Voor fotografen
Burafo organiseert symposium auteursrecht. De stichting Burafo organiseert in samenwerking met de NVF, het Nederlands Fotomuseum en Stichting Cultuurlab/Pakhuis de Zwijger een symposium over de ervaringen en problemen van fotografen met het auteursrecht en de praktische toepassing daarvan in hun contracten met opdrachtgevers en klanten.
Praktische aspecten van het auteursrecht in beeld. Frénk van der Linden, journalist, interviewt fotografen Govert de Roos, Karen Vlieger en Edo Kars (o.v.), agent Roel Sandvoort, Hollandse Hoogte, en Flip Bool, senior onderzoek en collecties Nederlands Fotomuseum, over hun ervaringen.
Collectieve auteursrechten in vogelvlucht. Vincent van den Eijnde, directeur van Stichting Pictoright, over collectieve rechten van fotografen. Wat zijn dat? Hoe werkt het? En het belangrijkste: hoe kom je aan je geld?
De toekomst van het auteursrecht. Prof. Bernt Hugenholtz, Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam, schetst de toekomst van het auteursrecht, de stand van zaken rond het auteurscontractenrecht, de ontwikkelingen op Europees niveau en de consequenties daarvan voor fotografen.Portretrecht. Het portretrecht geeft fotografen steeds vaker problemen. Aan bod komen de rechten en plichten van de geportretteerde en de fotograaf, gevaren, de vrijwaring, gebruik in reclame, foto's op eigen website publiceren, quitclaims. Hoe regel je de rechten van de geportretteerde zodanig dat je toch lekker kunt werken, en zo min mogelijk problemen hebt?
Pim Milo, publicist, leidt het gesprek met fotografen Bert Verhoeff en Gerard Wessel. Advocaat Lisette Varossieau is aanwezig om de juridische kant toe te lichten.
Citaatrecht. Steeds vaker beweren uitgevers dat de foto’s die ze in hun publicaties afdrukken onder het citaatrecht vallen, waardoor ze de fotograaf niet hoeven te betalen. Maar wanneer is een foto nou eigenlijk een citaat? Het Nederlands Fotomuseum kreeg ook te maken met zo’n uitgever. De rechter besliste dat de uitgever gelijk had. Vanuit de fotografie bekeken was dat onterecht. Deze rechtszaak vormt de basis voor een discussie over dit probleem. Moet de auteurswet gewijzigd worden zodat duidelijk omschreven staat wat de criteria zijn voor citaatrecht en fotografie?
Lucette Bronk, directeur van Stichting Burafo en de FotografenFederatie, leidt het gesprek met advocaat Marcel de Zwaan, Flip Bool, senior onderzoek en collecties Nederlands Fotomuseum, en advocaat Philippe van Wijnen, auteur van Buiten Beeld. Het auteursrecht van fotografen (2007), uitgegeven door Focus Publishing.
Rechten van derden. Een zonnebril van Rayban zonder toestemming van Rayban gebruiken in een reclamecampagne voor een auto kan flinke ellende veroorzaken. En foto’s maken samen met iemand anders (een styliste bijvoorbeeld), of onder verantwoordelijkheid van een art director, betekent dat zij een deel van je auteursrecht kunnen claimen. En hoe zit het met nabootsing of plagiaat van andere foto’s? Allerlei vormen van rechten van anderen komen aan de orde.
Ruud Visschedijk, directeur van het Nederlands Fotomuseum, leidt het gesprek met fotografen Vincent Kruijt (o.v.) en Merlijn Doomernik. Advocaat Maud van der Leeuw belicht de juridische kant.
Spreekuur. De hele dag geven Tim de Jong, advocaat namens Burafo, en Siep van der Galiën en Petronel van Leeuwen, advocaten van de NVJ/NVF, individuele adviezen aan fotografen over specifieke auteursrechtelijke problemen. Dit spreekuur is gratis voor fotografen die lid zijn van de BFN, GKf, PANL, SVFN, NVF, of zijn aangesloten bij de Stichting DIPP of Stichting Burafo. Voor anderen zijn de kosten 50 euro ex BTW per half uur. Het spreekuur is uitsluitend toegankelijk na afspraak.
Lees hier meer.
Moeder tegen Goliath
Rechtbank 's-Gravenhage 7 mei 2008, KG ZA 08-364. Microsoft Corporation tegen Unicaresoft Coporation B.V.
Wel gemeld, nog niet besproken. Merkenrecht. Domeinnamen maken inbreuk op merk MSN.
