RB
RB 3925
28 augustus 2025
Artikel

In november gaat de Mr. S.K. Martens Academie 2025-2026 van start

 
RB 3924
25 augustus 2025
Artikel

VvRr Uitnodiging Lustrum Najaarsvergadering op 2 oktober 2025 in Amsterdam

 
RB 3923
14 augustus 2025
Uitspraak

Onduidelijke CO₂-claims en certificaatgebruik in strijd met Code Duurzaamheidsreclame

 
RB 150

Gratis bier

Beslissing van de Reclame Code Commissie Dossier 06.0299, Stichting Alcoholpreventie tegen : Kijkshop (Met dank aan Martin Hemmer, AKD Prinsen Van Wijmen).

Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen een reclamefolder waarin onder meer het volgende wordt aangeboden:  “Het eerste fust van uw favoriete bier gratis!” De aanbieding geldt bij aankoop van een Philips PerfectDraft HD3600 thuistap of een Krups Beertender 840 of IEF5.  De uiting zou in strijd met artikel 20 van de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken (RVA) omdat een gratis fust bier wordt aangeboden.

Adverteerder verstrekt geen gratis bier en dat een koper het aankoopbedrag van zijn eerste fustje krijgt teruggestort, zal, volgens adverteerder  in redelijkheid niet leiden tot een verhoogde bierconsumptie. De Commissie oordeelt op formele gronden dat  Artikel 20 zich richt op situaties waar alcoholhoudende drank wordt aangeboden door een lid van de branche of met actieve medewerking van een lid van de branche. Nu adverteerster geen lid van de branche is en ook niet is gebleken van actieve medewerking van een lid van de branche, is artikel 20 hier niet van toepassing. De Commissie wijst de klacht dus af.

 

RB 149

Een molecuul in een cactus

Voorzieningenrechter Rechtbank Groningen, 9 augustus 2006, LJN: AY6043. Stichting Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten (KAG) tegen Swiss B.V. c.s. 

Misleidende reclame voor afslankprodukt. Letter en strekking van onthoudingsverklaring. Statutaire belangenbehartiging. Buitengerechtelijke kosten.

Hoewel een zekere overdrijving, respectievelijk het overbelichten van positieve eigenschappen van een product inherent is aan (het wervende karakter van) reclame, moet men in beginsel op de juistheid van feitelijke mededelingen ter zake van een product kunnen vertrouwen.

 

 

Naar mate de eigenschappen van het aangeprezen product meer spectaculair zijn - zoals in het onderhavige geval - mogen strengere eisen worden gesteld aan de wijze waarop de omtrent het product gedane mededelingen feitelijk (kunnen) worden onderbouwd en verantwoord.

Ondanks het verzoek van de KAG aan Swiss om bewijs te leveren omtrent de juistheid van voormelde door Swiss gestelde feitelijkheden over de eigenschappen van het afslankmiddel is geenszins gebleken dat deze juist zijn, noch op voldoende wijze onderbouwd respectievelijk verantwoord.’

Dat sprake is van misleidende reclame-uitingen is door Swiss ten aanzien van de gevraagde verboden erkend door ondertekening van de onthoudingsverklaring. Er is sprake van een notoire veelpleger die weigert een onthoudingsverklaring versterkt door een boeteclausule te ondertekenen. Bedacht moet worden dat Swiss steeds nieuwe wegen inslaat om haar producten op misleidende wijze aan de consument voor te leggen, zodat de verboden zoals gevorderd gerechtvaardigd zijn.

Het had op de weg van Swiss gelegen haar reclame-uitingen niet alleen af te stemmen op de letter van de onthoudingsverklaring, maar ook op de strekking daarvan

Ingevolge artikel 3:305a BW kan een stichting een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. Met het instellen van haar vorderingen behartigt de KAG het belang dat - kort gezegd - Swiss c.s. niet (meer) op mislijdende wijze in de zin van artikel 6:194 BW reclame maken voor het product. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit een belang dat de KAG ingevolge haar statuten behartigt. De KAG heeft bovendien een rechtstreeks eigen belang bij de door haar ingestelde vorderingen voortvloeiende uit een met gedaagde overeengekomen onthoudingsverklaring.

Buitengerechtelijke kosten. (…) Voorts geldt, dat de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten slechts toewijsbaar is, indien deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang daarvan eveneens redelijk is. De vordering van de KAG gaat het in het Rapport Voor-werk II gehanteerde forfaitaire tarief, dat in zijn algemeenheid redelijk wordt geacht, in ruime mate te boven.

