RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Misleidende en vergelijkende reclame  

RB 3992

Eerste volle bingokaart: klacht over gegarandeerde prijs VriendenLoterij afgewezen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 13 mrt 2026, RB 3992; 2025/00657 (Klager tegen VriendenLoterij), https://reclameboek.nl/artikelen/eerste-volle-bingokaart-klacht-over-gegarandeerde-prijs-vriendenloterij-afgewezen

RCC 13 maart 2026, RB 3992; 2025/00657 (Klager tegen VriendenLoterij). De zaak betreft de online reclame-uiting van de VriendenLoterij, waarin op de website bij de bingo-actie stond: “Volle kaart? Dan heeft u BINGO! De eerste volle Bingokaart wint iedere week gegarandeerd €25.000!”. Klager had drie loten gekocht en daarbij gratis bingokaarten ontvangen, en kreeg bij een trekking een volle kaart. Op basis van de tekst op de website ging klager ervan uit dat hij daarmee aanspraak had op de gegarandeerde prijs van €25.000, en voelde zich misleid toen bleek dat hij deze prijs niet kreeg omdat zijn bingo niet de eerste volle kaart van het spel was. De VriendenLoterij voerde aan dat klager de uiting verkeerd had gelezen: de tekst zegt niet dat elke deelnemer met een volle bingokaart €25.000 wint, maar koppelt de prijs expliciet aan “de eerste volle bingokaart” in het spel, wat ook zo wordt uitgelegd op de uitslagenpagina waar per getrokken bal is te zien bij welke bal de eerste bingo valt en welke prijzen gelden voor latere bingo’s. Volgens de adverteerder is de prijs van €25.000 daarmee wel degelijk gegarandeerd voor iedereen die (eventueel tegelijkertijd) als eerste bingo heeft, maar niet voor spelers die later in het spel een volle kaart behalen. Van misleiding zou daarom geen sprake zijn.

RB 3989

Misleidende parkeerinformatie bij Booking.com‑accommodatie ‘Cottage’ in Bristol

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 feb 2026, RB 3989; 2026/00015 (Klager tegen Booking.com), https://reclameboek.nl/artikelen/misleidende-parkeerinformatie-bij-booking-com-accommodatie-cottage-in-bristol

RCC 24 februari 2026, RB 3989; 2026/00015 (Klager tegen Booking.com). De zaak betreft een reclame-uiting op de website van Booking.com voor de accommodatie “Cottage” in Bristol (VK), waarin staat: “Free parking is available on-site, ensuring convenience for all visitors”. Volgens klager is de informatie over parkeren tegenstrijdig. Op de website van Booking.com wordt “gratis parkeren op het terrein” beloofd, in de boekingsbevestiging staat “gratis openbare parkeergelegenheid nabij” en op de website van de accommodatie zelf wordt vermeld dat langs de weg op 100 meter afstand kan worden geparkeerd. Klager heeft meerdere keren om duidelijkheid gevraagd over de afstand tot de parkeerplek, maar kreeg geen helder antwoord en heeft daarom de niet-restitueerbare boeking binnen twee dagen geannuleerd. Klager stelt dat hem aanvankelijk een terugbetaling in het vooruitzicht was gesteld en begrijpt daarnaast niet hoe een “Room Cancellation Insurance” kan worden aangeboden terwijl tegelijk wordt vermeld dat geen recht op terugbetaling bestaat bij annulering. De verzekeringstussenpersoon (verweerder sub 1) voert aan dat de annuleringsverzekering een regulier verzekeringsproduct is dat bedoeld is om specifieke onvoorziene gebeurtenissen (zoals ziekte of werkloosheid) te dekken en dat vóór aankoop alle relevante productinformatie, polisvoorwaarden en verzekeringskaart beschikbaar zijn, zodat de klant een geïnformeerde keuze kan maken. Booking.com (verweerder sub 2) stelt dat in de boekingsbevestiging duidelijk staat dat het gaat om “gratis openbare parkeergelegenheid nabij” en dat een loopafstand van circa 100 meter daarmee in overeenstemming is; bovendien is de algemene beschrijving inmiddels aangepast naar “Roadside parking”, en benadrukt Booking.com dat zij afhankelijk is van de informatie van de accommodatiehouders en bij signalen over onjuistheden actie onderneemt.

