RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Sponsoring  

RB 1353

Geen opdracht tot plaatsten van advertentie

Rechtbank Assen 2 november 2011, LJN BW0707 (De telefoongids B.V. tegen Lubbers Services B.V.)

Vordering m.b.t. gestuurde facturen voor geplaatste advertenties afgewezen. Niet gebleken dat gedaagde opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van de advertenties.

Het verweer van Lubbers Services brengt met zich dat op De Telefoongids een nadere stelplicht rust. Van haar mag worden verwacht dat zij nader onderbouwt op welke wijze de opdracht tot het plaatsen van de advertenties is verstrekt. De rechtbank oordeelt dat uit hetgeen De Telefoongids ten aanzien van de fax van 25 november 2005 stelt niet blijkt dat Lubbers Services opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van de advertenties. De vordering wordt afgewezen.

4.3.  De Telefoongids onderbouwt haar stelling met een faxbericht van 25 november 2005, waaruit volgens De Telefoongids blijkt dat Lubbers Services de plaatsing van de advertenties heeft bevestigd. Lubbers Services stelt die fax niet te kennen en uit de fax zelf blijkt niet dat deze van Lubbers Services afkomstig is. De Telefoongids wijst in dit verband op het faxnummer waarvan de fax afkomstig is, maar zij stelt zelf dat dit het faxnummer van de 'Lubbers Logistics Group' is. Dit betreft volgens Lubbers Services een zelfstandige vennootschap. Zonder nadere toelichting die De Telefoongids niet geeft blijkt daaruit dan ook niet dat deze fax van Lubbers Services afkomstig is.

4.4.  De rechtbank oordeelt dat uit hetgeen De Telefoongids ten aanzien van de fax van 25 november 2005 stelt niet blijkt dat Lubbers Services opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van de advertenties. Andere feiten of omstandigheden waaruit zulks kan volgen zijn door De Telefoongids niet gesteld, zodat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen.

4.5.  Uit het voorgaande volgt dat de vordering van De Telefoongids moet worden afgewezen.

RB 1234

Onduidelijk aanbod: Bierviltje of kleurplatengids?

Kantonrechter Rechtbank Groningen 23 november 2011, LJN BU9268 (Firma Q tegen Easycom b.v.)

Advertentieplaatsing, telefonisch geen overeenkomst, geen voldoende duidelijk aanbod.

Firma Q. heeft pas negen maanden na dato haar beklag gedaan. Die klacht is daarmee tardief. Er is geen sprake van agressieve verkooptechnieken, de advertentiecampagne heeft natuurlijk wel commerciële waarde. Het ging echter over een advertentie in een kleurplatengids ten behoeve van een goed doel voor in een ziekenhuis opgenomen kinderen. Medewerker was niet bevoegd om alleen overeenkomste met waarde hoger dan €2.268,90 aan te gaan die Firma Q kunnen binden. Subsidiair: de overeenkomst is nietig wegens strijd met de goede zeden of openbare orde. Meer subsidiair: er is geen rechtsgeldige overeenkomst vanwege een discrepantie tussen wil en verklaring:  Zou zij hebben geweten dat het ging om advertentieplaatsingen op bierviltjes dan zou zij die fax ook nimmer hebben geretourneerd.

5..3 Het meest verstrekkende verweer is dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen nu noch over de inhoud van de prestatie, advertentieteksten op bierviltjes, noch over de wijze van invulling van de verspreiding tevoren voldoende duidelijkheid is verstrekt. Uit de "Plaatsingsopdracht" is naar het oordeel van de kantonrechter niet, althans niet voldoende duidelijk, op te maken dat Firma Q. zich hiermee verbindt tot het in haar opdracht door Easycom laten vervaardigen van bierviltjes met daarop advertentieteksten.
Uit de verklaring van X. is evenmin op te maken dat in het telefoongesprek voldoende duidelijk is doorgenomen waartoe Firma Q. zich verbond en wat Easycom precies zou doen. Niet gesteld is dat die medewerker ter zake van het telefoongesprek nog meer of andere mededelingen zou kunnen doen dan in die verklaring is opgenomen. Al om die reden wordt ook niet aan bewijslevering toegekomen.
Firma Q. vindt dat de enkele vermelding "Verspreiding: regionaal" evenmin voldoende duidelijkheid geeft. De kantonrechter onderschrijft dat Easycom met die omschrijving eveneens onvoldoende duidelijkheid heeft geboden omtrent de aard en omvang van de door haar uit te voeren prestatie.

