetalingsplicht, maar geen aanspraak op resterende termijnen

Rechtspraak (NL/EU) 27 mei 2026, RB 4022; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken), https://reclameboek.nl/artikelen/reclameovereenkomst-kansspelpromotie-voorinvesteringen-zonder-terugbetalingsplicht-maar-geen-aanspraak-op-resterende-termijnen

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IEF 23618; RB 4022; IT 5307; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze zaak over de afwikkeling van een exclusieve samenwerkingsovereenkomst tussen Sagevas, exploitant van kansspelaanbieder betFIRST, en sportmediaproducent FC Afkicken. Op grond van die overeenkomst zou FC Afkicken betFIRST exclusief promoten in haar sportmedia, maar de samenwerking is feitelijk niet uitgevoerd nadat gewijzigde wet- en regelgeving voor kansspelreclame de beoogde promotie bemoeilijkte. Sagevas had inmiddels € 420.000 aan FC Afkicken betaald en vorderde terugbetaling, primair omdat de overeenkomst volgens haar rechtsgeldig was ontbonden en de betalingen slechts voorschotten waren op nog te verrichten diensten. Daarnaast stelde Sagevas dat FC Afkicken de exclusiviteitsverplichting had geschonden en daarom een contractuele vergoeding van € 25.000 verschuldigd was. FC Afkicken voerde daartegen aan dat de betalingen geen voorschotten waren, maar voorinvesteringen in de groei van haar kanalen en onderneming, en vorderde in reconventie nog € 150.000 op basis van een niet-ondertekend addendum waarin de totale pre-payment zou zijn verhoogd naar € 570.000. De rechtbank acht zich bevoegd op grond van de forumkeuze voor de Rechtbank Amsterdam en past Nederlands recht toe op basis van de rechtskeuze in de overeenkomst; ook de subsidiaire grondslag van ongerechtvaardigde verrijking wordt wegens nauwe samenhang met de overeenkomst naar Nederlands recht beoordeeld.

RB 4019

RCC: Dier & Recht mag kritisch campagne voeren over melkvee-industrie

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 21 mei 2026, RB 4019; 2026/00188 ((Klacht tegen Dier & Recht)), https://reclameboek.nl/artikelen/rcc-dier-recht-mag-kritisch-campagne-voeren-over-melkvee-industrie

RCC 21 mei 2026, RB 4019; 2026/00188 (Klacht tegen Dier & Recht). De Reclame Code Commissie heeft een klacht afgewezen tegen diverse uitingen van Dier & Recht over de melkvee- en kalverhouderij. Volgens de Commissie vallen de uitingen binnen de ruime vrijheid van meningsuiting die geldt voor ideële organisaties die deelnemen aan het maatschappelijke debat. Het gaat om uitingen op de website van Dier & Recht en een afbeelding van een melkpak met de tekst “Zuivel veroorzaakt ernstig dierenleed”. Volgens klager werd daarin een onjuist en eenzijdig beeld geschetst van de zuivelsector. Zo zou onvoldoende context zijn gegeven over het verstrekken van biest aan kalveren, de wettelijke regels voor huisvesting en transport van kalveren en de wettelijke normen voor voeding en dierenwelzijn. Ook werd aangevoerd dat individuele situaties ten onrechte werden gepresenteerd als standaardpraktijken binnen de gehele sector. Dier & Recht voerde aan dat de campagne bedoeld is om aandacht te vragen voor volgens haar bestaande problemen binnen de melkvee-industrie. Daarbij benadrukte zij dat de uitingen zijn gebaseerd op feitelijke informatie en dat zij op grond van de vrijheid van meningsuiting een kritische bijdrage mag leveren aan het publieke debat over dierenwelzijn. De Commissie stelt voorop dat het hier niet gaat om commerciële reclame van een handelaar, maar om de aanprijzing van denkbeelden door een ideële organisatie. De door klager ingeroepen bepalingen over oneerlijke en misleidende reclame (artikelen 7, 8.2 en 8.3 NRC) acht de Commissie daarom niet van toepassing; in plaats daarvan geldt artikel 5 NRC. Volgens de Commissie staat het Dier & Recht vrij om haar opvattingen over de melkvee-industrie kenbaar te maken, ook wanneer daarover verschillend kan worden gedacht. Een eenzijdige, confronterende of indringende presentatie is daarbij toegestaan. De toetsing beperkt zich daarom tot de vraag of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