RB 3986

Prijsdifferentiatie via Google Shopping geen misleidende handelspraktijk

Nederland 12 sep 2025, RB 3986; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept), https://reclameboek.nl/artikelen/prijsdifferentiatie-via-google-shopping-geen-misleidende-handelspraktijk

Parket bij de Hoge Raad 12 september 2025, RB 3986; IT 5157; ECLI:NL:PHR:2025:985 (Digital Revolution tegen Media Concept). De P-G gaat in deze conclusie in op de vraag of prijsverschillen tussen aanbiedingen via Google Shopping en een eigen webshop kunnen worden aangemerkt als misleidende reclame of een oneerlijke handelspraktijk in de zin van het Unierecht. Aanleiding vormt een geschil tussen concurrenten, waarin Media Concept printercartridges via Google Shopping tegen een lagere prijs en met een afnamebeperking aanbood, terwijl op de eigen website een hogere prijs gold zonder die beperking.

RB 3975

Uitspraak ingezonden door Anna van Essen, Leeway.

Reclame “Revolutionair Bodyfeel™ Materiaal” voor condoom niet misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 5 feb 2026, RB 3975; 2025/00434 (Klager tegen voorzitter), https://reclameboek.nl/artikelen/reclame-revolutionair-bodyfeel-materiaal-voor-condoom-niet-misleidend

RCC 5 februari 2026, RB 3975; 2025/00434. Klager stelt dat de reclame-uiting “Revolutionair Bodyfeel™ Materiaal” voor het nieuwe condoom van Durex oneerlijk en misleidend is, omdat het woord “revolutionair” indruk wekt dat het om een nieuw materiaal gaat, terwijl het condoom van nitril is gemaakt. Nitril is een bestaand materiaal, dat al in andere producten wordt toegepast. Verder stelt klager dat met de aanduiding TM de indruk wordt gewekt dat dit beschermd zou zijn met een merkrecht, terwijl dat niet het geval is. Adverteerder voert in eerste aanleg zelf gemotiveerd verweer en onderbouwt dat de toepassing van nitril in een condoom voor mannen een baanbrekende innovatie betreft en dat de reclame niet misleidend is. De voorzitter van de Reclame Code Commissie wijst de klacht af. De voorzitter verwijst naar eerdere rechtspraak en een uitspraak van het College van Beroep, waaruit volgt dat het symbool ‘TM’ in Nederland geen juridische betekenis heeft, maar door consumenten wel kan worden opgevat als een verwijzing naar een merkrecht. Of dit misleidend is, hangt af van de context van de reclame-uiting en de indruk die deze als geheel wekt bij de gemiddelde consument. De voorzitter oordeelt dat “Bodyfeel TM ” in de reclame-uiting vooral beschrijvend wordt gebruikt voor het materiaal van het condoom en de daarmee geclaimde gebruikservaring. Omdat adverteerder aannemelijk heeft gemaakt dat zij als pionier een nieuw materiaal voor mannencondooms gebruikt met onderscheidende eigenschappen, is het gebruik van “TM” gerechtvaardigd. De gemiddelde consument wordt daardoor niet misleid en de klacht wordt afgewezen. Klager gaat tegen de beslissing van de voorzitter in beroep. Klager voegt aan zijn eerdere betoog toe dat het gaat om de vraag of geadverteerd mag worden met “revolutionair materiaal” als je eigenlijk bedoelt “revolutionaire toepassing van bestaand materiaal”. Klager stelt verder dat relevante onderbouwing en uitleg van de claim ontbreekt en dat het niet duidelijk is dat het om een condoom van nitril gaat.

RB 3973

IQOS-omruilservice kwalificeert als tabaksreclame

Rechtspraak (NL/EU) 17 feb 2026, RB 3973; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris), https://reclameboek.nl/artikelen/iqos-omruilservice-kwalificeert-als-tabaksreclame