5.4 Nu aard en inhoud van de kennelijk door Easycom beoogde overeenkomst zich bepaald niet zonder meer niet uit de plaatsingsopdracht laten vaststellen, is er geen sprake van een voldoende duidelijk omschreven en bepaald aanbod. Easycom heeft ook zelf gesteld dat zij schriftelijk contracteert. Easycom benadert ongevraagd telefonisch klanten. Zij zal hebben te staan voor onduidelijkheden en eventuele misverstanden die daardoor kunnen ontstaan en daarvan het risico hebben te dragen.
Weliswaar dient ervan te worden uitgegaan dat opposante sub 5 de fax heeft ondertekend en geretourneerd maar gelet op dat onvoldoende duidelijke aanbod, kan niet worden geconcludeerd dat wilsovereenstemming tussen partijen bestond en dat daarmee tussen partijen een overeenkomst is ontstaan.

RB 1231

Puzzelvertier advertentie-overeenkomst

Kantonrechter Rechtbank Zwolle-Lelystad 29 november 2011, LJN BU8826 (gemachtigde Direct Incasso B.V. tegen museumbeheerder)

Civiel overig. Advertentie-overeenkomst. Geen op het sluiten van een tweede overeenkomst gerichte wil aangenomen. Geen bescherming van vertrouwen bij advertentieverkoper, gelet op de kennelijk bewuste handelwijze om in de eerste opdrachtbevestiging een fout te verwerken en na reactie daarop een tweede opdrachtbevestiging te zenden die op een andere advertentie ziet.

8. Op basis van de stukken en het ter comparitie tussen partijen gevoerde debat is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat ten aanzien van het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’ bij [GEDAAGDE PARTIJ] geen sprake was van een op het sluiten van een overeenkomst gerichte wil. Daartoe is het volgende van belang.

8.1. [GEDAAGDE PARTIJ] heeft ter comparitie onweersproken gesteld dat [EISENDE PARTIJ] haar, in de persoon van [S], telefonisch heeft voorgesteld om vier keer een advertentie te plaatsen in ‘een boekje voor een goed doel’ voor een bedrag van € 999,00 en dat [S] daarop te kennen heeft gegeven dat [GEDAAGDE PARTIJ] nooit advertenties plaatst voor een bedrag van meer dan € 250,00. Onweersproken heeft [S] ook aangevoerd dat hij niet gemachtigd is om voor [GEDAAGDE PARTIJ] verplichtingen aan te gaan voor bedragen groter dan € 300,00. Partijen hebben uiteindelijk afgesproken dat de betreffende advertentie eenmalig geplaatst zou worden. Vast staat dat [EISENDE PARTIJ] naar aanleiding van dit telefoongesprek op 2 april 2010 een opdrachtbevestiging aan [GEDAAGDE PARTIJ] heeft gezonden voor ‘plaatsing van een advertentie in ‘KleurVertier’ (kleurwedstrijd voor kinderen)’. In het afgedrukte voorbeeld van de advertentie zoals die door [EISENDE PARTIJ] zou worden geplaatst, stond een foute postcode vermeld. [GEDAAGDE PARTIJ] heeft toegelicht dat zij de opdracht heeft geaccordeerd en teruggestuurd, met daarbij de vermelding dat de postcode onjuist was. Voldoende aannemelijk is geworden dat [GEDAAGDE PARTIJ], toen zij op 14 april 2010 wederom een opdrachtbevestiging toegestuurd kreeg met daarin de juiste postcode, in de veronderstelling verkeerde dat de inhoud daarvan dezelfde was als die haar op 2 april 2010 was toegestuurd, namelijk plaatsing van een advertentie in ‘KleurVertier’, alleen nu voorzien van de juiste postcode. Daarbij is van belang dat, zoals tijdens de comparitie onweersproken is gesteld, voorafgaand aan deze toezending niet opnieuw telefonisch contact tussen [EISENDE PARTIJ] en [GEDAAGDE PARTIJ] heeft plaatsgevonden en dat [EISENDE PARTIJ] evenmin op andere wijze aan haar duidelijk heeft gemaakt dat het om een andere opdracht, namelijk plaatsing van een advertentie in ‘PuzzelVertier’, ging. Het voorgaande brengt de kantonrechter tot het oordeel dat [GEDAAGDE PARTIJ] door de handelwijze van [EISENDE PARTIJ] in de waan is gebracht dat zij, door ondertekening van de opdracht voor ‘PuzzelVertier’ alsnog tekende voor advertentieplaatsing in ‘KleurVertier’. Waar het gaat om ‘PuzzelVertier’ is dan ook geen sprake geweest van een op het sluiten van een overeenkomst gerichte wil.

