Huistijl kopieerpapier
Voorzieningenrechter Rechtbank ’s-Gravenhage, 23 november 2005, KG 0561225. Advance Agro Paper en 99 Group Center Co. Ltd tegen Schneider Papier Benelux. Ex-distributeur van het product DOUBLE A is verboden TRIPLE A als aanduiding voor kopieerpapier te voeren.
Advance produceert onder meer het kopieerpapier DOUBLE A. Het kopieerpapier is bekend vanwege ludieke reclameacties. Zo is DOUBLE A bekend van de reclamefilm waarin een vrouw hurkt op een kopieerapparaat. Een andere reclame-uiting van Advance speelt in op de betekenis van het Engels woord “Jam”, te weten naast broodbeleg tevens de minder zoete ervaring van het vastlopen van papier in apparaten. Schneider is gedurende vier jaar werkzaam geweest als distributeur in Nederland voor het kopieerpapier onder de naam DOUBLE A van Advance. Advance wil de relatie beëindigen. Partijen komen in een vaststellingsovereenkomst overeen, dat de overeenkomst per 1 september 2005 zal eindigen. Advance betaalt € 300.000,= aan Schneider in verband met de beëindiging.
Na de beëindiging verandert Schneider haar huisstijl en brengt onder meer kopieerpapier op de markt onder de naam “SKY TRIPLE A”. Schneider stuurt daarnaast ook een drietal ansichtkaarten in het kader van de reclamecampagne aan haar klanten waarop dames zijn afgebeeld die zich op en/of in de nabijheid van een kopieerapparaat bevinden. Op de ansichtkaart komen drie verschillende teksten voor: “ARE YOU SINGLE, HANS?”, “FANCY A DOUBLE, HANS?” en “CAN YOU HANDLE SKY TRIPLE, HANS?. Daarnaast verblijdt Schneider een aantal klanten met een glazen potje jam voorzien van het etiket “SKY TRIPLE A JAM“. De Voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een onrechtmatige daad.
“De overeenkomsten tussen de verpakking van het DOUBLE A papier van Advance en het TRIPLE A papier van Schneider zijn evident waar het gaat om de niet alledaagse en onderscheidene – ook niet elders op de betreffende markt voorkomende – combinatie van de kleuren turquoise en donkerblauw. Bovendien is er een duidelijke begripsmatige overeenstemming tussen de naam DOUBLE A en TRIPLE A. Alleen al deze factoren maken de punten van overeenstemming tussen de in het geding zijnde producten zo groot dat daar door verwarring bij het in aanmerking komend publiek kan ontstaan. De overeenstemming is bovendien zo danig dat op voorhand niet aannemelijk lijkt dat er toeval in het spel is.”
Van toeval is volgens de voorzieningenrechter ook geen sprake omdat tijdens de zitting de directeur van Schneider heeft erkend dat toeval geen rol heeft gespeeld en heeft laten weten, dat een bedrag van € 300.000,= “allerminst de schade dekt die Schneider als gevolg van het eindigen van de distributieovereenkomst heeft geleden.” De ex-distributeur had afstand behoren te houden en dat heeft zij niet gedaan. “Het aanhaken heeft zich niet alleen beperkt tot het in hoge mate nabootsen van dat product, doch zich ook heeft uitgestrekt tot het imiteren van de reclame-uitingen van de leverancier. De vorderingen van Advance worden grotendeels toegewezen, waaronder het als voorschot op schadevergoeding door Advance gevorderde bedrag van € 100.000,=. De voorzieningenrechter oordeelt : “Bij Schneider heeft, blijkt de uitlatingen van haar directeur ter terechtzitting, kennelijk de bedoeling voorgezeten de zojuist gesloten beëindigingovereenkomst – meer in het bijzonder voor wat betreft de daarbij overeengekomen finale kwijting – met voeten te treden door, aanhakend aan de bekendheid van het product van Advance, extra inkomsten te genereren ten detrimente van Advance”. Had Schneider zich beperkt tot de reclame-uitingen dan had zij wellicht met succes kunnen beroepen op de parodie-exceptie. Lees het vonnis hier
Kost dat?
