RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Cosmetica  

RB 4083

Commissie voor verkoop Lifeplus-producten moet kenbaar zijn in Instagrampost

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jul 2026,, RB 4083; 2026/00271 ([klager] tegen [naam influencer] en Lifeplus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/commissie-voor-verkoop-lifeplus-producten-moet-kenbaar-zijn-in-instagrampost

RCC 30 juni 2026, RB 4083; 2026/00271 ([klager] tegen [naam influencer] en Lifeplus). In deze zaak staat een Instagrampost centraal waarin [naam influencer] een lotion van Lifeplus toont en positief bespreekt. In de beschrijving noemt zij een actie waarbij zes producten worden gekocht en één product gratis wordt verstrekt. Ook roept zij volgers op om haar een privébericht te sturen voor meer informatie. Hoewel de influencer de video naar eigen zeggen vanuit een persoonlijke en huiselijke context plaatste, heeft de uiting volgens de Commissie een aanprijzend karakter. De lotion wordt nadrukkelijk getoond en positief besproken, waarna een kortingsactie en een mogelijkheid tot contact over de aanschaf worden genoemd.

RB 4080

Caim ‘tot 10.000 meer haren’ suggereert geen nieuwe haargroei op kale plekken

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 24 jun 2026,, RB 4080; 2026/00259 ([klager] tegen Dove), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/caim-tot-10-000-meer-haren-suggereert-geen-nieuwe-haargroei-op-kale-plekken

RCC 24 juni 2026, RB 4080; RB 2026/00259 ([klager] tegen Dove). In deze zaak staat een televisiecommercial voor Dove Scalp + Hair Therapy centraal. In de commercial wordt geclaimd dat het gebruik van het serum binnen twaalf weken tot 10.000 meer haren kan leiden. Volgens klager wekt deze claim ten onrechte de indruk dat het product nieuwe haren laat groeien op kale plekken. Dove voert aan dat het serum uitsluitend de bestaande haargroei ondersteunt en haaruitval vermindert. Het product stimuleert geen nieuwe haargroei op plekken waar geen haarzakjes meer aanwezig zijn. In een disclaimer wordt bovendien vermeld dat het gaat om een toename van de haardichtheid door ondersteuning van bestaande haargroei en vermindering van haaruitval en dat het product geen behandeling voor kaalheid is.

RB 4063

Influencer en Lifeplus schenden regels voor herkenbare influencerreclame

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 30 jun 2026,, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/influencer-en-lifeplus-schenden-regels-voor-herkenbare-influencerreclame

RCC 30 juni 2026, RB 4063; 2026/00271 (Klager tegen [influencer] en Lifeplus). Een influencer plaatst op Instagram een video waarin haar kinderen haar benen insmeren met een lotion van Lifeplus. In de begeleidende tekst prijst zij het product aan, noemt zij een actie van “6+1 gratis” met gratis verzending en vraagt zij volgers om haar voor informatie een privébericht te sturen. In de video en de tekst wordt niet vermeld dat sprake is van reclame of dat de influencer een commerciële relatie met Lifeplus heeft. De influencer voert aan dat de video vooral een persoonlijk en huiselijk moment toont en dat zij voor de plaatsing geen betaling, sponsoring of opdracht van Lifeplus heeft ontvangen. Ter zitting verklaart zij echter dat zij als zelfstandig wederverkoper reclame maakt voor Lifeplus en per verkocht product een commissie ontvangt. Volgens de Commissie heeft de uiting daardoor een aanprijzend karakter en bestaat tussen de influencer en Lifeplus een relevante relatie als bedoeld in artikel 2 RSM, die de geloofwaardigheid van de uiting kan beïnvloeden.

