RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Misleidende en vergelijkende reclame  

RB 1462

Geen reis voor actietarief beschikbaar

CVB RCC 19 juli 2012, dossiernr. 2012/00343 (NS Hispeed)

Bijzondere Reclamecode. Betreft het aanbod van treinreizen met de Thalys naar Parijs op de website van NS Hispeed voor het tarief van € 35,-.

Klaagster heeft een aantal tickets met een totaalprijs van € 140,- geselecteerd tegen het actietarief van € 35,- per persoon. Bij het afrekenen verscheen echter de volgende mededeling op de site: “De prijs is aangepast. Tijdens het boeken blijkt het geselecteerde tarief niet meer beschikbaar te zijn. De nieuwe prijs wordt € 320,-”. Volgens een medewerkster van NS Hispeed zijn er rondom weekenden slechts zeer weinig tickets voor het actietarief beschikbaar en dient men zeker 3 maanden van te voren te boeken. Klaagster twijfelt of NS Hispeed ingevolge de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) voldoet aan het zorg dragen voor een redelijke beschikbaarheid van de aangeboden diensten tegen het actietarief.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en in strijd met de zorgplicht voor een redelijke beschikbaarheid van de door haar aangeboden dienst voor de genoemde prijs van € 35,-.

Volgens het College had NS Hispeed maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat de consument die een reis voor een actietarief meent te boeken later wordt geconfronteerd met het feit dat geen reis voor dit tarief beschikbaar blijkt. Op de website van NS Hispeed wordt bij stap 2 van het bestellen het volgende getoond: 'indicatief op basis van beschikbaarheid'.

De gemiddelde consument moet daaruit afleiden dat de reis die hij heeft geselecteerd mogelijk toch niet voor de prijs op basis van het actietareif beschikbaar is. De uiting is dus in strijd met artikel V onder 2 RR in verbinding met artikel 7 NRC, misleidende reclame. Volgens het College was er sprake van een redelijke beschikbaarheid van stoelen tegen het actietarief. Het College vernietigt de beslissing van de Commissie voor zover het betreft het oordeel van de Commissie dat in verband met het aantal beschikbare tickets voor het actietarief artikel V onder 1 RR is overtreden.

Ten aanzien van Grief 1
2. Het College is van oordeel dat voorgaande handelwijze niet voldoet aan de eisen van ar­tikel V onder 2 Reclamecode Reisaanbiedingen (RR). Ingevolge dit artikel dienen reclame-uitingen voor diensten die niet meer beschikbaar zijn onverwijld te worden gestaakt. Tot deze ver­plichting dient ook te worden gerekend het onverwijld stoppen van het tonen van actie­tarieven voor dagen dat uitsluitend nog voor een regulier tarief kan worden geboekt. Uit het bepaalde in artikel V onder 2 RR, zoals dat artikel in samenhang met de rege­ling inzake misleidende reclame in de artikelen 7 en 8 van de Neder­land­se Reclame Code (NRC) dient te wor­den uitgelegd, volgt immers dat de consument erop moet kunnen vertrouwen dat hij de rei­zen die hij in een boe­kings­module kan se­lec­teren, ver­vol­gens daad­werkelijk kan boe­ken, óók in­dien een actietarief van toepassing is. NS Hispeed had op grond van de hiervoor genoemde bepalingen maatregelen dienen te ne­men ten­ein­de te voorkomen dat de consument die via haar website een reis voor een actie­tarief meent te boeken later wordt gecon­fron­teerd met het feit dat geen reis voor dit tarief beschikbaar blijkt.

3. Door het ontbreken van deze maatregelen en nu in stap 2 geen enkele mededeling staat waaruit de consument kan afleiden op welke dagen het nog wel mogelijk is te boe­ken voor het actie­tarief, dient de consument die wil boeken voor dat ­tarief en die daarin niet slaagt omdat na stap 2 voor de geselecteer­de reis geen actietarief be­schikbaar blijkt, telkens op­nieuw een reis te se­lec­­teren tot­dat hij proefondervindelijk erin slaagt een reis voor het actietarief te boeken. Dit kan niet van de con­su­ment wor­den gevergd. Niet gesteld of gebleken is overigens dat het voor NS Hispeed niet mogelijk zou zijn om door middel van een technische voorziening ervoor te zor­gen dat de consument niet langer reizen kan selecteren die tegen een actietarief worden aangeboden, maar die niet meer voor een dergelijk tarief beschikbaar zijn.

4. Aan de in artikel V onder 2 RR bedoelde verplichting, zoals dat artikel in samen­hang met de rege­ling inzake misleidende reclame in de artikelen 7 en 8 NRC dient te worden uitgelegd, wordt niet voldaan door in stap 2 de volgende medede­ling te tonen: “indi­ca­tief op basis van beschik­baar­heid”. Deze mededeling houdt overigens een aan­wijzing (indicatie) in die niet zo duidelijk is, dat de gemiddelde consument daaruit moet afleiden dat de reis die hij heeft geselecteerd mogelijk toch niet voor de prijs op basis van het actietarief be­schikbaar is. Het College komt derhalve, zij het op ande­re gronden dan de Com­mis­sie, tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de Re­cla­mecode Reisaan­bie­din­gen, te weten met artikel V onder 2 RR, in verbinding met artikel 7 NRC.

