Dikbilrundvlees Makro niet diervriendelijk
RCC 29 juni 2015, RB 2461; dossiernr. 2015/00572 (betwisting Wakker Dier diervriendelijk dikbilrundvlees)
Aanbeveling. Verpakking en etikettering. Misleiding. De uiting: Het betreft de verpakking van Arden’beef contrafilet, welk product te koop is bij Makro (Amsterdam). Op die verpakking staat onder meer: “gegarandeerde kwaliteit diervriendelijk - vrije uitloop - puur natuur”. De klacht: Makro verkoopt Arden’beef van ‘dikbil runderen’. Blijkens de website www.ardenbeef.com gaat het om “Wit Blauw dikbil rundvlees”. Dikbilrunderen zijn (speciaal) gefokt op ‘extreme bespiering’, hetgeen zorgt voor een hoog slachtrendement.
Oordeel van de Commissie:
Hier is sprake van een absolute claim. De Commissie stelt vast dat op de verpakking niet wordt uitgelegd wat adverteerder met ‘diervriendelijk’ bedoelt. Klaagster heeft gemotiveerd bestreden dat de claim ‘diervriendelijk’ juist is. Daartoe heeft zij ten eerste, onder vermelding van diverse bronnen, zowel in de klacht als ter zitting, gewezen op ongerief dat dikbilrunderen, waarvan het bewuste vlees afkomstig is, ondervinden als gevolg van extreme bespiering. Ten tweede heeft klaagster gewezen op het feit dat dikbilrunderen, meer in het bijzonder Belgisch witblauw runderen, niet of nauwelijks op natuurlijke wijze kunnen bevallen, waardoor met hoge incidentie keizersneden worden toegepast. Klaagster heeft daarbij gesteld dat volgens het zogenaamde Rapport ongerief 2011 de keizersnede tot meer en langere napijn leidt vergeleken met een natuurlijke geboorte. Verder heeft klaagster gesteld dat de keizersnede een verhoogd risico op complicaties, waaronder ontstekingen en bloedingen meebrengt.
Het lag op de weg van adverteerder om, gelet op deze gemotiveerde betwisting door Wakker Dier, de juistheid van de absolute claim ‘diervriendelijk’ aannemelijk te maken. Daarin is adverteerder naar het oordeel van de Commissie niet geslaagd. De Commissie baseert dit oordeel allereerst op het ontbreken van voldoende toelichting van adverteerder op de stelling dat er sprake is van diervriendelijk vlees. Adverteerder heeft ter zitting gesteld dat de gemiddelde consument het begrip ‘diervriendelijk’ zal opvatten in die zin dat de runderen op diervriendelijke wijze worden gehouden. Zij heeft in dit kader gewezen op het door haar gehanteerde “Lastenboek”. Dit Lastenboek bevat volgens adverteerder naast wettelijke verplichtingen, veel aanvullende voorschriften onder meer ten aanzien van diergeneeskundige begeleiding, dierenwelzijn en voer. Omtrent dierenwelzijn zijn, aldus adverteerder, strenge normen opgenomen onder meer met betrekking tot beschikbare oppervlakte leefruimte per dier, ligstro, luchtkwaliteit, de aanwezigheid van water en weidegang. De naleving van deze voorschriften wordt door Arden’beef jaarlijks gecontroleerd, zo heeft adverteerder ter zitting meegedeeld. Deze controle vindt plaats door middel van een bezoek aan de toeleveranciers. Voorts voeren de toeleveranciers zelf ook audits uit. De Commissie is van oordeel dat adverteerder haar stelling dat sprake is van diervriendelijk vlees met de verwijzing naar het “Lastenboek” onvoldoende heeft onderbouwd. Adverteerder heeft zich beperkt tot de stelling dat zij een dergelijk Lastenboek hanteert en dat daarin strenge normen zijn opgenomen onder meer met betrekking tot diergeneeskundige begeleiding, dierenwelzijn en voer maar geen nader inzicht gegeven in de inhoud daarvan en de normen die daarin zijn opgenomen. Voorts heeft adverteerder, gelet op de gemotiveerde stellingen van klaagster op dit punt, onvoldoende onderbouwd weersproken dat de dikbilrunderen ongerief ondervinden door gezondheidsproblemen ten gevolge van de extreme bespiering. In dit kader heeft te gelden dat adverteerder niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat dikbilrunderen ongerief ondervinden, in die zin dat bij hen gezondheidsproblemen voorkomen, die verband houden met extreme bespiering. In dit verband is in de klacht gewezen op ‘terugkerende uitbraken van recessieve afwijkingen’ volgens de EFSA (2012) en op de volgende passage in het Rapport ongerief 2011:
“De aanwezigheid van het dikbilgen leidt daarnaast bij 10% van de kalveren tot afwijkingen, zoals dikke tongen, kromme poten en hart- en ademhalingsproblemen”. Verder is in de klacht gewezen op de constatering van EFSA (2012) dat dikbillen sneller vermoeid zijn bij inspanning, slechter tegen warmte kunnen en heftiger op stress reageren dan niet-dikbillen en op de constatering van Fiems (2012) dat de stieren minder staan, hetgeen nadelige gevolgen kan hebben voor de bloedcirculatie in de hoeven.
