RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Reclame  

RB 4042

RCC: Facebook-advertenties met prikpen zijn verboden publieksreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 jul 2026,, RB 4042; 2026/00002 (klacht tegen Wellis Health), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-facebook-advertenties-met-prikpen-zijn-verboden-publieksreclame

RCC 10 maart 2026, RB 4042; 2026/00002 (klacht tegen Wellis Health). In deze zaak tussen klager en Wellis Health staat de vraag centraal of Wellis Health met Facebook-advertenties voor een behandeling tegen overgewicht verboden publieksreclame maakt voor receptgeneesmiddelen. De Reclame Code Commissie oordeelt dat vier van de vijf reclame-uitingen in strijd zijn met artikel 85 van de Geneesmiddelenwet, de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) en de Nederlandse Reclame Code. De overige klachten wijst de Commissie af. De bestreden advertenties bevatten onder meer de teksten "Gewichtsverlies op maat", "Wetenschappelijk onderbouwd gewichtsverlies" en "Gratis ondersteuning door artsen en voedingsdeskundigen". In vier advertenties is daarnaast een prikpen prominent afgebeeld. Volgens klager gaat het om publieksreclame voor receptgeneesmiddelen en wekken de advertenties ten onrechte de indruk dat sprake is van medisch toezicht. Wellis Health voert aan dat zij geen geneesmiddelen promoot, maar een breder medisch behandeltraject waarin medicatie slechts één onderdeel vormt. De Commissie oordeelt dat de vier advertenties met een prikpen wel degelijk reclame maken voor een receptgeneesmiddel. Hoewel de advertenties ook verwijzen naar begeleiding door artsen en voedingsdeskundigen, staat de prikpen telkens centraal in beeld en trekt deze de aandacht van de consument. In drie advertenties is bovendien te zien hoe de prikpen wordt gebruikt om medicatie toe te dienen.

RB 4041

RCC: misleidende reclame wekt ten onrechte indruk dat Becel vezelrijk is

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 jul 2026,, RB 4041; 2025/00645 (klacht tegen Becel Nederland), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-misleidende-reclame-wekt-ten-onrechte-indruk-dat-becel-vezelrijk-is

RCC 23 april 2026, RB 4041; 2025/00645 (klacht tegen Becel Nederland). In deze zaak tussen klager en Becel Nederland staat de vraag centraal of een TikTok-video over Becel met Haver & Vezels misleidend is. Volgens klager wekt de reclame ten onrechte de indruk dat het product een wezenlijke bijdrage levert aan de vezelinname en een romige haversmaak heeft. De voorzitter van de Reclame Code Commissie oordeelt dat de reclame voor wat betreft de vezelclaim in strijd is met artikel 8 van de Claimsverordening en artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code. De klacht over de smaakomschrijving wordt afgewezen. In de TikTok-video wordt Becel met Haver & Vezels gepresenteerd als een eenvoudige manier om meer vezels binnen te krijgen. Daarbij wordt onder meer gesproken over de 'fibermaxing trend', een 'boost van vezels' en de claim: "Zo voeg ik per boterham 10% extra vezels toe". Volgens Becel ziet die claim uitsluitend op de extra hoeveelheid vezels die wordt toegevoegd aan een snee volkorenbrood met een portie van het product. Klager vindt dat de reclame de bijdrage van het product aan de vezelinname overdreven voorstelt en betwist ook de omschrijving "heerlijke romige haversmaak". De voorzitter kijkt naar de totale indruk van de reclame.

RB 4034

Illegaal online kansspelaanbod onrechtmatig jegens TOTO

Rechtspraak (NL/EU) 17 jun 2026,, RB 4034; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 ((TOTO tegen DECC c.s.)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/illegaal-online-kansspelaanbod-onrechtmatig-jegens-toto

Rb. Den Haag 17 juni 2026, IT 5324; RB 4034; ECLI:NL:RBDHA:2026:16277 (TOTO tegen DECC c.s.). De rechtbank Den Haag oordeelt in een geschil tussen TOTO en meerdere gedaagden over het online aanbieden van kansspelen via Lala.bet. TOTO stelt dat zonder vergunning van de Kansspelautoriteit online kansspelen zijn aangeboden aan Nederlandse spelers, terwijl zij zelf als vergunninghoudende aanbieder actief is op de gereguleerde Nederlandse kansspelmarkt. De rechtbank acht de vorderingen tegen [gedaagde sub 4], SkyGrow en [gedaagde sub 6] op dit punt toewijsbaar. Zij worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die TOTO als gevolg van het illegale kansspelaanbod heeft geleden, nader op te maken bij staat. Ook worden zij veroordeeld tot het staken en gestaakt houden van het aanbieden of faciliteren van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning, op straffe van een dwangsom. De schade wordt in deze procedure nog niet begroot, omdat de omvang daarvan en de precieze financiële gevolgen in een afzonderlijke schadestaatprocedure moeten worden vastgesteld.