Head to Head Media heeft op naam van haar dochter Unicaresoft onder meer de domeinnamen msnlock.nl, .be, .eu, .com, .org, .net en .info geregistreerd voor het gebruik van de software Benzoy (een programma dat het gebruik van het Microsoft programma MSN in tijd kan beperken). Tegen de software Benzoy heeft Microsoft geen bezwaar.
Microsoft vordert onder meer dat Unicaresoft elk gebruik van tekens die inbreuk maken op haar woordmerk MSN wordt verboden en te bewerkstelligen dat de domeinnamen op naam van Microsoft worden gezet.
De voorzieningenrechter heeft gezien de beschikbare tijd de raadsman van Unicaresoft uitgenodigd alleen die onderwerpen te behandelen welke in elk geval zouden moeten worden behandeld. De niet uitgesproken onderdelen zijn door de voorzieningenrechter doorgehaald in de pleitnotitie, maar nu Microsoft in haar eerste termijn anticiperend op de mogelijke verweren is ingegaan, is de voorzieningenrechter toch in de door Unicaresoft genoemde subonderwerpen en de daarin vervatte verweren ingegaan.
De voorzieningenrechter bepaalt allereerst dat onvoldoende is gebleken dat het bekende merk MSN is verworden tot een soortnaam. Het verweer met betrekking tot "sub d" wordt onbesproken gelaten, nu Unicaresoft het teken msnlock wel als merk gebruikt.
Naar het voorlopig oordeel van de rechter maakt Unicaresoft door het gebruik van het teken msnlock in beginsel inbreuk op het merk MSN op grond van 2.20 lid 1 sub b BVIE. Ten aanzien van het refererend merkgebruik heeft Unicaresoft onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het gebruik van msnlock domeinnamen voor haar het enige middel is om de Benzoy software in de markt te zetten.
Tenslotte stelt Unicaresoft dat Microsoft talloze andere 'msn-domeinnamen' ongemoeid laat en dat Microsoft door zich tegen Unicaresoft te beroepen op haar merkrechten misbruik van recht maakt. Nu echter ook volgens Unicaresoft niet aannemelijk is dat de schade door het gebruik van Benzoy, waarvoor zij reclame wil maken door gebruik van het teken msnlock, vergelijkbaar groot zal zijn als de schade door het gebruik van andere 'msn-domeinnamen', heeft Microsoft een valide reden om op te treden tegen msnlock en niet tegen ander gebruik.
Unicaresoft wordt veroordeeld tot betaling van de volledige proceskosten. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding in matiging van de kosten, nu Unicaresoft tot de dag van de zitting in niet geringe mate de media-aandacht heeft opgezocht ("niet alleen om zichzelf af te schilderen als een moeder die opkomt tegen Goliath in het belang van de kinderen maar ook om op niet mis te verstane wijze uitdrukking te geven aan haar voornemen de inbreuk niet te willen beëindigen"). Dat Microsoft in het licht daarvan aanleiding zag meer uren te besteden aan de voorbereiding van de zaak vindt de voorzieningenrechter plausibel. Ook geringe draagkracht en mate van verwijtbaarheid zijn onzder meer geen omstandigheden die kunnen voeren tot matiging van de proceskosten. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat Unicaresoft overigens niet te vereenzelvigen is met een moeder van kinderen, maar een zakelijk operend softwarebedrijf is.
Lees het vonnis hier.
Wat moet je er mee?
Persbericht VvRr: Symposium “OHP - wat moet je er mee?” – de praktische gevolgen voor de reclamepraktijk bij de implementatie van de richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken.
Op maandagmiddag 7 april a.s. zal de Vereniging voor Reclamerecht haar voorjaarsbijeenkomst houden. Onderdeel is een symposium over de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken. Aan de paneldiscussie en inleidingen nemen o.a. deel: mr. D.W.F. Verkade (advocaat-generaal bij de Hoge Raad) en mr. Prisca Ancion-Kors (directeur van de Stichting Reclame Code). Prof. Jan Kabel zal optreden als dagvoorzitter.
Maandag 7 april 2008. Vanaf 13.00 uur bent u welkom, aanvang algemene ledenvergadering om 13.30 uur. Het symposium volgt aansluitend om 14.00 uur en duurt tot circa 17.30 uur met aansluitend een borrel.
ING House, Amstelveenseweg 500 te Amsterdam. Door de veiligheidsvoorschriften is het absoluut noodzakelijk dat u zich tijdig aanmeldt. Indien u niet als deelnemer geregistreerd staat zult u niet worden toegelaten. Aanmelding per email. Gratis voor leden. Niet-leden na aanmelding als aspirant-lid.