Ter zitting heeft Wakker Dier zich nog beroepen op een artikel uit 2015, waarin -naar zij heeft gesteld- staat dat bepaalde koeienrassen, waaronder dikbilrunderen, ‘gekarakteriseerd worden door regelmatige uitbraken van genetische defecten’, waarbij een bepaalde genetische afwijking van de gewrichten (arthrogryposis) als voorbeeld is genoemd. Verder is ter zitting een artikel uit 2014 aangehaald waaruit blijkt dat -zo heeft Wakker Dier gesteld- dikbilkalfjes moeilijker te houden zijn omdat zij ‘significant hogere sterftecijfers kennen’ dan melkkoeien of kruisingen van deze twee rassen.
Bij verweer is namens adverteerder meegedeeld dat het BWB ras misschien iets meer dan andere rassen te kampen heeft met een aantal genetische afwijkingen, maar dat hiermee, door middel van de genetische selectie, rekening kan worden gehouden, teneinde deze genetische afwijkingen zoveel mogelijk te voorkomen. Verder is gewezen op uitlatingen van Prof. Dr. Lips die volgens een door Wakker Dier aangehaald nieuwsbericht heeft meegedeeld dat ondertussen heel veel stappen zijn gezet om alle problemen aan te pakken en dat het Belgisch witblauw evolueert van het ras met de meeste gebreken naar het ras met de minste gebreken ter wereld. Lips erkent “dat de runderen kleinere organen hebben”, maar stelt: “Maar wanneer ze goed gehouden worden, hoeft dat geen probleem te zijn”. De Commissie begrijpt uit het bovenstaande dat problemen in verband met de gezondheid van dikbuilrunderen weliswaar worden aangepakt, maar dat deze nog niet kunnen worden uitgesloten.
Gelet op het bovenstaande, meer in het bijzonder het onvoldoende gemotiveerd weersproken ongerief voor de dikbilrunderen ten gevolge van gezondheidsproblemen en de onvoldoende onderbouwing van de verwijzing naar het “Lastenboek”, is de Commissie van oordeel dat adverteerder de juistheid van de absolute claim ‘diervriendelijk’ niet althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De Commissie laat, nu zij reeds op grond van het vorenstaande tot dit oordeel komt, in het midden of de hoge incidentie aan keizersneden al dan niet aan diervriendelijkheid afdoet. Een en ander leidt tot de conclusie dat de uiting in zoverre gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
b. ‘puur natuur’
Naar het oordeel van de Commissie is ook hier sprake van een absolute claim. De Commissie stelt vast dat op de verpakking niet wordt uitgelegd wat adverteerder met ‘puur natuur’ bedoelt.
Klaagster heeft gemotiveerd bestreden dat de claim ‘puur natuur’ juist is. Daartoe heeft zij onder meer gewezen op het feit dat dikbilrunderen, meer in het bijzonder Belgisch witblauw runderen, niet of nauwelijks op natuurlijke wijze kunnen bevallen, waardoor met hoge incidentie keizersneden worden toegepast.
Het lag op de weg van adverteerder om de juistheid van de absolute claim ‘puur natuur’ aannemelijk te maken. Daarin is adverteerder naar het oordeel van de Commissie niet geslaagd. Ter toelichting geldt het navolgende.
Adverteerder heeft erkend dat Belgisch witblauw (“BWB”) runderen naar hun aard een hoge incidentie keizersneden hebben en heeft niet weersproken dat bij de nazorg van een keizersnede antibiotica worden gebruikt. Reeds hierom acht de Commissie de aanduiding ‘puur natuur’ voor het onderhavige vlees dat -naar klaagster onder verwijzing naar een bij de klacht overgelegde afdruk van www.ardenbeef.com onweersproken heeft gesteld- “wit blauw dikbil rundvlees” betreft, niet juist. Ook in dit opzicht gaat de uiting gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Het verweer dat Arden’beef dikbil rundercontrafilet niet afkomstig is uit de bio-industrie, maar uit de natuurlijke veehouderij en dat de runderen -zoals ter zitting is gesteld- zoveel mogelijk buiten zijn en goede voeding krijgen, leidt niet tot een ander oordeel.Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.