RB 4036

HvJ EU zet streep door Hongaarse prijs- en voorraadverplichtingen voor grote supermarkten

Rechtspraak (NL/EU) 29 jun 2026,, RB 4036; ECLI:EU:C:2026:495 (Penny Market Kft. tegen Komárom-Esztergom Vármegyei Kormányhivatal), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-zet-streep-door-hongaarse-prijs-en-voorraadverplichtingen-voor-grote-supermarkten

HvJ EU 18 juni 2026, RB 4036; ECLI:EU:C:2026:495 (Penny Market Kft. tegen Komárom-Esztergom Vármegyei Kormányhivatal). In deze zaak tussen Penny Market Kft. [verzoekster] en de Komárom-Esztergom Vármegyei Kormányhivatal [verweerder] staat de vraag centraal of een Hongaarse noodmaatregel die grote supermarkten verplicht om bepaalde levensmiddelen met korting aan te bieden en daarvan minimale voorraden aan te houden, verenigbaar is met het Unierecht. Het Hof van Justitie oordeelt dat zowel de Gemeenschappelijke Marktordening voor landbouwproducten als de Dienstenrichtlijn zich tegen een dergelijke regeling verzetten. Aanleiding voor het geschil vormt een Hongaarse regeling die in 2023 werd ingevoerd naar aanleiding van de hoge voedselinflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Op grond van deze regeling moesten levensmiddelen-detailhandelaren met een jaaromzet van meer dan ongeveer € 2,5 miljoen gedurende een bepaalde periode voor iedere aangewezen productcategorie ten minste één product aanbieden tegen een prijs die minimaal 15% lager lag dan de laagste prijs van de voorafgaande dertig dagen. Daarnaast moesten zij gedurende de actieperiode steeds beschikken over een minimale hoeveelheid van deze producten, gebaseerd op de gemiddelde dagelijkse verkoop in 2022. Bij overtreding konden bestuurlijke boetes worden opgelegd. Tijdens een controle stelde de Hongaarse autoriteit vast dat in een winkel van Penny Market geen appels en geen mineraalwater of frisdranken in de winkelruimte beschikbaar waren. Hoewel deze producten wel op voorraad waren, waren zij op het moment van de controle niet te koop aangeboden. De autoriteit legde daarop een boete van vier miljoen Hongaarse forint op wegens overtreding van de voorraadverplichting. Penny Market vocht deze sanctie aan en stelde onder meer dat de verkoop over de gehele dag had moeten worden beoordeeld en dat voor frisdranken voldoende vervangende producten beschikbaar waren. De verwijzende rechter vroeg het Hof van Justitie vervolgens of de Hongaarse regeling verenigbaar is met het Unierecht. Het Hof bespreekt eerst de verhouding tot de Gemeenschappelijke Marktordening voor landbouwproducten. Daarbij sluit het expliciet aan bij de eerdere rechtspraak in de zaak SPAR Magyarország over vergelijkbare Hongaarse prijsmaatregelen.

RB 4027

Artikel geschreven door Puck Koster, Clairfort

De juridische aspecten van foodfluencing en contentcreatie

Puck Koster, 1 juni 2026

De juridische aspecten van foodfluencing en contentcreatie

Foodfluencers (influencers wiens content gericht is op voedsel) zijn populair. Dagelijks verschijnen er op platforms als Instagram en TikTok nieuwe recepten, zorgvuldig opgemaakte borden en korte kookvideo’s die duizenden of zelfs miljoenen kijkers bereiken. In deze blog nemen we je mee met de mogelijke juridische issues die gepaard gaan met het maken van dergelijke content.

Er zijn verschillende aspecten waarmee rekening gehouden dient te worden, die juridisch gezien elk hun eigen aandachtspunten kennen. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke bescherming van een recept, de (auteurs)rechten op video’s en foto’s, en de vraag wie welke rechten heeft wanneer er wordt samengewerkt met anderen. Ook zullen we kort ingaan op de regels rondom reclame en transparantie, zoals het duidelijk vermelden van samenwerkingen en betaalde promoties.