Publiciteit inzake tandverzorging
HvJ EG, 13 maart 2008, in zaak C-446/05, prejudiciële vragen in de Belgische strafzaak tegen Ioannis Doulamis.
Artikel 81 EG, gelezen in samenhang met de artikelen 3, lid 1, sub g, EG en 10, tweede alinea, EG, staat niet in de weg aan een nationale wet die reclame inzake tandverzorging verbiedt.
Doulamis wordt vervolgd onder meer omdat hij in een telefoongids reclame heeft gemaakt voor het Tandheelkundige laboratorium Jean DOULAMIS en voor de Tandheelkundige kliniek Jean DOULAMIS, wat de Belgische wet van 15 april 1958 verbiedt. De reclameadvertenties zijn respectievelijk in de pagina’s betreffende tandheelkundige laboratoria en in die betreffende tandheelkundige klinieken geplaatst. Deze advertenties bevatten objectieve informatie, zoals de aangeboden diensten, het adres, het telefoonnummer en de openingsuren van de twee praktijken.
Volgens de verwijzende rechter is het niet uitgesloten dat de bepalingen van de wet van 15 april 1958 het vrije handelsverkeer tussen de lidstaten kunnen belemmeren, voor zover zij de verwezenlijking van de doelstellingen van een eenheidsmarkt tussen de staten in gevaar kunnen brengen. Het Hof oordeelt anders.
Uit niets blijkt dat de wet van 15 april 1958 een mededingingsregeling of een besluit van ondernemingen bevoordeelt, begunstigt of vastlegt. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt evenmin dat de betrokken lidstaat de verantwoordelijkheid voor het nemen van besluiten tot interventie op economisch gebied aan particuliere marktdeelnemers zou hebben gedelegeerd in plaats van zijn eigen regels te laten gelden.
Zelfs in de veronderstelling ten slotte dat Doulamis, als eigenaar van een tandheelkundige kliniek, kan worden gekwalificeerd als „onderneming” in de zin van artikel 81 EG (…), blijkt uit de verwijzingsbeslissing niet dat er in casu sprake is van een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging, of een onderling afgestemde feitelijke gedraging die de handel tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden en die ertoe strekt of ten gevolge heeft dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst.
Het Hof verklaart voor recht : “Artikel 81 EG, gelezen in samenhang met de artikelen 3, lid 1, sub g, EG en 10, tweede alinea, EG, staat niet in de weg aan een nationale wet, zoals de wet van 15 april 1958 betreffende de publiciteit inzake tandverzorging, die eenieder en tandverzorgers verbiedt in het kader van een vrij beroep of een praktijk voor tandverzorging op welke wijze ook reclame inzake tandverzorging te maken.”
Lees het arrest hier.
Reclame voor elektronische sigaret
Rechtbank ’s-Gravenhage, 8 februari 2008, LJN: BC3893, de vennootschap onder firma [X] tegen de Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).
Samenvatting Rechtspraak.nl: Eisers exploiteren een bedrijf in de verkoop van elektronische sigaretten De IGZ (Inspectie voor de gezondheidszorg) heeft eisers meegedeeld dat de minister van Volksgezondheid de elektronische sigaret op de Europese agenda wil zetten om de status van de elektronische sigaret in de EU-landen goed onderling af te stemmen. Tot die tijd mag, voorlopig uitgaande van de veronderstelling dat het om een geneesmiddel gaat waarvoor geen handelsvergunning is afgegeven, voor de elektronische sigaret geen enkele vorm van reclame meer worden gemaakt. Ter beoordeling is of gedaagde onrechtmatig handelt door eisers te verbieden reclame te maken voor hun product. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat niet kan worden geoordeeld dat gedaagde niet in redelijkheid kon beslissen dat eisers hun reclameactiviteiten moeten staken.
Lees het vonnis hier.
Zwak merk, sterke handelsnaam?
Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arhnem, 15 januari 2008, rolnr. 2007.00680, Thuisbezorgd.NL tegen Jolidé V.O.F. c.s.
Wel gemeld, nog niet samengevat. Handelsnaam- en merkenrecht. Geen rechtsregel eist dat een handelsnaam onderscheidend vermogen heeft.
Ten aanzien van het beeldmerk Thuisbezorgd.nl oordeelt het hof dat het tekstbestanddeel bestaat uit een gangbaar woord met sterk beschrijvend karakter met de toevoeging “.nl”, die zeer normaal en gangbaar is voor de aanduiding van op het internet aangeboden waren en diensten van allerlei soort. Opmerkelijk is dat het hof daarentegen ten aanzien van de handelsnaam Thuisbezorgd.NL oordeelt dat het werkwoord “thuisbezorgen” en zijn vervoeging “thuisbezorgd” gangbare woorden en beschrijvende elementen zijn, maar dat de tekst “thuisbezorgd.nl”, hoewel met behulp van een gangbaar woord samengesteld, dat niet is. Dit lijkt strijdig met het door het hof gehanteeerde uitgangspunt dat gangbare woorden en zuiver beschrijvende elementen niet in de vorm van een handelsnaam kunnen worden gemonopoliseerd.
