RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Misleidende en vergelijkende reclame  

RB 1003

Geen aanprijzing paradontitis

RCC 18 mei 2011, Dossiernr. 2011/00331 (Kernpharm)

Reclamerecht. Aanprijzing product Axium Q10 Forte op website. Klager stelt dat uiting in strijd is met NRC, omdat aan voedingssupplementen geen genezende werking mag worden toegeschreven. Bovendien is er geen bewijs dat Q10 paradontitis geneest. Ook in strijd met KAG/KOAG Code. Verweerder stelt dat product sinds juni 2010 niet meer verkocht wordt. Teksten voor website en verpakking zijn destijds door Keuringsraad KOAG/KAG getoetst en goedgekeurd. KOAG/KAG stelt dat er geen strijd is met CAG.
Commissie oordeelt dat er in uiting geen vermelding is van genezende werking bij paradontitis. Wijst klacht af.

Nu de (volledige) uiting niet meer online beschikbaar is, beperkt de Commissie zich bij haar beoordeling tot (het gedeelte van) de reclame-uiting zoals door klager aan haar is voorgelegd. Hierin staat geen vermelding van of toespeling op de (genezende) werking van het aangeprezen product Axium Q10 Forte bij bloedend tandvlees, gingivitis en/of parodontitis, waartegen klager zijn bezwaar heeft gericht.

De klacht wordt daarom afgewezen.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 988

Kosten van vakantiehuisje

VzRCC 30 mei 2011, Dossiernr. 2011/00392 (Vrijuit)

Reclamerecht. Aanbieding op website van Vrijuit over boeken huisje op Vakantiepark Herperduin. Prijs is 590 euro voor aankomst op 22 juli voor verblijf van 8 dagen. Prijs is inclusief alle kosten maar exclusief extra's, deze staan vermeld in andere tab op website. Klager stelt dat er sprake is van bewuste misleiding, want extra's staan op ander gedeelte website. Verweerder stelt dat informatie duidelijk is, geen sprake van misleiding. Direct onder prijsberekening staat verwijzing naar te betalen extra's.

Voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal afwijzen. Acht art. IV lid 1 RR en art. 8.4 NRC van toepassing. Informatievoorziening van verweerder omtrent te betalen kosten voldoet aan genoemde artikelen. Nu adverteerder een touroperator is, hoefde hij kosten van verhuurder niet te verrekenen in prijs op genoemd op website. Wijst klacht af.

Naar het oordeel van de voorzitter voldoet de wijze waarop adverteerder in het onderhavige geval informatie verstrekt over de ter plaatse te betalen kosten aan deze voorschriften. In de uiting wordt direct onder de prijs duidelijk naar “de ter plaatse te betalen extra’s” verwezen. Deze kosten zijn vervolgens eenvoudig op te vragen door middel van de link die in deze me­dedeling is verwerkt, zodat adverteerder hierover voldoende informatie biedt. Voorts is van belang dat adverteerder – anders dan de door klager genoemde bedrijven die wel direct de bedoelde extra’s in de prijs hebben verdisconteerd - een touroperator is en geen verhuurder.

Nu het gaat om de ter plaatse aan de verhuurder te betalen kosten, hoefde adverteerder de­ze kosten niet reeds in de op de website genoemde prijs te ver­disconteren en kon zij vol­staan met over deze kosten informatie te verschaffen op de wijze zoals zij heeft gedaan.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regelingen: RR art. IV lid 1; NRC art. 8.4

RB 986

Levertijd iPhone bij T-mobile

CVB 8 juni 2011, Dossiernr. 2011/00039 (T-mobile iPhone)

Reclamerecht. Aanprijzing van iPhone op T-mobile website waarop o.a. staat: "levertijd van 3 tot 4 weken." Klager bestelt iPhone bij T-mobile shop nadat klantenservice heeft bevestigd dat zij ook dezelfde levertijd hebben als online. Echter, levertijd bleek meer dan 8 weken te zijn, acht uiting op website daarom misleidend. Verweerder stelt dat mededeling geen reclame in de zin van NRC. Ook geen sprake van misleiding want bestelling via webshop heeft levertijd 3 tot 4 weken en levertijd T-mobile shop wijkt daarvan af.