RB 4022

Reclameovereenkomst kansspelpromotie: voorinvesteringen zonder terugbetalingsplicht, maar geen aanspraak op resterende termijnen

Rechtspraak (NL/EU) 27 mei 2026,, RB 4022; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/reclameovereenkomst-kansspelpromotie-voorinvesteringen-zonder-terugbetalingsplicht-maar-geen-aanspraak-op-resterende-termijnen

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IEF 23618; RB 4022; IT 5307; ECLI:NL:RBAMS:2026:5703 (Sagevas tegen FC Afkicken). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze zaak over de afwikkeling van een exclusieve samenwerkingsovereenkomst tussen Sagevas, exploitant van kansspelaanbieder betFIRST, en sportmediaproducent FC Afkicken. Op grond van die overeenkomst zou FC Afkicken betFIRST exclusief promoten in haar sportmedia, maar de samenwerking is feitelijk niet uitgevoerd nadat gewijzigde wet- en regelgeving voor kansspelreclame de beoogde promotie bemoeilijkte. Sagevas had inmiddels € 420.000 aan FC Afkicken betaald en vorderde terugbetaling, primair omdat de overeenkomst volgens haar rechtsgeldig was ontbonden en de betalingen slechts voorschotten waren op nog te verrichten diensten. Daarnaast stelde Sagevas dat FC Afkicken de exclusiviteitsverplichting had geschonden en daarom een contractuele vergoeding van € 25.000 verschuldigd was. FC Afkicken voerde daartegen aan dat de betalingen geen voorschotten waren, maar voorinvesteringen in de groei van haar kanalen en onderneming, en vorderde in reconventie nog € 150.000 op basis van een niet-ondertekend addendum waarin de totale pre-payment zou zijn verhoogd naar € 570.000. De rechtbank acht zich bevoegd op grond van de forumkeuze voor de Rechtbank Amsterdam en past Nederlands recht toe op basis van de rechtskeuze in de overeenkomst; ook de subsidiaire grondslag van ongerechtvaardigde verrijking wordt wegens nauwe samenhang met de overeenkomst naar Nederlands recht beoordeeld.

RB 4019

RCC: Dier & Recht mag kritisch campagne voeren over melkvee-industrie

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 21 mei 2026,, RB 4019; 2026/00188 ((Klacht tegen Dier & Recht)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rcc-dier-recht-mag-kritisch-campagne-voeren-over-melkvee-industrie

RCC 21 mei 2026, RB 4019; 2026/00188 (Klacht tegen Dier & Recht). De Reclame Code Commissie heeft een klacht afgewezen tegen diverse uitingen van Dier & Recht over de melkvee- en kalverhouderij. Volgens de Commissie vallen de uitingen binnen de ruime vrijheid van meningsuiting die geldt voor ideële organisaties die deelnemen aan het maatschappelijke debat. Het gaat om uitingen op de website van Dier & Recht en een afbeelding van een melkpak met de tekst “Zuivel veroorzaakt ernstig dierenleed”. Volgens klager werd daarin een onjuist en eenzijdig beeld geschetst van de zuivelsector. Zo zou onvoldoende context zijn gegeven over het verstrekken van biest aan kalveren, de wettelijke regels voor huisvesting en transport van kalveren en de wettelijke normen voor voeding en dierenwelzijn. Ook werd aangevoerd dat individuele situaties ten onrechte werden gepresenteerd als standaardpraktijken binnen de gehele sector. Dier & Recht voerde aan dat de campagne bedoeld is om aandacht te vragen voor volgens haar bestaande problemen binnen de melkvee-industrie. Daarbij benadrukte zij dat de uitingen zijn gebaseerd op feitelijke informatie en dat zij op grond van de vrijheid van meningsuiting een kritische bijdrage mag leveren aan het publieke debat over dierenwelzijn. De Commissie stelt voorop dat het hier niet gaat om commerciële reclame van een handelaar, maar om de aanprijzing van denkbeelden door een ideële organisatie. De door klager ingeroepen bepalingen over oneerlijke en misleidende reclame (artikelen 7, 8.2 en 8.3 NRC) acht de Commissie daarom niet van toepassing; in plaats daarvan geldt artikel 5 NRC. Volgens de Commissie staat het Dier & Recht vrij om haar opvattingen over de melkvee-industrie kenbaar te maken, ook wanneer daarover verschillend kan worden gedacht. Een eenzijdige, confronterende of indringende presentatie is daarbij toegestaan. De toetsing beperkt zich daarom tot de vraag of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden.

RB 4010

CBb: blokvorming in tabaksschap is reclame, sponsoring niet bewezen

Rechtspraak (NL/EU) 7 apr 2026,, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 ((Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cbb-blokvorming-in-tabaksschap-is-reclame-sponsoring-niet-bewezen