9. De vraag of [EISENDE PARTIJ] de ondertekening van de tweede opdrachtbevestiging onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht opvatten als instemming met advertentieplaatsing in ‘PuzzelVertier’ moet ontkennend worden beantwoord. [EISENDE PARTIJ] heeft ter zitting niet weersproken dat tijdens het eerste telefoongesprek is afgesproken dat één advertentie geplaatst zou worden, namelijk een advertentie in ‘KleurVertier’, en dat zij [GEDAAGDE PARTIJ] na dat eerste gesprek niet opnieuw heeft benaderd voor het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’. Als [EISENDE PARTIJ] vervolgens een verbeterde advertentie toestuurt, afgedrukt op een opdrachtbevestiging die identiek lijkt aan de eerste, maar waarop enkele gegevens zijn gewijzigd, dan kan zij de ondertekening daarvan redelijkerwijs niet opvatten als een uiting van de wil van [GEDAAGDE PARTIJ] gericht op advertentieplaatsing in ‘PuzzelVertier’. De kantonrechter kan zich ook niet aan de indruk onttrekken dat [EISENDE PARTIJ] opzettelijk de werkwijze hanteert van het sturen van twee afzonderlijke opdrachtbevestigingen met een tussenpoos van minder dan twee weken, waarbij in de eerste opdrachtbevestiging een fout in de advertentie zit en dat [EISENDE PARTIJ] met deze handelwijze probeert te bewerkstelligen dat de opdrachtgever met de bevestiging voor de tweede opdracht in de veronderstelling verkeert akkoord te verlenen voor de eerste gecorrigeerde opdracht. Opvallend is in elk geval dat [EISENDE PARTIJ] vaker een identieke handelwijze blijkt te volgen (zie het vonnis van de kantonrechter te Leeuwarden d.d. 9 september 2011, LJN BT2369).

10. Gelet op het bovenstaande moet worden geoordeeld dat ten aanzien van het plaatsen van een advertentie in ‘PuzzelVertier’ geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.

RB 1220

Badminton sponsor

Rechtbank Utrecht 30 november 2011, LJN BU6292 (Dunlop tegen Nederlandse Badminton Bond)

Rechtspraak.nl: Sponsorovereenkomst. Mededingingsrecht. Vrij verkeer van diensten. Onrechtmatig handelen.

De Nederlandse Badminton Bond (NBB) heeft vanaf 1 januari 2010 een exclusieve sponsorovereenkomst met Yonex, een Japanse producent van badmintonartikelen. NBB is uit hoofde daarvan verplicht om de spelers van de nationale badmintonselectie met kleding en materiaal van Yonex te laten spelen. Spelers die niet voor Yonex kiezen mogen volgens het huidige beleid van NBB geen deel uitmaken van de nationale selectie en op landenteamtoernooien niet spelen met een racket met het logo van hun individuele sponsor.

Dunlop en RSL (concurrenten van Yonex), vier spelers die tot de absolute top in Nederland behoren (van wie er drie door Dunlop worden gesponsord en een door Forza) en een junior speelster (indirect gesponsord door Dunlop) vorderen NBB te verbieden de overeenkomst met Yonex uit te voeren dan wel NBB te veroordelen de spelers niet te hinderen bij de uitvoering van hun sponsorovereenkomsten. Dunlop, RSL en de spelers vorderen ook schadevergoeding van NBB.

De rechtbank verwerpt de stelling van eisers dat de overeenkomst met Yonex op grond van mededingingsrecht (artikel 6 Mw / 101 VWEU dan wel artikel 24 Mw) nietig is. De rechtbank verwerpt ook de stelling van eisers dat het beleid van NBB een beperking is op het vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU). De rechtbank volgt verder de stelling van eisers niet dat NBB onrechtmatig handelt omdat de topspelers niet meer vrij zijn in het kiezen van de voor hun topprestatie benodigde badmintonracket dan wel omdat NBB inbreuk maakt op het recht van de topspelers om hun populariteit te verzilveren.

De rechtbank wijst de door de spelers gevorderde schadeschadevergoeding af. De rechtbank volgt wel de stelling van eisers dat NBB onrechtmatig heeft gehandeld en handelt, omdat NBB (top)spelers heeft aangezet en nog steeds aanzet tot wanprestatie jegens de sponsors van die spelers. De rechtbank veroordeelt NBB daarom en omdat drie van de vijf spelers al een sponsorovereenkomst hadden voordat het beleid van NBB bekend werd, die drie spelers toe te staan om, indien zij zich daarvoor in sportief opzicht kwalificeren, op landenteamtoernooien te spelen met een badmintonracket met het logo van het merk van hun sponsor zolang hun huidige sponsorovereenkomst (zonder verlenging) nog voortduurt. Ook wijst de rechtbank schadevergoeding aan Dunlop en RSL toe (nader op te maken bij staat) op de grond dat NBB spelers heeft aangezet en nog steeds aanzet tot wanprestatie jegens hen.

RB 1188

Inderdaad de waarschuwingszin

Beantwoording Kamervragen over voorschotje.nl, brief 2011Z20251 / 2011Z20257

7 Aangezien bij reclame over leningen de slogan “ Geld lenen kost geld” verplicht is, deelt u de mening dat ook deze waarschuwing op shirtreclame zichtbaar moet zijn?

Antwoord vraag 7. Bij reclames voor krediet is het verplicht om de waarschuwingszin „Let op! Geld lenen kost geld.‟ op te nemen. Reclame voor de (merk)naam van een onderneming, zoals een bank, zal in de regel geen reclame voor krediet zijn. Dan hoeft in de reclame niet de waarschuwingszin opgenomen te worden. Wanneer een sponsor op een shirt een wervende of aanprijzende tekst plaatst ten aanzien van een krediet zou inderdaad de waarschuwingszin opgenomen moeten worden.

RB 1140

CvdM Regeling liefdadigheidsacties

Regeling liefdadigheidsacties

Op 15 oktober treedt een nieuwe, door het Commissariaat voor de Media opgestelde 'Regeling liefdadigheidsacties' in werking.

De regeling geeft aan onder welke omstandigheden vermijdbare uitingen (zoals het noemen van bedrijfsnamen) in het kader van liefdadigheidsacties toelaatbaar zijn. Met deze regeling kunnen publieke media-instellingen zelf bepalen of een voorgenomen actie is toegestaan. Zij hoeven acties dus niet, zoals voorheen het geval was, voorafgaand ter beoordeling aan het Commissariaat voor te leggen. Uiteraard kan het Commissariaat wel achteraf toetsen of de regels zijn nageleefd.

RB 1136

Startende publiek media-instelling

CvdM 20 augustus 2011, Kenmerk: 24884/201101204 (Sanctie WNL ten aanzien van het item Palazzo Dinershow in het programma Ochtendspits)

In't kort. Aan Wakker Nederland (WNL) wordt een administratieve boete van € 40.000,- opgelegd voor het tonen van niet toegestane vermijdbare reclame-uitingen in het item over de Palazzo Dinershow in het programma Ochtendspits.

Op 2 november 2010 heeft WNL het programma Ochtendspits uitgezonden. Een terugkerend item in het programma is ‘De Rode Loper.’ Op 2 november 2010 wordt hierin aandacht besteed aan de Palazzo Dinershow. Besproken wordt dat Herman den Blijker op dit evenement kookt. Hij wordt geïnterviewd waarin versneden beelden van het evenement worden getoond en wordt vermeld dat het zeer zeker de moeite waard is om te bezoeken. Omdat WNL startende publieke media-instelling is, wordt de boete met € 10.000 verlaagd.