Twee beslissingen van de Reclame Code Commissie van 22 november 2005:
- Het is niet de eerste keer dat telefoonaanbieders elkaar het (reclame)licht in de ogen niet gunnen. Dit keer is Tele2 ten strijde getrokken tegen UPC als Tiscali. Allereerst klaagt Tele2 tegen twee commercials van Tiscali. Tele2 stelt dat de reclames onvolledig en misleidend zijn, omdat niet onmiskenbaar duidelijk wordt gemaakt dat het in de commercial genoemde bedrag slechts voor de eerste drie maanden geldt. De commissie gaat hier in mee. Het feit dat onder in beeld de mededeling dat het product "De eerste drie maanden € 24,95 per maand" kost doet hieraan niet af. Ook de verwijzing naar de website neemt de onvolledigheid niet weg. De Commissie beveelt dan ook aan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
- De tweede klacht betreft 3 commercials van UPC, waarin groot in beeld verschijnt: "Tijdelijk € 24,95 per maand". De RCC oordeelt hierover: "Weliswaar wordt duidelijk gezegd en in beeld gebracht dat het bedrag van € 24,95 per maand een tijdelijk karakter heeft doch niet duidelijk is hoelang sprake is van deze tijdelijke prijs en welk (hogere) bedrag de resterende maanden van de voor het product geldende minimale abonnementsperiode van één jaar verschuldigd is". Ook hier geldt dat de verwijzing naar de website de onvolledigheid niet wegneemt. Evenmin kan een beroep worden gedaan op de gehanteerde 'try & buy"-garantie. Het bestaan van deze garantie betekent niet dat de consument niet duidelijk moet worden geïnformeerd over een zo essentieel gegeven als de prijs van het product. Tot slot leidt ook het feit dat men zich slechts via de website of telefonisch kan abonneren niet tot een ander oordeel.
Lees hier en hier de beslissingen (Met dank aan Erik Vollebregt, Clifford Chance).
Eerlijke concurrentie
De NRC bericht dat de PvdA-fractie in de Tweede Kamer vindt dat de reclameregels voor de Nederlandse commerciële omroepen minder streng moeten worden. Zo zou een einde gemaakt kunnen worden aan de de huidige ongelijke situatie waarin SBS en Talpa zich wel moeten houden aan de Nederlandse reclameregels, terwijl de ‘Nederlandse’ RTL-zenders in het reclameparadijs Luxemburg zo’n beetje kunnen doen wat ze willen.
Tweede-Kamerlid Martijn van Dam (PvdA): ,,Wij vinden dat je de hoeveelheid reclame kunt overlaten aan de markt. Als er te veel reclame te zien is, zal de kijker dat afstraffen door weg te zappen.'' Hij wil ook de discussie aangaan ,,in hoeverre de overheid burgers moet beschermen''. En bovendien: ,,Als de digitale videorecorder zijn intrede doet, zullen kijkers masaal reclame door gaan spoelen. Je moet commerciële omroepen daarom de mogelijkheid geven op andere manieren - ook tijdens programma's - reclame te maken.'' Reclame bij publieke omroepen moet wel aan regels gebonden blijven.
Waarheden
Interessante zaak: Aan welke normen moet een persbericht over een rechterlijke uitspraak voldoen? Voorafgaand aan een rechtszaak mag vrijwel alles gezegd worden, maar daarna? Is een persbericht ook reclame of ‘gewoon een mening’? En een persbericht over een persbericht?
Tiscali werd vrijdag opnieuw door KPN gedagvaard, omdat KPN vindt dat zijn concurrent onterecht de overwinning claimt in de rechtszaak van de dag ervoor (vonnis hier). Op vordering van KPN verbood de voorzieningenrechter Tiscali om nog langer de uitlatingen ‘Altijd gratis bellen’ en ‘24,95 per maand’ en ‘Bespaar 300,- per jaar’ te gebruiken. Alleen het gebruik van de uitlating ‘Geen kpn meer nodig’ werd niet verboden. Volgens het persbericht van Tiscali was dat laatste punt echter het belangrijkste.
"Tiscali gaat voorbij aan het feit dat wij de wedstrijd hebben gewonnen", aldus een KPN-woordvoerder. "Het is 3-1 geworden voor KPN, maar Tiscali claimt dat hun ene doelpunt het mooiste is dat ooit werd gescoord." (Wat in een voetbalwedstrijd natuurlijk heel goed zou kunnen). Tiscali noemt de dagvaarding van KPN ‘stuitend’. "Wij geven alleen een duidelijke mening over een belangrijk feit voor Tiscali. Dat heet vrijheid van meningsuiting."
Altijd gratis bellen
Voorzieningenrechter Amsterdam, 17 november 2005, KPN/ Tiscali, KG 05-2108.
Als laatste in een reeks van (min of meer) klinkende overwinningen voor KPN in vergelijkende reclame zaken, deze uitspraak van de voorzieningenrechter te Amsterdam. KPN betichtte Tiscali van misleidende reclame en misbruik van haar merknaam. Tiscali beloofde in haar reclame-uitingen op de televisie en op haar website immers altijd gratis bellen, het besparen van 300 EURO, 24,95 per maand en geen KPN meer nodig.