Commissie oordeelt dat er sprake van onduidelijke of dubbelzinnige informatie (art. 8.2 aanhef en onder b NRC) want geen onderscheid gemaakt tussen bestelling bij webshop of winkel dus mededeling te absoluut. Strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

Grieven: 1. Commissie oordeelt ten onrechte dat er sprake is van reclame, want geen aanprijzing. 2. Ten onrechte geoordeeld dat sprake is van onduidelijke en ondubbelzinnige informatie, klant ziet voor bestelling geldende voorwaarden duidelijk genoemd. 3. Ten onrechte geoordeeld dat uiting misleidend is want als via webshop wordt besteld is sprake van genoemde levertijd.
CVB oordeelt dat uiting onder reikwijdte art. 1 NRC valt want uitnodiging tot aankoop. Grief 1 treft geen doel. Bij bestelling via webshop wordt genoemde levertijd vermeld en duidelijk dat deze niet van toepassing is op andere wijze van bestellen. Ontbreken van uitdrukkelijke mededeling hierover is niet onjuist of misleidend. Ontbreken van mededeling omtrent levertijd bij andere wijzen van bestelling is ook niet onjuist of misleidend. Grief 2 en 3 treffen doel. CVB vernietigt beslissing Commissie en wijst klacht alsnog af.

 

2. Vaststaat dat in de uiting zonder verdere toelichting uitsluitend de levertijd wordt genoemd die van toe­pas­sing is indien men het apparaat via de webshop be­stelt. Het College acht dit juist. Voor de consument die ervoor kiest om het appa­raat via de webshop te bestellen, zal duidelijk zijn dat de genoemde levertijd specifiek voor die wijze van bestellen geldt, derhalve niet van toepassing is bij een andere wijze van bestellen zoals via een winkel. Het ontbreken van een uitdrukkelijke me­dedeling hier­over kan om die reden niet onjuist of misleidend worden geacht. Even­min kan het onjuist of misleidend worden geacht dat de consument niet wordt ge­wezen op het feit dat bij een andere wijze van bestellen een langere levertijd geldt.

Het dient immers als algemeen bekend te worden verondersteld dat de duur van de levertijd per verkoopkanaal kan verschillen. De grieven 2 en 3 treffen op grond van het voorgaande doel.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

 

Regeling: NRC art. 1, art. 7, art. 8.2 aanhef en onder b

RB 985

Hotelovernachting voor 9,95 euro

RCC 16 mei 2011, Dossiernr. 2011/00272 (Kruidvat)

Reclamerecht. Hotelvoucher van Kruidvat voor overnachting in een van de deelnemende hotels. Klager stelt dat op moment van boeken alle hotels vol waren. Vindt dat er sprake is van fraude en oplichting. Verweerder stelt actievoorwaarden duidelijk vermeld zijn. Aantal vouchers gelijk aan aantal beschikbare kamers. Klager wenste 4 overnachtingen achter elkaar, actie is bedoeld voor 1 overnachting. Klager kon niet verwachten dat hij voor 9,95 euro (prijs voucher) 4 overnachtingen kon krijgen. Geen sprake van misleiding, oplichting of fraude.

Commissie oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er voldoende hotelkamers beschikbaar waren en actievoorwaarden duidelijk zijn. Klager diende er rekening mee te houden dat zijn wens niet kon worden ingewilligd, gelet op aard van actie en prijs voucher.

De Commissie is van oordeel dat klager, gelet op de voorwaarde dat de boekingen ‘op basis van actiebeschikbaarheid’ waren, alsmede gelet op de aard van de actie en de prijs van de vouchers, er rekening mee moest houden dat zijn wens, te weten vier aaneensluitende nachten  in één van de drie hotels waarnaar zijn voorkeur uitging, niet kon worden ingewilligd.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 982

Verkeerd telefonisch ingelicht

RCC 12 mei 2011, Dossiernr. 2011/00322 (Vriendenloterij)

Reclamerecht. Klager is telefonisch benaderd door Vriendenloterij met aanbod voor twee gratis loten. Herhaaldelijk werd gezegd dat uitsluitend ging om deze twee loten en klager nergens aan vast zou zitten. Twee weken later ontving klager brief met mededeling dat hij deelnemer was en betaald nummer moest bellen om op te zeggen. Ook werd later geld afgeschreven zonder machtiging van klager. Verweerder stelt dat klager niet juist is ingelicht. Biedt excuses aan.

Commissie oordeelt dat klager verkeerd is ingelicht en dus sprake van onbehoorlijke en misleidende benadering, strijd met art. 7 lid 2 CTM. Doet aanbeveling.

Naar adverteerder heeft erkend, is klager namens adverteerder verkeerd ingelicht met betrekking tot de voorwaarden van de betreffende actie. Naar klager stelde is hem meegedeeld dat zijn deelnemerschap automatisch zou aflopen, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was.

Aldus is naar het oordeel van de Commissie sprake van onbehoorlijke en misleidende benadering en derhalve van strijd met artikel 7 lid 2 CTM.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: Code Telemarketing (CTM) art. 7 lid 2
Lees eerdere uitspraken over de Vriendenloterij: RB 973; RB 758

RB 980

Gratis stroom

RCC 30 mei 2011, Dossiernr. 2011/00401 (E.ON)

Reclamerecht. Verschillende uitingen van E.ON die onderdeel uitmaken van de campagne "E.ON stroomstootje" met de tekst "tot 6 maanden gratis stroom." Klager stelt hierover het volgende: Uit actievoorwaarden op website blijkt dat 6 maanden gratis stroom achteraf wordt verrekend bij jaarnota. Strijd met art. 8.5 jo. bijlage 1 sub 19 NRC. Banner verwijst niet naar actievoorwaarden, dus sprake van onjuiste informatie (art. 8.1 jo. 8.2 NRC). Advertentie in Metro over "speciale Metro lezersaanbieding" is niet alleen speciaal voor die doelgroep dus strijd met art. 8.5 jo. bijlage 1 sub 7 en/of 17 NRC. Klager acht uitingen aldus misleidend en in strijd met art. 7 NRC. Verweerder heeft klacht gemotiveerd weersproken.

Commissie: 1. Korting wordt maandelijks in voorschot opgenomen en bij de jaarnota definitief vastgesteld a.d.h.v. daadwerkelijk verbruik. Klacht treft in zoverre geen doel. 2. Sprake van onduidelijke informatie (art. 8.2 aanhef NRC) omdat actie niet kan worden aangeduid met "gratis" leveren van stroom doordat de wijze van verrekenen dit niet rechtvaardigt. Strijd met art. 7 NRC. 3. Klacht over actie voor Metro lezers treft geen doel, geen strijd met art. 8.5 bijlage 1 punt 7 of 17 want uiting valt niet onder deze punten. 4. Geen aanleiding om uitspraak onder aandacht van breed publiek te brengen (art. 17 lid 1 onder h jo. art. 18 lid 4 Reglement betreffende RCC en CVB). Commissie oordeelt dat uitingen in strijd zijn met art. 7 NRC en doet aanbeveling. Wijst voor het overige klacht af.

 

2.
Klaagster maakt voorts bezwaar tegen het gebruik van de woorden “tot 6 maanden gratis stroom” in de genoemde uitingen, in verband met de informatievoorziening over de actie. De Commissie vat dit bezwaar aldus op, dat be­doelde woor­den volgens klaagster een onjuist althans onvolledig beeld geven van de inhoud van de actie. In verband daarmee zal de Commissie de uitingen toetsen aan de meer alge­mene mis­leidingsbepalingen van de artikelen 7 en 8 van deze Code.

Naar het oordeel van de Commissie zal de consument bij de mededeling dat hij een aantal maanden gratis stroom kan krijgen, denken aan een actie waarbij hij gedurende enige tijd in het geheel geen vergoeding voor de verbruikte stroom verschuldigd is. De onderhavige actie wijkt hiervan af. Weliswaar ontvangt de consument elke maand enige korting op het verschuldigde termijnbedrag, maar deze korting kan uitsluitend indien zij over een bepaalde periode wordt opgeteld tot een som leiden die gelijk is aan een maand stroom. Het op deze wijze verrekenen van een korting op de elektriciteitskosten gevolgd door een jaarlijkse vaststelling van de daadwerkelijk te betalen kosten, kan naar het oordeel van de Commissie niet worden aangeduid met het “gratis” le­ve­ren van stroom, zoals in de reclame-uitingen wordt gedaan en zoals dit begrip door de gemiddelde consument zal worden opgevat. Het ge­bruik van het woord “gra­tis” voor een der­gelijke wijze van verrekenen geeft een verkeerd beeld van de actie. De consument zal immers niet ver­wach­­ten dat in werkelijkheid sprake is van een kortingsactie, verspreid over een langere periode en in de vorm van een korting op het termijnbedrag, waarvan de hoogte achteraf definitief wordt vastgesteld.

Aldus wordt naar het oordeel van de Commissie in de uitingen zoals genoemd onder I t/m IV geen duidelijke informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument door de reclame-uitingen ertoe gebracht kan worden een besluit over een trans­ac­tie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regelingen: NRC art. 7, art. 8.1, art. 8.2 aanhef, art. 8.5 bijlage 1 sub 7, sub 17, sub 19; Reglement betreffende RCC en CVB art. 17 lid 1 onder h, art. 18 lid 4
Lees eerdere uitspraak over E.ON: RB 849

RB 979

Hoe schoner je wordt, hoe groter je beloning

CVB 8 juni 2011, Dossiernr. 2011/00235 (Toyota)

Reclamerecht. Uiting op radio en website over actie met gratis accessoires voor CO2 besparing. Klager stelt dat uitingen indruk wekken gratis accessoires te geven voor elke bespaarde gram CO2 uitstoot. Echter, waarde accessoires is beperkt tot maximum van 1500 euro. Verweerder stelt dat uitingen niet suggereren dat er ongelimiteerd accessoires worden verstrekt. Voorwaarden actie zijn duidelijk en volledig.

Commissie oordeelt dat uitingen indruk wekken dat er relatie bestaat tussen omvang CO2 besparing en waarde accessoires. Er wordt geen voorbehoud gemaakt t.a.v. maximale waarde. Mededeling "Hoe schoner je wordt, hoe groter je beloning" te absoluut, daarom sprake van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef NRC). Strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

Grieven: geen sprake van onjuiste informatie. Er wordt niet gesuggereerd dat er een één op één verhouding is tussen besparing CO2 uitstoot en waarde accessoires en ook niet dat er sprake is van ongelimiteerde hoeveelheid accessoires. Op grond van berekening kan consument afgewogen beslissing nemen, daarom valt niet in te zien waarom uiting leidt tot besluit tot transactie welke consument anders niet zou hebben genomen.

CVB: Er wordt directe koppeling gelegd tussen bespaarde CO2 uitstoot en waarde accessoires. Nadere informatie omtrent limiet ontbreekt. Alleen duidelijk na berekening op website. Geen sprake van onjuiste informatie (art. 8.2 aanhef NRC) maar van te laat verstrekken essentiële informatie (art. 8.3 aanhef en onder c NRC). Maximum waarde accessoires diende in uitingen verstrekt te worden. Strijd met art. 7 NRC. Bevestigt beslissing Commissie met wijziging van de gronden.