Ten aanzien van grief 2
5. Het College stelt voorop dat ten aanzien van de vraag of in een concreet geval spra­ke is van een redelijke beschikbaarheid, geen vaste ondergrens geldt. Een der­gelijke on­der­­grens volgt ook niet uit de door NS Hispeed genoemde beslis­singen. Derhalve zal, mede gelet op de toelichting bij artikel V onder 1 RR, van geval tot geval dienen te worden beoor­deeld of er een re­de­lijke beschikbaarheid is.

6. Uitgaande van de door NS Hispeed in beroep overgelegde gegevens, die geïnti­meer­de onvoldoende heeft betwist, waren er op 22 juni 2012 in totaal 132 stoelen voor het actietarief be­schikbaar en op 25 juni 2012 67 stoelen. Ook indien deze stoelen, zoals geïntimeerde stelt, over verschillende treinen dienen worden ver­deeld, is naar het oordeel van het College in het onderhavige geval sprake van een redelijke beschikbaar­heid. Grief 2 treft derhalve doel, zodat wordt beslist als volgt.

RB 1461

Frisdrank reclame 'Oggu' misleidend en vergelijkend

RCC 4 juli 2012, dossiernr. 2012/00495 (Oggu)
RCC 4 juli 2012, dossiernr. 2012/00507 (Oggu)

Misleidende reclame. Vergelijkende reclame

Beide zaken hebben betrekking op een televisiereclame voor de frisdrank Oggu. Daarin wordt gezegd: “Gezond leven betekent voor mij: lekker eten en drinken waar geen dingen in zitten die ik niet uit kan spreken, maar waar gewoon in zit wat er in hoort. Oggu is zo. Een frisdrank met alleen natuurlijke ingrediënten, 100% biologisch, dus gezonder”. Ten slotte is naast de afbeelding van 3 flessen Oggu in verschillende smaken te lezen: “100% biologisch” en “100% frisdrank”. In de tweede zaak wordt tevensde uiting '0% E-NUMMERS' op een stand op de Horecava 2012 genoemd. Gezien op www.facebook.com.

De klachten komen neer op het volgende:
- er word gezegd dat het product biologisch is en dus gezond, hiervoor is geen bewijs (dossiernr 2012/00495);
- er wordt onterecht geclaimd dat het product biologisch is;
- sprake van verschillende misleidende uitingen met betrekking tot de voornaamste kenmerken van het product.

In de eerstgenoemde zaak wordt de klacht door de Commissie afgewezen. De klacht mist feitelijke grondslag. In de tweede zaak oordeelt de Commissie dat de reclame-uiting gepaard gaat met onjuiste informatie en dat deze misleidend is. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen de uitingen op de website en de televisiereclame. Met betrekking tot het feit dat in de uiting wordt vergeleken met andere frisdranken en dat karamel in vergelijking met cola's op de website niet onder geur- en smaakstoffen valt, maar onder aroma's, zorgt er volgens de Commissie voor dat er sprake is van vergelijkende reclame. De uiting is derhalve in strijd met de artikelen 7 en 13 NRC.

Dossiernr. 2012/00507

Ad a.
Zowel op in de televisiereclame als op de website wordt met betrekking tot de frisdank Oggu gesteld: “100% biologisch”. Adverteerder heeft door het overleggen van het document gedateerd 14 december 2010, “afgegeven op basis van artikel 29, lid 1 van Verordening (EG) nr. 834/2007 en Verordening (EG) nr. 889/2008” door Stichting Skal voldoende aannemelijk gemaakt dat de producten Oggu sparkling lemon lime, Oggu sparkling orange en Oggu sparkling cola “voldoen aan de eisen voor de biologische productiemethode”. Ingevolge artikel 23 onder 1 van eerstgenoemde verordening nr. 834/2007 van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 mogen met name “de termen vermeld in de bijlage” bij die verordening “en de afleidingen of verkleinwoorden daarvan, zoals “bio” en “eco” in de gehele Gemeenschap en in elke taal van de Gemeenschap afzonderlijk of in combinatie worden gebruikt voor de etikettering van en de reclame voor een product dat voldoet aan de voorschriften die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld”. In bedoelde bijlage is als term in de Nederlandse taal vermeld: “biologisch”.