9. In het item over de Palazzo Dinershow wordt het Palazzo (beeld)merk meerdere malen in beeld gebracht. Naast een extreme close-up van het bord Palazzo waarbij de letters beeldvullend in beeld gebracht worden, wordt als snijshot in het interview  met Herman den Blijker een foto van de tent gebruikt. Links en rechts staan daarbij grote borden in beeld met de naam Palazzo. Op deze foto wordt ook nog eens ingezoomd. Voor een specifieke beschrijving van de wijze waarop het Palazzo (beeld)merk in beeld wordt gebracht en de duur van die uitingen wordt verwezen naar bijlage 2 bij dit sanctiebesluit.

10. Na de extreme close-up van het bord Palazzo volgt een pan (draai met de camera naar rechts) naar Marjolein Horst die zegt: “Voor een unieke en spectaculaire avond uit met lekker eten moet je bij de Palazzo Dinershow zijn.” Herman den Blijker sluit zijn interview af met de woorden: “Vanaf aanstaande zaterdag, zes dagen in de week, het is zeer serieus, heel serieus, zeer zeker de moeite waard, het is écht een avond uit!” Hierbij richt hij zich direct tot de kijker door tijdens het uitspreken van de tekst recht in de camera te kijken, iets dat in dit item verder niet gebeurt.

37. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete wordt in beginsel uitgegaan van het  midden van die bandbreedte (€ 50.000). 

38. Conform artikel 2.12 van de Beleidsregels Sanctiemaatregelen ziet het Commissariaat aanleiding, in verband met de omstandigheid dat WNL op het moment dat de overtreding plaatshad een startende publieke media-instelling was, de boete te verlagen met € 10.000.

RB 1123

De benaming "opdrachtbevestiging'

Kantonrechter Rechtbank Leeuwarden 9 september 2011, LJN BT2369 (Dutch Windmill Publishers C.V. tegen Maaltijdservice Noord)

Als randvermelding met een herinnering aan KvK-factuurzaken. Misleiding. Verspreiding kleurplaten met advertentie en logo's.

Overeenkomst tot plaatsing van advertentie op kleurplaten en kinderpuzzels die vervolgens worden verspreid. Weliswaar wordt bij de waarschuwing op de website van MMP en op www.kindenziekenhuis.net DWP genoemd als één van de bedrijven die de naam van MMP misbruikt en doet alsof ze het knutselboek "Kind en Ziekenhuis" uitgeeft, maar bij gebreke van nadere concrete informatie, kan de kantonrechter hier niet de conclusie aan verbinden dat DWP zich hier inderdaad schuldig aan maakt. Vooralsnog blijft het de verklaring van DWP tegenover die van MSNoord.

De wijze waarop offerte wordt uitgebracht en wijze waarop tarieven kenbaar worden gemaakt misleidend: Offerte met de benaming "opdrachtbevestiging" wordt de indruk gewekt dat er reeds een overeenkomst tot stand is gekomen. Echter MSNoord had zich ervan te vergewissen waarvoor zij haar akkoord gaf. Echter nu niet is gebleken dat verspreiding daadwerkelijke is geschiedt, rust op MSNoord geen betalingsverplichting.

5.2.  Voorts overweegt de kantonrechter dat de wijze waarop DWP haar offerte uitbrengt als misleidend kan worden gekwalificeerd. Een offerte behoort immers een aanbod te zijn, dat al dan niet aanvaard kan worden. Met de benaming "opdrachtbevestiging' wordt echter de indruk gewekt dat er reeds een overeenkomst tot stand gekomen is, die nog slechts bevestigd hoeft te worden.

Daarnaast zijn ook de wijze waarop DWP in haar opdrachtbevestiging de tarieven kenbaar maakt als misleidend aan te merken. Enerzijds omdat de prijs kennelijk nog dient te worden vermeerderd met een tweetal toeslagen, waarvan één niet in een bedrag is uitgedrukt, maar in een percentage. Alle prijzen/toeslagen staan ook niet bij elkaar vermeld. Anderzijds omdat nergens uit blijkt dat de genoemde tarieven het bedrag per verspreiding is, zoals door DWP gesteld. MSNoord mocht er naar het oordeel van de kantonrechter vanuit gaan dat de vermelde tarieven betrekking hadden op het totaal van de aangeboden zes verspreidingen.