Appellante Thuisbezorgd.NL gebruikt de domeinnnaam thuisbezorgd.nl voor een website waar men maaltijden van diverse aanbieders kan bestellen en aan huis bezorgd kan krijgen. Zij verzet zich tegen Jolidé, die beschikt over de domeinnaam thuisbezorgen.nl, en eveneens een website exploiteert waar men bedrijven kan vinden die thuis bezorgen. De voorzieningenrechter te Utrecht heeft volgens Thuisbezorgd.NL bij de beoordeling of Thuisbezorgd.NL een handelsnaamrecht toekomt, ten onrechte de naam “thuisbezorgd.nl” getoetst op onderscheidend vermogen en vervolgens geoordeeld dat deze naam te weinig onderscheidend vermogen zou toekomen om als handelsnaam te kwalificeren.
Het hof stelt voorop: “5.1 (…) Een gering onderscheidend vermogen kan ertoe leiden dat een handelsnaam relatief weinig bescherming geniet omdat, zoals de eerste rechter met juistheid overwoog, gangbare woorden en zuiver beschrijvende elementen niet in de vorm van een handelsnaam kunnen worden gemonopoliseerd. Maar geen rechtsregel eist dat een handelsnaam onderscheidend vermogen heeft.”
Vervolgens constateert het hof dat de domeinnaam thuisbezorgd.nl als handelsnaam wordt gevoerd; die naam wordt immers ook gehanteerd in reclame-uitingen, op briefpapier en op de website als aanduiding voor de onderneming Thuisbezorgd.NL. Jolidé gebruikt volgens het hof haar domeinnaam eveneens als handelsnaam, zodat het hof dient na te gaan welke handelsnaam als de oudere kan worden beschouwd. Jolidé voert aan dat haar domeinnaamregistratie thuisbezorgen.nl ouder is dan die van Thuisbezorgd.NL, maar het hof stelt vast dat Thuisbezorgd.NL de domeinnaam als eerste rechtmatig is gaan voeren als handelsnaam.
Als gevolg van de gelijkenis tussen beide handelsnamen oordeelt het hof dat Jolidé inbreuk maakt op het oudere handelsnaamrecht van Thuisbezorgd.NL, aangezien bij het publiek verwarring tussen beide ondernemingen is te duchten. “5.8 (…) Dat hoeft niet af te stuiten op het feit dat gangbare woorden en zuiver beschrijvende elementen niet in de vorm van een handelsnaam kunnen worden gemonopoliseerd. Immers zijn het werkwoord “thuisbezorgen” en zijn vervoeging “thuisbezorgd” wel gangbare woorden en beschrijvende elementen, maar de tekst “thuisbezorgd.nl”, hoewel met behulp van een gangbaar woord samengesteld, is dat niet.”
Echter, over diezelfde tekst, “thuisbezorgd.nl”, maar dan als bestanddeel van het beeldmerk van Thuisbezorgd.NL, oordeelt het hof: “6.2 (…) Het tekstbestanddeel bestaat uit een gangbaar woord met sterk beschrijvend karakter met de toevoeging “.nl”, die zeer normaal en gangbaar is voor de aanduiding van op het internet aangeboden waren en diensten van allerlei soort.(…).” Deze overweging lijkt zich niet goed te verhouden met het door het hof in r.o. 5.8 gehanteerde uitgangspunt dat gangbare woorden en zuiver beschrijvende elementen niet in de vorm van een handelsnaam kunnen worden gemonopoliseerd.
Lees het arrest hier.
De betekenis van voordeel
Rechtbank Amsterdam, 10 januari 2008, LJN: BC1642, Reckitt Benckiser (The Netherlands) B.V. tegen Unilever Nederland B.V.
Wel gemeld, nog niet samengevat. Misleidende reclame. 50% meer of 1/3 minder? “+50% gratis ” kan ook betekenen dat “van de totale hoeveelheid tabletten (39 of 24) er 13 (of 8) gratis zijn, wat 50% is van de resterende hoeveelheid, te weten van 26 (16) tabletten”.