In disclaimers, die niet bij elke uiting aanwezig waren, vermelde Tiscali eventuele beperkende voorwaarden. Na sommaties van de advocaat van KPN heeft Tiscali de uitingen aangepast door disclaimers te plaatsen en bestaande teksten anders te formuleren. Zo werd 'bespaar 300 EURO', 'bespaar gemiddeld 300 EURO per jaar' waarbij Tiscali uitging van een gemiddelde besparing uitgaande van de gemiddelde kosten die (waarschijnlijk door de gemiddelde) consument wordt gemaakt. Dit gemiddelde haalde Tiscali uit een onderzoeksrapport dat verder niet toegankelijk was voor de consument.
Tiscali verweerde zich tijdens het kort geding door te wijzen op de aangepaste teksten en de opgenomen disclaimers. Rullmann heeft echter geen sympathie voor de argumenten van Tiscali. Misleidende reclame wordt aangenomen voor alle televisie-uitingen (dus niet voor uitingen op de website) omdat de dislcaimers in het korte tijdbestek van de commercial niet voldoende opvielen. Echter op één punt kreeg Tiscali gelijk van Rullmann. De uiting 'geen KPN meer nodig' is geen inbreuk op het merkrecht van KPN omdat Tiscali een geldige reden heeft om KPN te noemen. Het is voor de consument immers nieuw dat ze geen abonnement bij KPN meer nodig hebben. Tiscali mag de consument hierover informeren.
Tiscali moet op haar website rectificeren. Rullmann vond rectificatie in een commercial op televisie, zoals was gevorderd door KPN, disproportioneel en wees deze vordering dan ook af.
Lees het vonnis hier. Zie eerder bericht hier. (Met dank aan Jolette Wiersema, DLA Schutgrosheide).
Open en transparant
De Financiële Telegraaf bericht dat Tele2 Nederland de Reclame Code Commissie een klacht heeft ingediend tegen UPC en Tiscali. Tele2 is van mening dat de televisiecommercials van de twee bedrijven misleidend zijn, waar het de genoemde tarieven betreft. Tiscali noemt de klacht van Tele2 "een tamelijk bizarre" situatie. "Wij zijn van mening dat de reclame niet misleidend is," aldus Tiscali. Volgens UPC is het aanbod van het kabelbedrijf "eerlijk, open en transparant" is. De partijen troffen elkaar dinsdagochtend tijdens een zitting voor de Reclame Code Commissie.
Blijvend in prijs verlaagd
Is de slogan 'blijvende prijsverlagingen' misleidend? Een consumentenprogramma van TV Gelderland (Hallo Gelderland) dient een klacht in bij de Reclame Code Commissie over de slogan 'blijvende prijsverlagingen' waar verschillende supermarkten de laatste tijd mee adverteren. Uit onderzoek van de redactie van de omroep is gebleken dat (benaderde) supermarkten aangeven dat producten nooit blijvend in prijs verlaagd kunnen worden. Supermarkten zouden de slogan 'blijvende prijsverlagingen' dan ook niet mogen gebruiken in hun reclame-uitingen, aldus Hallo Gelderland. Lees het persbericht hier.
Rede van Reding
Over het hoofd gezien: redevoering van Viviane Reding, European Commissioner for Information Society and Media over Europe, the media and European media policy, gehouden in Berlijn op 26 september 2005. Redening schetst de Europese toekomst van subliminale reclame, product placement en reclameverboden.
"Ladies and gentlemen, let me make it clear once and for all: as long as I am Commissioner for media policy, there will be no proposals from Brussels for new advertising bans. I will certainly not, for example, allow the advertising of alcohol to be banned.
Nobody should expect me as European Commissioner for the media to follow my liberal course on advertising regulation only with regard to the print media. Consumers, readers, viewers and Internet surfers are entitled to make up their own minds as regards all ways of using the media. Anyone asking me to defend the print media against advertising bans but to maintain outdated restrictions on television advertising is knocking at the wrong door. And they would be acting against their own interests. The tobacco advertising ban shows it is very likely that advertising restrictions applicable to the audiovisual media will at some time be carried over to other media.
This brings us to the final part, the issue of surreptitious advertising and product placement which is currently the subject of heated debate in Germany. Since 1989, surreptitious advertising has been banned in all EU countries under the EU Television Directive. This ban is an important European media policy achievement as it forbids the television viewer from being deliberately misled by the television broadcaster. To avoid any misunderstandings right from now: surreptitious advertising on television has been prohibited since 1989 and will remain so in future under the modernised Television Directive on which we are presently working.
For some years, however, there has been something in the European media landscape which we have known about for a long time from American films but which is very poorly covered by existing statutory regulations: this is the issue of product placement. Product placement raises difficult practical and legal questions for the media supervisory authorities. How, in terms of media law for example, do we rate the BMW which was so often and so prominently visible in the latest James Bond films? And what about the Lotus Esprit which during the first ten minutes of “Pretty Woman” appears – much to my personal regret – more times than Richard Gere? Imagine the headline announcing a decision: “The European Commission bans James Bond films from Europe’s television screens” – now that really would put Brussels on the front pages of the daily newspapers in all 25 EU countries!
But seriously, product placement today occurs in a grey legal area. Not all product placement is covered by the EU-wide definition of surreptitious advertising. According to the Television Directive, surreptitious advertising only exists when three cumulative requirements are met: first, it must be shown that the television broadcaster’s action is deliberate; second, the television broadcasters’ action must be intended to achieve an advertising effect; and, third, there must be a risk of the public being misled as regards the purpose of mentioning or showing the product.
In the case of the James Bond film, it is not the action of the television broadcaster showing the film which is deliberate but rather the action of the Hollywood studio where the film was made. As it is, it is doubtful whether there is any advertising effect when a BMW is cut up into small pieces using a circular saw, as one was in the film “The world is not enough”– a scene BMW opponents took great pleasure in disseminating over the internet saying: “This is the proper way to treat a BMW”. Finally, how daft do we think viewers are if we think this placement of a BMW will mislead them? As you see, much of this is unclear, and two media legal experts are quite likely in such cases to have three different opinions on the subject.
This lack of legal certainty is one of the reasons why the European Commission has been addressing the issue of produce placement since 2003 and has consulted the whole of Europe and received very many informative comments, including from journalists’ associations and the print media. The lack of legal certainty is increased by the fact that most EU countries do not have any statutory regulation of produce placement, but leave the issue to broadcasting organisations themselves or to the judgments of the courts, which makes it extremely difficult to manage this issue from one country to another. In the comments sent to the Commission, European film producers complain that they are at a considerable disadvantage compared with their US competitors because of the unclear legal situation in Europe. US films may be financed through produce placement, while in Europe, where the film industry has to struggle hard against US competition as it is, the legal situation differs from one country to another and it is often unclear whether such financing is legal or not.
In my view, the European Commission must create legal certainty. We must introduce a legal regulation to make it clear what surreptitious advertising is and when product placement may exceptionally be legal. Such a regulation should, in my view, strike a balance between three important public interest objectives: protection of the consumer against being misled; boosting the competitiveness of the European contents industry; and preserving the independence of editors.
The Commission has not yet taken a final decision. I could however imagine a regulation which prohibits any form of product placement in news programmes, reports and documentaries where protection of the independence of the editorial content must have absolute priority in the interests of free reporting. Conversely, I can imagine product placement being allowed in the fictional area – cinema films, television films and television series – provided viewers are clearly informed.
Anyone who looks at the legal situation in Austria will soon see that such statutory rules are quite possible without this being the beginning of the end of the western world as we know it. Furthermore, the distinction, to which I referred, between news and information programmes, on the one hand, and fiction, on the other, would also ensure that the spillover sometimes feared onto the print media would be extremely limited from the very start. The print media must take account of a further new development in the EU: since 11 May 2005, the EU Directive on unfair business practices prohibits so-called “advertorials” throughout Europe, which at least clearly regulates the legal situation for the print media." Lees hier meer
Droog en veilig
De Telegraaf bericht dat de Reclame Code Commissie een klacht over een commercial van City Box waarin Rita Verdonk en Geert Wilders worden gepersifleerd heeft afgewezen. Verdonk adviseert in het spotje om ’uitgeprocedeerde spullen droog en veilig op te bergen in een City Box’. De RCC vindt dat in de commercial op zo’n overdreven en duidelijk humoristisch bedoelde wijze wordt gerefereerd aan het door minister Verdonk gevoerde dan wel voorgestane asielbeleid, dat de commercial niet ontoelaatbaar wordt geacht.
Ondertussen in België
"Foto's waarin tabaksreclame in verwerkt is zijn strijdig met de wetgeving. Wij hebben dit ook al gemeld aan de Raad van de Journalistiek zodat zij dit ook kunnen doorgeven aan alle media. Wij houden eraan u hierover te informeren (...) Schumacher die een testrit maakt in Italië (waar tabaksreclame bovendien niet mag) is geen internationaal evenement, maar een fait-divers. In dat geval is (incidentele of toevallige) tabaksreclame verboden.
Ook indirecte reclame kan niet. M.a.w. het argument dat een tabaksproducent ook kleding maakt gaat niet op. Wanneer zij hun naambekendheid halen uit hun tabaksproducten maakt de kledij op een indirecte manier reclame voor rookwaren." Lees hier meer.