CBb 7 april 2026, RB 4010; ECLI:NL:CBB2026:137 (Tabaksfabrikant tegen Staatsecretaris). In deze zaak tussen een tabaksfabrikant (Philip Morris) en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of de verkoop en presentatie van tabaksproducten op festivals ’t Strand (2018) en Amsterdam Open Air (2019) in strijd is met het reclame- en sponsoringverbod uit de Tabaks- en rookwarenwet (met name het in artikel 5 Tabaks- en rookwarenwet neergelegde verbod op reclame en sponsoring), en of de opgelegde boetes in stand kunnen blijven. De tabaksfabrikant exploiteerde op beide festivals een tabakskiosk, waarbij zij overeenkomsten had gesloten met de organisatoren en met een derde partij voor de exploitatie van de verkoopunits en het personeel. Uit inspecties van de NVWA volgt dat de producten in de kiosken op een specifieke wijze werden gepresenteerd: er was sprake van meerdere identieke verpakkingen per merkvariant (zogeheten “facings”), waardoor visuele blokken ontstonden, en bepaalde schappen (zoals bij Heets-tabaksticks) dienden niet als voorraad maar enkel als zichtpresentatie. Daarnaast werd op ’t Strand alleen vanuit de bovenste rij verkocht, terwijl de overige schappen zichtbaar bleven voor het publiek. De staatssecretaris legde boetes op wegens overtreding van zowel het reclame- als het sponsoringverbod. Volgens hem ging de presentatie verder dan een toegestane neutrale uitstalling en betaalde de fabrikant bovendien vergoedingen aan festivalorganisatoren die niet in verhouding stonden tot de opbrengsten, zodat sprake was van sponsoring. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat sprake is van overtreding van het reclameverbod.

RB 4000

CBb schrapt deel van boete tabaksfabrikant

reclameboek 7 apr 2026,, RB 4000; ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cbb-schrapt-deel-van-boete-tabaksfabrikant

CBb 7 april 2026, RB4000, ECLI:NL:CBB:2026:136 (Tabaksfabrikant tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). De tabaksfabrikant verkocht tijdens het festivalseizoen van 2019 op de festivals Pinkpop en het Defqon.1 tabaksproducten in speciaal daarvoor bestemde tabaksverkooppunten. De tabaksfabrikant had samenwerkingsovereenkomsten met de organisatoren van Pinkpop en Defqon.1 gesloten en betaalde daarvoor vergoedingen voor het verkooprecht. Na inspecties van de NVWA werden er twee boetes opgelegd. Met boetebesluit I heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van € 45.000 wegens overtreding van het sponsoringsverbod van artikel 5, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Volgens de staatssecretaris blijkt dit uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Met boetebesluit II heeft de staatssecretaris aan de tabaksfabrikant een boete opgelegd van in totaal € 90.000 wegens overtreding van het reclame- en sponsoringsverbod (art. 5 lid 1 Trw). Volgens de staatssecretaris was er sprake van reclame omdat de presentatie van de producten verder ging dan nodig was. Dit bleek uit de opvallende plek die de producten van de tabaksfabrikant in het schap kregen en uit het feit dat dezelfde producten van deze fabrikant op meerdere plekken in het schap stonden. Daardoor ontstond een aaneengesloten blok van producten van de tabaksfabrikant, waarvoor geen andere reden bestond dan het extra onder de aandacht brengen en verkopen van deze producten. Dat sprake was van sponsoring bleek volgens de staatssecretaris uit de hoogte van de vergoeding die de tabaksfabrikant betaalde voor zijn aanwezigheid op het festival. Deze vergoeding stond niet in verhouding tot de totale omzet die hij daar kon behalen.

RB 4001

Bedrijfskleuren geen openbare aankondiging

Rechtspraak (NL/EU) 26 feb 2026,, RB 4001; ECLI:NL:RBNHO:2026:2098 (([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bedrijfskleuren-geen-openbare-aankondiging

Rb. Noord-Holland 26 februari 2026, RB4001, ECLI:RBNHO:2026:2098 ([belanghebbende] tegen de heffingsambtenaar van Concensus). In deze zaak oordeelt de Rechtbank Noord-Holland over een aanslag reclamebelasting wegens de uitstraling van een bedrijfspand. De [belanghebbende] exploiteert een bedrijf in één pand, waarvan de gevels blauw zijn en de raam- en deurkozijnen, garagedeuren en dakranden geel. Daarnaast is de handelsnaam van het bedrijf in rechtopstaande letters boven op het dak aangebracht en hangen op de gevel twee borden met de handelsnaam en op één daarvan een afbeelding. De gemeente heft reclamebelasting op grond van de Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024 ter zake van “openbare aankondigingen” (waaronder ook kleuren) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In deze zaak staat centraal of de kleuren van het bedrijfspand (blauw en geel) kwalificeren als een openbare aankondiging in de zin van de verordening en artikel 227 Gemeentewet. Daarnaast waren ook de verbindendheid van de verordening, de oppervlaktebepaling en de vraag of is gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in geschil. De rechtbank komt echter niet toe aan de beoordeling van deze punten, omdat de zaak reeds wordt beslist op het punt of sprake is van een openbare aankondiging (r.o. 15). De rechtbank sluit aan bij de omschrijving van ‘openbare aankondiging’ in de Verordening en bij jurisprudentie dat hieronder moet worden verstaan: tot het publiek gerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken (vgl. Gerechtshof Amsterdam 9 januari 2014 en HR 30 maart 2007).