Interventie door consumentenbeschermingsorganisatie
Conclusie AG HvJ EU 12 december 2013, zaaknr. C-470/12 (Pohotovost') - dossier
Prejudiciële vragen gesteld door Okresný súd vo Svidníku, Slowakije.
Uitlegging van artikel 6, lid 1, en artikel 8 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29) alsmede van de artikelen 38 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Overeenkomst voor consumentenkrediet – Gedwongen tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis – Verzoek om interventie van een vereniging voor bescherming van de consumentenrechten in de tenuitvoerleggingsprocedure – Nationale wettelijke regeling die niet voorziet in de mogelijkheid van een interventie van derden – Mogelijkheid voor de nationale rechterlijke instantie om een dergelijke interventie toe te staan.
De Advocaat-Generaal concludeert:
De bescherming die de consument wordt verleend door in het bijzonder de artikelen 6, lid 1, 7, lid 1, en 8 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, gelezen in samenhang met de artikelen 38 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat deze bescherming in omstandigheden als in het hoofdgeding zich niet verzet tegen een bepaling van nationaal recht, volgens welke een vereniging voor consumentenbescherming zich niet mag voegen in een procedure van gedwongen tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis. Deze bepalingen verzetten zich er evenmin tegen dat de rechter toestaat dat die vereniging zich voegt in een executieprocedure van een arbitraal vonnis.
Gestelde vragen:
1) Moeten de artikelen 6, lid 1, 7, lid 1, en 8 van richtlijn 93/13[...], gelezen in samenhang met de artikelen 38 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een bepaling van nationaal recht als artikel 37, leden 1 en 3, van het wetboek van tenuitvoerlegging, volgens welke een vereniging voor de bescherming van consumentenrechten zich niet mag voegen in de tenuitvoerleggingsprocedure?
2) Indien de eerste vraag aldus wordt beantwoord dat de genoemde bepaling niet in strijd is met het recht [van de Unie], moeten de bepalingen van artikel 37, leden 1 en 3, van het wetboek van tenuitvoerlegging dan aldus worden uitgelegd dat zij zich er niet tegen verzetten dat een nationale rechterlijke instantie krachtens de artikelen 6, lid 1, 7, lid 1, en 8 [van die richtlijn] een vereniging voor de bescherming van consumentenrechten als gevoegde partij toelaat in de tenuitvoerleggingsprocedure?
Uit het persbericht
Stichting Reclame Code (SRC) heeft in de aanwezigheid van al haar ondersteuners het lustrumjaar geopend dat in het teken staat van het 50-jarig bestaan van de Nederlandse Reclame Code. De Nederlandse Reclame Code bevat regels waarin verantwoorde reclame dient te voldoen. De Reclame Code Commissie stelt vast of deze regels zijn overtreden. 97% van alle adverteerders volgt de aanbevelingen van de Reclame Code Commissie op.
Auteursrecht. Toegepaste kunst. Zowel Knoll als Dimensione Direct Sales (DDS) verkopen meubelen naar ontwerp van Marcel Breuer en Ludwig Mies van der Rohe [red. enkel een werk van deze laatste is afgebeeld]. DDS maakt daarvoor reclame op haar internetsite, zoals zij eerder (in 2005/6) adverteerde in diverse (papieren) media. Verweerster is van mening dat de betreffende meubelen als werken van toegepaste kunst auteursrechtelijk zijn beschermd. Zij meent dat DDS met haar reclame het recht schendt dat Knoll heeft om het origineel of kopieën van het werk aan het publiek aan te bieden. Verweerster heeft op grond van auteursrechtelijke aanspraken gevorderd dat het verzoeksters wordt verboden om in Duitsland meubels aan te bieden die niet van verweerster afkomstig zijn en die overeenstemmen met de in het verzoekschrift weergegeven ontwerpen. Voorts heeft zij gevorderd dat verzoeksters informatie verstrekken, dat een schadevergoedingsplicht wordt vastgesteld en dat de uitspraak wordt openbaar gemaakt.
Voorzitterstoewijzing. Misleiding. Prijsaanduiding. Het betreft een advertentie in het Algemeen Dagblad voor de “Correct Superdeal” waarin een “Toshiba 32L4333DG FULL HD LED SMART TV” wordt aangeboden voor € 399,--. Boven de prijs staat “Leverbaar in de beeldmaten 82 of 98 cm. Afm. 32 inch TV 73.6x50.4x8,5 cm. Afm. 39 inch 89.1x59x8,5 cm.” Onder de prijs staat: “Ook leverbaar met Toshiba 39L43333DG 99 cm Smart/Cloud TV. Correct Superdeal Setprijs 499,-“.
Zie eerder
Aanbeveling. Het betreft een reclame-uiting waarin onder de aanhef: “Bye Bye Wifi. Giga veel data. Retesnel 4G KPN netwerk” een Hi Medium 4G 1 GB abonnement wordt aangeboden in combinatie met een iPhone 4 8GB”.
Afwijzing. Het betreft het op het winkelraam van het Blokker-filiaal in de Ferdinand Bolstraat te Amsterdam aangebrachte raambiljet met als kop: