Begrip omgeving bij buitenhaard ruimer dan directe nabijheid
RCC 29 september 2015, RB 2548, dossiernr. 2015/00725 (Begrip omgeving bij buitenhaard ruimer dan directe nabijheid)
VAF vernietigd. Aanbeveling. Buitenhaard. De uiting: Het betreft de aanbieding van de “Buitenhaard” van verweerder sub 2 in de Voorjaarsspecial 2015 van de webwinkel van verweerder sub 1. In de uiting staat, voor zover hier van belang: “Een buitenhaard geïnspireerd op de archetypische fabrieksschoorsteen. Door de lengte van bijna 2 meter kan de rook makkelijk zijn weg omhoog vinden waardoor de omgeving er minder last van heeft.” De klacht: In de reclame-uiting wordt gesuggereerd dat de effecten van houtverbranding op de omgeving worden opgeheven door de lengte van de pijp van de buitenhaard. Het woord ‘omgeving’ wordt in onbepaalde zin gebruikt. Het is volgens klaagster duidelijk dat het gebruik van het product op een door woningen omgeven plaats zeer nare gevolgen heeft voor de omgeving. Het begrip ‘last’ wordt niet nader omschreven, maar volgens klaagster is het bekend dat houtrook op zijn minst 26 zeer schadelijke componenten bevat. De hoogte van de pijp (twee meter) laat alleen in het open veld toe dat de rook wegdrijft op de wind. In elk ander geval zal de rook de huizen van buren binnendringen.
Het oordeel van de Commissie:
1. De klacht betreft de mededeling “Door de lengte van bijna 2 meter kan de rook makkelijk zijn weg omhoog vinden waardoor de omgeving er minder last van heeft”, welke mededeling volgens klaagster ten onrechte suggereert dat de effecten van houtverbranding op de omgeving worden opgeheven door de lengte van de pijp van de buitenhaard. Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de klacht door de voorzitter, omdat in deze beslissing naar het oordeel van klaagster een te beperkte uitleg van de begrippen “minder last” en “omgeving” is gegeven. Volgens klaagster kan het in de uiting niet nader ingevulde begrip “minder last” ook de waarde nul aannemen en zal de gemiddelde consument het begrip ‘omgeving’ interpreteren als ‘het verder gelegen gebied vanaf eigen huis en tuin’.
2. Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument de uiting aldus opvatten dat de buitenhaard dankzij de lengte van de schoorsteenpijp minder rookoverlast oplevert voor de omgeving dan een buitenhaard zonder een dergelijke lange pijp. Dat deze consument daarbij “minder last” mogelijk gelijk stelt aan ‘geen enkele last’ acht de Commissie niet waarschijnlijk. Wel acht de Commissie het aannemelijk dat de gemiddelde consument het begrip “omgeving” niet alleen zal betrekken op de personen die zich in de directe nabijheid van de buitenhaard bevinden, maar ook op de (personen in de) ruimere omgeving, zoals tuinen en woningen in de buurt van de locatie van de buitenhaard. Dat de ‘omgeving’ in deze zin daadwerkelijk minder last van rook ondervindt als gevolg van de lengte van de schoorsteen van de buitenhaard is door verweerders niet aannemelijk gemaakt. Met de voorzitter is de Commissie van oordeel dat een schoorsteenlengte van bijna twee meter ontoereikend moet worden geacht om de rookoverlast van de buitenhaard voor omliggende woningen en tuinen te verminderen.
3. Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de uiting onduidelijk is ten aanzien van de voordelen van de aangeprezen buitenhaard als bedoeld in de aanhef en onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
4. Vast staat dat verweerder sub 1 als adverteerder moet worden aangemerkt. De Commissie acht daarnaast verweerder sub 2 mede verantwoordelijk voor de geconstateerde overtreding van de NRC, nu de uiting waarin de buitenhaard van verweerder sub 2 wordt aangeboden met diens medeweten en medewerking tot stand is gekomen. Aan die verantwoordelijkheid doet niet af dat de tekst voor de uiting niet door verweerder sub 2 is opgesteld, zoals deze heeft aangevoerd.
5. Klaagsters verzoek aan de Commissie om verweerders te verplichten tot het (laten) plaatsen van een rectificatie wordt afgewezen, nu het opleggen van een dergelijke maatregel niet tot de bevoegdheden van de Commissie behoort.
6. Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.
De beslissing:
De Commissie vernietigt de beslissing van de voorzitter en acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt beide verweerders aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Vergelijkende reclame. Vergunninghouder heeft het voornemen ter promotie van haar geneesmiddel Y een in tijdschrift Z verschenen artikel, onder de aandacht van artsen B te brengen. Het gaat om de publicatie van auteur C e.a. met de titel "Switch to geneesmiddel Y versus geneesmiddel A in ziekte D". De vergunninghouder vraagt aan de Codecommissie haar te adviseren of de publicatie van auteur C e.a. aan de door de Code Geneesmiddelenreclame gestelde eisen voldoet om X in de gelegenheid te stellen de uitkomsten van het artikel te delen met de Nederlandse artsen en indien het artikel toelaatbaar is, of het is toegestaan dat te doen in de vorm van de overgelegde reprint carrier met een toelichting op de uitkomsten en grafieken door een commerciële buitendienstmedewerker.
Uitspraak ingezonden door Siobhan Rueter,
Aanbeveling. Vergelijkende reclame. De uiting: A. een uiting in de Vomar Voordeelkrant, waarin een kassabon voor bij Deen Julianadorp op 28 april 2015 gekochte artikelen wordt vergeleken met een kassabon van gelijke datum voor dezelfde (soort) artikelen van Vomar Julianadorp. Het totaalbedrag van de kassabon van Deen is € 80,24 en het totaalbedrag van de kassabon van Vomar is € 72,50. Boven de kassabonnen (en elders in de folder) staat: “Vomar Voordeelmarkt, altijd de laagste prijs”. B. een abriposter in Julianadorp, waarop onder de tekst ”Dit is de nieuwe Vomar” de onder A omschreven kassabonnen van Deen en Vomar zijn afgebeeld. C. de achterzijde van kassabonnen van Vomar waar staat: “8.000 producten voor de laagste prijs. Niet één keer, maar altijd. Dat is de nieuwe Vomar.”
Voorzitterstoewijzing. De uiting: Het betreft de televisiecommercial en het op adverteerders facebookpagina (www.facebook.com/schollnederland) geplaatste filmpje. In deze uitingen is, na de in beeld verschijnende tekst “Wat als…oud recht geeft op nieuw?”, te zien hoe personen hun oude schoenen of hun auto zonder betaling omruilen voor nieuwe schoenen respectievelijk een nieuwe auto. Vervolgens wordt onder meer gezegd: “Nee, in het echte leven kun je niet de oude spullen voor nieuwe omwisselen. Wel, tot nu. Sluit je aan bij 350 Nederlandse vrouwen. Ruil je oude voetvijl nu in voor de nieuwe Scholl Express Pedi. (…) Ga naar www.scholl.nl om te weten hoe.”
Aanbeveling. De uiting: Het betreft de volgende uitingen voor ‘Alcachofa de Laon’ afslankdrankjes: