RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Reclame  

RB 4125

Rechtbank Amsterdam bevoegd in Google Shopping-schadezaak; Google NL kan als ankergedaagde dienen

Rechtspraak (NL/EU) 26 aug 2026, RB 4125; ECLI:NL:RBAMS:2026:8656 (Dooyoo c.s. tegen Google c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-bevoegd-in-google-shopping-schadezaak-google-nl-kan-als-ankergedaagde-dienen

Rb. Amsterdam 26 augustus 2026, RB 4125; IT 5497; ECLI:NL:RBAMS:2026:8656 (Dooyoo c.s. tegen Google c.s.). Dooyoo c.s. vordert in de hoofdzaak schadevergoeding van verschillende Nederlandse, Amerikaanse en andere buitenlandse Google-vennootschappen wegens het door de Europese Commissie vastgestelde misbruik van machtspositie door Google bij de bevoordeling van haar eigen prijsvergelijkingsdienst Google Shopping. In dit bevoegdheidsincident staat centraal of de rechtbank Amsterdam ook internationaal bevoegd is ten aanzien van de buitenlandse gedaagden. Voor Google NL en Google NL Holdings volgt de internationale bevoegdheid uit artikel 4 Brussel I-bis, omdat zij in Amsterdam zijn gevestigd. Voor de overige in de Europese Unie gevestigde gedaagden beoordeelt de rechtbank de bevoegdheid aan de hand van artikel 8, punt 1, Brussel I-bis en voor de in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten gevestigde gedaagden aan de hand van artikel 7 lid 1 Rv. Daarbij sluit zij aan bij het arrest van het HvJ van 16 april 2026 in de zaken Stroomkabels en Kartonverpakkingen. In het kader van de bevoegdheidsvraag hoeft nog niet definitief te worden vastgesteld dat de ankergedaagde met de andere Google-vennootschappen één economische eenheid vormt. Een prima facie-beoordeling volstaat: voldoende is dat niet is uitgesloten dat zij tot dezelfde onderneming behoren en dat aannemelijk is dat aan de Sumal-criteria is voldaan. Daarvoor moet onder meer een concreet verband bestaan tussen de economische activiteit van de dochtervennootschap en het voorwerp van de mededingingsinbreuk.

RB 4123

Tijdelijke kortingsactie voor borstvergroting in strijd met CCBA

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 3 sep 2026, RB 4123; https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/tijdelijke-kortingsactie-voor-borstvergroting-in-strijd-met-ccba

RCC 10 augustus 2026, RB 4123; 2026/00344 ((klager tegen COCO Clinic #1). In deze zaak staat een Instagram-post voor borstvergrotingen centraal. In de fotocarrousel wordt prominent geadverteerd met “€ 1000,- korting” in juli en augustus. Daarnaast zijn positieve reviews opgenomen en wordt een gratis persoonlijk adviesgesprek aangeboden. De Reclame Code Commissie oordeelt dat de uiting door de sterke nadruk op de tijdelijke korting en positieve ervaringen van anderen niet primair is gericht op goede informatievoorziening en kwaliteit. Daarmee bevordert de reclame het rationeel gebruik van een medische cosmetische behandeling niet en is zij in strijd met artikel 2 CCBA. De klacht over het gebruik van drie tot vijf jaar oude reviews wordt afgewezen, omdat duidelijk wordt vermeld wanneer deze zijn geplaatst. Ook suggereert de uiting volgens de Commissie niet dat een borstvergroting zonder risico is. Wel ontbreekt het verplichte BIG-registratienummer van de behandelend arts of een verwijzing naar een website waar dit nummer kan worden gevonden. Daarmee is ook artikel 5 CCBA geschonden. De Commissie acht de reclame in strijd met artikelen 2 en 5 CCBA en beveelt de adverteerder, voor zover nog nodig, aan niet meer op deze wijze reclame te maken.

RB 4124

NPB Media schiet tijdelijk tekort door slecht zichtbaar reclamebord; huurovereenkomst blijft in stand

Rechtspraak (NL/EU) 5 jun 2026, RB 4124; ECLI:NL:RBAMS:2026:8617 (NPB Media tegen gedaagden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/npb-media-schiet-tijdelijk-tekort-door-slecht-zichtbaar-reclamebord-huurovereenkomst-blijft-in-stand

Rb. Amsterdam 5 juni 2026, RB 4124; ECLI:NL:RBAMS:2026:8617 (NPB Media tegen gedaagden). NPB Media vordert betaling van openstaande bedragen uit een overeenkomst voor de huur van een reclamebord voor de duur van vijf jaar. Gedaagden betwisten dat een bindende overeenkomst tot stand is gekomen en stellen dat na ondertekening nog toestemming van de andere vennoten nodig was. De kantonrechter volgt dit verweer niet. De zoon van twee van de vennoten was ten tijde van de ondertekening zelf vennoot van de V.O.F. en kon de V.O.F. aan de overeenkomst binden. Uit het ondertekende document blijkt niet dat de gebondenheid afhankelijk was van nadere toestemming van de overige vennoten. Ook mocht NPB Media het reclamebord plaatsen nadat gedaagden niet op het toegestuurde ontwerp hadden gereageerd. Volgens de toepasselijke algemene voorwaarden mocht NPB Media bij het uitblijven van een reactie een reclamebord met standaardgegevens plaatsen. Het verweer dat gedaagden de algemene voorwaarden feitelijk niet hadden gelezen of met NPB Media hadden doorgenomen, slaagt niet. In de door partijen ondertekende overeenkomst staat dat van de algemene voorwaarden kennis is genomen en dat deze onvoorwaardelijk zijn aanvaard. Omdat dit document een onderhandse akte is, levert het tussen partijen dwingend bewijs op van de terhandstelling van de algemene voorwaarden.

RB 4121

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Europerfumery verboden Coty-merken te gebruiken bij aanbod imitatieparfums

Rechtspraak (NL/EU) 21 aug 2026, RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/europerfumery-verboden-coty-merken-te-gebruiken-bij-aanbod-imitatieparfums

Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23776; RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.). In deze zaak tussen Coty c.s. en Europerfumery c.s. staat het gebruik van verschillende Unie- en Beneluxmerken van Coty bij het online aanbieden van imitatieparfums centraal. Volgens Coty biedt Europerfumery op haar websites imitatieparfums aan met gebruik van haar merken. De merknamen worden daarnaast gebruikt in zoekfilters, waarmee consumenten kunnen zoeken naar parfums waarvoor Europerfumery een imitatievariant aanbiedt, en in de metadata van de websites. Europerfumery verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter verleent verstek. Hoewel niet kon worden vastgesteld dat de dagvaardingen in persoon waren betekend, is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat Europerfumery daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. Daarbij is onder meer van belang dat de dagvaardingen zijn verzonden naar de op de websites van Europerfumery vermelde e-mailadressen. De rechtbank beoordeelt vervolgens ambtshalve haar internationale bevoegdheid. Voor de vorderingen van Coty B.V. tegen de in Londen gevestigde Europerfumery kan de rechtbank ten aanzien van de ingeroepen Uniemerken een verbod voor de gehele Europese Unie opleggen. Voor de overige Uniemerkvorderingen is de bevoegdheid beperkt tot inbreuken in Nederland. Voor de ingeroepen Beneluxmerken strekt de bevoegdheid zich uit tot de gehele Benelux.

RB 4117

Jumbo misleidt met claim ‘De laagste paasprijzen van Nederland’ op winkelslinger

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 4 aug 2026, RB 4117; 2026/00276 (klacht tegen Jumbo), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/jumbo-misleidt-met-claim-de-laagste-paasprijzen-van-nederland-op-winkelslinger