RB 4010

CBb: blokvorming in tabaksschap is reclame, sponsoring niet bewezen

Rechtspraak (NL/EU) 7 apr 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 ((Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris)), https://reclameboek.nl/artikelen/cbb-blokvorming-in-tabaksschap-is-reclame-sponsoring-niet-bewezen

CBb 7 april 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 (Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris). In deze zaak tussen een tabaksfabrikant (Philip Morris) en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of de verkoop en presentatie van tabaksproducten op festivals ’t Strand (2018) en Amsterdam Open Air (2019) in strijd is met het reclame- en sponsoringverbod uit de Tabaks- en rookwarenwet (met name het in artikel 5 Tabaks- en rookwarenwet neergelegde verbod op reclame en sponsoring), en of de opgelegde boetes in stand kunnen blijven. De tabaksfabrikant exploiteerde op beide festivals een tabakskiosk, waarbij zij overeenkomsten had gesloten met de organisatoren en met een derde partij voor de exploitatie van de verkoopunits en het personeel. Uit inspecties van de NVWA volgt dat de producten in de kiosken op een specifieke wijze werden gepresenteerd: er was sprake van meerdere identieke verpakkingen per merkvariant (zogeheten “facings”), waardoor visuele blokken ontstonden, en bepaalde schappen (zoals bij Heets-tabaksticks) dienden niet als voorraad maar enkel als zichtpresentatie. Daarnaast werd op ’t Strand alleen vanuit de bovenste rij verkocht, terwijl de overige schappen zichtbaar bleven voor het publiek. De staatssecretaris legde boetes op wegens overtreding van zowel het reclame- als het sponsoringverbod. Volgens hem ging de presentatie verder dan een toegestane neutrale uitstalling en betaalde de fabrikant bovendien vergoedingen aan festivalorganisatoren die niet in verhouding stonden tot de opbrengsten, zodat sprake was van sponsoring. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat sprake is van overtreding van het reclameverbod.

RB 4000

CBb schrapt deel van boete tabaksfabrikant

reclameboek 7 apr 2026, RB 4000; ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://reclameboek.nl/artikelen/cbb-schrapt-deel-van-boete-tabaksfabrikant

CBb 7 april 2026, RB4000, ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). De tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen van 2019 op de festivals Pinkpop en het Defqon.1 tabaksproducten in speciaal daarvoor bestemde tabaksverkooppunten. De tabaksfabrikant had samenwerkingsovereenkomsten met de organisatoren van Pinkpop en Defqon.1 gesloten en betaalde daarvoor vergoedingen voor het verkooprecht. Na inspecties van de NVWA werden er twee boetes opgelegd. Met boetebesluit I heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van € 45.000 wegens overtreding van het sponsoringsverbod van artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Volgens de staatssecretaris blijkt dit uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Met boetebesluit II heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van in totaal € 90.000 wegens overtreding van het reclame- en sponsoringsverbod (art. 5 lid 1 Trw). Volgens de staatssecretaris was er sprake van reclame omdat de presentatie van de producten verder ging dan nodig was. Dit bleek uit de opvallende plek die de producten van de tabaksfabrikant in het schap kregen en uit het feit dat dezelfde producten van deze fabrikant op meerdere plekken in het schap stonden. Daardoor ontstond een aaneengesloten blok van producten van de tabaksfabrikant, waarvoor geen andere reden bestond dan het extra onder de aandacht brengen en verkopen van deze producten. Dat sprake was van sponsoring bleek volgens de staatssecretaris uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Deze vergoeding stond niet in verhouding tot de totale omzet die hij daar kon behalen.

RB 4001

Bedrijfskleuren geen openbare aankondiging

Rechtspraak (NL/EU) 26 feb 2026, RB 4001; ECLI:NL:RBNHO:2026:2098 (([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus)), https://reclameboek.nl/artikelen/bedrijfskleuren-geen-openbare-aankondiging

