RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Misleidende en vergelijkende reclame  

RB 935

Notariskamer: tarieven moeten kenbaar zijn

Notariskamer Hof Amsterdam 17 mei  2011, LJN BQ5629 (notatis-appellant tegen notaris-geïntimeerde)

Reclame. Tarieven. Geen melding van vaste kostenopslagen op offerte. Hoge leges, buitensporig hoge extra werkzaamheden. Kosten aan verkoper bij kopen "kosten koper". Onzorgvuldig akten passeren. Klager verwijt de notaris dat deze het publiek misleidt en in strijd handelt met de bepalingen van de verordening beroeps- en gedragsregels. Het hof bekrachtigt de beslissing waarvan beroep. Tuchtrechtelijke maatregelen.

3. De notaris heeft verklaard dat de tarieven zoals deze staan vermeld op de site van “degoedkoopstenotaris.nl” moeten worden beschouwd als een indicatie. De aanvragers kunnen daaraan geen rechten ontlenen. Op die site kan, door de daartoe bestemde knop aan te klikken, een offerte worden aangevraagd. Die aanvraag wordt aan het notariskantoor toegezonden. Nadat die offerteaanvraag is ontvangen wordt door het notariskantoor telefonisch contact gezocht met de aanvrager. Bij die gelegenheid wordt naar de precieze bedoeling van de aanvrager gevraagd. Besproken wordt wat de aanvrager nodig heeft en ook worden de bijkomende kosten meegedeeld. De bijkomende kosten hangen af van aard van de zaak die moet worden behandeld.

4.3 Wat betreft de klacht onder 2. sub (iii) is de Kamer van oordeel dat, wat er zij van de hoogte van de tarieven die de notaris voor meerwerk in rekening brengt, de notaris in beginsel vrij is in de vaststelling daarvan. Wel dienen deze tarieven op voorhand aan potentiële cliënten kenbaar te zijn. Dat zijn ze, naar het oordeel van de Kamer, in onvoldoende mate. De tarieven voor diverse meerwerk staan weliswaar vermeld in de algemene voorwaarden, maar die algemene voorwaarden staan niet op de website “degoedkoopstenotaris.nl” en evenmin op de website van de notaris zelf. Naar de verklaring van de notaris worden potentiële cliënten die algemene voorwaarden eerst op hun daartoe strekkend verzoek, danwel met de bevestiging van de verkregen opdracht, toegezonden. De Kamer oordeelt ook deze klacht gegrond.

Lees de uitspraak hier (link)

RB 921

Tele2 mobiel: 300 min voor 12,50 p.m.

RCC 13 april 2011, Dossiernr. 2011/00232

Reclamerecht. Internetbanner met Tele2 mobiel aanbieding: 300 minuten voor 12,50 per maand. Klager stelt dat deze aanbieding geldt voor tweejarig abonnement, waarbij het actietarief alleen voor het eerste jaar geldt en het tweede jaar 27,50 per maand moet worden betaald. Verweerder stelt dat banner te weinig ruimte biedt voor alle voorwaarden, daarom wordt verwezen naar website waarop alle essentiële informatie staat.

Commissie oordeelt dat er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.3 onder c NRC) omdat essentiële informatie over de maandelijkse kosten op de banner ontbreekt. Acht de uiting in strijd met art. 7 NRC.

Op deze banner worden 300 belminuten voor € 12,50 per maand bij een gratis Samsung Galaxy S telefoon aangeboden. Vast staat dat de aanbieding betrekking heeft op een tweejarig mobiel abonnement, waarvan de maandelijkse kosten alleen gedurende het eerste jaar € 12,50 bedragen en gedurende het tweede jaar € 27,50. Naar het oordeel van de Commissie moeten de maandelijkse kosten gedurende de gehele looptijd van het tweejarige abonnement worden beschouwd als een van de kernvoorwaarden van het abonnement, die reeds in de banner zelf vermeld hadden dienen te worden. De Commissie volgt adverteerder niet in diens stelling dat de banner als medium daartoe te beperkte ruimte biedt. Dat de informatie is op te vragen via de in de banner opgenomen link naar de website van Tele2 neemt niet weg, dat adverteerder blijkens het voorgaande te laat essentiële informatie heeft verstrekt die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De Commissie is voorts van oordeel dat de bestreden uiting de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 7 en art. 8.3 onder c