Uit de stellingen van de KAG kan niet worden afgeleid dat zij redelijkerwijs duidelijk meer buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken dan in dit tarief is besloten. De stelling dat thans in IE-zaken de volledige proceskosten kunnen worden vergoed rechtvaardigt geen andere conclusie. De door de KAG gemaakte kosten moeten dan ook als onredelijk worden aangemerkt, voor zover zij het forfaitaire tarief overschrijden.

Lees het vonnis hier.

RB 109

Relatie met de werkelijkheid

Radiofreak.nl meldt: “Een spotje van de Publieke Omroep voor Radio 1 waarin een hond in de lucht wordt geslingerd door zijn baasje kan volgens de Reclame Code Comissie (RCC). De Commissie vindt dat het spotje humoristisch bedoeld is en 'dermate absurd dat een relatie met de werkelijkheid ontbreekt'. De Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren is het daar niet mee eens. Volgens de vereniging kan de spot wel degelijk leiden tot dierenmishandeling. De vereniging gaat dan ook in beroep.”

Lees hier meer.

RB 108

We doen onszelf dus tekort

De Volkskrant bericht over de jongste telecomreclamezaak: “De juridische afdeling van KPN heeft het er maar druk mee. De telecomaanbieder spant geding na geding aan tegen concurrenten. Ook de staat was deze maand het mikpunt van KPN’s juridisch geweld. Woensdag was de kabelexploitant UPC de klos, voor de rechtbank in Arnhem.

Om telefoneren via de kabel te promoten, heeft provider UPC reclamespotjes ontwikkeld met de zin ‘geen KPN meer nodig’.

 

“‘De boodschap van de campagne is: kom bij UPC, dan ben je eindelijk van KPN af. Dat kan echt niet,’ zegt Richard van Schaik, de advocaat van KPN. Het bedrijf eist een rectificatie en een boete van 50 duizend euro voor iedere nieuwe reclame-uiting waarin het zinnetje is opgenomen.

(…) Volgens de advocaat van UPC, Paul Reeskamp, is het nodig KPN te noemen, omdat de telefoon in huis door het merendeel van de bevolking wordt geassocieerd met KPN.

(…) Een andere kwestie die tijdens het geding ter sprake komt, is de advertentie van UPC met de tekst: ‘750 Duizend internetters/bellers gingen u voor.’ Volgens KPN heeft UPC de huishoudens met één pakket voor zowel bellen als internetten twee keer meegeteld (..) ‘Misleidende reclame’, aldus Van Schaik.

(…) Reeskamp weerlegt dit met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek: ‘Het gemiddelde huishouden bestaat uit 2,3 personen. Op dit moment bellen en internetten 605 duizend huishoudens via UPC. (…)We doen onszelf dus tekort, want eigenlijk bellen en internetten 1,4 miljoen mensen via UPC.’

Van Schaik slaakt hierop een diepe zucht. ‘U denkt toch niet dat ik dit argument serieus neem?’

Uitspraak op 9 augustus

Lees hier meer.

RB 107

Moderne coupe

'Wordt het niet eens tijd voor een nieuw kapsel?' Met deze boodschap verspreidde kapper Jamal Saoud 20.000 flyers met de afbeelding van Balkenende en Wilders mét een moderne coupe. Ook zette hij de beeltenis van de twee politici in etalage van zijn kapsalon Haarvisie in Rijswijk.

De Rijksvoorlichtingsdienst zag er de humor niet van in. De directeur-generaal benadrukt nog maar eens dat een beeld van een regeringsleider niet gebruikt mag worden voor commerciële doeleinden zonder toestemming van de betreffende persoon. "Meneer heeft een standaard waarschuwingsbrief gehad. Dat is eigenlijk heel aardig van ons. We hadden hem ook direct voor de rechter kunnen slepen."

 

 

Saoud begrijpt het 'gezeur' niet. "De Kijkshop heeft eerder ook Balkenende gebruikt in een campagne en een schadevergoeding moeten betalen. Daar heb ik geen zin in. Het is alleen jammer dat de Kijkshop Balkenende belachelijk maakte en dat ik hem er juist leuker uit laat zien." Saoud haalt de poster van Balkenende uit de etalage.

En Wilders? Die vindt de RVD kinderachtig: "Het is een kleine ondernemer die op creatieve wijze reclame maakt. Ik ben niet van plan om mijn haar te veranderen zoals op de afbeeldingen in zijn zaak. Ik ga er ook geen probleem van maken dat hij mijn gezicht gebruikt. Dat zou ik wel doen als mijn hoofd elke dag in een spotje vóór het achtuur-journaal wordt uitgezonden."

Lees hier meer.

RB 148

Benelux Reclamerecht

Belgische zaak over de sponsored links van Google. Onder andere De Tijd bericht dat de reisaanbieder Travelprice door de rechter is verboden de merk- en handelsnaam van haar concurrent Airstop als adword in Google te gebruiken. Volgens de rechtbank maakte Travelprice zich schuldig aan parasitisme en ongeoorloofde reclame, aldus Airstop-woordvoerster Katharina Beelen. Bij herhaling van het misbruik zal Travelprice 50.000 euro per dag moeten betalen en een samenvatting van het vonnis zal op de homepage van Travelprice (lastminute.com) vermeld moeten worden.

Volgens de woordvoerdster van Airstop heeft ook Corendon de naam Airstop misbruikt. "In de gesponsorde links van Google verscheen bij het ingeven van de naam Airstop bovenaan een link onder de hoofding Airstop. Als je hierop klikte kwam je bij Corendon terecht. Corendon wijst zeer nadrukkelijk alle verantwoordelijkheid hiervoor af: zij hebben/hadden een contract met Google voor advertenties via het systeem Adwords maar zij hebben het ingeven/verfijnen van de zoektermen volledig aan Google overgelaten."

Airstop vreest dan ook dat Google mee schuldig kan zijn aan het bewust misleiden van bezoekers. "Wij hebben Google met de situatie geconfronteerd maar Google weigert elke samenwerking. We worden al maanden van het kastje naar de muur gestuurd en krijgen geen enkel antwoord meer op onze vragen."

RB 147

Recente RCC uitspraken

- De Reclame Code Commissie heeft reclame-uitingen voor de verzamelwerken “Creatief borduren” en “Tekenen” van Lecturama misleidend bevonden. Uit de reclame blijkt niet of niet duidelijk uit hoeveel “afleveringen” de verzamelwerken bestaan en welke kosten aan die afleveringen verbonden zijn.

- Swiss BV en de drogisterijen Herba en De Brink hebben voor de aanprijzing van het product Garlic Combi Gold gebruik gemaakt van een misleidende reclame-uiting. Dit product is niet ter toetsing voorgelegd aan de Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten. In de uiting worden, niet onderbouwde, toespelingen gemaakt dat Garlic Combi Gold ziekten van een mens kan voorkomen, behandelen of genezen.

- De uitingen 'Gewrichten en spieren blijven soepel’ en  ‘Cranberry + vitamine C: Cran Combi voor gezonde blaas en nieren’ worden misleidend geacht, aangezien de adverteerders niet voldoende aannemelijk kunnen maken dat het product de werking heeft die daaraan in de advertentie wordt toegeschreven.

Lees hier meer.

 

RB 146

Geen verlies aan zuigkracht

Gerechtshof Amsterdam, 13 juli 2006, 1483/05. Philips Domestic Appliances And Personal Care International B.V. c.s. tegen Dyson B.V. c.s. (Met dank aan Hans van Walderveen, Klos Morel Vos & Schaap).

Hoger beroep. Dyson mag de claim 'Geen verlies aan zuigkracht'. blijven gebruiken. Het voor Dyson gunstige vonnis van de voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht (hier) blijft grotendeels in stand. Alleen de grieven 3 en 9 (ten dele) slagen.

 

Dyson vordert in dit geding in conventie staking door Philips van iedere reclame-uiting als genoemd in de inleidende dagvaarding bedoelde lijst van claims, alsmede soortgelijke uitingen waarin wordt gesteld of gesuggereerd dat de Marathon niet aan zuigkracht verliest,  dat de zuigkracht van de Marathon constant (hoog) is, dat de Marathon een zuigkracht heeft van 350 airwatts, dat de Marathon qua zuigkracht de beste is in een bepaalde klasse. De claims van Philips zouden onjuist, onvolledig en suggestief en derhalve misleidend en/of onrechtmatig vergelijkend zijn.