Rechtbank Rotterdam 17 februari 2026, IEF 23306; RB 3973; ECLI:NL:RBROT:2026:1408 (Philip Morris Investments B.V. tegen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris). De rechtbank Rotterdam beoordeelt een door de staatssecretaris van VWS opgelegde bestuurlijke boete van € 45.000 aan Philip Morris Investments B.V. wegens overtreding van het reclameverbod van art. 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet (Trw). Centraal staat of het online omruilprogramma voor het elektronische verhittingsapparaat IQOS (ILUMA) “reclame” is in de zin van art. 1 Trw. De rechtbank oordeelt dat dit zo is, op beide gronden van de definitie: (i) het is een handeling in de economische sfeer met (mede) het doel de verkoop van tabaksproducten/aanverwante producten te bevorderen, mede omdat Philip Morris belang heeft dat ook bezitters van een goed werkend oud apparaat overstappen vanwege de non-compatibiliteit met nieuwe tabaksticks (TEREA) en het verdwijnen van HEETS; en (ii) het is een commerciële mededeling die het aanprijzen/bekendheid geven tot doel dan wel (on)rechtstreeks gevolg heeft. Daarbij weegt mee dat de website-informatie verder ging dan strikt noodzakelijk en op punten wervend was (“profiteren”, “voordelen”, “nieuwste innovatie”, en een geruststellende/emotionele formulering over “geen zorgen … in de toekomst”), zodat het niet kan worden afgedaan als louter (verplichte) productinformatie; ook beperkte toegankelijkheid voor (vermeend) bestaande 18+ gebruikers maakt het niet anders.

RB 3969

Afwijzing IE-vorderingen inzake vouwbare oprijplaten

Rechtspraak (NL/EU) 29 jan 2026, RB 3969; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]), https://reclameboek.nl/artikelen/afwijzing-ie-vorderingen-inzake-vouwbare-oprijplaten

Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2025, IEF 23281; ECLI:NL:RBZWB:2025:9811 ([producent A] tegen [producent B]). In het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorderde producent A onder meer een verklaring voor recht dat producent B inbreuk maakte op haar auteursrechten op vouwbare oprijplaten met scharnierconstructie, zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing en misleidende of vergelijkende reclame, alsmede diverse verboden, rectificatie, terughaal- en vernietigingsmaatregelen en schadevergoeding. De rechtbank toetst het beroep op auteursrecht aan art. 1 en 10 Aw, uitgelegd conform de rechtspraak van het HvJ EU (o.a. Cofemel en Brompton): vereist is dat het voortbrengsel een oorspronkelijk werk is dat het resultaat vormt van vrije en creatieve keuzes. De door producent A aangewezen elementen, het profielpatroon, de handgrepen, het scharnier en het (optionele) kantelbare klepprofiel, acht de rechtbank overwegend technisch of functioneel bepaald. Producent A heeft onvoldoende concreet onderbouwd welke creatieve keuzes daarin tot uitdrukking komen. Ook de combinatie van deze elementen levert geen eigen intellectuele schepping op. De oprijplaat mist daarom het vereiste oorspronkelijk karakter en komt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking.

RB 3961

Reclame Mother's Earth-wasstrips misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 29 okt 2025, RB 3961; 2025/00437 (klager tegen adverteerder), https://reclameboek.nl/artikelen/reclame-mother-s-earth-wasstrips-misleidend

RCC 29 oktober 2025, RB 3961; LS&R 2338; 2025/00437 (klager tegen adverteerder). De klacht betreft reclame-uitingen van Mother’s Earth over haar wasstrips, waarin wordt geclaimd dat deze “vrij van plastic” en “vrij van microplastics” zijn. Klager stelt dat deze uitingen misleidend zijn omdat de wasstrips polyvinylalcohol (PVA) bevatten, een synthetisch en wateroplosbaar polymeer dat volgens hem het milieu belast en als microplastic kan worden beschouwd. De bestreden claims zijn duurzaamheidsclaims in de zin van de Code voor Duurzaamheidsreclame (CDR). Op grond van artikel 3.1 CDR moeten zulke claims duidelijk, specifiek, juist en ondubbelzinnig zijn om misleiding te voorkomen.  

RB 3950

Uitspraak ingezonden door Meyke Rietveld, Bird & Bird

Geen vergelijkende of misleidende reclame over gediplomeerde opticiens; goedkoopste bril gratis betreft essentiële informatie

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 nov 2025, RB 3950; (UFON tegen Specsavers), https://reclameboek.nl/artikelen/geen-vergelijkende-of-misleidende-reclame-over-gediplomeerde-opticiens-goedkoopste-bril-gratis-betreft-essentiele-informatie