RB 920

Multivitaminen zijn goede aanvulling op gezond eetpatroon

RCC 21 april 2011, Dossiernr. 2011/00252

Reclamerecht. Uiting in huis-aan-huis blad met de tekst: "multivitaminen kunnen een goede aanvulling zijn op een gezond en gevarieerd eetpatroon." Klager vindt dit misleidend, bij dergelijk patroon zijn geen aanvullende vitaminen nodig. Verweerder onderbouwt de uiting met resultaten van verschillende onderzoeken en vermeld dat uiting is voorzien van toelatingsnummer KAG.
Commissie vat klacht op als onjuiste informatie in de zin van art. 8.2 aanhef en onder b NRC. Wijst klacht af want verweerder heeft stelling in uiting voldoende aannemelijk gemaakt.

De Commissie vat klaagsters bezwaar tegen de bestreden uiting aldus op, dat in de advertentie onjuiste informatie wordt verstrekt over een van de voornaamste kenmerken van de aangeprezen multivitaminen, te weten de geschiktheid voor het gebruik en de van het gebruik te verwachten resultaten, als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code. De Commissie wijst de klacht af. Naar haar oordeel is door adverteerders voldoende aannemelijk gemaakt dat multivitaminen in bepaalde situaties een aanvulling op een gezond en gevarieerd eetpatroon kunnen zijn, zoals in de uiting wordt gesteld.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 8.2 aanhef en onder b

RB 919

Q10 en paradontale aandoeningen

RCC 11 mei 2011, Dossiernr. 2011/00093

Reclamerecht. Aanprijzing Lamberts Co-enzym Q10 30mg op website. Klager vindt deze uiting in strijd met art. 2, art.4, art. 6 t/m 9 NRC nu in uiting o.a. staat: "Een gebrek aan CoQ10 wordt geassocieerd met parodontale aandoeningen." Ook acht klager uiting in strijd met reclamecode van Keuringsraad KOAG/KAG. Verweerder zegt advertentie te hebben aangepast aan de regels.

Commissie toetst alleen aan NRC. Zij vat geciteerde zin uit de uiting op als verboden medische claim (art. 20 lid 2 onder a Warenwet) en oordeelt dat er strijd is met art. 2 NRC. Ook acht zij dat er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef en onder b NRC) dus in strijd met art. 7 NRC. Voor wat betreft de overige onderdelen, treft de klacht geen doel.

2) Op het in de bestreden uiting aangeprezen product Lamberts Co-enzym Q10 30mg, dat in de vorm van capsules in de handel wordt gebracht en om die reden kan worden aangemerkt als een voor orale nuttiging door de mens bestemd middel, is de Warenwet van toepassing. Ingevolge artikel 20 lid 2 onder a van de Warenwet is het verboden eet- en drinkwaar aan te prijzen met gebruikmaking van vermeldingen of voorstellingen, die aan de waar eigenschappen toeschrijven inzake het voorkomen, behandelen of genezen van een ziek­te van de mens, of die toespelingen maken op zodanige eigenschappen. De mededeling “Een gebrek aan CoQ10 wordt geassocieerd met parodontale aandoeningen (tandvlees)” dient naar het oordeel van de Commissie te worden opgevat als een verboden medische claim in de zin van artikel 20 lid 2 onder a van de Warenwet. De uiting is daarom in strijd met artikel 2 NRC.