 

2. Anders dan de Commissie is het College van oordeel dat het feit dat L&P in de gewraakte uitingen geen maximumbedrag voor de gratis accessoires noemt, niet tot het oordeel kan leiden dat sprake is van onjuiste informatie als bedoeld in arti­kel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Wel is het College op grond van het voor­gaande van oordeel dat L&P in de onderhavige reclame-uitingen te laat es­sen­tiële infor­matie verstrekt die de gemid­delde consu­ment nodig heeft om een geïn­for­meerd be­sluit over een transactie te nemen, dit zoals bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Het feit dat men tot een bepaald maximum gratis ac­ces­soires ontvangt als­mede de hoogte daarvan, kunnen immers het besluit van de con­sument tot een trans­actie beïnvloeden. Naar het oordeel van het Col­lege had L&P deze informatie daarom reeds in de gewraakte uitingen dienen te verstrek­ken. Al­dus komt het College, zij het op andere gronden dan de Com­mis­sie, tot het oor­deel dat de uitingen mislei­dend en daardoor oneerlijk zijn in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef, art. 8.3 aanhef en onder c
Zie ook eerdere uitspraak over Toyota: RB 958

RB 978

Wanneer het u uitkomt

CVB 8 juni 2011, Dossiernr. 2011/00095 (ABN AMRO)

Reclamerecht. Televisiecommercial van ABN waarin openen van zakelijke rekening "wanneer het u uitkomt" wordt aangeprezen. Klager stelt dat uit reclame lijkt dat je via internet rekening kan openen maar het blijkt dat voor activering je toch naar het filiaal moet. Verweerder stelt dat rekening via internet kan worden geopend maar de bankpas moet wel bij filiaal worden geactiveerd.

Commissie oordeelt dat er sprake is van onduidelijke informatie (art. 8.2 aanhef en onder b NRC) omdat uiting indruk wekt zonder formaliteiten rekening te kunnen openen. Strijd met art. 7 NRC en doet aanbeveling.

Grieven: Commissie heeft ten onrechte geoordeeld dat uiting indruk wekt zonder formaliteiten rekening te openen. Uiting richt zich erop de noodzakelijke formaliteiten zo eenvoudig mogelijk te laten verlopen.

CVB: Uiting suggereert niet dat er geen formaliteiten zijn maar dat online rekening kan worden geopend en gebruikt zonder fysiek contact met bankpersoneel of bezoek aan filiaal. Dit blijkt niet zo te zijn, want activeren bankpas moet bij filiaal gebeuren. Uiting is daarom misleidend op grond van de door Commissie genoemde bepalingen. CVB bevestigt beslissing met wijziging van gronden.

3. Uit het verweer in eerste aanleg blijkt dat bij het openen van een zakelijke re­kening eerst een door ABN AMRO ingeschakelde derde bij de ondernemer langs gaat om een kopie van het pas­poort van de on­der­nemer te maken en diens iden­ti­teit vast te stel­len en te verifiëren. Tevens blijkt uit het verweer in eerste aanleg dat dit nog niet genoeg is om de bankrekening via internet te kunnen benaderen. Eerst dient immers ook nog een bankpas te worden geactiveerd op een filiaal van ABN AMRO. Naar het oordeel van het Col­lege wekt de te­le­visie­commercial daarom een onjuiste in­druk, niet omdat - zoals de Commissie heeft geoordeeld - de sug­ges­tie wordt ge­wekt dat er in het geheel geen for­maliteiten of eisen gelden voor het ope­nen en kunnen ge­bruiken van een zakelijke rekening, maar omdat de indruk wordt gewekt dat het mogelijk is alle daartoe noodzakelijke stappen volledig online te ver­richten. Dit is blijkens het voorgaande niet mogelijk. Bovendien dient het active­ren van de bankpas, dat naar het oordeel van het College niet los kan worden gezien van het openen van de zakelijke rekening nu men zonder deze handeling de reke­ning niet via internet kan benaderen, plaats te vinden in een filiaal van ABN AMRO, blijkbaar tijdens kantooruren. Gelet hierop kan ook de mededeling dat het mogelijk is een zakelijke rekening te openen buiten de kantooruren niet juist worden geacht.