De Commissie dient de vraag te beantwoorden of gegeven het bovenstaande de term “100% biologisch” juist is. De Commissie beantwoordt die vraag in negatieve zin. Naar haar oordeel kan door die term bij de gemiddelde consument de indruk ontstaan dat alle ingrediënten van Oggu voldoen aan de eisen voor de biologische productiemethode. Die indruk is onjuist, omdat het van Oggu deel uitmakende ingrediënt water -naar adverteerder niet, althans onvoldoende heeft weersproken- als niet agrarisch ingrediënt niet voor certificering “als biologisch” in aanmerking komt. Gelet op het voorgaande gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad b.
Klager heeft de juistheid van de mededeling: “gezonder dan reguliere frisdranken” gemotiveerd weersproken. Samengevat, heeft hij erop gewezen dat de samenstelling van Oggu vrijwel identiek is aan die van andere frisdranken, bijvoorbeeld wat betreft de hoeveelheid suiker en zuur. Vervolgens heeft adverteerder onder meer meegedeeld dat met betrekking tot Oggu wordt gesteld dat dit een “gezondere frisdrank” is en dat daarmee wordt gedoeld op de afwezigheid van “dubieuze kunstmatige toevoegingen” zoals bijvoorbeeld Aspartaam E951, Sacharine E954 en sulfietammonia E150d. Naar het oordeel van de Commissie heeft adverteerder de juistheid van de mededeling “gezonder dan reguliere frisdranken” daarmee niet aangetoond. Adverteerder laat immers onweersproken dat de samenstelling van Oggu wat betreft de hoeveelheid suiker en zuur nauwelijks afwijkt, terwijl hij bovendien geen objectieve vergelijkende informatie over de toevoegingen in Oggu en andere frisdranken heeft verschaft. Gelet op het voorgaande gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Aangezien er, gelet op de gemaakte vergelijking tussen Oggu en “reguliere frisdranken”, tevens sprake is van vergelijkende reclame als bedoeld in artikel 13 NRC, acht de Commissie de uiting ook in strijd met artikel 13 aanhef en onder a NRC.

Reeds om bovengenoemde redenen is de uiting in strijd met de NRC. De Commissie komt niet meer toe aan het beoordelen van de in de klacht ingenomen, maar niet nader toegelichte stelling van klager omtrent strijd met de wet.

Ad c.
Op de website staat met betrekking tot de frisdrank Oggu: “geen chemicaliën”. Klager heeft de juistheid van deze mededeling gemotiveerd bestreden door te stellen dat alle stoffen, inclusief water, chemicaliën zijn. Door vervolgens te wijzen op de betekenis van “chemicaliën” volgens Van Dale en te stellen dat klager goed weet dat de “chemische industrie” niet gelijk staat aan de “natuurlijke industrie” heeft adverteerder de juistheid van haar mededeling naar het oordeel van de Commissie niet aangetoond.

Gelet op het bovenstaande gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad d.
i. Adverteerder heeft meegedeeld dat er sprake is van een zogenaamde “typo”, waar in de vergelijking van verschillende cola’s op de website staat: “geen’’ met betrekking tot “geur- (..), “smaakstoffen”, terwijl Oggu Cola volgens diezelfde vergelijking wel aroma’s bevat. Gelet hierop gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

ii. Het bezwaar dat de mededeling “geen” met betrekking tot “kleur- (…)stoffen” onjuist is, omdat de sinasversie van Oggu oranje wortelsap bevat, wijst de Commissie af, omdat voornoemde mededeling wordt gedaan in de vergelijking met betrekking tot verschillende cola’s. Bij de klacht is geen uiting overgelegd waaruit blijkt dat adverteerder ook met betrekking tot de sinasversie van Oggu stelt dat deze geen kleurstoffen bevat.

Ad e.
Anders dan in de klacht wordt gesteld, staat karamel in voornoemde vergelijking van cola’s op de website niet onder geur- en smaakstoffen, maar onder aroma’s. Wat daarvan zij -klager heeft onweersproken gesteld dat aroma’s volgens de warenwetgeving geur- en smaakstoffen zijn- de Commissie vat de klacht op in die zin dat karamel ten onrechte in het geval van Oggu Cola als “karamel” is aangeduid en bij de overige cola’s als karamel, voorzien van een E-nummer, terwijl het -naar klager stelt- in het geval van Oggu om hetzelfde product karamel gaat, inclusief E-nummer. Naar het oordeel van de Commissie heeft adverteerder niet, althans niet voldoende weersproken dat het om hetzelfde product karamel, inclusief E-nummer gaat. Adverteerder heeft volstaan met de mededeling dat men in biologische producten geen kleurstoffen mag gebruiken en dat Oggu karamel bevat “als aroma voor haar romige karamel smaak zoals cola vroeger smaakte”, terwijl de “moderne cola’s” sulfietammonia bevatten “niet vanwege de smaak maar puur vanwege de optische zwarte kleur”, waartegenover Oggu cola een bruine, natuurlijke kleur heeft. Naar het oordeel van de Commissie wordt aldus ten onrechte gesuggereerd dat Oggu Cola een andere, niet van een E-nummer voorziene stof genaamd karamel bevat dan andere in de vergelijking genoemde cola’s. In zoverre gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Aangezien er, gelet op de gemaakte vergelijking, tevens sprake is van vergelijkende reclame als bedoeld in artikel 13 NRC, acht de Commissie de uiting ook in strijd met artikel 13 aanhef en onder a NRC.

Ad f.
Adverteerder heeft niet aangetoond dat de mededeling met betrekking tot Oggu: “0% E-NUMMERS” in de stand op de Horecava 2012 juist is. Met name heeft adverteerder niet, althans niet voldoende weersproken dat de sinasversie van Oggu wortelsap bevat en dat dit wortelsap B-caroteen (E160) bevat en dat Oggu Cola karamel, voorzien van een E-nummer bevat.

Gelet op het bovenstaande gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1458

Aanprijzing VerbruiksManager app van Essent misleidend

RCC 28 juni 2012, dossiernr. 2012/00497 (VerbruiksManager van Essent)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

Betreft de aanprijzing van 'De Verbruiksmanager' van Essent op www.essent.nl en in een reclamefolder. Op de website staat onder andere 'Voorkom bijbetaling op uw jaarafrekening', '(...) Check uw voorschot met de gratis VerbruiksManager app en voorkom bijbetalen op uw jaarafrekening' en 'Nieuw: VerbruiksManager app van Essent' Het werkt heel simpel. U installeert de app op uw Apple of Android, loopt naar de meterkast en vult de meterstanden in. Vervolgens stelt u, als u dat wilt, met één vinger uw maandbedrag bij. Resultaat: nooit meer bijbetalen op uw jaarafrekening.' In de reclamefolder staat onder meer: 'Met de gratis VerbruiksManager controleert u of uw voorschot nog op schema ligt met uw energieverbruik. Indien nodig past u uw voorschotbedrag eenvoudig aan. Zo voorkomt u bijbetalen op uw jaarafrekening (...)'

Adverteerder beweert dat je nooit meer hoeft bij te betalen. Klager heeft bijna iedere maand de app gebruikt en een aantal keer de maandbedragen aangepast, zodat hij telkens niets bij hoefde te betalen of iets zou terugkrijgen. De laatste maand kon geen gebruik gemaakt worden van de app, aangezien Essent 'bezig was met de eindafrekening'. Vervolgens kreeg klager een afrekening waarbij hij alsnog € 82 moest bijbetalen.

De Commissie oordeelt dat adverteerder onjuiste informatie verstrekt ten aanzien van één van de voornaamste kenmerken van het product, de voordelen. De reclame is op dit punt misleidend. De mededelingen omtrent het voorkomen van bijbetalen op de jaarafrekening acht de Commissie niet ontoelaatbaar. De gemiddelde consument zal de mededelingen niet opvatten dat voor 100% wordt gegarandeerd dat men nooit hoeft bij te betalen. Het is niet onaannemelijk dat men kan voorkomen dat men moet bijbetalen op de jaarafrekening.

2.
De mededelingen “Voorkom bijbetalen op uw jaarafrekening”, “Een jaarafrekening zonder bijbetalen” en “Zo voorkomt u bijbetalen op uw jaarafrekening”, acht de Commissie in dit kader niet ontoelaatbaar. De gemiddelde consument zal de hier genoemde mededelingen niet aldus opvatten dat voor 100% wordt gegarandeerd dat men nooit hoeft bij te betalen. Deze mededelingen zullen worden gezien in het licht van de overige mededelingen in de uiting, waaruit duidelijk blijkt dat men met de VerbruiksManager het voorschotbedrag tussentijds kan controleren en eventueel aanpassen. Niet is onaannemelijk dat men op die manier kan voorkomen dat men moet bijbetalen op de jaarafrekening.

RB 1453

Voedingssuppelementen genezen geen oogziekte

Vzr. RCC 26 juni 2012, dossiernr. 2012/00426 (Life Natural)

Claims. Zwarte lijst (misleiding).

Deze zaak heeft betrekking op een mailing waarin onder meer staat:
• “Age-related deteriorating eyesight can be prevented or reversed.”
• “Failing eyesight need not to be an unavoidable part of your life. You can see clearly again using completely natural ingredients.”
• “Age-related Macula Degeneration can cause distress and depression (…) But don’t despair. Sight Restorer will make a dramatic difference to your eyesight and therefore enhance the quality of your life”
• “Prevent or reverse eyesight problems completely naturally”
• “Using Sight Restorer will:
Prevent deteriorating eyesight caused by the ageing process; Replenish damaged cells vital for clear vision; Allow you to see glorious detail; Restore central vision by boosting nutrients vital for the retina; Prevent depression through restored or maintained visual stimulation”

De klacht richt zich op het feit dat de adverteerder in de uiting de onverantwoorde en misleidende claim maakt dat het product macula degeneratie kan voorkomen en de effecten van deze ziekte ongedaan kan maken. Voor zover er wetenschappelijk bewijs is dat het dieet een bepaalde rol speelt bij de ooggezondheid, is dat niet van toepassing op het aangeprezen product, nu dat een andere samenstelling heeft dan de onderzochte preparaten. Uit geen enkel onderzoek blijkt dat voedingssupplementen macula degeneratie kunnen genezen.

De voorzitter oordeelt dat nu de adverteerder in de uiting beweert dat het aangeprezen product de oogziekte macula degeneratie kan genezen en de juistheid van deze claim op geen enkele wijze is onderbouwd, de reclame-uiting misleidend is.

RB 1447

Geringe betekenis van technische gegevens

Hof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem 17 april 2012, LJN BW3101 (A. tegen Auto-Palace Utrecht B.V./Smart Center Utrecht)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product. ECE-waarde brandstofverbruik.

Deze zaak gaat om de vraag of A terecht de ontbinding van de koopovereenkomst vordert, omdat de door hem gekochte auto niet aan de overeenkomst voldoet. De auto, Smart Fortwo Cabrio, verbruikt meer benzine dan in de technische specificaties is vermeld. De rechtbank heeft de vordering van A ongegrond verklaard.

Het hof oordeelt mede aan de hand van Europese regelgeving, aangevoerd door A. De ECE-waarde, die verplicht op het label dient te worden weergegeven, kan niet representatief worden geacht voor het brandstofverbruik in de dagelijkse praktijk. De richtlijnen hebben niet tot doel om het brandstofverbruik vast te stellen, maar om een communautaire methode voor het meten van het brandstofverbruik vast te stellen. Het hof oordeelt dat door Smart Center voldoende is gewezen op het karakter van de technische gegevens en de geringe betekenis daarvan in de praktijk. De opgaven in de technische specificaties zijn namelijk bedoeld ter vergelijking van de verschillende voertuigtypen. De rechtbank heeft een onderzoek uitgevoerd naar het verbruik van de tien zuinigste auto's, welke door het hof representatief wordt geacht. Voor alle auto's in die top-10 is een afwijking van 20% of meer vastgesteld. Het hof oordeelt dat uit deze uitkomsten volgt dat het door A gestelde verschil in benzineverbruik niet meebrengt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt.

Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Utrecht van 18 maart 2009 en 9 december 2009 en veroordeelt A in de proceskosten.

4.8 Naar het oordeel van het hof volgt uit de hiervoor weergegeven bepalingen uit de consideransen en de relevante artikelen van de richtlijnen dat zij zowel het opheffen van technische handelsbelemmeringen, die kunnen ontstaan doordat de voorschriften met betrekking tot het meten van het brandstofverbruik van motorvoertuigen van lidstaat tot lidstaat verschillen, beogen te dienen, als het verkrijgen van een schoner milieu (de terugdringing van de emissie van koolwaterstoffen door personenauto’s) en het geven van objectieve, nauwkeurige en uniforme voorlichting aan kopers en gebruikers van auto’s met het oog op de door hen te maken keuze uit verschillende aangeboden modellen aan de hand van de op het voorgeschreven label (brandstofverbruiksetiket) vermelde gegevens over de CO2 uitstoot en het brandstofverbruik.

4.9 Bij de in de richtlijn van 1980, als gewijzigd op 17 december 1993, vastgelegde vaststelling van het brandstofverbruik gaat het om een uniform, onder strikte en gestandaardiseerde condities uitgevoerd, op een laboratoriumproef lijkend, onderzoek. De op grond daarvan gevonden, op het label weer te geven waarde, ook wel de ECE-waarde genoemd, kan niet representatief worden geacht voor het brandstofverbruik in de dagelijkse praktijk. De richtlijnen hebben, anders dan [A] aanvoert, kennelijk ook niet het doel om dit laatste brandstofverbruik vast te stellen, maar wel om een communautaire methode voor het meten van het brandstofverbruik vast te stellen, met de onder 4.8 genoemde doelen. De Nederlandse omzettingswetgeving dient, zoals gezegd, richtlijnconform te worden uitgelegd. Anders dan [A] in hoger beroep aanvoert, kan in zijn processtukken geen gemotiveerde betwisting worden gevonden van de stelling van Smart Center dat de gegevens op het door haar aangebrachte label in overeenstemming zijn met het in Richtlijn 80/1268/EEG, als gewijzigd, voorgeschreven onderzoek, zodat het hof daarvan uitgaat.

4.11 Ten aanzien van de door [A] geuite klachten met betrekking tot het volgen van de uitkomsten van het door de ANWB verrichte, op zijn website gepubliceerde onderzoek overweegt het hof het volgende. Het hof merkt voor zover nodig op dat het de overweging van de rechtbank deelt dat het ter bevordering van de proceseconomie, in het bijzonder ter vermijding van een kostbaar en tijdrovend deskundigenbericht, voor de hand lag om zelf in openbare bronnen onderzoek te doen naar de vraag in hoeverre het door de fabrikant opgegeven verbruik, gemeten volgens de Richtlijn 80/1268/EEG (als gewijzigd) afwijkt van het verbruik in de praktijk, in het bijzonder of een verschil van 25% tussen beide verbruikscijfers ongebruikelijk is, om vervolgens partijen in de gelegenheid te stellen op dat onderzoek en het daarop gebaseerde voorlopige oordeel van de rechtbank te laten reageren.
Aan de stelling van [A] dat bij een openbare bron op het internet niet kan worden geverifieerd welke informatie achter de op te vragen informatie schuilgaat, gaat het hof voorbij. Het gaat erom of de aldus beschikbare informatie van een voldoende betrouwbare en ter zake deskundige bron afkomstig is. [A] heeft niet gesteld dat dit met de website van de ANWB niet het geval is. [A] laat overigens na te vermelden van welke “achterliggende” gegevens hij had willen kennis nemen.

4.12 Het door de rechtbank geraadpleegde, op de website van de ANWB gepubliceerde onderzoek naar het verbruik van de tien zuinigste auto’s, acht het hof evenals de rechtbank representatief. De rechtbank heeft daarbij opgemerkt dat zich bij de tien onderzochte auto’s ook een Smart fortwo Coupé bevindt. Daaruit volgt, anders dan [A] stelt, niet dat de rechtbank niet onder ogen heeft gezien dat dit een andere auto is dan die van [A]. De verwijzing naar de Smart fortwo Coupé is klaarblijkelijk vooral bedoeld om duidelijk te maken dat een vergelijkbare auto van hetzelfde merk tot de in deze groep onderzochte auto’s behoort. Voor alle auto’s in die top-10 is een afwijking van 20% of meer vastgesteld. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat uit deze uitkomsten volgt dat het door [A] gestelde verschil in benzineverbruik tussen het door hem gemeten cijfer en de ECE-waarde (ten aanzien waarvan [A] niet stelt dat dit wordt veroorzaakt door een technisch defect van de auto) niet meebrengt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt.

Op andere blogs:
thöenes van der hoeff lichtenveldt advocaten (Informatie over brandstofverbruik bij de aanschaf van auto's misleidend? Niet volgens het Hof Amsterdam.)

RB 1444

Mededelingen over middelen in Swinglevend

CvB 19 juni 2012, dossiernr. 2011/01103 (Pharma Nord)

Misleidende reclame. voornaamste kenmerken product. Claims

Uit 't persbericht: De Reclame Code Commissie heeft naar aanleiding van een klacht tegen diverse mededelingen in het blad Swinglevend, nummer 3, 2011, ruim 20 mededelingen in dit blad in strijd met de Nederlandse Reclame Code (NRC) bevonden. Het betreft mededelingen over de middelen Q10 en Bio-Seleen + Zink alsmede over het product B-Daddy, welke te raadplegen zijn in onderstaande beslissing. De Reclame Code Commissie houdt zowel Pharma Nord als Partner Medien hiervoor verantwoordelijk.

De Commissie acht de bestreden uitgave van Swinglevend in strijd met de Geneesmiddelenwet omdat de middelen Q10 en Bio-Seleen + Zink en het product B-Daddy worden gepresenteerd als een geneesmiddel zonder dat daarvoor een handelsvergunning is verleend. Dit is wettelijk verboden en daarom in strijd met artikel 2 van de NRC. Tevens acht de Commissie de uitingen misleidend omdat de werking niet aannemelijk is gemaakt.

Pharma Nord heeft hoger beroep ingesteld tegen een aantal onderdelen van de beslissing van de Commissie. Het College oordeelt drie mededelingen alsnog toelaatbaar. Het betreft twee mededelingen over Bio-Seleen+Zink en een mededeling over B-Daddy. Voor het overige blijft de beslissing van de Commissie in stand.

Omdat beide verweerders al eerder is aanbevolen om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. is besloten deze uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen.

RB 1441

Roze zalm kan ook wilde zalm zijn

RCC 13 juni 2012, dossiernr. 2012/00356 (Lidl)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

In De Gelderlander staat de advertentie voor een aanbieding bij Lidl van 2 pakken Trawlic 'wilde zalmfilets' voor € 5,-, alsmede de verpakking.

Op de verpakking van dit product staat bij ingrediënten: 'wilde zalmfilet (100%)'. Er wordt medegedeeld dat uit de vermelding van de letter A of B bij de houdbaarheidsdatum kan worden afgeleid welke vissoort is gebruikt. In de advertentie en op de verpakking staat 'wilde zalm', maar of dit daadwerkelijk het geval is blijkt pas uit de code op de verpakking. Klaagster acht dit misleidend, vooral 'in verband met berichtgeving dat roze zalm kankerverwekkend zou zijn'.

De Commissie oordeelt dat het voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk is dat onder de aanduiding 'wilde zalm' de zalmsoorten worden verstaan die in zee zijn gevangen, in tegenstelling tot gekweekte zalm. Het wordt voldoende aannemelijk geacht dat de in de advertentie en op de verpakking gebruikte benaming betrekking heeft op gevangen en niet op gekweekte zalmsoorten. Niet is gebleken dat roze zalm geen wilde zalm kan zijn en wordt er uitdrukkelijk melding gemaakt van de 'zachtroze kleur' van de wilde zamfilets. De Commissie wijst de klacht af.

RB 1440

Maaltijd verzorgt door chef-kok, niet door top-kok

Vzr. RCC 13 juni 2012, dossiernr. 2012/00488 (KLM)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

Op www.klm.com/travel/nl staat onder de aanhef 'World Business Class' onder meer: “Geniet van uw keuze uit heerlijke driegangenmenu’s die speciaal zijn bereid zijn door Nederlandse topkoks. Alle maaltijden worden geserveerd op prachtig Marcel Wanders servies en met een uitstekend glas wijn of ander drankje. Heeft u speciale wensen, dan doen we er alles aan om die te vervullen”.

