RB
RB 3958
21 april 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
RB 4003
21 april 2026
Uitspraak

Uitlatingen over brandveiligheid van isolatiemateriaal deels ongeoorloofd en misleidend

 
RB 4000
20 april 2026
Uitspraak

CBb schrapt deel van boete tabaksfabrikant

 
RB 3996

Overeenkomst terecht ontbonden door beroep op consumentenbescherming

Rechtspraak (NL/EU) 31 mrt 2026, RB 3996; ECLI:NL:RBAMS:2026:3266 ([eiser] tegen Hi Tronic), https://reclameboek.nl/artikelen/overeenkomst-terecht-ontbonden-door-beroep-op-consumentenbescherming

Rb. Amsterdam 31 maart 2026, RB 3996; ECLI:NL:RBAMS:2026:3266 ([eiser] tegen Hi Tronic). De rechter oordeelt dat [eiser] een overeenkomst voor de aanschaf van een thuisbatterij rechtsgeldig heeft herroepen, en dat Hi Tronic ten onrechte heeft gesteld dat dit niet mogelijk was. De zaak illustreert de toepassing van consumentenbescherming bij koop op afstand en de grenzen van het beroep op maatwerk. [eiser] werd telefonisch benaderd voor de aanschaf van een thuisbatterij en ondertekende direct een offerte. Tijdens een daaropvolgend huisbezoek gaf hij aan van de koop af te willen zien. Hi Tronic stelde dat herroeping niet mogelijk was en zette [eiser] ertoe aan een tweede, goedkopere overeenkomst te sluiten, waarvoor hij een aanbetaling deed.

RB 3993

Prejudiciële vragen gesteld over een digitaal klachtenboek

EU 12 nov 2025, RB 3993; C-720/25 (IO, Associação Ius Omnibus tegen Contextlogic B.V.), https://reclameboek.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-een-digitaal-klachtenboek

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 12 november 2025, RB 3998; IT 5182; C-720/25 (IO, Associação Ius Omnibus tegen Contextlogic B.V.) via MinBuza. Verweerster is ‘Contextlogic B.V.’, een vennootschap met statutaire zetel in Nederland, ingeschreven in het Portugese handelsregister. Verzoekende partij is een gekwalificeerde betalingsinstelling die stelt dat verweerster niet voldoet aan de verplichting om Portugese consumenten een digitaal klachtenboek ter beschikking te stellen. Het is de vraag of de diensten die verweerster verleent vallen onder ‘diensten van een informatiemaatschappij’. Daarnaast is het de vraag of de Portugese regels, indien zij gelden voor dienstverleners die geen statutaire zetel of vestiging in Portugal hebben, verenigbaar zijn met richtlijn 2000/31 (beginsel van controle aan de bron van diensten van de informatiemaatschappij).  

RB 3992

Eerste volle bingokaart: klacht over gegarandeerde prijs VriendenLoterij afgewezen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mrt 2026, RB 3992; 2025/00657 (Klager tegen VriendenLoterij), https://reclameboek.nl/artikelen/eerste-volle-bingokaart-klacht-over-gegarandeerde-prijs-vriendenloterij-afgewezen

RCC 13 maart 2026, RB 3992; 2025/00657 (Klager tegen VriendenLoterij). De zaak betreft de online reclame-uiting van de VriendenLoterij, waarin op de website bij de bingo-actie stond: “Volle kaart? Dan heeft u BINGO! De eerste volle Bingokaart wint iedere week gegarandeerd €25.000!”. Klager had drie loten gekocht en daarbij gratis bingokaarten ontvangen, en kreeg bij een trekking een volle kaart. Op basis van de tekst op de website ging klager ervan uit dat hij daarmee aanspraak had op de gegarandeerde prijs van €25.000, en voelde zich misleid toen bleek dat hij deze prijs niet kreeg omdat zijn bingo niet de eerste volle kaart van het spel was. De VriendenLoterij voerde aan dat klager de uiting verkeerd had gelezen: de tekst zegt niet dat elke deelnemer met een volle bingokaart €25.000 wint, maar koppelt de prijs expliciet aan “de eerste volle bingokaart” in het spel, wat ook zo wordt uitgelegd op de uitslagenpagina waar per getrokken bal is te zien bij welke bal de eerste bingo valt en welke prijzen gelden voor latere bingo’s. Volgens de adverteerder is de prijs van €25.000 daarmee wel degelijk gegarandeerd voor iedereen die (eventueel tegelijkertijd) als eerste bingo heeft, maar niet voor spelers die later in het spel een volle kaart behalen. Van misleiding zou daarom geen sprake zijn.

RB 3991

Drinkwaternieuwsbrief Dunea geen reclame: klacht niet‑ontvankelijk verklaard

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3991; 2026/00032 (Klager tegen Dunea), https://reclameboek.nl/artikelen/drinkwaternieuwsbrief-dunea-geen-reclame-klacht-niet-ontvankelijk-verklaard

RCC 24 februari 2026, RB 3991; 2026/00032 (Klager tegen Dunea). In dit geschil gaat de klacht over een e-mail die drinkwaterbedrijf Dunea aan bestaande klanten heeft gestuurd onder de titel “Dunea klantnieuwsbrief”. In deze nieuwsbrief staat service-informatie over de tariefsverhoging per 1 januari 2026 en het controleren van contactgegevens, maar ook teksten over korter douchen, het opnemen van kraanwater in een noodpakket, en een promotionele beschrijving van de duingebieden en vacatures. De klager vindt dat deze commerciële elementen zó omvangrijk zijn dat de e-mail in overwegende mate een reclamekarakter heeft, en dus onder de Code Reclame via E-mail valt. Omdat klager voor dergelijke reclame geen toestemming heeft gegeven en ook geen recht van verzet is geboden, zou de verzending in strijd zijn met artikel 2 lid 1 onder b Code E-mail. Het feit dat Dunea geen winstdoel nastreeft, neemt volgens klager het aanprijzende karakter niet weg.

RB 3988

Prejudiciële vragen gesteld over inzagerecht van een mededingingsautoriteit

EU 7 nov 2025, RB 3988; C-711/25 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)), https://reclameboek.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-inzagerecht-van-een-mededingingsautoriteit

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 7 november 2025, RB 3988; IT 5161; IEFbe 4162; C/2026/295 (Ryanair DAC en Ryanair Holdings Plc tegen Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato (AGCM)) via MinBuza. De Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM doet onderzoek naar Ryanair vanwege vermoeden van gedrag dat misbruik van een machtspositie kan opleveren (onder artikel 102 VWEU). De Ierse autoriteit heeft bijstand verleend aan het mededingingsonderzoek, en zij hebben een ‘search warrant’ verkregen voor onderzoek op de kantoren van Ryanair. Ryanair is tegen die beslissing in beroep gegaan, en heeft in februari 2024 bij de AGCM verzocht om inzage in het dossier. Ter discussie staat of artikel 27, lid 2 van verordening 1/2003, dat stelt dat partijen ‘recht hebben tot inzage van het dossier van de Commissie’ ook geldt voor verzoeken die door nationale mededingingsautoriteiten worden ingediend bij andere nationale autoriteiten, krachtens art. 22, lid 1.

RB 3990

Voorlopige voorziening over openbaarmaking Ksa‑boete wegens schending zorgplicht online kansspelaanbieder

Rechtspraak (NL/EU) 18 dec 2025, RB 3990; ECLI:NL:RBDHA:2025:27689 (LeoVegas Gaming PLC, uit Sliema (Malta), verzoekster tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, de Ksa), https://reclameboek.nl/artikelen/voorlopige-voorziening-over-openbaarmaking-ksa-boete-wegens-schending-zorgplicht-online-kansspelaanbieder

Rb Den Haag 18 december 2025, RB 3990; ECLI:NL:RBDHA:2025:27689 (LeoVegas Gaming PLC, uit Sliema (Malta), verzoekster tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, de Ksa). De zaak betreft een online kansspelaanbieder met vergunning op de Nederlandse markt, die via haar website en app gokspellen aanbiedt en door de Kansspelautoriteit (Ksa) is beboet met €500.000 wegens schending van de zorgplicht ten aanzien van tien spelers in de periode van 7 oktober 2023 tot en met 14 mei 2024. Volgens de Ksa heeft de aanbieder verschillende bepalingen uit de Wet op de kansspelen en lagere regelgeving overtreden, waarna op 1 oktober 2025 een boetebesluit is genomen en op 2 oktober 2025 een besluit om dit boetebesluit op grond van artikel 3.1 Woo openbaar te maken. De aanbieder heeft bezwaar gemaakt tegen zowel het boetebesluit als het openbaarmakingsbesluit en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen tot ten minste zes weken na de beslissing op bezwaar, onder meer met een beroep op bedrijfsgevoelige informatie, toezicht- en controlebelangen en (te verwachten) reputatie- en financiële schade, onderbouwd met een deskundigenrapport. Primair stelde zij dat artikel 3.1 Woo geen voldoende grondslag biedt voor openbaarmaking van bestraffende sancties en dat daarvoor een specifiek regime in de bijzondere wet vereist is. Subsidiair stelde zij dat verschillende weigeringsgronden uit de Woo openbaarmaking in de weg staan, en meer subsidiair dat het besluit in ieder geval niet evident rechtmatig is en daarom voorlopig geschorst moet worden.

RB 3989

Misleidende parkeerinformatie bij Booking.com‑accommodatie ‘Cottage’ in Bristol

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3989; 2026/00015 (Klager tegen Booking.com), https://reclameboek.nl/artikelen/misleidende-parkeerinformatie-bij-booking-com-accommodatie-cottage-in-bristol

RCC 24 februari 2026, RB 3989; 2026/00015 (Klager tegen Booking.com). De zaak betreft een reclame-uiting op de website van Booking.com voor de accommodatie “Cottage” in Bristol (VK), waarin staat: “Free parking is available on-site, ensuring convenience for all visitors”. Volgens klager is de informatie over parkeren tegenstrijdig. Op de website van Booking.com wordt “gratis parkeren op het terrein” beloofd, in de boekingsbevestiging staat “gratis openbare parkeergelegenheid nabij” en op de website van de accommodatie zelf wordt vermeld dat langs de weg op 100 meter afstand kan worden geparkeerd. Klager heeft meerdere keren om duidelijkheid gevraagd over de afstand tot de parkeerplek, maar kreeg geen helder antwoord en heeft daarom de niet-restitueerbare boeking binnen twee dagen geannuleerd. Klager stelt dat hem aanvankelijk een terugbetaling in het vooruitzicht was gesteld en begrijpt daarnaast niet hoe een “Room Cancellation Insurance” kan worden aangeboden terwijl tegelijk wordt vermeld dat geen recht op terugbetaling bestaat bij annulering. De verzekeringstussenpersoon (verweerder sub 1) voert aan dat de annuleringsverzekering een regulier verzekeringsproduct is dat bedoeld is om specifieke onvoorziene gebeurtenissen (zoals ziekte of werkloosheid) te dekken en dat vóór aankoop alle relevante productinformatie, polisvoorwaarden en verzekeringskaart beschikbaar zijn, zodat de klant een geïnformeerde keuze kan maken. Booking.com (verweerder sub 2) stelt dat in de boekingsbevestiging duidelijk staat dat het gaat om “gratis openbare parkeergelegenheid nabij” en dat een loopafstand van circa 100 meter daarmee in overeenstemming is; bovendien is de algemene beschrijving inmiddels aangepast naar “Roadside parking”, en benadrukt Booking.com dat zij afhankelijk is van de informatie van de accommodatiehouders en bij signalen over onjuistheden actie onderneemt.

RB 3987

HvJEU: ‘alcoholvrije gin’ verboden als benaming voor alcoholvrije drank

EU 13 nov 2025, RB 3987; ECLI:EU:C:2025:887 (Verband Sozialer Wettbewerb eV tegen PB Vi Goods GmbH), https://reclameboek.nl/artikelen/hvjeu-alcoholvrije-gin-verboden-als-benaming-voor-alcoholvrije-drank

Hof van Justitie 13 november 2025, IEF 23401; RB 3947; ECLI:EU:C:2025:887 (Verband Sozialer Wettbewerb eV tegen PB Vi Goods GmbH). Het Hof van Justitie oordeelt dat het op grond van artikel 10 lid 7 van Verordening (EU) 2019/787 verboden is om een alcoholvrije drank aan te duiden als “alcoholvrije gin”. De benaming “gin” is een wettelijke benaming die alleen mag worden gebruikt voor dranken die voldoen aan specifieke productievereisten, waaronder een minimumalcoholpercentage van 37,5% en bereiding met ethylalcohol en jeneverbessen. Het toevoegen van termen als “alcoholvrij” doet aan dit verbod niet af.

RB 3985

Laatste plekken voor het seminar: Consumentenrecht in de Digitale Sector | 2 april 2026

De Europese Commissie werkt aan de Digital Fairness Act (DFA), een nieuwe wet die consumenten beter moet beschermen in de digitale wereld. De nieuwe wet wordt naar verwachting in 2026 door de Comissie gepresenteerd. Tegenwoordig bestellen we (bijna) alles via internet. Iedereen die dat wel eens heeft gedaan, kent de kortingsacties die gegeven worden. Van een countdown-timer tot een rad van fortuin: platforms zetten alles in om consumenten te laten klikken en kopen. De digitale wereld is voor consumenten hierdoor niet altijd overzichtelijk. Ook voor juristen is niet alles helder, vooral op de grijze gebieden. Via deceptive interface design ontstaat er een oneerlijke handelspraktijk. Wat betekent dit voor consumenten, retailers, e-tailers, platforms en influencers als dit wordt vastgesteld? 

Meer weten over de DFA en oneerlijke handelspraktijken? Kom naar ons seminar Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026. We bespreken deze onderwerpen, en meer, samen met Jeroen Schouten en Michelle Seel (Pinsent Masons) op het kantoor van Pinsent Masons in Amsterdam. Er zijn nog enkele plekken beschikbaar.

Bent u erbij? Aanmelden kan alleen deze week nog. 

RB 3986

Prijsdifferentiatie via Google Shopping geen misleidende handelspraktijk

Nederland 12 sep 2025, RB 3986; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept), https://reclameboek.nl/artikelen/prijsdifferentiatie-via-google-shopping-geen-misleidende-handelspraktijk

Parket bij de Hoge Raad 12 september 2025, RB 3986; IT 5157; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept). De P-G gaat in deze conclusie in op de vraag of prijsverschillen tussen aanbiedingen via Google Shopping en een eigen webshop kunnen worden aangemerkt als misleidende reclame of een oneerlijke handelspraktijk in de zin van het Unierecht. Aanleiding vormt een geschil tussen concurrenten, waarin Media Concept printercartridges via Google Shopping tegen een lagere prijs en met een afnamebeperking aanbood, terwijl op de eigen website een hogere prijs gold zonder die beperking.