4. Het College is naar aanleiding van het voorgaande, zij het op grond van een iets andere redenering dan de Commissie, van oordeel dat de onderhavige recla­me-uiting misleidend is op grond van de door de Commissie genoemde bepalingen.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.2 aanhef en onder b

RB 977

Avenue de Baobab

RCC 16 mei 2011, Dossiernr. 2011/00268 (Baoblad)

Reclamerecht. Baoblad pagina 48 en 49. Klager was deelnemer aan reis naar Madagaskar georganiseerd door verweerder. In Baoblad staat foto afgebeeld van 'Avenue de Baobab'. Hierdoor wordt indruk gewekt dat deze straat zal worden bezocht tijdens reis, dit blijkt echter niet het geval. Sprake van misleiding.
Commissie oordeelt dat pagina's 48 en 49 van Baoblad algemene informatie over de baobab bevatten. Gemiddelde consument zal alvorens reis te boeken website raadplegen om het volledige programma te bekijken, waaruit dan blijkt dat 'Avenue de Baobab' niet bezocht zal worden. Geen sprake van misleidende reclame. Wijst klacht af.

De Commissie is van oordeel dat de gemiddelde consument, alvorens hij naar aanleiding van dit aanbod een besluit neemt om een reis te boeken, de genoemde website zal raadplegen om het ‘volledige programma, vertrekdata en prijzen’ te bekijken. Dan zal, zo blijkt uit de klacht, blijken dat  een bezoek aan de in de folder op pagina 49 afgebeelde ‘avenue de baobab’ niet bij het programma is inbegrepen. Gelet hierop is geen sprake van misleidende reclame.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 976

Weer zaak bij RCC over Q10

RCC 18 mei 2011, Dossiernr. 2011/00330 (Q10)

Reclamerecht. Uiting op website over het product Kwaliteitsmerk Q10 50mg & Kokosolie. Klager stelt dat uiting misleidend is omdat er geen wetenschappelijk bewijst is voor werking Q10 bij paradontitis. Verboden om voedingssupplementen aan te merken als medicijnen. Ingespeeld op angst bij consumenten. Verweerder overlegt twee onderzoeken als bewijs werking Q10 bij paradontitis. Gebruik Q10 is onschuldig en verbetert conditie tandvlees. Keuringsraad KOAG/KAG stelt dat er sprake is van strijd met art. 10 en art. 6 CAG en art. 84 Geneesmiddelenwet.

Commissie gaat ervan uit dat klager van mening is dat art. 20 lid 2 onder a Warenwet van toepassing is. Geen sprake van dergelijke wijze van aanprijzing. Ook geen sprake van onjuiste en misleidende informatie over genezende werking omdat deze werking niet aan product wordt toegeschreven in uiting. Ook geen sprake van appelleren aan gevoelens van angst (art. 6 NRC). Wijst klacht af.

2) Van een dergelijke verboden wijze van aanprijzen is in de onderhavige reclame-uiting naar het oordeel van de Commissie geen sprake. De uiting bevat weliswaar, in het kader van achtergrondinformatie over Q10, verwijzingen naar “onderzoek naar het effect van voedingssupplementen met Q10 op parodontose” en “studies die erop lijken erop te wijzen dat de verspreiding van de ziekte vertraagd en zelfs geheel gestopt kan worden door het co-enzym Q10“, maar in de uiting wordt niet gesteld dat het product Kwaliteitsmerk Q10 50mg & Kokosolie deze werking heeft ten aanzien van parodontitis. Derhalve bevat de bestreden uiting geen verboden medische claim als bedoeld in artikel 20 lid 2 onder a van de Warenwet.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regelingen: CAG art. 6, art 10; Geneesmiddelenwet art. 84; Warenwet art. 20 lid 2 onder a; NRC art. 6
Lees eerdere soortgelijke uitspraken over Q10 hier: RB 944; RB 919; RB 896