RCC 6 november 2025, IEF 23137, RB 3950; 2025/00400 (UFON tegen Specsavers). De zaak betreft drie uitingen van Specsavers: (a) een tv-reclame waarin onder meer wordt gezegd dat een oogmeting bij Specsavers altijd gratis is, Specsavers alleen werkt met gediplomeerde opticiens, en dat in Nederland iedereen zich opticien mag noemen, (b) een website-uiting met “Bril met kraswerende glazen vanaf €15” en “+ 2e bril gratis”, en (c) een webpagina “Regulering” op de website van Specsavers waarin uitleg wordt gegeven over het ontbreken van wettelijke regulering voor het beroep van opticien en dat Specsavers alleen werkt met opticiens met een overheidserkend diploma. UFON klaagt dat de tv-reclame ongeoorloofde vergelijkende en misleidende reclame vormt, dat de online uiting “vanaf €15 + 2e bril gratis” misleidend is door het ontbreken van essentiële actievoorwaarden, en dat ook de tekst “Regulering” en het ontbreken van informatie over een looptijd misleidend zijn. De klachten worden grotendeels afgewezen.

RB 3940

Doorverkoop van HP-cartridges zonder buitenverpakking mag, maar aanprijzen als “milieuproduct” of “nieuw” is misleidend

Nederland 19 nov 2025, RB 3940; ECLI:NL:RBDHA:2025:21668 (HP tegen Digital Revolutions c.s.), https://reclameboek.nl/artikelen/doorverkoop-van-hp-cartridges-zonder-buitenverpakking-mag-maar-aanprijzen-als-milieuproduct-of-nieuw-is-misleidend

Rb. Den Haag 19 november 2025, IEF 23111; RB 3940; ECLI:NL:RBDHA:2025:21668 (HP tegen Digital Revolutions c.s.). In deze zaak staat HP tegenover Digital Revolutions c.s. (o.a. 123inkt). Digital Revolutions verkocht originele HP-inkt- en lasercartridges die eerder rechtmatig in de EER in de handel waren gebracht, maar vaak zonder de originele buitenverpakking. Die cartridges werden online aangeprezen als “milieuverpakking”/“milieuproduct” en in sommige gevallen als “nieuw” of “in perfecte staat”. HP vond dat dit merkinbreuk opleverde omdat de toestand van de waar zou zijn gewijzigd (verpakking weg), essentiële informatie en echtheidskenmerken zouden ontbreken en het premium-imago van het merk zou worden aangetast. Daarnaast stelde HP dat de marketing misleidend was en een oneerlijke handelspraktijk vormde. HP eiste onder meer een verbod op verkoop zonder buitenverpakking, een verbod op de termen “milieuverpakking/milieuproduct/retouren”, schadevergoeding, rectificatie/recall en opgave van herkomst- en verkoopgegevens.

RB 3937

HR verwerpt cassatieberoep in zaak over printercartridges

Rechtspraak (NL/EU) 7 nov 2025, RB 3937; ECLI:NL:HR:2025:1663 (Digital Revolution tegen Google), https://reclameboek.nl/artikelen/hr-verwerpt-cassatieberoep-in-zaak-over-printercartridges

HR 7 november 2025, RB 3937; ECLI:NL:HR:2025:1663 (Digital Revolution tegen Google). Deze zaak gaat over reclame-uitingen over printercartridges via Google Shopping. Na een zoekopdracht naar bepaalde types printercartridges vertoonde Google Shopping onder meer een mededeling van de website www.prindo.nl (geëxploiteerd door Media Concept), met daarbij een vermelde prijs en de knop “Site bezoeken”. Een klik op deze knop bracht de bezoeker op een bij prindo.nl ingerichte ‘landingspagina’, waar de genoemde cartridge tegen de op Google Shopping getoonde prijs te koop was. Er gold daarbij een restrictie tot één exemplaar per bestelling per klant. Bij een direct bezoek aan prindo.nl kon hetzelfde type printercartridge worden besteld, maar tegen een andere (hogere) prijs en zonder de restrictie tot één exemplaar per bestelling per klant. Digital Revolution, de partij achter 123inkt.nl en concurrent van Media Concept, betoogt in de parallelle procedure dat Media Concept zich met deze handelwijze schuldig maakt aan een oneerlijke handelspraktijk (art. 6:193a e.v. BW), aan misleidende reclame (art. 6:194 BW) en aan ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW). In deze procedure heeft zij Google, aanbieder van Google Shopping, vanwege dezelfde feiten in rechte betrokken. Het hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van misleiding en dus evenmin van een oneerlijke handelspraktijk of van misleidende reclame. Ook het betoog dat sprake zou zijn van ongeoorloofde vergelijkende reclame heeft het hof verworpen. De P-G acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of in strijd met het recht. De conclusie van de P-G strekt tot verwerping van het cassatieberoep [RB 3933].