RB 4025

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum

'Geïnspireerd door' bekende parfummerken en gebruik van producttags levert merkinbreuk op

Rechtspraak (NL/EU) 11 jun 2026,, RB 4025; ECLI:NL:RBDHA:2026:17175 ((Coty tegen Petite Mort)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geinspireerd-door-bekende-parfummerken-en-gebruik-van-producttags-levert-merkinbreuk-op

Rb. Den Haag 11 juni 2026, IEF 23622; RB 4025; C/09/703674 (Coty tegen Petite Mort). In deze zaak tussen Coty en Perfumedia, handelend onder de naam Petite Mort, staat de vraag centraal of Petite Mort met de verkoop van zogenoemde imitatieparfums inbreuk maakt op de merkrechten van Coty en of haar vergelijkende reclame geoorloofd is. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag oordeelt voorshands dat Petite Mort op meerdere gronden inbreuk maakt op de Coty‑merken (art. 9 lid 2 onder a, b en c UMVo, in samenhang met de corresponderende bepalingen in het BVIE) en bovendien ongeoorloofde vergelijkende reclame maakt in de zin van artikel 6:194a BW. Coty maakt deel uit van de Coty Group, die wereldwijd schoonheidsproducten en parfums verhandelt van onder meer de merken Burberry, Chloé, Gucci en Hugo Boss. Binnen de groep is Coty verantwoordelijk voor de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten. Zij beschikt over exclusieve licenties voor een groot aantal parfummerken, waaronder BURBERRY, BURBERRY BODY, BURBERRY BRIT, MY BURBERRY, BURBERRY GODDESS, CHLOE, GUCCI, GUCCI RUSH, GUCCI FLORA, GUCCI GUILTY, HUGO BOSS, BOSS BOTTLED en BOSS THE SCENT. Petite Mort verkoopt via haar website en sociale media parfums die volgens haar eigen zeggen zijn "geïnspireerd door" bekende designerparfums. Op de website worden onder meer uitingen gebruikt als "Het premium alternatief voor designerparfums, zonder het luxe prijskaartje", "Ruik naar je favoriet" en "Spray gerust. Zonder schuldgevoel". Bij individuele producten wordt verwezen naar de bekende merken, bijvoorbeeld met aanduidingen als "Sensual Rose – geïnspireerd door Chloe EDP". Daarnaast gebruikt Petite Mort merknamen als Hugo Boss, Chloé, Burberry en Gucci als producttags in de achtergrond van haar website, waardoor consumenten die naar deze merken zoeken uitkomen bij de producten van Petite Mort. Ook verspreidde Petite Mort een nieuwsbrief waarin werd gesteld dat de parfum in een designerfles gemiddeld slechts € 1,50 kost en dat consumenten vooral betalen voor marketingcampagnes, dure flesjes en grote Hollywoodsterren. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat Petite Mort de merken gebruikt in de zin van artikel 9 lid 3 UMVo. De merknamen worden immers zowel zichtbaar gebruikt in advertenties als onzichtbaar verwerkt in producttags die de vindbaarheid van de producten beïnvloeden. Volgens de voorzieningenrechter is niet van belang dat deze tags niet zichtbaar zijn voor de internetgebruiker, omdat zij wel degelijk het economisch gedrag van consumenten beïnvloeden. De gehele opzet van de onderneming van Petite Mort is er volgens de rechtbank op gericht om consumenten die op zoek zijn naar een merkparfum van Coty uit te laten komen bij de parfums van Petite Mort. Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 onder a UMVo. Petite Mort gebruikt tekens die gelijk zijn aan de merken voor dezelfde waren waarvoor de merken zijn ingeschreven, namelijk parfums. Zo wordt bijvoorbeeld het teken "Chloe EDP" gebruikt bij een parfum van Petite Mort, waarbij de toevoeging "EDP" volgens de voorzieningenrechter uitsluitend beschrijvend is en het teken daarom gelijk is aan het merk CHLOE.Daarnaast is naar voorlopig oordeel sprake van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 onder b UMVo wegens verwarringsgevaar. De rechtbank acht daarbij van belang dat Petite Mort haar parfums presenteert als geuren die zijn geïnspireerd op bekende merken, terwijl tegelijkertijd wordt benadrukt dat zij hetzelfde ruiken, maar goedkoper zijn omdat de consument niet betaalt voor "dure logo's".