3) Klager heeft voorts aangevoerd dat sprake is van misleidende reclame, nu de uiting “onwaar en onjuist” is. Adverteerder heeft daarop niet aannemelijk gemaakt dat Lamberts Co-enzym Q10 30mg de in de uiting daaraan toegeschreven heilzame werking ten aanzien van parodontitis heeft. Dit impliceert dat de uiting onjuiste informatie bevat over de van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC, welke resultaten als een van de voornaamste kenmerken van het product moeten worden beschouwd. Om die reden is de uiting tevens misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regelingen: NRC art. 2, art. 7, art. 8.2 aanhef en onder b; Warenwet art. 20 lid 2 onder a
Zie ook eerdere uitspraak over soortgelijk product: RB 896

RB 918

Juweliersactie: elke tweede artikel 1 euro

Vz RCC 28 april 2011, Dossiernr. 2011/00094 (1 euro actie bij juwelier)

Reclamerecht. Advertentie in krant van juwelier over spectaculaire verbouwingsopruiming: elk tweede artikel 1 euro. Klager stelt dat deze actie alleen gold voor artikelen in etalage. Volgens verweerder is het logisch dat dit niet voor alle artikelen gold en waren artikelen die onder actie vielen voorzien van gele sticker.

Voorzitter oordeelt dat de Commissie klacht zal toewijzen. In uiting werd gesproken over "spectaculaire opruiming" en stond er geen beperking op "2e artikel 1 euro." Sprake van omissie (art. 8.3 aanhef en onder c NRC) en daarom in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

De voorzitter is van oordeel dat de Commissie de klacht zal toewijzen. Hij overweegt daartoe het volgende. In de advertentie staat zonder uitzondering “2e artikel 1 euro!”. Op grond hiervan zal de ge­middelde consument aannemen dat de actie voor alle artikelen van de collectie geldt. Dat sprake is van een juwelierswinkel doet daaraan niet af. In de advertentie staat uitdrukkelijk dat sprake is van een “spectaculaire verbouwingsoperatie”. Indien der­ge­lijke woorden wor­den gebruikt ter omschrijving van een bijzondere actie, kan niet van het ge­bruikelijke ver­wachtingspatroon van de ge­mid­delde consument worden uitgegaan.

Niet weersproken is dat de actie een belangrijke beperkende voorwaarde heeft, te weten dat deze uitsluitend geldt voor bepaalde artikelen. Nu deze beperking niet uit de reclame-uiting blijkt, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Neder­landse Reclame Code (NRC).

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art.7, art. 8.3 aanhef en onder c

RB 916

Sligro Dreft vaatwastabletten aanbieding onduidelijk

Voorzitter RCC 12 mei 2011, Dossiernr. 2011/00315 (Sligro aanbieding Dreft)

Reclamerecht. Aanbieding in folder: Dreft vaatwastabletten "2 halen, 1 betalen" en "van 17,95 voor 8,95." Klaagster meende voor 2 pakken 8,95 euro te moeten betalen, maar moest 17,95 euro neerleggen. Verweerder stelt dat per ongeluk twee actievormen door elkaar zijn gebruikt, waardoor uiting onduidelijk was. Heeft actie ondernomen om dit in de toekomst te voorkomen.

Voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal toewijzen. Acht dat er sprake is van onduidelijke informatie (art. 8.2 aanhef en onder d NRC) en daarom in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

De voorzitter is van oordeel dat de Commissie de klacht zal toewijzen. Hij overweegt daar-toe het volgende.
Niet in geschil is dat de reclame-uiting de indruk wekt dat men voor de twee afgebeelde Mega Packs Dreft afwastabletten in totaal € 8,95 hoeft te betalen, terwijl deze Packs in werkelijkheid in totaal € 17,95 kosten.
Aldus heeft adverteerder geen juiste, althans geen duidelijke informatie verstrekt over de prijs van het product en het bestaan van een speci­fiek prijsvoordeel als bedoeld in artikel 8.2 aan­hef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oor­deel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 7 en art. 8.2 aanhef onder d

RB 914

"Al 50 jaar goed voor hart en bloedvaten" te absoluut

RCC 28 april 2011, Dossiernr. 2011/00672 (Becel)

