Vattenfall pleegt oneerlijke handelspraktijk met onjuiste informatie over tariefwijzigingen
Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2025, RB 4116; ECLI:NL:GHAMS:2025:704 (Vattenfall tegen [geïntimeerde]). In deze zaak gaat Vattenfall in hoger beroep tegen een vonnis over een variabel energiecontract dat [geïntimeerde] in 2013 sloot met haar rechtsvoorganger. De Algemene Voorwaarden 2017 geven Vattenfall in art. 19 lid 3 en 4 de bevoegdheid om de leveringstarieven eenzijdig te wijzigen vanwege onder meer ontwikkelingen op de energiemarkt, prijs- en inkooprisico’s en wijzigingen in de kostenstructuur. Vattenfall wijzigde de tarieven doorgaans per 1 januari en 1 juli, maar kondigde op 22 maart 2022 vanwege de gestegen energieprijzen een extra verhoging per 1 april 2022 aan. Op haar website stond tegelijkertijd dat de tarieven bij een variabel contract twee keer per jaar wijzigen. De kantonrechter oordeelde dat deze mededeling een oneerlijke handelspraktijk vormde, verklaarde het eenzijdige wijzigingsbeding oneerlijk en vernietigde het. Vattenfall bestrijdt deze oordelen in hoger beroep.