In reconventie vordert Philips staking door Dyson van de bedoelde reclame-uitingen en andere uitingen waarin Dyson stof zuigers worden gepresenteerd als beter en/of efficiënter dan andere stofzuigers. Omdat deze ontoelaatbaar en onrechtmatig zouden zijn jegens Philips, waarbij Dyson volgens Philips bovendien ten onrechte superioriteit en uniciteit claimt in vergelijkingen met producten van concurrenten.

Ter toelichting op grief 3 voert Philips aan dat zij, anders dan in eerste aanleg per abuis door haar is gemeld, op haar website www-philips.com geen (op Nederland gerichte) reclame heeft gemaakt. Die webpagina is niet meer dan een openingspagina waarop de bezoeker na het kiezen van een land/taal automatisch wordt doorgelinkt naar de lokale website van het gekozen land, bijvoorbeeld www.philips,nl. Het gebod tot rectificatie op ook eerstgenoemde website acht zij daarom disproportioneel. Deze stellingen zijn door Dyson niet althans onvoldoende gemotiveerd bestreden. De grief slaagt derhalve en het vonnis dient in zoverre te worden aangepast.

Met grief 9 komt Philips op tegen het door de voorzieningenrechter toelaatbaar oordelen van de reclame- uitingen waarin Dyson claimt dat haar stofzuigers op het gebied van zuig-vermogen superieur zijn aan andere stofzuigers  Deze grief is ten dele terecht voorgedragen, namelijk voor zover zij ziet op de claims waarin wordt gesteld of gesuggereerd dat de Dyson stofzuigers geen stof in huis achterlaten terwijl andere stofzuigers dat wel doen. Deze claims zijn derhalve misleidend en daarom onrechtmatig jegens Philips zodat het vonnis in zoverre dient te worden vernietigd.

Eveneens toewijsbaar is de vordering om al het door afnemers/wederverkopers van Dyson in voorraad of in de winkel gehouden promotiemateriaal waarin de hierboven bedoelde claims voorkomen op eigen kosten terug te vragen en te vernietigen.

Lees het arrest hier.

RB 145

Een metershoge zuil

Rechtbank ’s-Gravenhage, 31 mei 2006, HA ZA 04-2610. Dr. Ing H.C.F. Porsche AG tegen Ekris Veenendaal B.V. c.s.

Dealerjurisprudentie. Porsche kan zich verzetten tegen het gebruik van haar beeldmerken door Ekris Exclusief. Het beeldmerkgebruik van Ekris in combinatie met een aantal andere omstandigheden (de termen "dealeroccassion" en "exclusief" alsmede het gebruik op een "merkzuil" en nog wel in voormalige dealershowroom) leidt ertoe dat bij het relevante publiek de indruk van een commerciële of bijzondere band tussen Porsche en Ekris kan ontstaan.

Ekris Trading drijft een onderneming die in tweedehands auto’s handelt onder de handelsnaam Ekris Exclusief. Zij deed dat aanvankelijk vanuit de vestiging waarin voorheen de Ekris BMW dealer was gevestigd. In maart 2004 heeft Porsche bij de (inmiddels: voormalige) showroom van Ekris in Arnhem een metershoge zuil aangetroffen.

Op deze zuil stonden behalve twee gecombineerde woord/beeldmerken van Porsche ook die van Mercedes Benz, Jaguar en Audi afgebeeld, alsmede in grote letters de woorden ‘Ekris” en ‘Exclusief’ en de aankondigende vermelding: “Verkoop dealeroccasions van o.a.”. Langs de weg stond een grote zuil met deze opmaak, bij de ingang van de showroom een kleinere versie.

Porsche vordert - samengevat — een merkinbreukverbod met inbegrip van het blijvend verwijderen van de Porsche gecombineerde woord/beeldmerken van de zuil bij Ekris’ showroom in Arnhem en van haar website, alsmede een verbod tot het maken van misleidende reclame.

Ekris beroept zich op uitputting van de merkrechten van Porsche. Naar het oordeel van de rechtbank levert evenwel de wijze waarop door Ekris in haar reclame gebruik is gemaakt van de Porsche woord-beeldmerken een gegronde reden in de zin van art. 13 lid 2 Gemeenschapsmerkenverordening, art. 7 lid 2 Merkenrichtlijn en art. 13A lid 9 BMW op voor Porsche om zich daartegen te verzetten, omdat zodoende gelet op de concrete omstandigheden van dit geval het gevaar bestaat dat bij liet publiek de indruk wordt gewekt dat er een commerciële of bijzondere band tussen Porsche en Ekris bestaat.

Van doorslaggevend belang is dat in de bedoelde combinatie gebruik wordt gemaakt van niet alleen het woord Porsche, maar juist van de bekende beeld- merken — zowel de als merk gedeponeerde gestileerde schrijfwijze van Porsche als het “schild/logomerk”, welke beeldmerken in ieder geval in de autobranche en zeker voor een bekend automerk als Porsche de indruk kunnen wekken dat een commerciële/bijzondere (samenwerkings)- band bestaat tussen Porsche en Ekris.

Het is ook in overwegende mate bestendige rechtspraak in kort geding in Nederland, dat gebruik van beeldmerken voor auto’s niet valt onder de uitputtingsregel. Dat versterkt tevens bedoelde indruk, zoals Porsche terecht aanvoert, omdat de specialisten-niet dealers van automerken in Nederland hun specialiteit juist kenbaar plegen te maken door vermelding van alleen woordmerken, zonder de beeldmerken erbij. Gebruik van beeldmerken van auto’s in de autobranche kan zodoende te meer bij het in aanmerking komende publiek de indruk wekken dat sprake is van een bijzondere band.

Er is i.c. onvoldoende belang bij een afzonderlijk verbod tot het maken van misleidende reclame daargelaten of aan de daaraan te stellen vereisten in het onderhavige geval wel is voldaan, welke vordering inimers geheel geënd is op het (voormalige) hanteren van de Porsche woord-beeldmerken door Ekris, Aangezien Porsche onweersproken heeft gelaten dat de ten processe bedoelde zuil bij de nieuwe showroom van Ekris Trading niet meer is geplaatst, wordt de gevorderde toezending van foto’s waaruit de gevorderde verwijdering van de Porsche merken van de zuit wordt getoond bij gebreke van belang afgewezen.

Nu geoordeeld wordt dat door het hanteren van de gecombineerde woord/beeldmerken van Porsche door Ekris sprake is van merkinbreuk, is aannemelijk te achten dat daarmee de mogelijkheid bestaat dat daardoor schade, waaronder mogelijk reputatieschade, is geleden door Porsche. Belangrijk element daarin is, zoals Porsche terecht stelt, dat zowel Porsche als BMW een gedegen reputatie en kwaliteitsuitstraling hebben en het Ekris concern de grootste BMW dealer van Nederland herbergt. Porsche heeft bovendien onweersproken gesteld dat één van de marketinginstrumenten van Porsche is het laten deelnemen van potentiële kopers aan proefritten op het circuit van Zandvoort, van welk marketinginstrument Ekris zich eveneens bedient (Ekris sponsort ook een BMW-raceteam).

De schadestaatvordering is op grond van dit één en ander toewijsbaar. Wel zij aangetekend dat Ekris, zoals zij terecht stelt, er op eerste sommatie van Porsche alles aan gedaan heeft om (verdere) schade te beperken door de gewraakte aanduidingen onmiddellijk blijvend te verwijderen, welk element in de schadestaatprocedure verder aan de orde kan komen.

Onbelangrijke omstandigheid, maar niet geheel ongeestig: Porsche werd vertegenwoordigd door mr. Bus.

Lees het vonnis hier.

RB 144

Dit is misleidend

Notariskamer Gerechtshof Amsterdam, 15 juni 2006, LJN: AX8850. Federatie Van Taxateurs, Makelaars En Veilinghouders In Roerende Zaken tegen Gerchtsdeurwaarder X.

Misleidende reclame. “Het hof is van oordeel dat het de gerechtsdeurwaarder niet vrij staat zich te afficheren door middel van het gebruik van zijn titel als gerechtsdeurwaarder of wel het gebruik van het woord beëdigd in samenhang met het woord taxateur, terwijl zijn werkzaamheden in geen enkele relatie staan tot het verrichten van ambtshandelingen. Het betreft hier immers de particuliere verkoop van schilderijen.

Ook staat het de gerechtsdeurwaarder niet vrij in dezen gebruik te maken van papier met een voorgedrukt deurwaarderszegel, nu dit gebruik hier eveneens niet enige ambtshandeling betreft. Door zich al dus te presenteren wekt de gerechtsdeurwaarder bij belanghebbenden de indruk dat er met betrekking tot de te verkopen objecten enige relatie bestaat met de hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder. Dit is misleidend.”

Lees het vonnis hier.