De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Aanbeveling. Digitale marketing communicatie. Misleiding. De uiting: Het betreft een uiting die verscheen als eerste zoekresultaat bij het invoeren van “kieskompas waterschap” op www.google.com. De eerste regel van de uiting luidt: “Stemwijzer 2015 – Provinciale Staten Verkiezing 2015”.
Afwijzing. Detailhandel. Misleiding. De uiting: Het betreft de televisiecommercial van Jumbo over de ‘vierde wachtende in de rij’. In het begin van de commercial is te zien dat een jongetje en een meisje winkeltje spelen. Terwijl het meisje achter de kassa zit, staat het jongetje in de rij voor de kassa te wachten en zegt dan: “Hé, ik ben de vierde wachtende in de rij en er zit niemand aan die kassa, ik krijg de boodschappen gratis!” Het meisje rent hierop huilend naar haar moeder. De moeder van het jongetje zegt tegen hem: “Wat voor ons gewoon is, is niet voor iedereen gewoon.”
Aanbeveling. Misleiding. Digitale marketing communicatie. De uiting: Het betreft de volgende mededeling met betrekking tot de slimme meter op de website enexis.nl, in het onderdeel ‘
Afwijzing. Vastgoed. Bijzondere reclamecode. De uiting: Het betreft een advertentie met - naast de afbeelding van het gebouw genaamd ‘The Edge’ - de tekst: “Groen licht voor het duurzaamste kantoorgebouw van de wereld”. In de advertentie staat voorts onder meer: “Bekijk het verhaal op abnamro.com/ovg” en “The Edge in Amsterdam is uitgeroepen tot het meest duurzame kantoorgebouw van de wereld volgens de BREEAM-rating. OVG Real Estate paste hierin de nieuwste technologieën toe. En heeft nu internationale erkenning gekregen. Wij zijn trots om als financier te hebben bijgedragen aan de nieuwe benchmark voor gebouwen wereldwijd.”
Afwijzing. Buitenreclame. Subjectieve norm. De uiting: Het betreft een abriposter waarop het gezicht van een man met zweetband te zien is en een middelvinger die wordt opgestoken waarboven de aanbieding “3 maanden gratis” staat. De klacht: Klaagster is van mening dat sprake is van een agressieve uiting die ongepast en platvloers overkomt.
Aanbeveling. Misleidende ontbrekende informatie. De uiting: Het betreft de huis-aan-huis folder “10 jaar Dacia 10 dagen feest”, waarin onder andere een Dacia Duster wordt aangeboden met de “50/50-deal”. De klacht: Klagers hebben naar aanleiding van de folder de showroom van Dacia Tiel bezocht, waarbij hun interesse uitging naar een Dacia Duster. Na een uitgebreide voorlichting en een proefrit hebben klagers tot de aankoop van een Dacia Duster besloten. Gekozen is voor de luxe Prestige uitvoering, omdat in de folder de mogelijkheid werd genoemd om te kopen met de 50/50-deal met een renteloze looptijd van 3 jaar. De volgende dag werd klagers door RCI Financial Services meegedeeld dat de financiering geen doorgang kan vinden omdat zij ouder zijn dan 75 jaar. De 50/50-deal zou voor klagers alleen mogelijk zijn indien iemand financieel borg wil staan voor hen. In de folder wordt bij de 50/50-deal echter geen leeftijdsbeperking genoemd.
Klacht gegrond. Vergelijkende reclame. BI brengt het geneesmiddel Pradaxa. Bayer brengt het geneesmiddel Xarelto (werkzame stof: rivaroxaban) in Nederland op de markt. Pradaxa en Xarelto behoren beide tot de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC’s) en zijn rechtstreeks met elkaar concurrerende UR-geneesmiddelen. Bayer dient haar uiting die begin 2015 onder cardiologen is verspreid met de titel “Het dabigatran debacle” (“Notitie”) te rectificeren: Hierin wordt onder meer een vergelijking gemaakt met rivaroxaban en worden beschuldigingen geuit jegens Boehringer Ingelheim samengevat inhoudende dat zij willens en wetens informatie uit klinisch onderzoek zou hebben achtergehouden voor de registratieautoriteiten waaruit zou blijken dat dabigatran een hoger risico geeft op bloedingen dan met monitoring het geval zou kunnen zijn, althans dat Boehringer Ingelheim deze informatie grotendeels zou hebben gebagatelliseerd.
Uitspraak ingezonden door Ilja Morée en Tobias Cohen Jehoram,
Misleidende mededeling. TOM heeft de op haar platform verhandelde opties aangeduid met tickersymbolen die gelijk zijn aan die van Euronext, met als toevoeging een ‘T’. De voorzieningenrechter verbied de merkinbreuk op de AEX-merken [