In de uiting wordt gesuggereerd dat de reiziger een driegangenmaaltijd van een Nederlandse top-kok geserveerd krijgt. Aan boord blijkt deze service niet te gelden voor vegetariërs. Klaagster vindt de reclame misleidend.

De voorzitter oordeelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de voordelen van het product. De voorzitter acht de reclame-uiting misleidend.

Vast is komen te staan dat indien een klant speciale wensen heeft ten aanzien van het driegangenmenu, bijvoorbeeld omdat hij een vegetarische maaltijd verkiest, de maaltijd wordt voorbereid door een chefkok, en niet door een Nederlandse topkok. Nu echter in de uiting zonder voorbehoud wordt gesteld: “Geniet van uw keuze uit heerlijke driegangenmenu’s die speciaal zijn bereid zijn door Nederlandse topkoks” gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de voorzitter de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1437

Het goede erin, het slechte eruit

RCC 11 juni 2012, dossiernr. 2012/00336 (Céréal Choco Delight)

Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

In Psychologie Magazine staat een advertentie: “HET GOEDE ERIN, HET SLECHTE ERUIT”. “Als je iets lekkers wilt, dan wil je iets lekkers. En dus geen troep in je lijf. Kleurstoffen, geraffineerde suikers, verzadigd vet … daar heb je toch geen zin in? Die rommel komt er bij onze koekjes dan ook niet in. Daar is ook geen plek voor. Want ze zitten al vol. Met echte, natuurlijke ingrediënten. Zoals vezels, cacao en mineralen. Onze koekjes zijn dus niet alleen goed voor de lekkere trek, maar ook goed voor jou. Veel lekkerder toch? Op cereal.nl lees je meer”. Daaronder is een deel van de verpakking van het product Céréal Choco Delight afgebeeld.

Klager stelt zich op het standpunt dat er kunstmatige zoetstoffen in het aangeprezen product zitten, die kunnen niet als natuurlijk worden aangemerkt.

De Commissie oordeelt dat reclame gepaard gaat met onjuiste informatie over de samenstelling van het product waardoor de uiting misleidend en oneerlijk is. Het verweer van adverteerder dat de gemiddelde consument zal begrijpen dat de slogan 'Het goede erin, het slechte eruit' een vorm van overdrijven is doet hier niet aan af. Het is niet duidelijk dat er sprake is van overdrijving.

Ad a.
Adverteerder heeft niet weersproken dat het product Céréal Choco Delight per 100 gram 10,5 gram verzadigde vetten bevat. Nu in de bestreden uiting met betrekking tot (onder meer) verzadigd vet wordt gesteld: “Die rommel komt er bij onze koekjes dan ook niet in” gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad b.
In de advertentie wordt met betrekking tot de koekjes van adverteerder gesteld: “(…) ze zitten al vol. Met echte, natuurlijke ingrediënten”. Adverteerder heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat Céréal Choco Delight maltitol in poeder, gedroogde maltitolstroop en sucralose bevat en dat dit kunstmatige zoetstoffen zijn. Met betrekking tot maltitol heeft adverteerder slechts meegedeeld dat in het product Céréal Choco Delight de gewone suiker hoofdzakelijk wordt vervangen door de suikervervanger maltitol, dat maltitol een polyol is en van oorsprong wordt gewonnen uit tarwe of maïs en dat maltitol om die reden “aan de basis” een natuurlijke oorsprong heeft. Op klagers stelling omtrent sucralose is adverteerder niet ingegaan. Gelet op het bovenstaande heeft adverteerder de juistheid van de mededeling “(…) ze zitten al vol. Met echte, natuurlijke ingrediënten” niet aangetoond. Gelet hierop gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad c.
Adverteerder heeft niet weersproken dat de zoetstoffen maltitol in poeder, gedroogde maltitolstroop en sucralose, ten aanzien van welk stoffen adverteerder niet heeft bestreden dat deze deel uitmaken van Céréal Choco Delight, worden gemaakt van geraffineerde suiker. Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat de reclame, voor zover daarin staat: “geraffineerde suikers ( … ) daar heb je toch geen zin in? Die rommel komt er bij onze koekjes dan ook niet in” gepaard gaat met onjuiste informatie over de samenstelling van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Het verweer dat de gemiddelde consument zal begrijpen dat de slogan “Het goede erin, het slechte eruit” en de tekst daaronder niet bedoeld zijn als een objectieve, op onderzoek gebaseerde weergave over de producten van Céréal, maar als een vorm van overdrijving die aan reclame eigen is, leidt niet tot een ander oordeel. Niet duidelijk is dat er sprake is van overdrijving. Het verweer dat in de advertentie wordt verwezen naar de website cereal.nl leidt evenmin tot een ander oordeel. Deze verwijzing neemt bovenbedoelde onjuiste informatie niet weg.