Calgonit wordt al enige tijd te koop aangeboden met 50% extra tabletten in de verpakking. De vaatwastabletten worden verkocht tegen dezelfde prijs als voorheen. Reckitt, de producent van Colgonit, gebruikt de claim “+50% gratis” op haar verpakking.
Unilever springt daar op in: zij brengt ook een verpakking van haar vaatwasmiddel, Sun, op de markt met de tekst “+50% gratis”. Maar in plaats van 50% extra tabletten in de verpakking te doen, heeft Unilever het aantal tabletten “deelbaar door drie gemaakt en de prijs voor de standaardhoeveelheid tabletten verminderd met ongeveer een derde. Concreet betekent dat, dat zij voor de Sun tabletten Hydrofilm het aantal tabletten per verpakking heeft verlaagd van 40 naar 39 en de prijs van € 5,79 naar € 3,79.” Het prijsvoordeel voor de consument is in beide gevallen hetzelfde, namelijk dat ongeveer 2/3 van de oude prijs per tablet wordt betaald.
Volgens Reckitt is er sprake van misleidende reclame. De rechter is echter van mening dat er geen sprake is van misleidende reclame, omdat het prijsvoordeel bij beide partijen gelijk is en omdat “+ 50% gratis” volgens de rechter niet hoeft te betekenen dat aan de oude hoeveelheid tabletten 50% is toegevoegd.
“4.4. (…) Echter, “+50% gratis” hoeft, anders dan Reckitt heeft betoogd, niet per definitie te betekenen dat er 50% aan de oude voorraad is toegevoegd. De consument kan de aanbieding ook zo begrijpen als Unilever het heeft weergegeven, namelijk dat van de totale hoeveelheid tabletten (39 of 24) er 13 (of 8) gratis zijn, wat 50% is van de resterende hoeveelheid, te weten van 26 (16) tabletten. In die zin is de claim van Unilever niet minder waar dan die van Reckitt en levert deze geen misleiding op. Het teken “+” wordt in dat geval opgevat in de eveneens voor dat teken gebruikelijke betekenis van “voordeel”. (…)”
Daarnaast heeft Reckitt vooralsnog niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de actie van Unilever schade heeft geleden in de vorm van omzetverlies. Integendeel zelfs, uit de in het geding gebrachte grafieken blijkt veeleer dat het marktaandeel van Reckitt, ondanks de introductie van de Dreft vaatwasmachinetabletten, ten opzichte van begin 2007 is toegenomen, terwijl dat van Unilever licht is gedaald. Van de weergegeven omzetschommelingen in de loop van 2007 is niet op voorhand komen vast te staan dat deze samenhangen met de Sun actie, mede gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door Unilever.
Unilever hoeft het gebruik van de claim “+50% gratis” voor Sun vaatwasmachinetabletten niet te staken.
Lees het vonnis hier.
Regels uit richtlijn
"Stichting Reclame Code past regels uit richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken per 1 februari 2008 toe. Sinds medio december 2007 gelden in alle 27 landen van de EU nieuwe wettelijke regels betreffende oneerlijke handelspraktijken (OHP). De Stichting Reclame Code (SRC) heeft de nieuwe regelgeving opgenomen in de Nederlandse Reclame Code. Zij zal deze per 1 februari toepassen op alle reclame-uitingen die sinds 12 december 2007 verschenen zijn. Behalve dat de nieuwe regels gelden voor B-to-C reclame, zullen zij ook van toepassing zijn op B-to-B reclame."
Lees hier meer.
Merkgebruik in reclame
HvJ EG, 31 januari 2008, Conclusie Advocaat-Generaal P. Mengozzi in zaak C-533/06, O2 Holdings Limited & O2 (UK) Limited tegen Hutchison 3G UK Limited.
“67. Gelet op een en ander, geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van de Court of Appeal (England and Wales) te beantwoorden als volgt:
„1) Het gebruik van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het ingeschreven merk van een concurrent, in het kader van reclame waarin de kenmerken van de door deze concurrent onder dit merk aangeboden waren of diensten worden vergeleken met die van de door de adverteerder aangeboden waren of diensten, wordt uitputtend geregeld door artikel 3 bis van richtlijn 84/450/EEG van de Raad van 10 september 1984 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 1997, en valt niet binnen de werkingssfeer van artikel 5, lid 1, sub a of b, van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten.
2) Artikel 3 bis van richtlijn 84/450 dient niet aldus te worden uitgelegd dat het gebruik in vergelijkende reclame van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het ingeschreven merk van een concurrent, enkel is toegestaan wanneer dit gebruik noodzakelijk is ter aanduiding van de concurrent of van zijn waren of diensten.”
Lees de conclusie hier.