Daarnaast kan de kantonrechter zich niet aan de indruk onttrekken dat DWP opzettelijk de werkwijze hanteert van twee afzonderlijke opdrachtbevestigingen met een tussenpoos van ongeveer twee weken, waarbij in de eerste opdrachtbevestiging een fout in de advertentie zit. De kantonrechter verwijst in dat verband naar de door MSNoord overgelegde stukken van de firma Meton. Ook in die advertentie stond eenzelfde fout (verwisseling van de letters van de postcode) in de advertentietekst. De kantonrechter sluit niet uit dat DWP met deze handelwijze probeert te bewerkstelligen dat de opdrachtgever met de ontvangstbevestiging voor de tweede opdracht in de veronderstelling verkeert akkoord te verlenen voor de eerste gecorrigeerde opdracht. DWP heeft dit ook niet betwist. DWP heeft er geen verklaring voor gegeven waarom zij niet voor beide producten gelijktijdig een opdrachtbevestiging verstuurt.

Dat DWP ten opzichte van MSNoord gebruik heeft gemaakt van het logo van Oxfam Novib is niet gebleken, zodat dit in het onderhavige geval geen rol kan spelen.


5.3.  Een en ander laat echter onverlet dat het op de weg van MSNoord had gelegen om zich ervan te vergewissen waarvoor zij haar akkoord gaf. Daartoe had MSNoord de opdrachtbevestigingen nauwkeuriger moeten lezen en er niet blindelings op mogen vertrouwen dat zij hiermee instemde met een advertentie in het kleurboek "Kind en Ziekenhuis". Voor zover MSNoord al gedwaald heeft, dient deze dwaling naar het oordeel van de kantonrechter voor haar rekening te blijven.

5.4. De kantonrechter is echter van oordeel dat op MSNoord geen betalingsverplichting rust, nu DWP, ondanks de gemotiveerde betwisting van de zijde van MSNoord, niet heeft aangetoond dat zij voldaan heeft aan haar verplichting tot verspreiding van de kleur- en puzzelplaten. DWP heeft in dat kader immers slechts een lijst met zes namen van fysiotherapiepraktijken in de omgeving van Menaam overgelegd. Uit niets blijkt echter dat zij de door haar bedoelde kleur- en puzzelplaten ook onder deze praktijken heeft verspreid en zo ja, in welke oplages dit is geschied. MSNoord daarentegen heeft gemotiveerd aangevoerd dat uit navraag bij de door DWP opgegeven adressen is gebleken dat de gestelde levering van de kleur- en puzzelplaten niet heeft plaatsgevonden. DWP heeft hier niet meer op gereageerd.

5.5. Op grond van het bovenstaande zal de kantonrechter de vordering van DWP afwijzen en de vordering van MSNoord tot terugbetaling van het bedrag ad € 2.160,56 toewijzen.

Lees het vonnis hier (LJN / pdf)

RB 1099

Aftrekbare gift

RCC 11 augustus 2011, Dossiernr. 2011/00591 (Vincentiuskerk Aftrekbare gift)
 
In een folder wordt verzocht tot het steunen van het onderhoudsfonds van de Vincentiuskerk in Volendam: “Maak een bedrag van minimaal € 5,00 over. Onze stichting is bij beschikking van 20 september 2007 door de belastingdienst aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Uw gift is fiscaal aftrekbaar”.
 
De klacht:  Veel mensen komen niet in aanmerking voor fiscale aftrek, omdat hun gift in totaal minder zal zijn dan 1% van het drempelinkomen, waarboven pas mag worden afgetrokken. Ook de periodieke aftrekmogelijkheid wordt niet besproken.  
 
Het verweer: De bestreden mededeling is destijds opgenomen omdat deze volgens adverteerder correct is. Adverteerder staat echter open voor suggesties. Commissie wijst de klacht af: het is niet aan adverteerder om te wijzen op alle factoren waarvan fiscaal voordeel afhangt. 