Reclamerecht. Slogan Becel "Al 50 jaar goed voor hart en bloedvaten". Klager stelt dat slogan misleidend is nu voor 1995 de margarines van Becel transvetten bevatten, welke slecht zijn hart en bloedvaten en er sprake is van disbalans in omega 3 en omega 6 vetzuren. Verweerder stelt dat de margarine alleen van 1963-1965 transvetten bevatte, maar niet in hoge percentages. Becel heeft haar product steeds verbeterd bij nieuwe inzichten. Stelt dat Becel producten al 50 jaar het gezonde alternatief zijn. Geen wetenschappelijke onderbouwing voor disbalans.

Commissie toetst aan art. 3 lid 1 RVV jo. art. 2 lid 5 Claimsverordening (EG-verordening 1924/2006). Commissie vindt dat aan deze voorwaarde is voldaan. Verweerder mag producten op dit moment van slogan "goed voor hart en bloedvaten" voorzien. Commissie vindt dat verweerder onvoldoende de claim heeft onderbouwd dat Becel al 50 jaar goed is voor hart en bloedvaten. Acht daarom de slogan te absoluut. Sprake van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef NRC) en daarom in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

2)  De Commissie is van oordeel dat adverteerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt  dat zij aan voormelde voorwaarde voldoet en dat zij conform  de wetgeving (de over­gangsregeling van artikel 28 lid 5 aanhef en onder b van EG-verordening nr. 1924/2006, waarnaar in artikel 3 sub b RVV wordt verwezen) haar producten op dit moment van de claim “goed voor hart- en bloedvaten” mag voorzien. Overigens is het verweer van adverteerder dat de Commissie zich niet dient te mengen in de vraag of de samenstel­ling van het product al dan niet gezond of conform de wetgeving is, juist. De Commissie gaat op die aspecten niet in, en zal zich beperkten tot de vraag of de slogan “Becel. Al 50 jaar goed voor hart en bloedvaten” misleidend is. De klacht richt zich immers met name tegen de mededeling dat dit al 50 jaar het geval is. Volgens klager kan adver­teerder niet aannemelijk maken dat Becel in de afgelopen 50 jaar steeds die werking heeft gehad. Adverteerder stelt zich echter op het standpunt dat Becel wel degelijk in die gehele periode “goed voor hart- en bloedvaten” was. Adverteerder verwijst hierbij naar de volgens haar relatief gunstige samenstelling van Becel in relatie tot producten met een andere, ongunstigere, vetsamenstelling.

Verdere beoordeling. 3) De Commissie is van oordeel dat door adverteerder onvoldoende is onderbouwd dat de samenstelling van het product Becel gedurende 50 jaar enkel stoffen heeft bevat die de werking van de nutriënten, waarvoor de claim wordt gedaan dat Becel goed is voor hart en bloedvaten, niet tegenwerken of neutraliseren. Vast is komen te staan dat Becel in de jaren 1960-1962 7g transvetten per 100g product bevatte. Als erkend is eveneens komen vast te staan dat transvetten op zich niet goed zijn voor hart en bloedvaten. Adverteerders stelling dat de aanwezigheid van transvetten in Becel werd gecompenseerd doordat een grote hoeveelheid verzadigde vetzuren werd vervangen door meervoudig onverzadigde vetzuren, zodat Becel ook in de beginjaren ondanks de aanwezigheid van transvetten gezond voor hart en bloedvaten was, is naar het oordeel van de Commissie niet met stukken onderbouwd. Het (gedeelte uit het) rapport “Diet, nutrition and the prevention of chronic diseases” van de WHO (2003), waarnaar door adverteerder in dit verband wordt verwezen, kan niet als voldoende onderbouwing worden aangemerkt. In dit rapport(gedeelte) wordt immers niet specifiek ingegaan op het punt dat hier aan de orde is.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: RVV art. 3 lid 1; EG-verordening 1924/2006 art. 2 lid 5; NRC art. 7, art. 8.2 aanhef