RB 3867

HvJ EU: Parfümerie Akzente

EU 19 sep 2024,, RB 3867; ECLI:EU:C:2024:765 (Parfümerie Akzente), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-parfumerie-akzente

HvJ EU 19 september 2024, RB 3867; ECLI:EU:C:2024:765 (Parfümerie Akzente)  Parfümerie Akzente, een Duitse onderneming, verkocht cosmetica via haar website aan Zweedse consumenten zonder Zweedse etiketten. KTF, een Zweedse branchevereniging, klaagde hierover. De vraag was of Zweedse etiketteringsregels van toepassing waren op deze online verkoop. De verwijzende rechter wilde weten of de EU-richtlijn inzake elektronische handel (Richtlijn 2000/31) dit toestond. Deze richtlijn regelt de online verkoop van diensten binnen de EU. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt dat etiketteringsregels niet vallen onder het "gecoördineerde gebied" van deze richtlijn. Dit gebied omvat regels over de online dienst zelf, maar niet over de fysieke producten.Etiketteringsregels zijn regels over het product zelf en vallen dus buiten het gecoördineerde gebied. Het Hof benadrukt dat dit de consumentenbescherming waarborgt. Elke lidstaat kan toezien op de naleving van etiketteringsregels voor producten die op zijn grondgebied worden verkocht.

RB 3483

HvJ EU over de informatie die op cosmeticaproducten moet zijn aangebracht

buitenland 17 dec 2020,, RB 3483; ECLI:EU:C:2020:1039 (A.M. tegen E.M.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-over-de-informatie-die-op-cosmeticaproducten-moet-zijn-aangebracht

HvJ EU 17 december 2020, IEF 19742, RB 3484, IEFbe 3180; ECLI:EU:C:2020:1039 (A.M. tegen E.M.) A.M. is eigenaar van een schoonheidssalon en kocht bij distributeur E.M. cosmetische producten van een Amerikaanse fabrikant. A.M. heeft een opleiding gevolgd die werd gegeven over de producten die E.M. verkocht, waarbij ook de etikettering van die producten aan bod kwam. A.M. kocht na deze opleiding diverse cosmetische producten bij E.M. A.M. beëindigde de overeenkomst, omdat de verkochte waar gebreken vertoonde. A.M. voert daarbij aan dat de verpakking van de cosmetische detailhandelsproducten geen informatie vermeldt in het Pools over de functie van het product, te weten de vermeldingen die voortvloeien uit artikel 19, lid 1, onder f), en lid 5, van verordening nr. 1223/2009. E.M. verzekerde echter dat de producten weldegelijk geëtiketteerd waren overeenkomstig de geldende bepalingen. Op de producten is een symbool aangebracht dat een hand met een open boek voorstelde en dat de eindgebruiker van het product verwees naar een bijsluiter, in casu een catalogus in het Pools. In deze omstandigheden heeft de rechter besloten hierover het Hof prejudiciële vragen te stellen. Mede gelet op het oogmerk om de voorschriften inzake de etikettering van cosmetische producten uitputtend te harmoniseren, wordt geoordeeld dat niet is voldaan aan de neergelegde verplichting om op de verpakking informatie aan te brengen over de functie van het cosmetisch product.

RB 3475

Gebruik van term 'advertorial' niet nodig

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 4 dec 2020,, RB 3475; (klager tegen c/t magazine), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-van-term-advertorial-niet-nodig

SCR 4 december 2020, RB 3475; 2020/00304 (klager tegen c/t magazine) De klacht richt zich tegen de plaatsing van een artikel in c/t magazine, dat eigenlijk een advertorial is. Het artikel wordt echter niet als zodanig aangeduid. De opmaak van de pagina is volgens verweerde afwijkend van de reguliere content, zodat het voor de lezers duidelijk zou moeten zijn dat het niet om inbreng van verweerder gaat. Het gebruik van de term advertorial zou daarbij afbreuk doen. Geoordeeld wordt dat de uit inhoud van het artikel voldoende duidelijk op te maken valt dat het gaat om een reclame-uiting en daarom wordt de klacht afgewezen.

RB 3317

Reclames huidcrème Lidl zijn misleidend én maken inbreuk op merkrechten La Prairie

Rechtspraak (NL/EU) 31 mei 2019,, RB 3317; ECLI:NL:RBAMS:2019:3868 (La Prairie tegen Lidl), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/reclames-huidcr-me-lidl-zijn-misleidend-n-maken-inbreuk-op-merkrechten-la-prairie

Vzr. Rechtbank Amsterdam 31 mei 2019, IEF 18496; RB 3317, ECLI:RBAMS:2019:3868 (La Prairie tegen Lidl) Reclamerecht. Merkenrecht. Vergelijkende reclame. La Prairie biedt huidverzorgingsproducten aan, en is in deze hoedanigheid houdster van het internationale woordmerk ‘La Prairie’. Lidl is een levensmiddelenbedrijf, en heeft gestunt met soortgelijke huidverzorgingsproducten, waarbij La Prairie herhaaldelijk werd aangehaald. La Prairie vordert nu elk gebruik van het merk door Lidl te verbieden, en elke vergelijking in de reclames te verbieden. Lidl slaagt er niet in aan te tonen dat de gegevens in haar reclame juist zijn, nu slechts deels dezelfde ingrediënten worden gebruikt, en de resultaten van het gebruik ook zullen verschillen, terwijl in de reclame de indruk wordt gewekt dat deze gelijk zullen zijn. Daarnaast heeft Lidl een sub c inbreuk gemaakt op de merkrechten van La Prairie, nu Lidl heeft geprofiteerd van de reputatie van dit merk. Lidl wordt veroordeeld gebruik van de term La Prairie te staken en eerder gebruik te rectificeren.

RB 3206

Misleiding Hydrodermal door in rekening brengen gratis proefflacon Natural Facelift

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 17 sep 2018,, RB 3206; (The Natural Facelift), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/misleiding-hydrodermal-door-in-rekening-brengen-gratis-proefflacon-natural-facelift

Vz. RCC 17 september 2018, RB 3206; dossiernr. 2018/00585 (The Natural Facelift) Voorzitterstoewijzing. Misleiding prijs(vermelding). De uiting: “Probeer nu gratis. Maak kennis met de nieuwe formule en ervaar een natuurlijke facelift” Onder deze vermelding staat het product afgebeeld met daarbij een groene knop waarin staat: “CLAIM PROBEERPAKKET”. De klacht wordt als volgt samengevat. Klaagster heeft op 2 juni 2018 gebruik gemaakt van de aanbieding om het product gratis te proberen. Op 28 juni 2018 werd haar een tweede flacon toegestuurd en een bedrag van €59,95 in rekening gebracht. Klaagster was in de veronderstelling dat zij dit bedrag voor de tweede flacon moest betalen. In werkelijkheid bleek dit bedrag in rekening te zijn gebracht voor de proefflacon. Klaagster vindt het misleidend dat wordt geadverteerd met “gratis proberen” terwijl het volledige bedrag uiteindelijk in rekening wordt gebracht voor het proberen van het product.

RB 3129

Nuud mag niet benadrukken dat aluminium in deodorant borstkanker en Alzheimer veroorzaakt

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 27 mrt 2018,, RB 3129; Dossiernr. 2018/00023/A (Nuud deodorant), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/nuud-mag-niet-benadrukken-dat-aluminium-in-deodorant-borstkanker-en-alzheimer-veroorzaakt

RCC 27 maart 2018, RB 3129; Dossiernr. 2018/00023/A (Nuud deodorant) Dossiernr. 2018/00023 Aanbeveling (Subjectieve normen, Misleiding). Het betreft de volgende uitingen voor Nuud deodorant: A.Tekstgedeeltes op de website www.nuud.care. B. Het filmpje met als titel “Kun jij jouw deodorant eten?” dat is te zien op de website www.nuud.care en op Facebook, YouTube en Vimeo. In dit filmpje wordt door verschillende personen terwijl zij een beetje uit een tubetje Nuud op etenswaren doen en deze vervolgens opeten. De klacht: In haar uitingen citeert Nuud selectief en verspreidt zij misleidende informatie, waarin een verband wordt gelegd tussen deodorantgebruik en borstkanker en Alzheimer. Om haar eigen deodorant aan te prijzen suggereert Nuud dat alle andere deodorant slecht is. Door onafhankelijke instanties is echter geconcludeerd dat deodorant veilig is. Klager verwijst in dit verband naar de op hun websites weergegeven (en door klager overgelegde) standpunten van KWF (tab “Deodorant en borstkanker”, titel “Deodorant is veilig”) en van Borstkankervereniging Nederland (“Geen bewijs voor verband deodorant en borstkanker”), waaruit blijkt dat niet is bewezen dat deodorant borstkanker of Alzheimer veroorzaakt. Met de misleidende informatie maakt Nuud mensen ten onrechte bang voor ernstige ziekten.