Geen voorbehoud verhoging internetsnelheid
RCC 27 april 2011, Dossiernr. 2011/00247 (Caiway)
Reclamerecht. Nieuwsbrief van Caiway waarin wordt aangekondigd dat internetsnelheid voor alle abonnees wordt verhoogd. Klager stelt dat onjuiste informatie is verstrekt, nu dit niet geldt voor Premium abonnement (komt nl. te vervallen). Verweerder stelt dat op moment van nieuwsbrief nog niet bekend was dat dit abonnement zou vervallen, dus geen sprake van onjuiste informatie. Deze klanten krijgen aanbieding op maat. Commissie oordeelt de uiting te absoluut, nu er geen voorbehoud is gemaakt. Acht dat er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef NRC) en in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.
De Commissie stelt vast dat klager een Premium abonnement heeft dat in ieder geval tot de uit de stukken blijkende datum van 1 april 2011 doorliep. In de nieuwsbrief van 1 december 2010 is door adverteerder zonder uitzondering een verhoging van de downloadsnelheden van alle internetabonnementen met ingang van januari 2011 aangekondigd. Uit een bericht op de website van 24 december 2010, dus enkele weken na het verschijnen van de bestreden nieuwsbrief, blijkt dat het Premium internetabonnement op termijn komt te vervallen en om die reden wordt uitgesloten van de eerder aangekondigde verhoging van de downloadsnelheid. Wat er zij van de juistheid van de mededeling van adverteerder dat ten tijde van verschijning van de nieuwsbrief nog geen besluit was genomen omtrent beëindiging van het Premium abonnement, nu in de bestreden nieuwsbrief geen enkel voorbehoud is opgenomen ten aanzien van eventueel uit te sluiten abonnementen is de uiting naar het oordeel van de Commissie te absoluut.
De bestreden uiting gaat aldus gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de Commissie voorts van oordeel is dat de bestreden uiting de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, te weten de keuze om al dan niet over te stappen naar een andere provider, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8
Reclamerecht. Reclame voor product IT’S PURE UBIQUINON Q10 100MG op website. Klager acht uiting in strijd met art. 2, art. 4, art. 6 t/m 9
Reclamerecht. Uiting voor rollator. Volgens klager is deze in strijd met fatsoen en aanzet tot misbruik ziektekostenverzekering. Verweerder zegt dat advertentie door intern misverstand is geplaatst en acht advertentie misleidend nu rollater niet uit ziektekostenpakket verdwijnt. Voorzitter oordeelt dat Comissie klacht zal toewijzen, nu er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef
Reclamerecht. Uiting op website en uiting in winkel van Kruidvat over aanbieding 1+1 gratis op het gehele Gilette assortiment. Klager kocht twee 3-packs Gilette scheergel en moest de prijs van de twee producten betalen omdat volgens caissière de actie 1+1 gratis niet gold voor dit product. Nu dit niet bleek uit uitingen vindt klager deze misleidend. Verweerder stelt dat het ging om een actieverpakking en dat duidelijk is dat de 1+1 gratis actie niet voor actieverpakking geldt, dus vindt dat er geen sprake is van misleiding.
Reclamerecht. Aanbieding in huis-aan-huis folder over Childhome boxkleed en beschermrand. Klager kocht dit product, alleen ontbrak de beschermrand. Bij navraag bleek deze niet onder de aanbieding te vallen en was er sprake van een drukfout. Klager acht uiting misleidend. Verweerder stelt dat er sprake is van drukfout en na hierop door klager gewezen te zijn, dit te hebben doorgegeven aan drukkerij en de winkels om dit aan te passen. Volgens verweerder geen sprake van misleiding. Voorzitter acht de uitingen onjuist (art. 8.2. aanhef en onder b
Reclamerecht. Televisiecommercial van Nespresso met George Clooney. Klager vindt reclame misleidend nu nespressocups niet in winkel kunnen worden gekocht, discriminerend nu cups alleen verkocht worden aan leden van de Nespressoclub en kwetsend omdat er gesuggereerd wordt dat in hemel geen cups te krijgen zijn.
Reclamerecht. AH Bonusfolder waarin voor 50 producten het tweede product gratis is. Klager stelt dat uiting onjuist en misleidend is nu bij sommige producten 50% korting wordt gegeven op het gewicht en men niet tweede gratis krijgt. Verweerder stelt dat dergelijke producten altijd per gewicht worden betaald en dat daarom 50% korting op gewicht wordt gegeven. In folder wordt ook uitleg gegeven over deze methode. Commissie oordeelt uiting voldoende duidelijk en wijst klacht af.
Reclamerecht. Online folder op website waarin gratis touchscreen tablet wordt aangeboden bij aankoop bank. Klager acht uiting misleidend nu Apple iPad wordt afgebeeld en deze niet wordt weggegeven. Voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal afwijzen. Overweegt als volgt: er zijn tablets van verschillende merken op de markt en in de uiting is geen merk of logo te zien. Hierdoor kan niet de suggestie gewekt worden dat bij aankoop bank een iPad wordt weggegeven. Voorzitter wijst de klacht af.
Reclamerecht. Verpakking van Becel meergranen volkoren brood met "Ik Kies Bewust" logo en tekst. Klager acht tekst misleidend aangezien het brood gekarameliseerde suiker en suiker bevat. Verweerder acht klacht ongegrond omdat tekst naast logo verplicht is gesteld door Stichting "Ik Kies Bewust" (IKB) en het brood voldoet aan de hiervoor gestelde richtlijnen van de Stichting. Commissie oordeelt dat klacht geen doel treft nu brood voldoet aan de richtlijnen. Er wordt niet gesuggereerd dat het brood geen suikers bevat. Wijst klacht af.
Reclamerecht. Folder waarin staat "onbeperkt trainen voor 15,95 per maand." Klager stelt dat deze prijs alleen geldt als jaar vooruit wordt betaald en het duurder is als per maand wordt betaald. Verweerder stelt dat dit de abonnementsprijs per jaar is en dat bij betaling per maand extra kosten in rekening worden gebracht, welke duidelijk worden aangegeven voor afsluiten. De voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal toewijzen. Nu de extra kosten niet in uiting worden vermeld, is er sprake van een omissie (art. 8.3 aanhef en onder c