Naar het oordeel van de Commissie zullen de mededelingen:
Onze stichting is (..) door de belastingdienst aangemerkt als Algemeen Nut Beogende  Instelling (ANBI). Uw gift is fiscaal aftrekbaar” door de gemiddelde consument worden opgevat in die zin dat de gift bij de aangifte Inkomstenbelasting kan worden opgegeven als aftrekpost, waarna -al naar gelang de hoogte van de gift en eventuele andere opgegeven giften in relatie tot het zogenaamde drempelinkomen dan wel de vraag of er sprake is van een periodieke gift- door de Belastingdienst wordt bepaald of de gift daadwerkelijk een belastingvoordeel meebrengt. Het is naar het oordeel van de Commissie niet aan adverteerder om in een uiting als de onderhavige te wijzen op het feit dat het daadwerkelijk genieten van fiscaal voordeel afhangt van voornoemde factoren.

RB 1088

Noemen van de verkoopprijs

CvdM 12 juli 2011, Kenmerk: 24674/2011010138 NOS Studio Sportzomer: De avondetappe.

Als randvermelding. CvdM geeft 50.000 boete aan NOS voor overdreven tonen Eddy Merckx-boek en Sponsorvermelding.

In de uitzending van 4 juli 2010 is aandacht besteed aan het boek Eddy Merckx kunstbox door de presentator van het programma. Het boek is in totaal 91 seconden getoond. Daarbij wordt de prijs van het boek genoemd, er wordt in- en uitgezoomd en er worden aanprijzingen gedaan zoals opgenomen in het onderstaande overzicht. De website van de uitgever is tweemaal getoond voor de duur van (in totaal) 21 seconden en is daarnaast meerdere malen door de presentator vermeld. Bijgaand de uitwerking van beeld en geluid van het item.

Niet toegestane reclame-uiting
19. De NOS voert met betrekking tot hetgeen door het Commissariaat in het sanctievoornemen is overwogen omtrent het boek Eddy Merckx kunstbox aan dat er journalistieke aanleiding bestond om aandacht te besteden aan het boek. Hoewel toegegeven wordt dat de presentator zich in lovende bewoordingen omtrent het boek heeft uitgelaten, dient bedacht te worden dat dit een gebruikelijke wijze is om gasten in een live-uitzending te bejegenen. Een verkoopbevorderend effect op het boek is daarmee evenwel niet beoogd. Bovendien was dit niet mogelijk, aangezien het boek op het moment van uitzending reeds nagenoeg was uitverkocht. Het noemen van de verkoopprijs van het boek dient ook in een bepaalde context geplaatst te worden; de extreem hoge prijs (€ 995,-) is niet genoemd om de kijker tot aankoop te bewegen maar om aan te duiden welk een exclusief en onbereikbaar product het betreft. De NOS vergelijkt dit met het noemen van de verkoopprijs van een dure sportauto, zoals een Ferrari, in een programma gewijd aan auto’s. Ook daarvan gaat geen verkoopbevorderend effect uit, aldus de NOS.

20. Ten aanzien van de overwegingen van het Commissariaat dat de uitingen omtrent de racefietsen eveneens een niet toegestane reclame-uiting opleveren heeft de NOS geen zienswijze gegeven.

30. Daartoe is van belang dat de racefietsen van BeOne, Koga en Carbonfreaks identificeerbaar in beeld zijn gebracht tijdens de uitzendingen. Zo was tijdens het afbeelden van de weekprijs (de racefiets) de naam van de fabrikant duidelijk zichtbaar en werd tweemaal per week de website van de fabrikant duidelijk in beeld gebracht. Verder is het Commissariaat, onder verwijzing naar het bovenstaande, van oordeel dat hier geen sprake is van een bijdrage van ondergeschikte betekenis in de zin van de BSPO, nu door de NOS is aangegeven dat elk van de fietsen een waarde van rond de € 2000,- per stuk vertegenwoordigen. Gelet op het bovenstaande merkt het Commissariaat BeOne, Koga en Carbonfreaks dan ook aan als sponsors van het programma.

31. Op grond van artikel 2.107, eerste lid, van de Mediawet 2008 wordt bij gesponsord media-aanbod ter informatie van het publiek duidelijk vermeld dat en door wie het mediaaanbod is gesponsord. Het Commissariaat heeft geconstateerd dat aan het begin noch aan het einde van het programma een sponsorvermelding van de hierboven genoemde fietsenfabrikanten heeft plaatsgevonden.

32. Gelet op het voorgaande is het Commissariaat van oordeel dat de NOS artikel 2.107, eerste lid, van de Mediawet 2008 heeft overtreden.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 11 - 20 van 28