Rb. Noord-Holland 26 februari 2026, RB4001, ECLI:RBNHO:2026:2098 ([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus). In deze zaak oordeelt de Rechtbank Noord-Holland over een aanslag reclamebelasting wegens de uitstraling van een bedrijfspand. De [belanghebbende] exploiteert een bedrijf in één pand, waarvan de gevels blauw zijn en de raam- en deurkozijnen, garagedeuren en dakranden geel. Daarnaast is de handelsnaam van het bedrijf in rechtopstaande letters boven op het dak aangebracht en hangen op de gevel twee borden met de handelsnaam en op één daarvan een afbeelding. De gemeente heft reclamebelasting op grond van de Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024 ter zake van “openbare aankondigingen” (waaronder ook kleuren) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In deze zaak staat centraal of de kleuren van het bedrijfspand (blauw en geel) kwalificeren als een openbare aankondiging in de zin van de verordening en artikel 227 Gemeentewet. Daarnaast waren ook de verbindendheid van de verordening, de oppervlaktebepaling en de vraag of is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in geschil. De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van deze punten, omdat de zaak reeds wordt beslist op het punt of sprake is van een openbare aankondiging (r.o. 15). De rechtbank sluit aan bij de omschrijving van ‘openbare aankondiging’ in de Verordening en bij jurisprudentie dat hieronder moet worden verstaan: tot het publiek gerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken (vgl. Gerechtshof Amsterdam 9 januari 2014 en HR 30 maart 2007).

RB 3991

Drinkwaternieuwsbrief Dunea geen reclame: klacht niet‑ontvankelijk verklaard

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3991; 2026/00032 (Klager tegen Dunea), https://reclameboek.nl/artikelen/drinkwaternieuwsbrief-dunea-geen-reclame-klacht-niet-ontvankelijk-verklaard

RCC 24 februari 2026, RB 3991; 2026/00032 (Klager tegen Dunea). In dit geschil gaat de klacht over een e-mail die drinkwaterbedrijf Dunea aan bestaande klanten heeft gestuurd onder de titel “Dunea klantnieuwsbrief”. In deze nieuwsbrief staat service-informatie over de tariefsverhoging per 1 januari 2026 en het controleren van contactgegevens, maar ook teksten over korter douchen, het opnemen van kraanwater in een noodpakket, en een promotionele beschrijving van de duingebieden en vacatures. De klager vindt dat deze commerciële elementen zó omvangrijk zijn dat de e-mail in overwegende mate een reclamekarakter heeft, en dus onder de Code Reclame via E-mail valt. Omdat klager voor dergelijke reclame geen toestemming heeft gegeven en ook geen recht van verzet is geboden, zou de verzending in strijd zijn met artikel 2 lid 1 onder b Code E-mail. Het feit dat Dunea geen winstdoel nastreeft, neemt volgens klager het aanprijzende karakter niet weg.

RB 3982

Reclame Code Commissie laat Gaza‑fondsenwervingsbrief FPU in stand

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3982; 2025/00654 (Klager tegen Adverteerder), https://reclameboek.nl/artikelen/reclame-code-commissie-laat-gaza-fondsenwervingsbrief-fpu-in-stand

RCC 24 februari 2026, RB 3982; 2025/00654 (Klager tegen Adverteerder). De bestreden reclame-uiting is een brief van Free Press Unlimited (FPU) in een vensterenvelop, gericht “Aan de bewoner(s) van”, met op de envelop de tekst: “Schokkend: meer dan 250 journalisten gedood door Israël”. In de brief wordt uiteengezet dat lokale journalisten in Gaza hun leven riskeren, dat in de afgelopen twee jaar meer dan 250 Palestijnse journalisten zijn gedood, dat Gaza “de meest dodelijke plaats ooit” voor journalisten is en dat journalisten volgens FPU zes keer meer risico lopen om gedood te worden dan burgers, waarna om een gift wordt gevraagd ter ondersteuning van deze journalisten. Klager CIDI stelt dat drie beweringen feitelijk onjuist of onvoldoende onderbouwd zijn: (1) de claim dat “meer dan 250 Palestijnse journalisten” zijn gedood “het hoogste aantal in een conflict”, omdat in onder meer Syrië en de Tweede Wereldoorlog volgens CIDI meer journalisten zijn omgekomen; (2) de impliciete suggestie dat journalist Saleh al‑Jafawari een van de door Israël gedode journalisten is, terwijl hij volgens CIDI door andere inwoners van Gaza zou zijn omgebracht; en (3) de stelling dat Gaza “de meest dodelijke plaats ooit” voor journalisten is en dat zij zes keer meer risico lopen dan burgers, zonder bronvermelding. Volgens CIDI is sprake van misleidende reclame in strijd met artikelen 8 en 10 NRC, temeer omdat de uitlatingen worden gedaan in een sterk gepolariseerde context en direct zijn gekoppeld aan een oproep tot donaties.

RB 3981

Geen misleiding bij ‘APK van uw gehoor’‑brief Schoonenberg

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 16 mrt 2026, RB 3981; 2026/00065 (Klager tegen Schoonenberg), https://reclameboek.nl/artikelen/geen-misleiding-bij-apk-van-uw-gehoor-brief-schoonenberg

RCC 16 februari 2026, RB 3981; 2026/00065 (Klager tegen Schoonenberg). De bestreden reclame-uiting betreft een ongeadresseerde envelop van Schoonenberg, met linksboven de naam en het logo van adverteerder en daaronder de postbusgegevens. Op de envelop staat de tekst: “Alstublieft, uw uitnodiging voor de APK van uw gehoor”, waarbij binnenin een uitnodiging zit om een gratis hoortest in te plannen. Klager stelt dat de tekst “Uw APK voor gehoor”, in combinatie met de opmaak en toonzetting, de indruk wekt dat het gaat om een noodzakelijke of zelfs verplichte controle, vergelijkbaar met communicatie van een overheids- of zorginstantie. Volgens de klacht is pas bij zorgvuldige lezing duidelijk dat het om een commerciële gehoortest gaat, wordt door het gebruik van de term “APK” bewust urgentie en een schijn van verplichting gecreëerd en lijkt de uitnodiging sterk op officiële correspondentie, waardoor met name ouderen zouden kunnen worden misleid. Adverteerder voert aan dat het duidelijk om een commerciële, ongeadresseerde reclame-uiting gaat, dat in de begeleidende brief nergens van een verplichting wordt gesproken en slechts wordt “aangeraden” het gehoor regelmatig te controleren, en dat “APK” hier slechts als begrijpelijke metafoor voor periodieke controle wordt gebruikt, zonder te suggereren dat een wettelijke verplichting bestaat.

RB 3979

Humoristische Odido‑reclame over digitale installatie niet kwetsend voor ouderen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 16 feb 2026, RB 3979; 2026/00040 (klager tegen Odido), https://reclameboek.nl/artikelen/humoristische-odido-reclame-over-digitale-installatie-niet-kwetsend-voor-ouderen

RCC 16 februari 2026, RB 3979; 2026/00040 (Klager tegen Odido). Deze zaak gaat over een tv-commercial van Odido waarin een meisje haar vader filmt terwijl hij probeert “Odido TV” te installeren. Terwijl de dochter het geheel als een vlog presenteert, ontdekt de vader dat er geen kabels of kastje nodig zijn en besluit hij zijn eigen “kabeldoos” erbij te halen. De kabels vallen over hem heen en hij probeert ze te ontwarren, terwijl zijn zoon eenvoudig via de TV-app de installatie uitvoert en de tv snel aan de praat krijgt. De boodschap van de commercial is dat Odido TV gemakkelijk te installeren is, zonder kabels of ingewikkelde apparatuur.

RB 3974

Omgevingsvergunning carwash en Texaco-reclame: vergunning grotendeels houdbaar, maar motiveringsgebrek bij welstand

Rechtspraak (NL/EU) 8 dec 2025, RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân en ), https://reclameboek.nl/artikelen/omgevingsvergunning-carwash-en-texaco-reclame-vergunning-grotendeels-houdbaar-maar-motiveringsgebrek-bij-welstand

Rb. Noord-Nederland 8 december 2025, IEF 23308; RB 3974; ECLI:NL:RBNNE:2025:5888 ([eiser] tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân). De Rechtbank Noord-Nederland doet een tussenuitspraak (bestuurlijke lus) over een omgevingsvergunning voor een perceel met tankstation/carwash (Dilledyk 1, Easterwierrum). Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo van toepassing. De vergunning ziet op (i) het veranderen/legaliseren van een carwash, (ii) het plaatsen van een prijzenbord/reclamezuil, (iii) het aanbrengen van TEXACO-reclame (letters/logo) op de overkapping van het pompeiland en een beperkte gebruikswijziging. De rechtbank verwerpt de procedurele klachten (o.a. onvolledige heroverweging, “verlopen” aanvraag, late publicatie, vooringenomenheid). Inhoudelijk acht zij de vergunning voor het prijzenbord en de carwash rechtmatig: het college mocht het peil voor de hoogtebepaling hanteren zoals gedaan en een beperkte planafwijking voor het prijzenbord vergunnen zonder strijd met een goede ruimtelijke ordening; de carwash voldoet aan de planregels (met name de goothoogte), en klachten over (geluids)overlast of het Bouwbesluit leveren hier geen weigeringsgrond op binnen het limitatief-imperatieve toetsingskader.