RB 910

AH Bonusactie Syoss misleidend

Voorzitter RCC 12 mei 2011, Dossiernr. 2011/00202 (AH Bonus Syoss)

Reclamerecht. Bonusfolder AH met actie tweede product gratis van Syoss. Klager stelt dat uiting indruk wekt dat alle Syoss producten onder de actie vallen, echter de hairspray was uitgesloten. Verweerder erkent de klacht en wil product aan klager vergoeden. Voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal toewijzen. Overweegt dat er sprake is van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef en onder d NRC) en daarom in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

 De voorzitter is van oordeel dat de Commissie de klacht zal toewijzen. Hij overweegt daartoe het volgende.

Adverteerder heeft erkend dat de advertentie als misleidend kan worden opgevat, nu deze ten onrechte de indruk wekt dat de actie “2e gratis” ook geldt voor andere Syoss producten dan de twee in de Bonusfolder afgebeelde Syoss producten Gelet hierop is sprake van on­juiste informatie over het bestaan van een specifiek prijsvoordeel als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting mislei­dend en daar­door oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef en onder d
Zie ook eerdere uitspraak over AH Bonus actie tweede product gratis (RB 887)

RB 904

Radiocommercial rookmelder niet misleidend

CVB 11 april 2011, Dossiernr. 2010/00873 (Rookmelder)

Reclamerecht. Radiocommercial over rookmelders. Klager vindt dat gesuggereerd wordt dat er doden vallen bij brand zonder rookmelder. Aangezien er kans is op overleving, ook zonder rookmelder, vindt klager uiting misleidend. Verweerder stelt dat percentage overlevenden bij brand zonder melder zeer klein is. Uiting is stelling om Nederlander hier bewust van te maken. Commissie oordeelde dat er sprake was van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef NRC) en in strijd met art. 7 NRC. Deed aanbeveling.

Grieven: consument wordt opgeroepen melder te testen, wordt niet overgehaald tot transactie. Uiting is dus niet misleidend. CVB acht dat Commissie ten onrechte aan art. 7 NRC heeft getoetst, omdat reclame consument aanspoort de rookmelder te testen en dus niet te kopen. Ook is CVB van mening dat er geen strijd is met NRC, de overdrijving is daar niet sterk genoeg voor. Vernietigt beslissing van Commissie en wijst klacht alsnog af.

De Brandwonden Stichting heeft terecht aangevoerd dat de boodschap van de radiocommercial is dat men dient te controleren of de rook­melder in huis nog werkt. In de radiocommercial ligt naar het oordeel van het College niet tevens de bood­schap besloten dat men een nieuwe rookmelder dient te kopen.

Op grond van het voorgaande heeft de Commissie ten onrechte getoetst of sprake is van oneerlijke reclame in de zin van artikel 7 van de Nederlandse Re­clame Code. De consument wordt immers door de commercial niet ertoe gebracht een bepaalde transactie te nemen.

Ook overigens kan niet worden geoordeeld dat de onderhavige uiting in strijd met de Nederlandse Reclame Code is. Er is weliswaar sprake van overdrijving, maar niet kan worden gezegd dat deze overdrijving dusdanig is, dat de uiting om die reden in strijd met de waar­heid zou moeten worden geacht.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef

RB 903

NL Energie Maatschappij - vergelijking met andere energiebedrijven

RCC 29 maart 2011, Dossiernrs. 2011/00160, 2011/00160A, 2011/00171

Reclamerecht. Uitingen van de Nederlandse Energie Maatschappij. Vergelijking met Essent en Nuon waar verband wordt gelegd tussen overnames en omhoog gaan prijzen. Klagers achten deze uitingen oneerlijk, misleidend en discriminerend. Commissie oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verband tusen overname en prijsverhoging bestaat. Acht de suggestie daarom onjuist (art. 8.2 onder d NRC). Oordeelt uitingen in strijd met art. 7 en art. 13 aanhef en sub a NRC. Doet aanbeveling en wijst klacht voor het overige af, want geen sprake van discriminatie.