SRC 4 augustus 2026, RB 4117; 2026/00276 (klacht tegen Jumbo). In deze zaak staat een klacht van de Consumentenbond centraal over een vlaggenlijn in een winkel van Jumbo. Op het middelste vlaggetje staat prominent de claim “De laagste paasprijzen van Nederland”. Op de omliggende vlaggetjes staan verschillende producten afgebeeld, waaronder een feeststol, suikerbrood, eieren en een Deense knoop. Jumbo baseert de prijsclaim op een vergelijking van dertig geselecteerde paasproducten met de prijzen bij Albert Heijn, Lidl, Aldi, Plus en Dirk. Volgens de Consumentenbond wekt de vlaggenlijn de indruk dat de claim ook geldt voor de afgebeelde producten, terwijl verschillende daarvan geen onderdeel zijn van de prijsvergelijking. Ook ontbreken bij de vlaggenlijn de beperkingen en voorwaarden van de actie. Jumbo stelt dat de vlaggenlijn vooral decoratief is en dat zij de reikwijdte van de prijsvergelijking voldoende toelicht op de campagnewebsite. 

RB 4113

Gefaseerde verkoop elektronisch verhittingsapparaat geldt als verboden reclame

Nederland 6 mrt 2026, RB 4113; ECLI:NL:RBROT:2026:2805 ([eiseres] tegen [verweerder]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gefaseerde-verkoop-elektronisch-verhittingsapparaat-geldt-als-verboden-reclame

Rb. Rotterdam 6 maart 2026, RB 4113; ECLI:NL:RBROT:2026:2805 ([eiseres] tegen [verweerder]). In deze zaak komt [eiseres] op tegen een bestuurlijke boete van € 45.000 wegens overtreding van het reclameverbod uit art. 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). [eiseres] bood een elektronisch verhittingsapparaat via een speciale actie aan voor € 3, waarmee consumenten het apparaat veertien dagen konden uitproberen. Daarna konden zij het apparaat binnen zeven dagen kosteloos retourneren of houden. In dat laatste geval werd 31 dagen na de eerste betaling automatisch het resterende bedrag van € 26 afgeschreven. [eiseres] stelt dat sprake is van een reguliere vorm van gefaseerde koop, namelijk huurkoop, en niet van reclame. De consument betaalt bij behoud van het apparaat immers uiteindelijk hetzelfde bedrag als bij een reguliere aankoop. 

RB 4111

Gerichte e-mails aan jongvolwassenen vallen onder verbod op kansspelreclame

Nederland 8 jul 2026, RB 4111; ECLI:NL:RVS:2026:3947 ([appellante] tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerichte-e-mails-aan-jongvolwassenen-vallen-onder-verbod-op-kansspelreclame

ABRvS 8 juli 2026, RB 4111; ECLI:NL:RVS:2026:3947 ([appellante] tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit). In deze zaak komt [appellante], vergunninghouder voor het organiseren van kansspelen op afstand, op tegen een bestuurlijke boete van € 400.000 van de Kansspelautoriteit (Ksa). [appellante] stuurde van 12 oktober 2021 tot 15 maart 2022 gerichte e-mails aan jongvolwassenen met informatie over haar kansspelaanbod. Volgens de Ksa overtrad zij daarmee art. 2 lid 4, aanhef en onder a, Bwrvk, dat verbiedt wervings- en reclameactiviteiten voor kansspelen te richten op minderjarigen en jongvolwassenen. De rechtbank Den Haag liet de boete in stand. Zij oordeelde dat de e-mails rechtstreeks aan jongvolwassenen waren verstuurd en daarmee op deze groep waren gericht. De inhoud van de afzonderlijke e-mails hoefde daarvoor niet verder te worden onderzocht. [appellante] stelt in hoger beroep onder meer dat het begrip ‘richten op’ niet ook ‘richten aan’ omvat, dat de norm onvoldoende duidelijk is en daarom strijd oplevert met het lex-certa-beginsel. Ook beroept zij zich op andere handhavingszaken, waaronder een zaak over Holland Casino, en stelt zij dat de boete onevenredig hoog is. 

