RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Tabak  

RB 933

Overtreding Woningwet alleen op betrekking op vervanging lamellen

DSC_4902_2010-10-01_16-12-08_640x425.JPGRaad van State 18 mei 2011, LJN BQ4936 (Dagelijks bestuur stadsdeel centrum tegen sigarenmagazijn)

Reclamerecht. Sigarenmagazijn heeft o.a. rolluik vernieuwd en reclame aangebracht op zijpenanten van het pand. Stadsdeel heeft het magazijn opgedragen deze incl. gehele rolluikbak te verwijderen. De rechtbank heeft het het sigarenmagazijn in het gelijk gesteld op bovengenoemde punten en het stadsdeel gaat hiertegen in beroep.

Raad van State: Rechtbank heeft terecht overwogen dat de overtreding van art. 40 lid 1 aanhef en onder a Woningwet alleen betrekking heeft op vervanging lamellen en niet op gehele rolluik, nu het omhulsel al was aangebracht door eerdere huurder. Het betoog omtrent de reclame op de zijpenanten slaagt. De rechtbank heeft ten onrechte het beroep op het gelijkheidsbeginsel beoordeeld. Deze grond was niet in het beroepschrift aan de orde gesteld en daarom hoefde het stadsdeel er geen rekening mee te houden dat het behandeld zou worden bij de rechtbank. Verklaart hoger beroep gegrond, vernietigt uitspraak rechtbank op het punt van de reclame op zijpenanten, bevestigt de uitspraak voor het overige voor zover aangevallen.

2.4.1. De overtreding waar de last op ziet betreft het bouwen zonder bouwvergunning, als bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef onder a, van de Woningwet. Vast staat dat het vervangen van de lamellen door [sigarenmagazijn] aangemerkt dient te worden als bouwen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet en daarvoor een bouwvergunning is vereist. Het dagelijks bestuur was dan ook bevoegd om ten aanzien van [sigarenmagazijn] handhavend op te treden tegen de vervangen lamellen. Het dagelijks bestuur wordt niet gevolgd in zijn betoog dat, nu de rolluikbak en de lamellen tezamen als één bouwwerk dienen te worden beschouwd en dat voor het vervangen van de lamellen werkzaamheden aan de rolluikbak met de daarin bevestigde ophang- en oprolconstructie hebben plaatsgevonden, het ook bevoegd was om ten aanzien van [sigarenmagazijn] handhavend op te treden tegen de aan de voorgevel aangebrachte rolluikbak. De rolluikbak is niet aangebracht door [sigarenmagazijn] en het aanbrengen daarvan kan dan ook niet als een door hem begane overtreding worden aangemerkt. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de overtreding van artikel 40, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet door [sigarenmagazijn] slechts betrekking heeft op de vervanging van de lamellen.
(...)
2.6.1. Dit betoog slaagt. De rechtbank heeft ten onrechte het beroep op het gelijkheidsbeginsel, dat [sigarenmagazijn] in strijd met de goede procesorde eerst ter zitting bij de rechtbank heeft gedaan, beoordeeld. Deze grond is niet in het beroepschrift aan de orde gesteld. Het dagelijks bestuur behoefde er niet op bedacht te zijn dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel, dat eerder in de bezwaarprocedure wel onderdeel van het geding uitmaakte maar in het beroepschrift niet, ter zitting bij de rechtbank opnieuw en verder uitgebreid met nieuwe gevallen aan de orde zou worden gesteld. Daarbij valt ook niet in te zien dat [sigarenmagazijn] de door hem ter zitting aangedragen gevallen niet eerder naar voren heeft kunnen brengen, zodat het dagelijks bestuur daarop naar behoren had kunnen reageren.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)

RB 798

Australië verbiedt reclame op eigen verpakking

RB plaatje Thank you for smoking poisones cigarettes.pngCitaat uit de film Thank you for smoking (trailer):

It is my hope that within the year every cigarette package in America will carry this symbol.

In navolging van Engelands witte reclameloze verpakkingen voor sigaretten, en waar Stivoro in Nederland prijst voor prijsverhoging, lijkt in Australië door te gaan in het verplichten van sigarettenfabrikanten van het plaatsen een gruwelijke foto van een persoon die fysiek lijden door de gevolgen van roken. In het nieuwe rookbeleid staat ook vermeld dat de pakjes verder een vieze groene kleur krijgen. Alleen onderaan op het pakje zal ruimte zijn voor de naam van het merk. Als het parlement akkoord gaat, zal per 1 januari 2012 de wet in werking treden.

smokingaust.jpgDe sigarettenfabrikanten stappen naar de rechter. Naast de vrees voor het missen van inkomsten is het wetsvoorstel in strijd met het merkenrecht, internationale handelsverdragen en intellectuele rechten, zo wordt beweerd... Ook mist het voorstel "grounds of evidence and unintented consequences" (zie hier)

Lees het beleid hier (pdf) op pagina 65, 66 onder 3.4:

Eliminate promotion of tobacco products through design of packaging.
3.4.1 Amend Tobacco Adver tising Prohibition Act 1992 to require that no tobacco product may be sold except in packaging of a shape, size, material and colour prescribed by the government, with no additional design features.
3.4.2 Under take research to establish optimal colours, pack sizes and fonts that would be prescribed.
3.4.3 Amend Trade Practices SPIS (Tobacco) Regulations 2004 to specify exact requirements for plain packaging.
3.4.4 Commence new arrangements.

Twee visies:

Matthew Rimmer, a legal expert at The Australian National University, said the government is fully within its power to regulate the packaging of tobacco products: "Trademarks are a government grant and governments always retain the capacity to regulate that grant," said Rimmer, who wrote a paper urging plain packaging of cigarettes in 2008. "So historically they've always had the provisions, for instance, to ban trademarks on certain things that are contrary to law."

Tim Wilson, an intellectual property and free trade expert at the Institute of Public Affairs in Australia, disagrees, saying the measure would violate international trademark and intellectual property regulations. Stripping the tobacco companies' logos from packaging diminishes the value of their trademarks, which is against the law, he said. (BRON: seatlepi.com)

Praat met ons mee over de merkenrechtelijke benadering van productetiketteringsvoorwaarden in onze (gesloten) LinkedIn-groep.

 

RB 782

Tijdens indienen onderneming: klachtgeld

images?q=tbn:ANd9GcSgtEKycm9NjC9Zzu35StLSUzh0ZuqLhUXdqvXXXH2DD7xn_8oTvnTqQSIygARCC 1 maart 2011, dossiernr: 2010/00929 (Auriculo Van Es)

Reclamerecht. Tabak; stoppen met roken therapie, herkenbaarheid reclame. In deze: beoordeling of op het moment van indienen van de klacht (25 november 2010) de onderneming gedreven werd en klachtengeld verschuldigd is.

Vaststaat dat de echtgenote van klager onder de handelsnaam “Auriculo Van Es” een onderneming heeft gevoerd die zich met vergelijkbare handelsactiviteiten als adverteerder heeft beziggehouden. Op het moment dat de klacht werd ingediend (25 november 2010) stond de onderneming nog ingeschreven in het handelsregister, terwijl op dat moment ook nog de website van de onderneming actief was. Dat dit inmiddels niet meer het geval is, brengt niet mee dat klager als particulier kan worden gezien.

Op het moment van indienen van de klacht had zijn echtgenote immers een zakelijk belang bij de klacht, welk belang geacht moet worden zich ook uit te strekken tot klager. De voorzitter verklaart daarom, onder verwijzing naar artikel 9 lid 2 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Be­roep, artikel 28 lid 2 van dat Reglement van toepassing. Dit brengt mee dat klager klachten­geld verschuldigd is.

De beslissing van de voorzitter 
 
Bepaalt dat klager klachtengeld verschuldigd is. Het klachtengeld dient binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing in het bezit te zijn van de Stichting Reclame Code.

Regeling: Reglement van de RCC en CVB 9 lid 2 en 28 lid 2.