Klacht over vergelijking met Essent. Klager vindt dit geen stijl hebben. Commissie oordeelt dat er sprake is van vergelijkende reclame, maar of reclame aan voorwaarden hiervoor voldoet is niet in geschil. Indien klager uiting in strijd acht met art. 2 NRC (goede smaak/fatsoen) of art. 4 NRC (onnodig kwetsend), moet Commissie zich terughoudend opstellen bij beoordeling i.v.m. subjectiviteit criteria. Acht grens van het toelaatbare niet overschreden. Wijst klacht af.

2011/00160. De Commissie is van oordeel dat adverteerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat, zoals in de commercials wordt gesuggereerd, de overname van Essent door het Duitse bedrijf RWE en de overname van NUON door het Zweedse bedrijf Vattenfall tot gevolg hebben dat de tarieven van Essent dan wel de NUON daadwerkelijk worden of zijn verhoogd en dat het daardoor voor de klanten van Essent en de NUON ‘honderden euro’s scheelt’ wanneer men overstapt naar adverteerder. Derhalve acht de Commissie de in de commercials gewekte suggestie onjuist.

Gelet op het voorgaande gaan de commercials naar het oordeel van de Commissie gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de prijs van het product als bedoeld in artikel 8.2 onder d NRC. De Commissie is voorts van oordeel dat de gemiddelde consument, naar aanleiding van deze onjuiste informatie, ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Op grond van voorgaande zijn de commercials misleidend in de zin van artikel 8 NRC en daarom oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Voorts is sprake van ontoelaatbare vergelijkende reclame in de zin van artikel 13 aanhef en sub a NRC.

Lees de gehele uitspraak 2011/00160 hier (link en pdf).

2011/00160A.De Commissie is van oordeel dat adverteerder echter onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat, zoals in de commercial wordt gesuggereerd, de overname van NUON door het Zweedse bedrijf Vattenfall tot gevolg heeft dat de tarieven van de NUON daadwerkelijk worden of zijn verhoogd (en dat het daardoor voor de klanten van NUON ‘honderden euro’s scheelt’ wanneer men overstapt naar adverteerder). Derhalve acht de Commissie deze in de commercial gewekte suggestie onjuist.

Gelet op het voorgaande gaat de commercial naar het oordeel van de Commissie gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de prijs van het product als bedoeld in artikel 8.2 onder d NRC. De Commissie is voorts van oordeel dat de gemiddelde consument, naar aanleiding van deze onjuiste informatie, ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen.

Op grond van voorgaande is de commercial misleidend in de zin van artikel 8 NRC en daarom oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Voorts is sprake van ontoelaatbare vergelijkende reclame in de zin van artikel 13 aanhef en sub a NRC.

Lees de gehele uitspraak 2011/00160A hier (link en pdf)

2011/00171. De Commissie stelt voorop dat sprake is van vergelijkende reclame. Het maken van vergelijkende reclame is op zichzelf niet ontoelaatbaar, mits deze voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 13 a tot en met h. Of de reclame aan deze voorwaarden voldoet is in het onderhavige geval niet in geschil.

Voor zover klager de reclame in strijd acht met de goede smaak of het fatsoen zoals bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) dan wel onnodig kwetsend acht in de zin van artikel 4 NRC, oordeelt de Commissie als volgt.

Gelet op het subjectieve karakter van deze criteria, stelt de Commissie zich, bij de beantwoording van de vraag of reclame daarmee in strijd is, terughoudend op. De Commissie acht de commercial, mede gelet op deze terughoudendheid, niet van dien aard, dat de grens van het toelaatbare wordt overschreden.

Lees de gehele uitspraak hier (link en pdf)
Regeling: NRC art. 2, art. 4, art. 7, art. 8.2 onder d, art. 13 aanhef en onder a
Vergelijkbare zaak: RB 678