RB 4109

Nissan misleidt over laadsnelheid Townstar door piekvermogen van 80 kW niet toe te lichten

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 7 jul 2026, RB 4109; 2026/00297 (klacht tegen Nissan), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/nissan-misleidt-over-laadsnelheid-townstar-door-piekvermogen-van-80-kw-niet-toe-te-lichten

SRC 7 juli 2026, RB 4109; 2026/00297 (klacht tegen Nissan). In deze zaak staat de reclame voor de elektrische Nissan Townstar centraal. Op de website van Nissan wordt vermeld dat de auto beschikt over een “CCS snellaadaansluiting tot 80 kW”, een “80kW snellaadconnector CCS” en een “snellader kW 80”. Volgens klager geeft dit een onjuist beeld van de daadwerkelijke laadsnelheid. Hij onderbouwt met gegevens van laadbeurten dat de auto bij buitentemperaturen van 20 graden of meer slechts kort een piek van ongeveer 70 kW bereikt en daarna onder de 40 kW zakt. Rond het vriespunt bedraagt het laadvermogen volgens hem 11 tot 16 kW. Nissan voert aan dat 80 kW een piekwaarde onder ideale omstandigheden is en dat de daadwerkelijke laadsnelheid onder meer afhangt van de buitentemperatuur, batterijtemperatuur, laadstatus en gebruikte laadpaal. Volgens Nissan is geen sprake van een individueel technisch gebrek. 

RB 4108

Uitspraak ingezonden door Laura van Gijn en Sietske de Boer, De Roos.

Philip Morris-campagne over EU-tabaksconsultatie is verboden tabaksreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 aug 2026, RB 4108; 2026/00334 (klacht tegen Philip Morris Benelux), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/philip-morris-campagne-over-eu-tabaksconsultatie-is-verboden-tabaksreclame

SRC 6 augustus 2026, RB 4108; 2026/00334 (klacht tegen Philip Morris Benelux). In deze zaak staat een klacht centraal over de campagne Your Voice, Your Choice van Philip Morris Benelux. De campagne bestaat uit een poster en flyer in tabaksspeciaalzaken en de website yourvoicedecides.com. Op de poster en flyer staat onder meer dat de keuzevrijheid van consumenten gevaar loopt doordat nieuwe Europese wetgeving alternatieve tabaksproducten ingrijpend zou kunnen veranderen of verbieden. Via een QR-code komen consumenten op de website, waar zij informatie krijgen over de herziening van de Europese Tabaksproductenrichtlijn en via een interactieve toepassing een reactie op de publieke consultatie van de Europese Commissie kunnen opstellen. Op de website worden onder meer e-sigaretten, nicotinezakjes en verhitte tabaksproducten besproken. In toelichtingen bij de vragen worden alternatieve tabaksproducten onder meer als betere en minder schadelijke alternatieven gepresenteerd. Volgens klagers is de campagne daarom verboden tabaksreclame en daarnaast in strijd met verschillende bepalingen van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Philip Morris stelt dat de campagne geen reclame is, maar consumenten informeert over de Europese consultatie en burgerparticipatie ondersteunt. 

RB 4103

P-G: cassatieklachten over resterende koopprijs en beroep op wanprestatie falen

Rechtspraak (NL/EU) 24 nov 1966, RB 4103; ECLI:NL:PHR:1967:AB7141 ([eiser] tegen [verweerder]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/p-g-cassatieklachten-over-resterende-koopprijs-en-beroep-op-wanprestatie-falen

Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1967, RB 4103; ECLI:NL:PHR:1967:AB7141 ([eiser] tegen [verweerder]). De zaak betreft een geschil over de koop van een wagen. De koper stelde onder meer dat de verkoper had gegarandeerd dat hij voor een 5-tonsvergunning zou zorgen en dat was afgesproken dat ƒ 3.500 van de koopprijs zou worden ingehouden zolang die vergunning niet was verleend. Daarnaast had de koper zich beroepen op bedrog, dwaling en wanprestatie. Het hof had geoordeeld dat de door de koper ingenomen stelling over een aanvullende overeenkomst en zijn daarmee samenhangende houding onverenigbaar waren met zijn beroep op bedrog, dwaling en wanprestatie en dat hij het daarop gebaseerde „reclamerecht” daarom had verwerkt. Tegen dit oordeel en andere onderdelen van het arrest kwam de koper in cassatie op.