RB 1432

Toegeschreven werking niet aannemelijk

RCC 4 juni 2012, dossiernr. 2012/00273 (Nutrilon)
RCC 4 juni 2012, dossiernr. 2012/00425 (Nutrilon)


Voeding. Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

In beide beslissingen gaat het om de televisiereclame voor 'Nutrilon Dreumes- of Peutermelk'. De voice-over zegt: “Je kunt ze blijven ondersteunen met Nutrilon Dreumes- of Peutermelk. Dat bevat ‘ImmunofortisProgress’ met vitamines die op een natuurlijke manier bijdragen aan een gezond immuunsysteem. Nutrilon draagt bij aan een gezond immuunsysteem. In ieder geval de eerste drie jaar.” Onderin beeld verschijnt onder meer de tekst: “Nutrilon bevat vitamines A, C en D welke bijdragen aan een normale werking van het immuunsysteem”

De eerste klager zegt dat de uiting suggereert dat het product bewezen bijdraagt aan het immuunsysteem van je kind, wat niet voldoende bewezen is door middel van goede wetenschappelijke onderzoeken. Ouders krijgen onnodig het gevoel dat zij deze dure melk voor hun kinderen moeten kopen, terwijl gewone koemelk als onderdeel van gezonde voeding voldoende is om het immuunsysteem gezond te houden.

De tweede klacht luidt dat de kijker wordt misleid door het medegedeelde over de toevoeging van vitamines A, C en D.  Nu kinderen deze vitamines ook binnen krijgen wanneer ze gezond eten, is de toevoeging van deze vitamines in de melk niet nodig. De reclame wordt door beide klagers misleidend geacht.

De Commissie oordeelt in deze klachten dat de aan Nutrilon Dreumesmelk toegeschreven werking niet aannemelijk is gemaakt en het wel degelijk mogelijk is met gezonde voeding alle benodigde voeding te geven en het immuunsysteem van peuters te ondersteunen. Dus dat onjuiste informatie wordt verstrekt over het bestaan van specifieke kenmerken van het product. De uiting is derhalve misleidend en oneerlijk.

Dossiernr. 2012/00273

Tegenover de stelling van klaagster dat de in de commercial geclaimde werking van Nutrilon Dreumesmelk niet bewezen is, heeft adverteerder in zijn verweer meegedeeld dat deze claim ‘is gekoppeld aan de vitamines A, C en D in deze Dreumesmelk’ en dat ‘voor deze kinderclaims’ dossiers zijn ingediend bij de European Food Safety Authority. Niet is echter duidelijk om welke specifieke kinderclaims het gaat.
Het door adverteerder overgelegde document betreft de in de commercial getoonde grafiek, waarop de klacht geen betrekking heeft. Geen sprake is van recent erkend wetenschappelijk onderzoek dat is verricht met betrekking tot de werking van de Dreumesmelk of artikelen die zijn gepubliceerd in erkende wetenschappelijke tijdschriften.
 
Gelet op het voorgaande is de in de uiting aan Nutrilon Dreumesmelk toegeschreven werking niet aannemelijk gemaakt en is de Commissie van oordeel dat adverteerder onjuiste informatie verstrekt over het bestaan van specifieke kenmerken van het product als bedoeld onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit te nemen over een transactie, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Dossiernr. 2012/00425

Ad 1 en ad 3.
Tussen partijen is niet in geschil dat de kinderen die in de commercial centraal staan zichtbaar ouder zijn dan zes maanden. Het product dat in de commercial wordt aange­pre­zen, is ook uitslui­tend bedoeld voor kinderen die ouder zijn dan 1 jaar (dreumesen). Op grond hiervan is naar het oordeel van de Commissie geen sprake van een commercial die me­de is gericht op ouders met kinderen die jonger zijn dan zes maanden. Gelet hierop, en nu reclame voor opvolgmelk niet is verboden en niet is gebleken dat deze reclame in strijd is met de Warenwetregeling zuigelingenvoeding 2007 respectievelijk artikel 13 van EG-verordening nr. 2006/141, dient de reclame op dit punt toelaatbaar te worden geacht. Voorts kan naar het oordeel van de Commissie niet worden gezegd dat de commercial op enige wijze moeders zou stimuleren om te stoppen met borstvoeding.
Gelet op het voorgaande treffen de klachten zoals genoemd onder 1. en onder 3. geen doel.
 
Ad 2.
In de commercial wordt door één van de moeders gezegd dat dreumesen nog steeds ‘speciale melk nodig hebben’. Mede gelet op de overige inhoud van de commercial wordt naar het oordeel van de Commissie aldus de indruk gewekt dat het zonder de Dreumesmelk niet mogelijk is om peuters voldoende voedingsstoffen binnen te laten krijgen die bijdragen aan een gezond immuunsysteem. Naar adverteerder heeft erkend, is het echter wel degelijk mogelijk om met gezonde voeding alle benodigde voeding te geven en het immuunsysteem van peuters te ondersteunen. Derhalve is de mededeling dat de peuters speciale melk ‘nodig’ hebben onjuist. Gelet op het voorgaande gaat de reclame-uitingop dit punt gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 onder bvan de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oor­deel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.